stukjes jacq

28 november 2007

de blinde passie van jacq

Mijn tweede klacht gaat over Prison Break, waarover ik onlangs nog een enigszins hysterisch stukje schreef. Ik ben afgehaakt, mensen. Weer een nieuwe gevangenis, weer proberen te ontsnappen, de horror, de pistolen, ik trok het niet meer.

Zat al weken te smachten naar een soortement van rustpauze, waarin Michael en Sara gewoon es een avondje uit eten zouden gaan, of lekker op het strand zouden gaan liggen, en 44 minuten lang alleen maar over ditjes en datjes zouden praten. Hee waar kom je eigenlijk vandaan Sara, oh, je weet wel die ene wijk achter dinges, hee grappig man misschien zaten we op dezelfde basisschool had jij ook juf dinges met die konijnentanden, nee wel een meester die elke keer begon te huilen, oh lachen zeg.

Liefst dan wel op een totaal afgezet strand natuurlijk, waarop je niet ineens van achter je handdoekje kon worden belaagd door een of andere driedubbelcorrupte griezel en dat ook vanuit de zee is gecheckt dat er geen engerds in zitten. En graag overdekt, vanwege mensen die uit vliegtuigen kunnen scherpschieten. En ik dacht nog: misschien kunnen Michael en Sara voor de zekerheid even kogelvrije vesten aantrekken, het zont dan wel niet lekker, maar het kijkt voor mij gewoon wel rustiger.

No such things happened. Wat wel heel veel gebeurde is dat de broertjes dingen tegen elkaar zeiden als 'Hehe, nu ga ik eindelijk 'es rustig een biertje drinken voor het eerst in vierhonderd jaar', of 'Oh Michael, we are free at last!!!!' Lag ik alweer jammerend achter de bank, want zulke dingen zeggen, dat is vanzelfsprekend de goden verzoeken, dat snapt zelfs een kind. Dan hoef je je natuurlijk maar om te draaien en dan staar je in de loop van een geweer. Kortom, het was echt afschuwelijk.

Maar oke, wat ik eigenlijk nog het ergst vond, is dat ik een blinde passie had opgevat voor special agent Kellerman. Special agent Kellerman, dat moet ik erbij zeggen, heeft ongeveer honderdtachtig mensen koelbloedig doodgeschoten en gemarteld (eerst gemarteld, dan doodgeschoten natuurlijk, andersom is er niet zo erg veel lol aan denk ik dan), en hij wist het op de een of andere manier toch zo te draaien dat ik dacht van: hallo hai, ik ben eh jacq, kan ik jou een drankje aanbieden.

Ik vond het wel de limit. Als het nou nog een wijkagent was. Maar zo een special agent, die zijn echt nooit thuis (of in de wijk).

Dus uiteindelijk ben ik afgehaakt.

25 november 2007

jacq vindt het niet okidoki

Zie ik van de week voor het eerst sinds honderd jaar weer eens As the World Turns. Beland ik ook nog (als in neus-->boter) op de Snyder farm, farm aller farms, de boerderie waar je zelf ook heel graag geboren had willen worden. In minuut 1 drukt oermoeder Emma drie personen aan haar rondborstige borst. Tot zover nothing out of the ordinary. Maar daarna verdwijnt ze even de gezellige kelder in voor een geweckte fles van het een of het ander gezelligs. Tussen de overgebleven personages ontspint zich de volgende dialoog:

'Ze hebben elk spoortje van het skelet verwijderd.'
'Ah, dus ik kan gewoon weer naar huis.'
'Yup.'

WTF!? Volgens mij ging het vroeger gewoon over Lily en Holden die mekaar nog net niet hadden, en dan ging Lily zo'n beetje de suicidale probleemjongere uithangen bij het meertje, en ging Holden weer teleurgesteld naar zijn eenpersoonsbed op de Snyder farm. Dan zei z'n moeder liefdevol: 'Don't let the bedbugs bite you, Holden', en dan keek Holden zo een combi van sneu/stoer.

ATWT is niet meer wat het was.
Dit is niet okidoki, mensen.

18 november 2007

jacq is toch niet blind, zeg

Het mooie van de sportschool is dat je er mannenlichamen tegenkomt die je in het normale leven niet zo snel tegenkomt. Althans, niet zo blotig, en in de zin van dat je spieren ziet die het doen. Ik werk op een Kantoor, en heb meestal te maken met spierloze mannen met slechts één opgezwollen spier, in hun muishand dus.

Nee, dan de sportschool. Daar zijn bepaalde mannen bepaalde dingen met hun spieren aan het doen, waardoor je als vrouw alleen maar met open mond kunt blijven kijken. Soms wordt in mijn hoofd spontaan een bepaalde commercial ingestart. En één keer voelde ik het verlangen mezelf wild te beplenzen met het water uit mijn waterflesje, maar dat vond ik zelf ook nogal te ver gaan, want dat water heb je later nog nodig als je bijna uitdroogt van het fietsen en als je dan tussendoor van je fiets af moet, en helemaal naar de kleedkamer moet om je waterflesje bij te vullen, jesis wat een gedoe!!!

Enfin, dat soort mannen dus.

'Ik heb hier nu al één favoriet', zei ik nadat ik er twee keer had gesport. (Ik pik ze er zo uit, ik ben daar heel snel in.)
'Oh, je bedoelt die die lange met dat kontje', zei vriendin 1 zakelijk.
'Nee, hij is niet overdreven lang of zo', zei ik.
'Ja maar een beetje lang', zei vriendin 1.
'Nee, hij is meer gewoon', zei ik.
'Zeker weten?', zei vriendin 1.
'Ik ben toch niet blind zeg', zei ik.
'Nou dan weet ik het niet', zei vriendin 1, die direct alle belangstelling voor het onderwerp had verloren.

'Ik zag hem buiten lopen en toen droeg hij een brilletje', zei ik vertederd.
'Een briiil', zei vriendin 1 op een toon van.
'Nee een brilletJUH, heel mooi', zei ik, omdat ik 1 en 1 bij elkaar optelde. Een intellectueel met een perfect lichaam, waar heb je dat nog? Ik kom ze niet tegen. Nou ja, nu dan dus. Wel had ik direct het volgende bedacht: als ik eenmaal verkering met hem heb, hetgeen een kwestie van dagen is, verbied ik hem natuurlijk om naar de sportschool te gaan, met al die gretige vrouwen.

Mooie man: *slaat boek dicht*
Mooie man: 'Ik ga even sporten.'
Jacq: 'Ik dacht het niet, lees mij nog eens voor uit Nietzsche svp'
Mooie man: 'Okidoki lieverd.'

En zij leefden nog lang en gelukkig
(Of in elk geval voor zolang het duurde.)

12 november 2007

jacq is ook leuk voor aan de muur

'Hi-de-hi!!!!', riep het onderhoudsmannetje.
'Ho-de-ho', zei ik.
'Wil je foto's van mij zien waarop ik een roeiwedstrijd win', zei het onderhoudsmannetje.
Niet speciaal, dacht ik verward.
'Túúrlijk wil ik dat!', zei ik.
'Moet je even intikken www dinges punt nl', zei het onderhoudsmannetje.
Ik deed het.
'Oh, je ziet er best nog rielekst uit', zei ik.
'Ja, dat was nog vóór de wedstrijd', zei het onderhoudsmannetje.
'Moet je even op dat album klikken', zei het onderhoudsmannetje.
'En dan pagina 3', zei het onderhoudsmannetje.

Slaafs deed ik deze dingen.

Van boven naar beneden laadde langzaam de foto waarop het onderhoudsmannetje had gewonnen. Eerst was er alleen lucht, toen water, en toen het onderhoudsmannetje. Zijn armen staken omhoog in de boot, want als winnaar steek je de armen omhoog. Zou dat aangeleerd zijn, of gewoon in onze genen zitten?

'Mooie foto man', zei ik.
Wat moet je anders zeggen bij een foto.
'Mooi hè', zei het onderhoudsmannetje.
'Zekerzzz', zei ik.
'Mooi hè', zei het onderhoudsmannetje
'Misschien kun je er een legpuzzel van laten maken', zei ik.

[Dat kan ik uitleggen. Het weekend ervoor had ik voor het eerst in jaren weer een legpuzzel gezien, op de eettafel van vriendin 2. 'But whyyy', hadden vriendin 1 en ik uit een mond geroepen. 'Het kind wil een puzzel van een tijger op zijn muur', had vriendin 2 vermoeid gezegd. 'Hoeveel stukje heeft den puzzel', had ik gezegd. 'Duizend', had vriendin 2 vermoeid gezegd. 'Ik hou best wel van puzzels maar dan alleen als het bijvoorbeeld puzzels met acht stukjes zijn', had vriendin 1 gezegd. Ik was in een akelige Halloweenlach uitgebarsten. Vriendin 2 had vermoeid gegaapt. Alleen de randen van de puzzel waren al gelegd. 'Daar ben ik al twee uur mee bezig geweest', zei vriendin 2 vermoeid. Ik overwoog één stukje van de puzzel in de kontzak van mijn spijkerbroek te stoppen en mee te nemen, omdat dat gewoon lachen is, als buitenstaander van de puzzel dan. Maar ik had het niet gedaan, want nou ja, ik vergat het.]


'Een puzzel...', zei het onderhoudsmannetje verward.
'Gewoon leuk, voor aan je muur', zei ik op een toon van ja jesis weet ik het.
'Ik heb liever een foto van jou aan mijn muur, haha!', zei het onderhoudsmannetje.
Hij keek triomfantelijk rond, naar de andere mannen op Kantoor.
De andere mannen keken schaapachtig op. Vervolgens keken ze extreem ongeïnteresseerd om zich heen.

In werkelijkheid wil iedereen natuurlijk wel een foto van mij aan zijn muur.
Maar dat zeg je gewoon niet in het openbaar.
Snap ik ook wel.

--
Meer onderhoudsmannetje:

[1]
'Hallo', zei mijn baas.
'Wij vriezen hier dood, dus stuur iemand langs'.


[2]
'Ziezoo, daar ben ik dan', zei het onderhoudsmannetje opgewekt.
'Wat is er hier precies aan de hand.'


[3]
'Ik zal je eens wat vertellen', zei het onderhoudsmannetje.
'Over mannen?', zei ik gretig.


[4]
'Doe je eigenlijk aan sport', zei het onderhoudsmannetje toen ik onschuldig zat te roken op het plein voor Kantoor omdat het even heel erg druk was en ze mij daar dus niet bij konden gebruiken.

07 november 2007

de flits van jacq

[vervolg op dit stukje]

Mijn achterligger bleef vlak achter me hangen. Ik werd een klein beetje woedend, want als er íets is waartegen ik in het verkeer niet goed kan, dan is het (behalve dan precies vijftig rijden hè) tegen bumperklevers. In mijn fantasie trap ik in het geval van een bumperklever keihard op mijn rem. De bumperklever schrikt zich dan helemaal kapot, moet vól op zijn eigen rem, wordt nog net niet van achteren aangereden en heeft adrenalinegewijs verder echt een rotdag, haha! Ik ben alleen een beetje bang dat het er in werkelijkheid op zou neerkomen dat ikzelf van achteren word aangereden door de bumperklever zelve, en dan heb je dus dat hele gedoe van uitstappen, jij bent een eikel, nee jij bent een eikel, nee jij, nee jij, en dan formulieren invullen. Het eikelgedoe, daar zou ik nog wel uitkomen, maar al die formulieren, daar zie ik dus verschrikkelijk tegenop.

Enfin, ik werd dus een klein beetje woedend. Ik kon met mijn woede alleen nergens naartoe. Ik keek in mijn spiegel, en zag de contouren van mijn bumperklever. Onbeweeglijk zat hij daar, in zijn eigen bumperklevende wereld. In een flits kwam het tot mij: is een bumperklever eigenlijk niet gewoon zo iemand die geen kaas heeft gegeten van personal space? Zo iemand dus die ook op feestjes veel te dicht bij te komt staan, en simpelweg niet doorheeft dat jij steeds weer een stapje achteruit doet? Geen gevoel voor verhoudingen. Beetje triest dus. Ik staarde in mijn spiegel, naar de onbeweeglijke bumperklever. Een raar gevoel kwam in mijn borst, hetzelfde gevoel als ik heb bij aapjes die door de moeder zijn verstoten. Of zwervers in het algemeen. Mijn woede zakte, net zolang tot die helemaal weg was.

'Hij is eigenlijk heel zielig weet je', zei ik tegen mijn fictieve bijrijder.
Die hield wijselijk zijn mond.

04 november 2007

de mensen achter jacq

Voor mij reed een flauwerd die precies 50 reed. Oh jongens kom op, precies 50 rijden, dat is echt kinderachtig gedrag hoor. (Ik weet trouwens dat vriendin 1 ook zo een zuigerd is, omdat ik een tijdje geleden vanuit de sportschool achter haar aan reed naar haar huis. Exact 50 de hele tijd!!! Ik moest me echt beheersen om niet gewoon keihard bovenop haar achterbumper te knallen (en nog eens! en nog eens!), maar het leek me zo zonde van mijn eigen voorbumper.)

Enfin, voor mij reed een flauwerd die precies 50 reed. Picture this: het betrof hier een brede, rechte weg, die nog kiiilometers lang breed en recht zou blijven. Ik keek in mijn spiegel. Een hele sliert getergde auto's had zich achter ons gevormd. Ik hoopte dat men niet dacht dat ik de boel ophield, maar dat men wel zag dat het om de auto voor mij ging en dat mij dus beslist geen blaam trof. Aan de andere kant: had ik nu misschien de plicht om namens de sliert de flauwerd zo'n beetje op te jagen? In het verkeer is het belangrijk dat je soms zelf je regels maakt, want anders wordt het immers een grote puinhoop. Ik gaf een klein beetje gas bij, naderde de flauwerd tot best wel dicht bij zijn achterruit, en trapte toen demonstratief op mijn rem. Het beste teken voor de sliert achter mij dat ik echt mijn best voor ze deed, maar dat mijn handen verder ook gebonden waren etc.

Gerustgesteld over mijn eigen positie in de groep zakte ik terug in mijn stoel. Een verblindend licht scheen in mijn auto. Ik keek in mijn spiegel. Mijn achterligger was mij tot op enkele centimeters genaderd. 'Wat is dit voor kinderachtig fuckgedrag!', riep ik tegen mijn fictieve bijrijder. Mijn fictieve bijrijder zweeg, ten eerste omdat hij fictief was, en ten tweede omdat mij ongelijk geven in dit soort situaties gewoon niet bevorderlijk is voor de gezelligheid.