de vertraging van jacq
Absolutely nothing on the hand. Ik had een perfecte aansluiting in Kuala Lumpur. Slechts anderhalf uur zat er tussen mijn aankomst daar en het vertrek naar Amsterdam. Alles ging goed. Gate vinden ging goed. Boarden ging goed. Zitten ging goed. Alleen het opstijgen, dat ging dus niet goed.
De gezagvoerder had zich al een paar keer via de intercom gemeld, op die gezellig-superieure toon die gezagvoerders nu eenmaal hebben. Eerst met geklets over de aanstaande vlucht. Toen over iets pietepeuterigs met een bagageluik dat niet dicht wilde. Maar dat zou met twintig minuten zijn opgelost. Nou oké, dertig minuten. Oké, een uur.
Ik kreeg iets lacherigs over me, maar ik was te moe om dat concept verder uit te werken. Bovendien keken de mensen om mij heen zorgelijk, of uitgesproken slaperig. 'Ja maar ik baal hier dus vreselijk van', zei een balende vrouw die eruit zag of ze haar leven toch al balend doorbracht. 'Ja, dat begrijp ik mevrouw, en wij balen er allemaal van', zei de stewardess sussend, omdat haar dat nu eenmaal is geleerd tijdens de stewardessencursus. 'Ik moet gewoon naar huis!!!', riep de balende vrouw. 'Dat snap ik, en wij willen natuurlijk allemaal graag naar huis', zei de stewardess vriendelijk, terwijl ze een pistool tegen de slaap van de balende vrouw zette en de trekker overhaalde. Want een stewardess is ook maar een mens.
Mijn Vlaamse buurman was gaan rondlopen doorheen het vliegtuig. Bij een van de nooduitgangen kwam ik hem tegen. In de deuropening waaide een klamme Maleisische wind. Mannen in uniform stonden te roken. Ik meende dat ik de gezagsvoerder herkende, hoewel ik natuurlijk alleen nog maar zijn stem had gehoord. Maar het leek me wel weer typisch pilotengedrag om tijdens een crisis casual tegen een nooddeur een sigaretje te gaan staan roken. En toen de man ook nog eens 'Hou toch je kop!' riep tegen een zeurende passagier, was ik er helemaal over uit. Eigenlijk moet ik nu een stukje gaan lonken, dacht ik. Een piloot is voorwaar geen slechte catch. Veel van huis, hippe pilotenbril. Maar ik was te moe om dat concept verder uit te werken.
'Zelfs de gezagvoerder heeft het nu opgegeven', zei ik met een knikje naar het uniform. 'Amai, neen, dat is op zeker een stjoew-wart!', zei mijn Vlaamse buurman. 'Amai, natuurlijk!', zei ik beschaamd en ik dacht: dat zijn voorwaar geen verkeerde jasjes die de stewards tegenwoordig aan mogen, zeg! Met glimmende knopen en alles. En blijkbaar hoeven ze ook niet naar de stewardessenopleiding voor hoe je omgaat met lastige passagiers. Of misschien was de betreffende steward er eentje van een latere lichting waarbij het er vooral om ging je competenties bij elkaar te fantaseren en dan maar te zien waar het vliegtuig strandde.
'Goedenavond mensen', zei de gezagvoerder door de intercom.
Zijn stem klonk serieus, maar dat kon een trucje zijn.
'Deze vlucht wordt gecancelled', zei de gezagvoerder.
Oh, er komt gewoon een nieuwe vlucht, dacht ik.
Nothing on the hand.
'En de volgende vlucht... ', zei de gezagvoerder.
'Is over 25 uur.'
Nee, dacht ik.
Nee hoor.
Nee.
En in mij voelde ik heel sterk dat dit het moment was waarop ik in paniek zou kunnen raken. En daarna dan in stukjes uit elkaar zou vallen.
(Maar ik was eerlijk gezegd te moe om dat concept verder uit te werken.)