stukjes jacq

30 januari 2007

de kont van de hond

'Zullen we anders een klein stukje gaan wa...', zei ik.
En toen stond de hond al bij de voordeur, met zijn riem in zijn mond.
'Ja, hoo, wacht even', zei ik.
De staart van de hond stokte.

Want dat is altijd lullig zeggen he, tegen zo een hond. Maar zelf ben ik het niet gewend om plannen ook direct uit te voeren. Of om ze uberhaupt uit te voeren. Het idee van een plan, en dan bijvoorbeeld in de verte - dat is fijn. En daarna komt er meestal van alles tussen.

'Oh... hond', zei ik.
De hond zei niets terug. Maar hij keek alsof hij zeggen wilde: 'Ik geloof voor de volle tweehonderd procent in jou, jacq' . En met die blik mixte hij voor de zekerheid nog een andere blik: die waarin hij acteerde dat hij as we spoke vele, vele liters plas aan het ophouden was, hetgeen hem ontzettend, maar dan ook ontzettend veel pijn deed. Ik kan slecht tegen pijn bij anderen, en zeker pijn door het ophouden van plas!! Ooit zat ik in een streekbus en ik moest zo nodig dat ik uiteindelijk op het chauffeurstoilet in Balkbrug mocht. Volgens mij was ik het gesprek van de dag. Oke, Balkbrug. Maar dan nog.

Ik sprong van de bank, ik greep mijn pet, ik zette mijn zonnebril op, ik schuifelde op de tast door de gang, en ik zette mijn zonnebril weer af.

'Hebben we de sleutel', zei ik.
De hond keek me intelligent aan op een domme manier.
'Jep, we hebben de sleutel', zei ik.
'Hebben we de sleutel', zei ik.
De hond keek verlegen langs me heen, zoals je wel vaker doet bij mensen die niet sporen.
'Jep, we hebben de sleutel', zei ik.
'Jep! We. Hebben. De. Sleutel.', zei ik en ik hield hem voor de hond omhoog.
(Ik ben echt heel slecht met sleutels, vandaar dat ik dit soort dingen moet doen. Maar dat wist de hond natuurlijk niet.)

'Waarheen ga je met de hond', had ik van tevoren gevraagd.
'Je loopt het tuinpad af en dan ga je links', hadden ze gezegd.
'Niet rechts dus?', had ik gezegd.
'Nee, alleen links, dat doen we altijd', hadden ze gezegd.

De hond trok aan de lijn.
We liepen het tuinpad af.
Ik dacht: hier dadelijk dus naar links.
Maar de hond sloeg zonder aarzelen rechtsaf.
'Ehm... nee', zei ik.
Maar de hond bleef rechts.
'We gaan hier toch links', zei ik.
De hond rolde met zijn ogen.
Ik raakte verward.
'We gaan hier toch links', zei ik.
De hond knipperde geduldig met zijn ogen.
Dat was om aan te geven dat zijn geduld een beetje opraakte.
'Kom op hond', zei ik.
En ik gaf een links rukje aan de riem.
Maar de hond bleef staan.
En zijn blik was zuiver rechts.
'Vooruit dan maar', zei ik.
En wij gingen rechts.
En in mij was verwarring.
En ik zocht de sleutel.
Want bij verwarring is het fijn om je sleutel vast te houden.
En ik rende achter de kont van de hond.
En soms draaide de hond zich naar mij om.
En alles aan hem glimlachte.

28 januari 2007

de lap van jacq

Een hond, dat is dus weer iets heel anders dan een kat.

'Kom maar dan' , zei ik tegen de hond die me al een tijdlang vanaf de andere kant van de kamer met zijn ogen had proberen over te halen om precies deze drie woorden te zeggen. De intensiteit van de blik van de hond was tamelijk ondraaglijk geworden. Bij vlagen ook voor hemzelf; zo nu en dan had de hond zijn kop op zijn poten gelegd en naar de grond gestaard. Dan had hij gezucht, zoals ik vroeger zuchtte op mijn blauwe tienerkamer, terwijl ik naar de beeltenis van Robert Smith staarde. Aan de andere muur hing toen overigens nog een ABBA-poster, maar die mocht er niet af omdat ik hem van mijn ouders had gekregen en de poster een dure poster was geweest. Ik had inderdaad veel, heel veel reden tot zuchten. En die lippenstift van Robert, die zat me ook niet lekker.

'Kom maar dan', zei ik tegen de hond. En toen ik bij 'dan' was aangekomen, zat hij al op mijn schoot. Want een hond, dat is dus weer iets heel anders dan een kat.

20 januari 2007

de neus van jacq

Nou, de ozonlaag is hier een beetje ... nou ja geen idee eigenlijk hoe het zit, maar oh men, ik was dus een beetje verbrand geraakt zeg. En daarna droogde alles uit, en toen hingen mij de vellen aan de neus. Daarna vielen de vellen eraf. En daarna verbrandde ik opnieuw. Iets met de ozonlaag of zo.

Ik vond in mijn toilettas een geneeskrachtige creme, die ik niet had verwacht daar aan te treffen. Ik weet niet goed wat mij bezield heeft bij het inpakken van mijn koffer. Zo heb ik maar drie shirtjes bij me, maar wel vier paar dikke sokken. En er zitten snoertjes in waarvan ik niet snap waar ik ze in zou moeten pluggen. Elke avond was ik noodgedwongen mijn onderbroekje uit, om de volgende dag weer schoon te kunnen beginnen. Maar ik heb dus wel een geneeskrachtige creme bij me waarvan ik niet wist dat ik die bezat.

Ik smeerde de geneeskrachtige creme op mijn neus. Direct popte in mijn hoofd het beeld op van nijvere mannetjes in uniformpjes die in een nette rij kwamen aan marcheren en daarna heel vakkundig en zachtjes mijn neus inwreven met de geneeskrachtige creme. Dat kan niet anders dan de verderfelijke invloed van tandpastareclames zijn. Maar ergens was het ook wel weer heel troostrijk. Op mijn neus zijn mannetjes aan het werk, dat was de gedachte waarmee ik in een droomloze slaap viel, terwijl boven mij de plafondventilator zachtjes zoemde.

09 januari 2007

jacq zegt: no worries

Nou, en toen zat ik dus in de gevangenis in Kuala Lumpur, maar gelukkig hebben ze daar draadloos internet en mag ik allllles opschrijven wat ik maar wil! Het zijn echt wel toffe gasten hierzo!

Alle gekheid op een stokje lieve mensen: zelf was het me geheel ontschoten dat ik in mijn valiesje een stuk of zes lunchreepjes met noten, zaden en hennep (HENNEP! DROKS! Ik zeg: Bangkok-Hilton, met een prachtige Nicole Kidman, van toen ze nog een bos rooie krullen had!) had gestopt. Dus toen in Indonesie het alarm drie keer afging, en een klein griezelig douanemannetje mij met toegeknepen ogen isoleerde van de rest van de passagiers, vond ik dat wel een verzetje, sort of. Als je zoveel uren gevlogen hebt, dan snak je naar dingen die je wakker houden, en veel grenzen heb je daar dan niet meer in. En toen hij een haast onmerkbaar knikje gaf aan een vrouw in net zo'n uniform, was ik er geheel klaar voor om eens lekker te worden gefouilleerd. Zo gezegd, zo gedaan. Het was inderdaad niet onplezierig, en het bleek mijn broekriem. Ik mocht wel gaan.

One down, one to go. Hoewel ik daar op dat moment geen besef van had. Want bij mijn aankomst in Australie schudde ik drie keer vastbesloten mijn hoofd toen ze me drie keer indringend vroegen of ik echt echt ECHT geen etenswaren met noten en zaden bij me had, omdat anders het hele eiland zou ontploffen ivm vogelgriep, gekke koeienziekte en andere via het vliegtuig ingevoerde ziektes. Noten? Zaden? No worries, mate. Soms ben ik toch zo blij met mijn geheugen dat ontbreekt. En dat de speurhonden net een middag vrij hadden.

Nu zit ik dus hier, ik ben verbrand, ik ben verveld, en een hond ligt op mijn voeten. Hij slaapt, en soms blaft hij. Het is een hond die nooit blaft, behalve in zijn slaap. Hij doet me een beetje aan Boris V. denken, die in zijn slaap soms op het aanrecht klimt en valse opmerkingen maakt naar andere katten.