stukjes jacq

13 maart 2008

update in vier bedrijven /2

3.
De realiteit. Versie 1.

'Nou ja goed, uw moeder is naar mijn idee in een coma vigil', zegt de neurochirurg die graag termen gebruikt die de mensen tegenover hem niet kennen.

De neurochirurg is de man die afgelopen mei mijn in kritieke toestand verkerende moeder een dag later dan afgesproken opereerde, omdat er "een paar spulletjes" niet aanwezig waren. De dingen die daarop volgden hangen nog steeds tussen ons in. De boze ic-artsen die hoofdschuddend hun afkeuring lieten merken over de neurochirurg. Mijn vader die iets riep en wegliep van de ic voordat hij ergere dingen ging zeggen. Ik die schor kraste dat ik dit gelazer niet aan mijn moeders bed wilde. Mijn moeder, die daar raar en opgezwollen lag. Mijn moeders bed waaraan alleen maar dingen bliepten en piepten.
Hij weet het nog, wij weten het nog. Het is te merken aan ons geglimlach naar elkaar, als apen die hun tanden ontbloten om te laten zien dat ze het goed met elkaar voor hebben.

'Een coma vigil betekent een wakend coma', zeg ik tegen mijn vader. Ik heb me het afgelopen jaar helemaal de tyfus gegoogled.
'Een wakend coma, hmm', zegt mijn vader, die zich ondertussen zichtbaar afvraagt hoe hij dít in godsnaam weer uitlegt aan alle bellende familieleden en vrienden. Ik hoor het hem al zeggen tegen G., die hem het bloed onder de nagels telefoneert.
'F. zit in een wakend coma'
'Een wákend coma?!?!'
'Nou ja dat ze wakker is, maar ook weer niet.'
'Maar dat kán toch helemaal niet?!'
'Nou...'
'Heb je dat niet gezegd tegen de dokter, van: dat kán dus helemaal niet?!'
'Nou, kijk...'
'Ja dat moet je dus echt de volgende keer wel zeggen, hè!!!'


Mijn vader zucht. Ik ga rechtop zitten. 'In een coma vigil staren mensen wat voor zich uit', zeg ik tegen de neurochirurg. 'Als ik tegen mijn moeder zeg: kijk mij eens aan, dan kijkt ze me aan. En als ik zeg: kijk eens naar papa, dan kijkt ze naar pap... naar mijn vader.'
'En als je zegt: oh jee, het wordt al donker, dan kijkt ze naar buiten', zegt mijn vader.
Ik zie hem enthousiast worden.
'Klopt', zeg ik om te laten weten dat het klopt.
'Oh, en toen die keer dat ik haar het horloge had omgedaan!', zegt mijn vader.
'Dat is inderdaad een mooi verhaal', zeg ik tegen de neurochirurg. 'Toen zei ik voor de grap: F., hoe laat is het, en toen tilde ze haar arm op en keek op haar horloge!', zegt mijn vader.

We vallen stil. Maar onze ogen schieten heen en weer. Snel, meer voorbeelden! Meer voorbeelden!

'Toen met die nagel!', roep ik.
'Oh ja!', juicht mijn vader.
'Dat M. en ik tegen mekaar zeiden: wat heeft ze toch een rare ringvingernagel', zegt mijn vader.
'En wat deed ze toen', zeg ik als was ik een talkshowhost.
'Brengt ze zo haar hand voor haar gezicht, tuurt ze naar die nagel!', roept mijn vader.
'Weirde stuff hoor', zeg ik om aan te geven dat zelfs coole personen dit een aparte toestand vinden.

Triomfantelijk kijken wij de neurochirurg aan. Wij vinden zelf ook wel dat het bereslecht met mijn moeder gaat, maar wij willen de eer van mijn moeder wel hoog houden. Zeker tegenover deze man.

'Hoe kan dat dan!', zegt mijn vader.
'Hmm... ja', zegt de neurochirurg met het scheve lachje dat hij misschien wel reserveert voor momenten dat hij zich erg verveelt. Dan volgt een monoloog die nergens vandaan komt en nergens naartoe gaat. Het is een draaikolk, maar eentje waarin hij zichzelf zeer comfortabel voelt. Ten slotte zwijgt hij, maar met een rimpel van tegenzin op zijn voorhoofd.

'Maar hoe kán dat dan!', herhaalt mijn vader en zijn stem wordt hoog.
'Het is misschien toeval', zegt de neurochirurg.

'Nou, die man hoef ik dus ook niet meer te zien', zegt mijn vader als we de deur uit zijn.


4.
De realiteit. Versie 2.

Nou, nee, mijn moeder is helemáál niet meer in coma.
Dat zegt de neuroloog in het verpleeghuis.

[Morgen verder]