jacq kan niet goed met kou
[Deze hadden jullie nog van mij te goed, van waaaay back before de down under sitation.]
Elke keer als er een verwarmingsmonteur langskomt voor een onschuldige jaarlijkse controle, dan gaat een paar dagen daarna mijn kachel kapot. Is dat toeval? Is dat noodlot? Is dat omdat de verwarmingsmonteurs waarmee ik te maken heb, slechts de ééndaagse workshop 'Klussen met verwarmingsinstallaties' hebben gevolgd, en daarna direct op stage mochten? Of is het allemaal kwade opzet, zoals de meeste dingen in het leven?
Hoe dan ook: ik zat er maar mooi mee. Ik ben een warm persoon en ik kan niet goed met kou. Ik hing daarom direct aan de telefoon. En nadat ik zeven keren was doorverbonden, kwam de verlossing: ze zouden iemand sturen. En ze stuurden inderdaad iemand, want op een goed moment hoorde ik dwars door het dunne ijslaagje dat zich op mijn oren had gevormd, de deurbel. Eerst zag ik niemand. Ik keek de straat in. Een windvlaag trok mij over de knieeen. 'Hallooo', zei een iel stemmetje beneden mij. Ik keek naar beneden. Vlak voor mij stond een overduidelijk Vietnamees mannetje, met een overduidelijk verwarmingsmonteurskoffertje in zijn hand. 'U had een verwarmingsprobleem?', zei het mannetje. In zijn stem klonk een klein beetje hoop dat het verwarmingsprobleem zichzelf inmiddels had opgelost. 'Inderdaad heb ik een verwarmingsprobleem', zei ik. 'Komt u vooral binnen.'
Teleurgesteld maar gelaten betrad de verwarmingsmonteur mijn huis. Ik wees hem de weg naar de ketel. De verwarmingsmonteur tuurde omhoog, en vroeg om een laddertje. Ik bracht hem het laddertje. Daarna opende ik mijn mond om de monteur het verhaal van de kapotte kachel te vertellen. Ik draai in principe mijn hand niet om voor een sappig verhaal, en verheugde mij op de wedervragen van de monteur, waarop ik vervolgens weer zou kunnen reageren met terzake doende details aangaande de situatie ter plaatse. 'Op een avond...', begon ik. En toen besefte ik dat er helemaal geen sappig verhaal in mijn kapotte verwarming zat. 'Nou ja, hij deed het ineens niet meer', zei ik mat.
'Aha', zei de verwarmingsmonteur beleefd. Hij legde zijn oor tegen de verwarmingsketel, alsof die hem zijn probleem zelf zou toefluisteren. Toen trok hij zijn hoofd terug, en kneep één oog dicht. Ik op mijn beurt staarde naar de verwarmingsmonteur. En van alle gedachten die ik op dat moment had kunnen denken, dacht ik deze: zouden Vietnamese mensen thuis nu elke dag Vietnamese loempia's eten? En word je daar niet zat van op een gegeven moment? Nu ben je een racist, zei ik tegen mezelf, en ik sloop geschokt weg.
Direct daarop zei de verwarmingsketel boem. En daarna sloeg de verwarming aan. Ik rende terug naar de ketel. 'Is opgelost', zei de verwarmingsmonteur. Hij klom van het laddertje, en pakte zijn verwarmingsmonteurstas. 'Maar', zei ik. 'Jaja, is allemaal opgelost', zei de verwarmingsmonteur met een trots die zo verschrikkelijk misplaatst was dat het eigenlijk ook weer heel lief was. En ik wou iets scherps zeggen, omdat ik daar in principe mijn hand niet voor omdraai. Maar toen dacht ik aan de ééndaagse workshop. En daarna aan de loempia's. En ik dacht: hou nou maar eens een keertje gewoon je mond, jacq. Dus dat deed ik.