stukjes jacq

25 juni 2007

jacq zit gewoon ff in een fase

1.
Ik zit gewoon ff in een fase dat ik graag werk met punt 1, punt 2, punt 3 et cetera. Dat betekent dat jullie het even moeten doen zonder de coherente stukjes met kop en staart en een middenstuk, die jullie sinds jaar en dag van mij gewend zijn. Het is verrot, maar het is niet anders. Ik heb gewoon meer zin in puntsgewijs jah!

2.
De verpleegster van gistermiddag was behept met het soort stemgeluid dat comapatiënten doet ontwaken, uit pure ergernis. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn moeder hoorde de verpleegster een tijdje aan, bewoog toen sinds vier weken een arm, fronste haar wenkbrauwen en kneep haar lippen tot een smalle streep.

3.
Dit alles kan ook het gevolg zijn geweest van de term verpleeghuis die herhaaldelijk en met kracht de ruimte in werd geslingerd door de betreffende verpleegster.

4.
Ik vind dat de betreffende verpleegster alles weer goedmaakte toen ze zei dat ze wel eens mensen had meegemaakt die maandenlang in coma hadden gelegen - en dat ze diezelfde mensen dan vervolgens een jaar later had zien rondlopen. Dat vond ik nou ook wel eens leuk om te horen.

16 juni 2007

(niet grappig /4)

1
Ik heb er helemaal geen zin in om steeds maar stukjes te schrijven waar dan weer 'Niet grappig deeltje zoveel' bovenstaat. Ik heb visioenen dat ik dit de rest van mijn leven moet doen. Ik heb veel meer zin om stukjes te schrijven waar jacq dit en jacq dat en Boris V. zus en Boris V. zo boven staat. Maar dan kijk ik naar Boris V. en dan denk ik: naast mij ligt een zwarte kat, hij heeft oren, ogen, een neus en een mond, en hij zegt eigenlijk weinig dingen waarvan ik denk: dat moet ik eens opschrijven.

2
Trouwens, wat misschien nog wel grappig (ik schreef eerst grappis) is om op te schrijven, is dat Boris V. gisteren tegen een bezem aan geplast heeft. Ik denk dat hij met een reeks is begonnen. Vorige week plaste hij tegen de muur. Vanuit de kattenbak, dat dan weer wel. Ik dacht toen nog: misschien probeert hij iets op te schrijven, maar ik kon er niks van maken. Ik vind het trouwens niet echt grappig of zo, nu ik het zo teruglees.

3
'Weet je wat dinges van verderop in de straat gisteravond zei', zei mijn vader. 'Nee wat zei die', zei ik. 'Of ze er niet beter maar gewoon de stekker uit konden trekken', zei mijn vader. 'Jezus, wat zei je terug!', zei ik. 'Ja, dat weet ik niet meer', zei mijn vader.

10 juni 2007

(niet grappig /3)

Wat mij dus opviel de afgelopen weken: het leed van anderen is zeldzaam troostrijk. Dus hoewel het natuurlijk vreselijk is om alsmaar op de intensive care rond te hangen, is het tegelijkertijd helemaal niet vreselijk om alsmaar op de intensive care rond te hangen. Het is eigenlijk zelfs fijner om alsmaar op de intensive care rond te hangen dan om ergens anders te zijn. Vorige week achtervolgde ik een huilende familie, helemaal naar buiten. Omdat het zo fijn was om andere ellende te zien. Ik moest er zelfs een klein beetje van huilen achter mijn zonnebril. Dingen van anderen zijn altijd makkelijker om over te huilen.

Nu mijn moeder al meer dan vier weken op de IC ligt, zijn wij een soort van veteranen. Wij schrikken niet meer van alarmpjes die ineens afgaan ...
[Nou goed, dat is dus niet helemaal waar, want op de een of andere manier gaat er al-tijd een alarm af bij mijn moeder als ik naast het bed kom staan, of me voorover buig. En elke keer staat mijn hart dan even stil. Het verschil met voor de veteranentijd is dat ik niet meer hysterisch verpleegkundigen aan de arm meesleur richting mijn moeders bed. Ik verstar nonchalant op de plaats, doe een schietgebedje en wacht tot iemand en passant een knopje indrukt en weer wegloopt.]
... we kunnen thuis de verschillende soorten ic-piepjes nadoen, en we maken grapjes. Over de twee dokters die misschien wel broertjes zijn, over de verpleger met de flaporen, en over de seniore mannen met anderhalf been (per man) die je in het hele ziekenhuis tegenkomt. Ik heb ongeveer twee weken geen grapjes gemaakt, en dat is best lang voor mij. 'Jij bent echt heel erg in de war jacq', zei vriendin 1 een keertje peinzend. 'Jij bent echt heel erg in de war.' Ik denk dus dat ze dat zei omdat ik nergens maar dan ook echt nergens een grapje over maakte. Meestal hou ik het niet lang vol, geen grapjes maken. Maar nu heb ik het dus twee weken volgehouden.

Mijn moeder ligt 'stabiel' te zijn. Dat klinkt mooier dan het is. Het betekent dat de kans dat je midden in de nacht wordt gebeld om direct maar te komen, iets minder groot is. Ze is verder weg dan eerst, ze reageert op niks, en iedereen fronst daarover diepe fronsen. Maar sinds een week adem ik weer uit.