de wazigheid van jacq
Het was een wazige toestand waarin ik mij bevond, toen ik me contactlensloos slingerend op weg naar de opticien begaf. De wazige toestand bevatte een combinatie van nou ja wazigheid dus en scherp besef van living on the edge aangezien ik elk moment kon worden geschept door tegemoetkomend, achteropkomend en links- of rechtsdraaiend verkeer.
Je leven wordt een stúk intenser als de kans aanwezig is dat het elk moment voorbij kan zijn, dacht ik, terwijl ik automatisch in de handremmen kneep voor een of ander driehoekig object dat zomaar overstak. In die zin zit er toch wel iets van waarheid in motto's als ‘leef elke dag alsof het je laatste is’, hoewel ik me ook weer kon voorstellen dat dat bij uitstek een bijzonder uitputtende deadlinedag zou worden, met heel veel geregel en papierwerkjes. En wat voor kist wil je, of wil je uitgestrooid op een veldje, en mogen de mensen stukjes doen. Aan de andere kant: zelf ben je toch al dood dus waar bemoei je je eigenlijk mee?!
“Zo. Heb je de lenzen wel uit”, vroeg de opticien.
(Ik leefde dus nog.)
“Jazeker, sinds gisteravond”, zei ik.
“Want anders kan ik de sterkte niet meten hè”, zei de opticien.
“Nee daarom heb ik ze ook uit hè”, zei ik.
“De meting is dan namelijk waardeloos”, zei de opticien.
“Ja daarom heb ik ze dus ook ET CETERA!!!”, zei ik en ik sloeg met mijn platte hand op de tafel terwijl ik mijn ogen tot kleine gemene streepjes kneep. Direct viel mij de psychedelische print van de blouse van de opticien op. Mannen met psychedelische blouses, wat vinden we ervan, dacht ik. Moest verder op worden doorgedacht, ik heb niet altijd direct het antwoord.
"Welke bril had je uitgezocht", zei de opticien.
Ik zette de bril op.
"Smaken verschillen", zei de opticien.
"Deze wordt het", zei ik.
"Nou ja, jij moet ermee lopen", zei de opticien.
"Oh nee ik ga er niet mee over straat", zei ik.
"Waarom neem je hem dan", zei de opticien.
"Ja wil je brillen verkopen of hoe zit het", zei ik.
De opticien keek sneu, voor zover ik dat kon ontwaren.
"Had jij iets anders in je hoofd dan", vroeg ik.
De opticien sprong op, zijn psychedelische blouse sprong op psychedelische wijze met hem mee.
"Deze bijvoorbeeld", zei de opticien en hij maakte aanstalten de bril bij me op te doen. Doen alle opticiens, vinden ze lekker, ontlenen ze genot aan.
"Ik zet hem even zelf op, okido", zei ik.
De opticien overhandigde me traag de bril en in het gebaar school een diep en onbevredigd verlangen.
"Sorry, mijn oren zijn ongelijk, ik móet dit daarom zelf doen", zei ik.
"Iederéén zijn oren zijn ongelijk", zei de opticien verbolgen.
"Die van mij zijn ongelijker", zei ik.
Ik zette de bril op mijn ongelijke oren, ik boog me voorover en keek in de spiegel. De opticien ging achter me staan en keek mee. De blouse nam de hele spiegel in beslag. Er moet toch íets zinnigs te zeggen zijn over mannen met psychedelische blouses, dacht ik. Ik drukte met mijn wijs- en middelvinger tegen mijn voorhoofd totdat het zeer deed.
"Haal die hand eens van je hoofd", zei de opticien.
"Ik vind het niks", zei ik.
"Nou ja, smaken verschillen", zei de opticien.
En ik keek via de spiegel naar hem en zijn psychedelische blouse en ik dacht: misschien komt het daar wel gewoon op neer. Smaken verschillen. Niks meer en niks minder. Jammer, dacht ik, want ik had de zaken wel eens scherper ontleed. Ik vroeg me af waarom ik zo onscherp was en of ik die ochtend misschien drugs had gebruikt. Maar ook dat stuk was wazig.
Je leven wordt een stúk intenser als de kans aanwezig is dat het elk moment voorbij kan zijn, dacht ik, terwijl ik automatisch in de handremmen kneep voor een of ander driehoekig object dat zomaar overstak. In die zin zit er toch wel iets van waarheid in motto's als ‘leef elke dag alsof het je laatste is’, hoewel ik me ook weer kon voorstellen dat dat bij uitstek een bijzonder uitputtende deadlinedag zou worden, met heel veel geregel en papierwerkjes. En wat voor kist wil je, of wil je uitgestrooid op een veldje, en mogen de mensen stukjes doen. Aan de andere kant: zelf ben je toch al dood dus waar bemoei je je eigenlijk mee?!
“Zo. Heb je de lenzen wel uit”, vroeg de opticien.
(Ik leefde dus nog.)
“Jazeker, sinds gisteravond”, zei ik.
“Want anders kan ik de sterkte niet meten hè”, zei de opticien.
“Nee daarom heb ik ze ook uit hè”, zei ik.
“De meting is dan namelijk waardeloos”, zei de opticien.
“Ja daarom heb ik ze dus ook ET CETERA!!!”, zei ik en ik sloeg met mijn platte hand op de tafel terwijl ik mijn ogen tot kleine gemene streepjes kneep. Direct viel mij de psychedelische print van de blouse van de opticien op. Mannen met psychedelische blouses, wat vinden we ervan, dacht ik. Moest verder op worden doorgedacht, ik heb niet altijd direct het antwoord.
"Welke bril had je uitgezocht", zei de opticien.
Ik zette de bril op.
"Smaken verschillen", zei de opticien.
"Deze wordt het", zei ik.
"Nou ja, jij moet ermee lopen", zei de opticien.
"Oh nee ik ga er niet mee over straat", zei ik.
"Waarom neem je hem dan", zei de opticien.
"Ja wil je brillen verkopen of hoe zit het", zei ik.
De opticien keek sneu, voor zover ik dat kon ontwaren.
"Had jij iets anders in je hoofd dan", vroeg ik.
De opticien sprong op, zijn psychedelische blouse sprong op psychedelische wijze met hem mee.
"Deze bijvoorbeeld", zei de opticien en hij maakte aanstalten de bril bij me op te doen. Doen alle opticiens, vinden ze lekker, ontlenen ze genot aan.
"Ik zet hem even zelf op, okido", zei ik.
De opticien overhandigde me traag de bril en in het gebaar school een diep en onbevredigd verlangen.
"Sorry, mijn oren zijn ongelijk, ik móet dit daarom zelf doen", zei ik.
"Iederéén zijn oren zijn ongelijk", zei de opticien verbolgen.
"Die van mij zijn ongelijker", zei ik.
Ik zette de bril op mijn ongelijke oren, ik boog me voorover en keek in de spiegel. De opticien ging achter me staan en keek mee. De blouse nam de hele spiegel in beslag. Er moet toch íets zinnigs te zeggen zijn over mannen met psychedelische blouses, dacht ik. Ik drukte met mijn wijs- en middelvinger tegen mijn voorhoofd totdat het zeer deed.
"Haal die hand eens van je hoofd", zei de opticien.
"Ik vind het niks", zei ik.
"Nou ja, smaken verschillen", zei de opticien.
En ik keek via de spiegel naar hem en zijn psychedelische blouse en ik dacht: misschien komt het daar wel gewoon op neer. Smaken verschillen. Niks meer en niks minder. Jammer, dacht ik, want ik had de zaken wel eens scherper ontleed. Ik vroeg me af waarom ik zo onscherp was en of ik die ochtend misschien drugs had gebruikt. Maar ook dat stuk was wazig.
