de nagekomen berichten van jacq
1.
Beetje druk en dan had je ook nog die fokking mist erbij, ik raakte echt totaal achterop man. Alles gaat trager in de cloud, dat valt mij wel vaker op. Alsof je in een soort slow motion zit. En tegelijkertijd in een intermezzo, een impasse en een vacuum.
Hoe dan ook, in mijn hele leven heeft het nog nooit zó lang achter elkaar gemist. Van de week dacht ik: stel dat de mist nooit meer overgaat, wat dan? Het leek me vooral: onhandig. Zeker voor mezelf want ik word visueel al genoeg op de proef gesteld door onze lieve heer. En ik heb mijn huis uitgekozen op het uitzicht.
Maar ik denk dat het net zo gaat als met andere dingen die lang duren: op een gegeven moment weet je niet beter. En dan ga je je je er zelfs op een vage, ondefinieerbare manier aan hechten. Alla, het zal dan het soort hechten zijn dat ook gebeurt als je met zijn tweëeen tig jaar in een veel te kleine gevangeniscel zit. Tegen wil en dank, met het nodige gevloek en her en der een vleeswond. Maar toch. Overleven doen we altijd, dat is de boodschap die ik jullie mee zou willen geven in deze tijd waarin verder alles wazig is.
2.
Ik moet nodig het nieuwe leesclubboek gaan lezen maarrrr de vorige keer had ik het leesclubboek per ongeluk veel te vroeg uit ipv te laat en toen had ik op het moment suprême geen idéé meer waar het over was gegaan. Ja, ok het liep slecht af, maar wij lezen natuurlijk literatuur dus dat zou je ook nog kunnen gokken. Voor het overige kwam ik niet veel verder dan: "Het was heel mooi, uh uh jaja het was zeker wel een mooi boek, hoe heet het." Dat is natuurlijk niet bepaald leesclubeske taal, daarvoor kun je zelfs in theorie worden geroyeerd bij De Zwarte Bladzijde - maar godzijdank hadden de meeste andere leesclubleden ook geen idéé meer waar het boek in kwestie precies over was gegaan en daarom hield een ieder zich gedeisd, kwam er veel instemmend gehum en werd de rest van de avond besteed aan roddel en achterklep, zoals mijn schoonzusje zou zeggen.
3.
Ik stond voor het verkeerslicht te wachten en ik stond daar en ik stond daar en IK STOND DAAR en alle andere rijbanen hadden al twee keer groen licht gekregen en wij nul keer. Ik snoof kort. Een soort van onraadsnuifje. Ik begrijp natuurlijk ook wel dat het niet zo is dat er ergens in een kamertje in de stad of godbetert de provincie een verkeerslichtmannetje op verkeerslichtknopjes zit te drukken van nu jullie, en nu jullie, maar ergens dacht ik dus wel van: kom op zeg verkeerslichtmannetje, nu zijn wij een keer aan de beurt! En ik dacht ook: hoe lang laten we dit voortduren? Vijf minuten? Vijftien minuten? Een kwartier? Maar dat is net zo lang als vijftien minuten alleen het voelt langer. En het gevoel zou gaan opspelen in onze sliert van wachtende auto's, het zou nog meer gaan opspelen, en nog meer. En op een gegeven moment zou het niet langer te harden zijn. Iemand zou het voortouw nemen, en ik kon op dat moment alleen maar hopen dat ik diegene niet zou zijn. Want degene die het voortouw zou nemen zou ervoor zorgen dat de hele sliert auto's zou proberen uit de sliert te geraken door ofwel dwars door het rode licht te rijden ofwel indien mogelijk te keren, hetgeen onmogelijk zou blijken. Het zou hoe dan ook een puinhoop worden en waarschijnlijk zou ik de schuld krijgen. Terwijl: ik bedoel het allemaal goed, om een van mijn exen te parafraseren.
Toen sprong ons licht op groen, en terwijl ik wegspurtte beving me het beeld van een kamertje in de stad waar iemand ontzettend op zijn donder kreeg en dat vond ik ook weer zielig.
Beetje druk en dan had je ook nog die fokking mist erbij, ik raakte echt totaal achterop man. Alles gaat trager in de cloud, dat valt mij wel vaker op. Alsof je in een soort slow motion zit. En tegelijkertijd in een intermezzo, een impasse en een vacuum.
Hoe dan ook, in mijn hele leven heeft het nog nooit zó lang achter elkaar gemist. Van de week dacht ik: stel dat de mist nooit meer overgaat, wat dan? Het leek me vooral: onhandig. Zeker voor mezelf want ik word visueel al genoeg op de proef gesteld door onze lieve heer. En ik heb mijn huis uitgekozen op het uitzicht.
Maar ik denk dat het net zo gaat als met andere dingen die lang duren: op een gegeven moment weet je niet beter. En dan ga je je je er zelfs op een vage, ondefinieerbare manier aan hechten. Alla, het zal dan het soort hechten zijn dat ook gebeurt als je met zijn tweëeen tig jaar in een veel te kleine gevangeniscel zit. Tegen wil en dank, met het nodige gevloek en her en der een vleeswond. Maar toch. Overleven doen we altijd, dat is de boodschap die ik jullie mee zou willen geven in deze tijd waarin verder alles wazig is.
2.
Ik moet nodig het nieuwe leesclubboek gaan lezen maarrrr de vorige keer had ik het leesclubboek per ongeluk veel te vroeg uit ipv te laat en toen had ik op het moment suprême geen idéé meer waar het over was gegaan. Ja, ok het liep slecht af, maar wij lezen natuurlijk literatuur dus dat zou je ook nog kunnen gokken. Voor het overige kwam ik niet veel verder dan: "Het was heel mooi, uh uh jaja het was zeker wel een mooi boek, hoe heet het." Dat is natuurlijk niet bepaald leesclubeske taal, daarvoor kun je zelfs in theorie worden geroyeerd bij De Zwarte Bladzijde - maar godzijdank hadden de meeste andere leesclubleden ook geen idéé meer waar het boek in kwestie precies over was gegaan en daarom hield een ieder zich gedeisd, kwam er veel instemmend gehum en werd de rest van de avond besteed aan roddel en achterklep, zoals mijn schoonzusje zou zeggen.
3.
Ik stond voor het verkeerslicht te wachten en ik stond daar en ik stond daar en IK STOND DAAR en alle andere rijbanen hadden al twee keer groen licht gekregen en wij nul keer. Ik snoof kort. Een soort van onraadsnuifje. Ik begrijp natuurlijk ook wel dat het niet zo is dat er ergens in een kamertje in de stad of godbetert de provincie een verkeerslichtmannetje op verkeerslichtknopjes zit te drukken van nu jullie, en nu jullie, maar ergens dacht ik dus wel van: kom op zeg verkeerslichtmannetje, nu zijn wij een keer aan de beurt! En ik dacht ook: hoe lang laten we dit voortduren? Vijf minuten? Vijftien minuten? Een kwartier? Maar dat is net zo lang als vijftien minuten alleen het voelt langer. En het gevoel zou gaan opspelen in onze sliert van wachtende auto's, het zou nog meer gaan opspelen, en nog meer. En op een gegeven moment zou het niet langer te harden zijn. Iemand zou het voortouw nemen, en ik kon op dat moment alleen maar hopen dat ik diegene niet zou zijn. Want degene die het voortouw zou nemen zou ervoor zorgen dat de hele sliert auto's zou proberen uit de sliert te geraken door ofwel dwars door het rode licht te rijden ofwel indien mogelijk te keren, hetgeen onmogelijk zou blijken. Het zou hoe dan ook een puinhoop worden en waarschijnlijk zou ik de schuld krijgen. Terwijl: ik bedoel het allemaal goed, om een van mijn exen te parafraseren.
Toen sprong ons licht op groen, en terwijl ik wegspurtte beving me het beeld van een kamertje in de stad waar iemand ontzettend op zijn donder kreeg en dat vond ik ook weer zielig.
