de voorbankdialogen van jacq
Ik werd de afgelopen dagen nogal heen en weer geslingerd tussen Siepie van boer Jan enerzijds en Joran van der Sloot anderzijds.
Tot dusverre wint Joran van der Sloot het - behalve dan gisteravond in de sportschool, toen vriendin 1 zwoor (‘Eej swa, ik sweer jou!!’) dat ze Siepie van boer Jan in onze kleedkamer zag. Het leek mij persoonlijk nogal harteloos van Siepie, om direct nadat ze boer Jan had gedumpt alweer aan een strak lichaam te gaan zitten werken in de sportschool, maar goed, de mind van een vrouw werkt in mysterious ways, want daar weet ik zelf alles van.
Eind goed al goed: één blik van mij was genoeg om te zien dat het hier de iets slankere zuster van Siepie betrof, en daarna keerde de rust weder en gingen we ruziemaken en tafeltennissen.
‘Ah nee ik wou dat zwart met rooie bedje’, zei vriendin 1.
‘Het is geen bedje maar een batje’, zei ik.
‘Zeg ik toch, bedje’, zei vriendin 1.
‘Laat maar’, zei ik.
Later, tijdens de nazit, deden vriendin 1 en ik wat we de hele week al doen omdat we er niet mee kunnen stoppen: de voorbankdialogen. De ene keer is vriendin 1 Joran van der Sloot en ben ik Patrick van der Eem. De andere keer ben ik Joran en zegt vriendin 1 de hele tijd op slijmerige toon: ‘Tuurlijk man, snap ik toch’. Soms zijn we ook allebei tegelijk een soort combinatie van Patrick van der Eem en Joran van der Sloot. Dan zeggen we eigenlijk alleen maar dingen als ‘Eej swa, ik sweer je, ik ga je dumpen in de see'/'Tuurlijk man, wat moet je swa'. Een normaal gesprek over zaken die er echt toe doen zoals de middenoostenproblematiek of make-up is nauwelijks meer mogelijk. Wel roken we natuurlijk wiet, heel veel wiet.
Langzamerhand dringt Joran van der Sloot mijn hele leven binnen met dat ene grote en dat ene kleinere oog van hem. Hoeveel lijkdumptheorieën ik al niet aan Boris V. heb gespuid, ‘s nachts in bed. En met hoeveel vragen Boris V. dan tóch nog bleef zitten. ‘Die schoenen jacq, die schoenen, ik zie de relevantie niet’, zei Boris V. vannacht. ‘Ik ook niet Boris V.’, zei ik terug, want theorieën zijn eigenlijk dus niet mijn sterkste kant.
Ik blijf bijvoorbeeld heel erg zitten met de vraag die bijna niemand Joran stelde: waarom belde hij niet gewoon een ambulance als hij niks te verbergen had! Ikzelf bijvoorbeeld ben nog nooit op het idee gekomen om iemand in zee te (laten) dumpen, en believe me, ik heb redenen zát gehad, je weet toch! Hoe vaak ik niet niet in de buurt van water met een kerel heb gezeten waarvan ik dacht: mwaoh. Maar het komt niet in je op, het komt domweg niet in je op.
Dus er zitten in zekere zin wel leerzame aspecten aan deze zaak.