stukjes jacq

29 december 2006

jacq is gevlogen

Nadat het vliegtuig was opgestegen en ik bij de lange brief van vriendin 1 beurtelings in lachen en huilen was uitgebarsten, werd het saai. Zo saai dat de tranen mij opnieuw in de ogen sprongen, maar dan van verveling. Helemaal naar het andere eind van de wereld vliegen klinkt opwindend, maar in werkelijkheid is het natuurlijk boring as hell.

Aan de andere kant: de onverdraaglijke saaiheid van de vlucht contrasteerde wel weer heel mooi met de negentien paniekaanvallen van vriendin 1 en mij op Schiphol. We hadden het allemaal helemaal voor elkaar gehad zodat er eigenlijk niks mis kon gaan. En daarna ging dus alles mis. Maar dan ook alles. Het was feitelijk een wonder dat ik nu in het vliegtuig zat. Maar ik zat er.

En terwijl ik nog maar eens gaapte, wist ik niet dat mij zowel op de tussenstop als op het eindpunt van mijn reis een gevangenisstraf (Of Erger) boven het hoofd hing.

Anders had ik waarschijnlijk niet gegaapt.
Zalig zijn de onwetenden van geest.

22 december 2006

de eenzame kerst van boris v.

Het is altijd lastig om het moment te kiezen als je weet dat er een moment moet komen. Elke keer kwam er wat tussen. Een telefoontje, een kapotte kachel, Grey's Anatomy, of gewoon mijn eigen gedachten over hoe ik het op zo'n manier zou brengen dat het allemaal een beetje hanteerbaar zou blijven. Toch wist ik dat ik een moment moest kiezen. Alleen in de taal dienen momenten zich aan. In het echte leven moet je ze gewoon zelf eh kiezen dus.

Ik schraapte mijn keel.

'Zeg Boris V.', zei ik.
'Wassuuup!!', zei Boris V.
Altijd in voor een lolletje.
Mijn hart brak (of zoiets).
'Boris V., ik ga op reis', zei ik.
'Weer naar Staphorst?', vroeg Boris V.

Ik dacht aan mijn auto, die langzaam uit elkaar valt. Daarna dacht ik aan mijn geloof in de autoverkopende medemens in het algemeen en mijn geloof in de autoverkopende medemens in Staphorst in het bijzonder. Laat ik jullie er dit van zeggen maar dat is een ander onderwerp.

'Niet naar Staphorst', zei ik verbeten.
'Waar dan naartoe', vroeg Boris V.
'Ik ga op reis naar het andere eind van de wereld', zei ik.
'Is dat verder dan die ene weg met al die auto's', vroeg Boris V.
'Ja, dat is meer dan honderd wegen hiervandaan' zei ik.
'Oh fuk', zei Boris V.
'Ja', zei ik.
'En wat gebeurt er dan met mij', zei Boris V. zacht.

Mijn hart brak nog een keer.

'Jij gaat naar het asiel', zei ik.
'Haha, geintje!', riep ik.
'Jij gaat fijn een stukje logeren!', riep ik.
'Ga ik weer naar opa en oma water?', vroeg Boris V.
'Nee, daar ga je deze keer niet naartoe', zei ik.
'Ik hoef toch niet naar jouw lievelingsoom h. die katten haat', vroeg Boris V. benauwd.
'Nee, daar hoef je niet naartoe', zei ik.
'En hij haat je niet, hij is alleen heel bang voor jou', zei ik.
'Oh ja, hihi!', zei Boris V., en hij likte gevleid zijn lippen af.
'Moet ik dan naar vriendin een', vroeg Boris V. terwijl hij alvast in een negatieve vriendin een-spiraal raakte.
'Nee, lieverd, je hoeft ook niet naar vriendin een', zei ik.
'Maar waar moet ik dan naartoe', zei Boris V.

Ik was even stil.
Boris V. was ook even stil.
Toen draaide hij zich naar mij toe.
'Ik weet al naar wie ik moet', zei Boris V. zacht.
'Naar wie dan', zei ik net zo zacht.
'Ik moet naar die man met die zware stem', zei Boris V.
'Dat heb je goed geraden', zei ik.
'Maar ik ben een beetje bang voor de man met de zware stem', zei Boris V.
'Hoezo dan', zei ik.
'Hij heeft zo'n zware stem', zei Boris V.

Ik schraapte mijn keel.
En toen vertelde ik waarom de man met de zware stem de beste keus was.

'Dus hij is iemand die zalm in huis heeft', vroeg Boris V.
'Vrijwel elke dag', zei ik.
'En dus hij moet ook altijd om mij lachen?', vroeg Boris V.
'Ja, zelfs als je niks doet', zei ik.
'Ik hou ervan als mensen om me lachen', zei Boris V.
'Het is niet uitlachen he', zei ik.
'Nee, het is gewoon lachen he', zei Boris V.
'Ja, het is gewoon lachen, omdat je zo lief bent', zei ik.

En ik dacht: wat heb ik daar eigenlijk te zoeken, aan het andere eind van de wereld? Waarom blijf ik niet hier, met Boris V. op mijn schoot. Even vloog het me naar de keel.

'Krijg ik tranquillizers voor in de auto', zei Boris V. zakelijk.
'Zoveel als je maar wilt, amigo', zei ik.

21 december 2006

doe nog es een cliffhanger, jacq

Ik liet de Vietnamese verwarmingsmonteur binnen en ik zette hem direct in de ijskast. Ik haal hem er later weer uit hoor, want uiteindelijk haal ik mensen er altijd weer uit. Maar het kan even duren. Er staat hier namelijk van alles te gebeuren. Dus hallo er zijn belangrijker stukjes te schrijven.

Noem eens wat jacq.
Nou zoals bijvoorbeeld.
Morgenochtend hier:

* de eenzame kerst van Boris V. *

17 december 2006

de warmte van jacq

Elke keer als er een verwarmingsmonteur komt voor een onschuldige controle, dan gaat een paar dagen daarna mijn kachel kapot. Is dat toeval? Is dat noodlot? Is dat omdat de verwarmingsmonteurs waarmee ik te maken heb slechts een eendaagse workshop 'klussen met verwarmingsinstallaties' hebben gevolgd, en daarna direct op stage mochten? Of is het allemaal kwade opzet, zoals de meeste dingen in het leven?

Hoe dan ook: ik zat er maar mooi mee. Ik ben een warm persoon en ik kan niet goed met kou. Lage temperaturen reageer ik meestal af op andere mensen. En als die niet in de buurt zijn, dan pak ik de dieren. Ik keek Boris V. met een schuin oog aan, nam een aanloopje en bedacht nog net op tijd: nee, laat ik nu gewoon eens de luitjes van de verwarmingsdinges bellen. Dus dat deed ik. En ze zouden iemand sturen. En ze stuurden inderdaad iemand, want op een goed moment hoorde ik dwars door het dunne ijslaagje dat zich op mijn oren had gevormd, de deurbel.

Eerst zag ik niemand. Ik keek de straat in. Een windvlaag trok over mijn knieeen. 'Halloo', zei een iel stemmetje beneden mij. Ik keek naar beneden. Vlak voor mij stond een overduidelijk Vietnamees mannetje, met overduidelijk een verwarmingsmonteurenkoffer in zijn hand. 'U had een verwarmingsprobleem?', zei het mannetje. In zijn stem klonk een klein beetje hoop dat het verwarmingsprobleem zichzelf inmiddels had opgelost. 'Inderdaad', zei ik. 'Komt u vooral binnen.'

10 december 2006

oké, touché, zei boris v.

De man van vriendin één gaat voor een of andere wazige champagnecursus een paar dagen naar een pittoreske locatie aan zee.

'Kom jij dan bij mij logeren', vroeg vriendin één lief.
'Hoezo dan', zei ik.
'Omdat ik dan alleeeeeeen ben!', riep vriendin één hysterisch.
'Ik vind dat je moet leren om alleen te slapen', zei ik streng (maar rechtvaardig).
'Ik zet het op mijn leerdoelenlijstje voor 2007 kee', zei vriendin één.
'Okidoki', zei ik.
'He, gezellig dat je komt', zei vriendin één.
'Ja, gezellig dat ik kom', zei ik.

Maar ik fronste mijn spreekwoordelijke wenkbrauwen. Niet dat ik geen wenkbrauwen heb, maar ik deed het dus binnen in mijn hoofd. Want de vorige keer dat ik bij vriendin één logeerde (omdat haar man voor een of ander wazig cognaccongres in frankrijk zat, uhuh uhuh), gingen we eerst gezellig koken, daarna gezellig eten, daarna gezellig een stukje zingen en toen kregen we na drie minuten Een Werkelijk Vreselijke Ruzie. De ruzie was zo erg dat we na enig gekijf met de rug naar elkaar toe gingen zitten terwijl de karaokeversie van You've got a friend op de achtergrond gewoon doorspeelde.

Dat maakte de situatie natuurlijk extra schrijnend.

Na tien minuten rugzwijgen ging ik noodgedwongen een sigaret op het balkon roken. En dat terwijl ik er net weer af was! Oke, dat laatste is dan niet waar, maar het maakt de situatie wel extra schrijnend. Daarna was de ruzie al snel weer over en kregen we de slappe lach, maar als ik dat allemaal opschrijf dan maak ik de situatie weer minder schrijnend dus dat laat ik even zitten.

Nou, dat was dus de vorige keer.
En nu ging ik dus nog een keer.

'Dus, Boris V., amigo', zei ik.
'Vanavond kom ik niet thuis slapen.'
'Wooooooooot!', riep Boris V. verslagen.
'Dinges durft niet alleen te slapen', zei ik.
'Maar ik ooook niet!!!!!', riep Boris V.
'Yeah right', zei ik.
'Oké, touché', zei Boris V.

En hij gaapte verstolen, omdat het s-woord was gevallen.

03 december 2006

de theorieën van jacq

Ik trok het douchegordijn open. De kikker was weg. Mijn ogen schoten van links naar rechts en van boven naar onder. Maar de kikker was weg. Ik gilde. Ik gilde nog eens. Ik greep in de cups van mijn bh, alsof de kikker daar wel eens ingeklommen zou kunnen zijn. Maar hij zat er niet. De kikker zat niet in mijn bh. Waar kon hij dan zijn! Van de aardbodem verdwenen of zo?

Een gedachte kwam in mij op. Een kikker die er is, dat is erg, maar een kikker die kwijt is, dat is eigenlijk nog veel erger. De onbetwistbare waarheid van deze gedachte greep me bij de keel. Het was waarachtig een gedachte die je zo op een tegeltje zou kunnen zetten dat je dan vervolgens aan de wand kon hangen. Hoewel het misschien wat veel woorden waren voor op één tegel. En om nou de helft van de zin op de ene tegel te zetten en de andere helft op een andere, je weet niet hoe dat uitkomt op zo een wand. Bovendien: waar zet je de tegelkomma, so to speak? Oh ja, ik had een groot verlangen om hier in mijn hoofd nog lange, lange tijd op door te gaan. Met gesloten ogen leunde ik tegen de koele deur van mijn badkamer. Maar dwars door die prettige mist van het tegelvraagstuk was er een tandartsboor die in mijn schedel het woord kikker boorde. Automatisch bonkte ik even met mijn hoofd tegen de deur. En nog een keer. Het was een fijn gevoel, zoals je dat wel vaker hebt met handelingen die je herhaalt. Maar het woord kikker zag ik nog steeds.

Ik rukte me los van de deur. Ik keek spiedend in het rond. Ik kneep mijn ogen half dicht, zodat ik niet de hele kikker ineens zou zien, maar langzaam zou wennen aan zijn verschijning, als je daar tenminste ooit echt aan zou kunnen wennen. Ik keek naar links. Ik keek naar rechts. Ik keek omhoog en ik keek nog eens links. En nog eens naar rechts. Maar de kikker, hij was er niet.

Nadat ik een dag niet had gedouched, kwam ik tot de volgende theorie. De kikker had zichzelf opgelost. De kikker was via een mij onbekend gat in de muur naar mijn alcoholische buurman vertrokken. De kikker was via een mij onbekend gat in de andere muur naar mijn extreem vrolijke buurmeisje vertrokken. De kikker had eigenlijk niet eens bestaan, behalve in mijn verbeelding. Ja, dat waren eigenlijk vier theorieen, maar er zijn situaties waarin je eigenlijk nooit genoeg theorieen kunt hebben. De theorieen waren de enige manier om ooit in mijn leven nog eens mijn haren te kunnen wassen. En op een bepaald moment moet je gewoon pragmatisch zijn.