stukjes jacq

28 juli 2007

herinnert u zich deze nog nog...

In de nacht van zondag op maandag lees ik mijn Supertramp-column voor op de radio. Het is tussen 3 en 4 dus don't wait up (doe ik ook niet). Mooie aanleiding tot het doorspitten van mijn archieven op meer stukjes met muziek erin.

Voila.

het chagrijn van de oude Sting
Hoe The Police op mijn audiokey terecht waren gekomen, geen idee. Maar ze waren er nu eenmaal. Every little thing she does is magic, zong Sting. Het betrof hier duidelijk de Sting uit mijn jeugd. Niet de Sting die tantrasex met zijn vrouw heeft, overal waar zij maar een plekje kunnen vinden. Neen, de jonge Sting, die het liefst strak en nors voor zich uitkeek. Het was een oppervlakkig soort norsheid, zo voelde je dat als meisje haarfijn aan. Niet het soort norsheid waarachter een wereld van gevoel en depressie schuilging, zodat je je helemaal kon voorstellen dat jij hem dan zou redden met je opgewekte karakter en vlotte kwinkslagen die ondeugend maar toch niet grof waren. [lees verder]


ik wil in een meidengroep!
In mijn tijd had je de Dolly Dots. Maar daar moest je voor worden gevraagd. En ik ben nooit gevraagd. Of misschien is er wel gebeld maar dat ik toen net met mijn vader en moeder naar de Aldi moest, om te helpen boodschappen sjouwen. Het kán dus zijn dat er gebeld is door iemand die had willen zeggen: ‘Hee jacq hoi, we zoeken nog een blond iemand, wil jij misschien?’ Maar ja, toen was er nog geen voicemail. En toen hebben ze Angela genomen. En later nog een Angela, maar die sprak je uit als Ansjeeela. [lees verder]


ik tel gewoon de lege lange dagen
'Something beautiful may come your way', zong Robbie Williams. Ik keek door het caféraam naar buiten. Het zag er nog niet direct naar uit. Het regende in het dorp dat ik niet kende. En ik had tijd te doden. Ik heb vaak tijd te doden. Ik ben meestal veel te vroeg, uit een verpletterende angst om te laat te komen. Uiteindelijk kom ik trouwens vaak alsnog te laat. Hijgend en vol van een verpletterende angst. Dat komt door het tijd doden. Tijd doden is verslavend. Voordat je het weet dood je alle tijd die je nog had. En meer. [lees verder]


een supergeweldige knaldisco
Och mensen, en dat ze dan muziek gaan draaien van Tavares en zo! Dan kun je toch niet anders dan jezelf terugswingen naar vroeger, way back naar de havo of zo. Van toen je nog maar een meisje van dertien was. Nog nét zeehondjes aan het redden, maar al bijna niet meer. Met een bril, model Lee Towers, die besloeg als je zo van je fiets de garderobe inliep. Drie jaar later zou je contactlenzen krijgen. De contactlenzen zouden je leven redden. Over drie jaar.
[
lees verder]


the eye of the tiger (maar dan door een orgel)
Alles verandert. Behalve de Chinese restaurants. Daar is het al sinds 1978 hetzelfde. Dat is ook wel eens incidenteel fijn, zoiets! Als het in je leven allemaal net een stukje te snel gaat, bijvoorbeeld. Of gewoon, als je een beetje in de war bent. Enfin, het was dinsdagavond en daar zat ik weer. De ontvangstchinees had vaagjes gewapperd in een onduidelijke richting. We mochten overal gaan zitten, want dat maakt de Chinezen over het algemeen geen barst uit. Als je maar niet in de keuken gaat zitten, want zelfs voor Chinezen zijn er grenzen. [lees verder]


saturday night fever
Van tevoren was het niet de bedoeling geweest dat ik een hele zaterdagavond in de trein zou doorbrengen. Van tevoren was het de bedoeling geweest dat ik op een feestje zou arriveren en daar terstond zou uitbarsten in gedans, op platen uit mijn jeugd. Ik zou heel hard gaan gillen bij plaatjes van Kool & The Gang, want voor een beetje gillen draai ik persoonlijk de hand niet om. [lees verder]

24 juli 2007

jacq is een icoon

De lift zou naar beneden gaan. Maar toen de deur opengleed, was ik ineens op de vierde. Pal tegenover de lift stond het tafeltje met de drie stoelen, waar wij zo vaak gezeten hebben toen mijn moeder nog op de vierde lag. Het is een tafeltje waarop een dambord is geschilderd. Of een schaakbord, daar wil ik af wezen. Zit er verschil tussen een dambord en een schaakbord? Niet dat het me echt interesseert dus jullie hoeven er niet per se over te commenten.

Wij hebben aan het tafeltje trouwens nooit gedamd, laat staan geschaakt. Toen we het tafeltje voor de eerste keer zagen, vroegen we ons af wat de bedenkers van het tafeltje had bezield. Was er een werkgroep aankleding wachtruimte ic geweest, waarin iemand iets had geopperd in de trant van: ja, nou, die families, die zijn natuurlijk helemaal de kluts kwijt, misschien hebben ze zin in een potje dammen. En dat de rest had gedacht: ok, whatever, het is verdomme half tien, ik wil naar huiiiis!

Wij hebben alleen maar gezeten, aan het tafeltje waaraan je ook zou kunnen dammen (of schaken, weet ik veel). Ik weet niet hoe ik er uitzag, maar ik stel me voor dat ik er de eerste weken alleen maar met van die enorme paniekogen en mijn tas op schoot heb gezeten. Het ziet er niet uit, een vrouw met een tas op schoot, maar soms heb je niks anders dan je tas om je aan vast te houden. Ik weet ook nog van episodes waarin ik mijn tas op tafel had gelegd en er met mijn hoofd bovenop was gaan liggen. Terwijl ik daar dan lag, met mijn hoofd op mijn tas, stelde ik me zo voor dat mensen die in de lift naar beneden wilden, per ongeluk op de vierde belandden, mij vanuit de lift zagen, dachten: 'Oh jee, die is ingestort'. Ik vond dat best plezierig, dat ze dat dachten. Ik voelde mij een icoon van de ic, met mijn hoofd op mijn tas. Het was goed dat de gewonen zich realiseerden dat er ook een leven was van ongewonen, die een paar weken daarvoor nog gewonen waren geweest.

Ik zoog het tafeltje in mij op.
Toen gingen de liftdeuren dicht en daalde ik neer.

16 juli 2007

naar jacq wordt te veel getoeterd

Ik had best veel bekijks onderweg. Mannen met zonnebrillen reden hun auto's langzaam in de baan naast me voor de verkeerslichten, en namen mij onderzoekend op. Zou het door mijn uiterlijk komen, dacht ik. Of door de combinatie van mijn uiterlijk en het busje? Was het eigenlijk stoer om in een busje te rijden? Of was het juist heel zielig? Ik heb geen idee van hoe busjes in de markt liggen, en van vrouwen in busjes heb ik al helemaal geen verstand.

Toen toeterde er een man, en hij zwaaide door zijn open raampje. Ik zwaaide terug, want zo ben ik. Maar halverwege mijn zwaai kreeg ik een onbehaaglijk gevoel, dat me er overigens niet van weerhield de zwaai af te maken. Dat toeteren, dat deed me ergens aan denken. Aan mijn normale leven voordat het witte busje er een rol in kwam spelen, toen ik nog gewoon in mijn zwarte Golf reed. Sinds een week of drie werd er elke dag wel een keer of drie naar mij getoeterd, door jongens en mannen die daarna vanuit hun eigen auto jolig zwaaiden. Ik had teruggezwaaid, want zo ben ik. En daarnaast was ik verward geraakt en had er een theorie over bedacht: dat er onlangs in mijn stad een blonde snol was komen wonen, met een zonnebril, een zwarte Golf, en een reputatie. Als snol dus. En dat de vrolijke jongens en mannen mij daarvoor per abuis aanzagen.

Maar nu, in het witte busje werd er dus ook naar mij getoeterd! Ik werd ineens heel bang dat ik zelf die snol was. (Maar ik kon mij geen verhuizing herinneren, dat was het vreemde.)

[een vervolg, ik weet niet]

12 juli 2007

het schudden van jacq

Enfin.

Met angst en beven reed ik mijn auto naar de garage, nadat ik hem nog even gestofzuigd had (van binnen). Want een auto die er van binnen netjes uitzag - nou, daar zou ik zelf best wel gevoelig voor zijn als apk-keurder.

De apk-keurder bleek evenwel best wel niet zo gevoelig voor een auto die er van binnen netjes uitzag.

'Er moet nogal een en ander aan gebeuren', zei de man van de garage in het slechtnieuwsgesprek.
'Dat dacht ik wel', zei ik verslagen.
'En het kan ook best een tijdje duren', zei de man van de garage.
'Hoe lang dan', zei ik verslagen.
'Ik geef je een leenauto mee', zei de man van de garage.
'Dat moet dan maar', zei ik vrolijk.

Want om nou de hele tijd verslagen te blijven doen, ik hou dat dan niet vol he. Bovendien leek het me dood- en doodeng om eens in een andere auto rond te rijden en ik had best behoefte aan het doen van doodenge dingen.

'Het punt is alleen', zei de man van de garage.
'Ja', zei ik.
'Ik heb geen leenauto over', zei de man van de garage.
'Dus', zei ik, terwijl ik mijn handen in mijn zij zette.
'Ik geef je de bedrijfsauto mee', zei de man van de garage verslagen.

Hij wees naar links, maar daar zag ik alleen een wit busje staan, met geblindeerde ramen. Oh men, ik moest in een busje! Bij het idee alleen al dacht ik: dit vind ik dus duidelijk Te Eng. Dus dat was goed. Ik wenste de man van de garage succes met mijn eigen auto, dat ik hoopte dat het allemaal zou lukken, dat we nog wel van elkaar zouden horen, dat hij mij op mijn mobiel kon bellen en zo, de man van de garage zei daarop 'Nou doeg', ik dacht: mannen van garages zijn toch eigenlijk ook gewoon boeren, en ik startte het busje dat direct daarop een geluid maakte alsof het een streekbus was, hetgeen mij op een zekere manier opwond. Niet zozeer strippenkaartsgewijs of zo, meer als in: jacq bestuurt groot gevaarte. Alles aan mij schudde. 'Born to be wiiiild!!!', zong ik met mijn onzekere sopraanstem.

[wordt vervolgd, sort of]

09 juli 2007

jacq moet op voor de apk

Het is eigenlijk al sinds de aankoop van mijn auto hoogst noodzakelijk dat ik met spoed mijn auto ga verkopen of in de sloot gooi. Het liefst verkoop ik hem, aan iemand die er lol in heeft om wekelijks te worden verrast door nieuwe mankementen uitdagingen. Zo iemand die het portier open trekt, de ravage van die dag bekijkt en zegt: helahola, wat hebben we hier! En dan op een opgewekte toon.

Ik had mijn auto dus eigenlijk even snel moeten verkopen aan een sukkel hobbyist. Maar dat had ik dus niet gedaan, wegens dat ik eigenlijk nooit dingen doe. Dus op een kwaad moment kwam de brief. En daarin stond: 'Geachte jacq, uw auto moet voor die en die datum op voor de apk. Groetjes, de rdw.' Ik las de brief, legde hem op een stapel, vergat de stapel, herontdekte de stapel, hervond de brief, vergat ik het nog drie weken, en daarna vergat ik het niet meer, maar dacht gewoon: soit. Wel noemde ik dagelijks mijn nog niet voor de apk opgegaan zijnheid, zodat mensen in mijn omgeving plaatsvervangend zenuwachtig werden en mij maanden tot grote, grote spoed.

'Jacq, je krijgt een boete hoor', zei mijn vader dan.
'En hoe hoog is die boete dan wel', zei ik dan totaal ongeinteresseerd.
'Nou, die kan best oplopen', zei mijn vader dan, die het ook niet wist.
'Soit', zei ik dan.

Want het punt is: ik ben dus helemaal niet bang voor oplopende boetes, karakterfout. Bovendien had ik ergens wazig in mijn achterhoofd dat ik altijd nog over mijn moeder zou kunnen beginnen. Ik had al visioenen van een geschrokken agent die direct het bonnenboekje weer opborg, mij een ferme handdruk gaf, en sterkte mompelde. Dapper zou ik mijn weg vervolgen. Met de pet in de hand keek de agent me na. 's Avonds bij het avondeten bad het hele gezin van de agent voor mijn moeder. Langzaam maar zeker herstelde mijn moeder. Er waren totaal geen restverschijnselen. Het was een wonder, dat vond iedereen. Eind goed, al goed.

Enfin, al met al werd ik in the end zelf ook een beetje flauw van die hele uitgestelde apk. Dus toen dacht ik: weet je wat, ik ga eens op voor de apk. En pas toen kwam in mij de vraag op die ik al maanden had proberen weg te drukken: komt deze auto eigenlijk wel door de apk? Zelf dacht ik ineens dat er 98 a 99 procent kans was dat hij zou worden afgekeurd. Dat zei ik verder niet tegen mijn auto, want dat moet je natuurlijk nooit doen voor een examen, zo van: nou succes, maar ik denk dus dat je zakt, doei! Maar ik dacht het dus wel.

Met angst en beven reed ik mijn auto naar de garage, nadat ik hem nog even gestofzuigd had (van binnen). Want een auto die er van binnen netjes uitzag - nou, daar zou ik zelf best wel gevoelig voor zijn als apk-keurder.

[wordt vervolgd]

01 juli 2007

jacq maakt dus geen donder mee

1.
Ik dacht: ik kan hier best wel eens weer een luchtig stukje neergooien waarin bijvoorbeeld allerlei dingen met paarden gebeuren. Alleen wil het geval dat ik dus geen donder meemaak op het moment en de paarden dus ook niet.

2.
'Vanmiddag had je moeder de hele tijd haar ogen open', zegt mijn vader dan bijvoorbeeld. 'En keek ze gericht?', vraag ik dan zakelijk. 'Jazeker, ze keek gericht en volgde mij met haar ogen', zegt mijn vader dan, net zo zakelijk. Het woord 'gericht' is niet een woord dat wij zelf bedacht hebben. Het is een van de woorden die wij van de verpleging hebben overgenomen. Het is blijkbaar een belangrijk woord. Eerdere belangrijke woorden: kritiek, zorgelijk, afwachten, en afwachten. Hoe dan ook, lieve mensen, het goeie nieuws is dus dit: mijn moeder opent sinds een paar dagen haar ogen en kijkt dan gericht van de een naar de ander (en van de ander naar de een).

3.
Soms beangstigt het me een beetje, dat mijn moeder zo gericht van de een naar de ander kijkt. 'Ga anders maar weer lekker slapen', zeg ik dan. Hoe suf is het om tegen iemand die al zeven weken slaapt, te zeggen dat ze maar weer lekker moet gaan slapen. Enfin, ze doet tot dusver gehoorzaam de ogen weer dicht als ik dat zeg. En ik leun dan gerustgesteld achterover. Eerlijk gezegd ben ik een beetje bang dat ze echt wakker wordt en wat wakker dan betekent.

4.
Kijktip: deze week heb ik bloopers van The Office bekeken via YouTube. Ik heb me echt helemaal ziek gelachen, dus dat was leuk.