stukjes jacq

29 oktober 2006

jacq kleedt zich uit

Eerst was het zomertijd. En nu is het weer wintertijd.

Maar ja, daar heb ik dus al eens een paar doorwrochte stukjes over geschreven, waar heel veel mensen veel aan gehad hebben en waar nog steeds ontzettend veel uit geciteerd wordt, op seminars en congressen bijvoorbeeld. En het is echt een teken van zwakte als je zo een onderwerp dan nog eens dunnetjes overdoet. Ik zou het zo kunnen hoor. Iets met ehm een klok, en dan bijvoorbeeld vanuit het perspectief van nou ja de klok zelf. Ik roep maar wat. Ongetwijfeld stof voor wederom jaren discussie onder geleerde mensen. Maar het zou toch een zwaktebod zijn en het zou me niet lekker zitten.

Dus ik zat met niks.
Ik tijpte een a en ik dacht: nee.
Ik tijpte een b en ik dacht nee.
Welke letter ik ook tijpte, steeds dacht ik: nee.
En toen dacht ik: ik ga eerst maar eens even een stukje douchen.
Ik zette de kraan vast aan.
Ik kleedde me uit.
Ik trok het douchegordijn weg.
En toen zat daar een werkelijk enorme kikker.

En toen dacht ik: thank god, ik heb nog nooit over kikkers geschreven!
En die gedachte kwam net een fractie van een seconde eerder dan mijn ijselijke gil, die vier huizen verder nog te horen was.

Want zo is het leven van een weblogger.

26 oktober 2006

jacq moet gewoon genavigeerd

Het was ontzettend lang geleden dat we het gedaan hadden maar eindelijk zouden we dan weer eens gaan doen: bij vriendin twee gaan eten. En wij moesten de boodschappen doen.

'Hoezo moeten wij de boodschappen doen dan', zei ik tegen vriendin een.
'Ja, weet ik veel, of wij de boodschappen wilden doen', zei vriendin een.
'Dat slaat toch helemaal nergens op als je bij iemand gaat eten', zei ik.
'Nee dat is echt gewoon te belachelijk voor woorden', zei vriendin een.
'Dan doen we het toch gewoon niet', zei ik.
'Ehm ... het kan ook nog zijn dat ik het zelf had voorgesteld', zei vriendin een.
'Ja nee, dan hebben we geen poot om op te staan', zei ik.

Aldus deden vriendin een en ik de boodschappen. Eerst was het niet zo gezellig. Ik had geschreeuwd tegen vriendin een. 'Ja, hier links', had vriendin een gezegd, toen ik al bijna voorbij het punt van links afslaan was. 'JESIS kun je dat niet eerder zeggen!!!!!', schreeuwde ik, terwijl ik een kruisje sloeg en een driedubbelovergehaalde zwiep aan het stuur gaf. Maar vriendin een vond dat we hier al honderddertig keer waren geweest en dat het me daarom onderhand wel enigszins bekend had moeten voorkomen. Ik vond op mijn beurt dat vriendin een mij desalniettemin had moeten navigeren, aangezien dat de taak van een bijrijder is want anders kun je net zo goed geen bijrijder hebben. Vriendin een vond op haar beurt dat ik degene was die reed en dat ik dus maar fijn mijzelf moest navigeren. Ik vond op mijn beurt dat iedereen wist dat ik niet kon navigeren vanwege een of ander defect in mijn hoofd. Zij vond op haar beurt dat ik de vorige keer toen we naar de brievenbus waren gereden zodat zij een brief op de bus kon doen, ook al had geschreeuwd. Ik vond op mijn beurt dat ze ook toen bij het gebeuren met de brievenbus te laat had genavigeerd. Zij vond op haar beurt dat ze ook toen bij het gebeuren met de brievenbus de verkeerssituatie van tevoren al drie keer had uitgelegd. Ik vind op mijn beurt: van tevoren dingen uitleggen, daar heb je niet veel aan. Navigeren komt immers aan op het goede moment. En een brief met de auto op de bus doen, hoe snobistisch kun je zijn zeg. Zeg ik dan op mijn beurt.

Enfin, aldus deden vriendin een en ik de boodschappen. Het werd al snel best gezellig, zeker nadat ik min of meer op mijn knieeen mijn excuses had aangeboden aan vriendin een.

'Vooruit dan maar', zei vriendin een goedgunstig.
'Zou ze wel uien hebben', vroeg ik.
'Uien heeft toch iedereen?', zei vriendin een.
'Maar dat ze weer van die ouwe heeft?', zei ik.
'Ik bel wel even', zei vriendin een.
'Heb je uien', zei vriendin een tegen vriendin twee aan de telefoon.
Vriendin twee zei wat terug.
'Ze heeft redelijk nieuwe', zei vriendin een tegen mij.
'Hoe redelijk nieuw', zei ik.
'Van wanneer zijn ze', zei vriendin een tegen vriendin twee aan de telefoon.
Vriendin twee zei wat terug.
'Gewoon redelijk nieuw', zei vriendin een tegen mij.
'Akkoord', zei ik.
'Vooruit dan maar', zei vriendin een tegen vriendin twee aan de telefoon.
Vriendin twee zei wat terug.
'Oh oke, is goed, doei', zei vriendin een tegen vriendin twee aan de telefoon.
Ze stopte haar telefoon terug in haar tas.
'Of we ook nog even sigaretten voor haar mee willen nemen', zei vriendin een tegen mij.
'Het moet niet gekker worden', zei ik.
'Nee, het moet inderdaad niet gekker worden', zei vriendin twee.

Maar goed, het werd ook niet gekker of zo.
Slap einde.

23 oktober 2006

de paniek van jacq

'Als je het echt niet meer weet, kun je het altijd nog over mij hebben', zei de spin terwijl hij zich met trage bewegingen door zijn web logde. Toch zat er iets trefzekers in en dat is juist wat ik haat bij spinnen. Dat ze dus precies weten waar ze mee bezig zijn en waar het toe moet leiden.

Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar de spin en ik zuchtte.
De spin keek terug, zonder met de ogen te knipperen.
Ik zuchtte nog eens en ik wendde me af.

'Het is natuurlijk maar een ideetje', zei de spin op quasi-verontschuldigende toon en met van die sorry-sorry-bewegingen waardoor zijn web even deinde. Dat haat ik ook. Dat komt gewoon enorm dwingend over, op zo een heel relaxte manier. Die dan dus juist extra dwingend overkomt. Er was geen haar op mijn hoofd die erover dacht een stukje over de spin te schrijven. Ik wilde de spin niet eens zien, laat staan dat ik over hem zou willen schrijven, omdat hij dan pas echt zou bestaan.

Ik blies wat sigarettenrook uit en niet geheel toevallig in de richting van de spin en zijn web. Het web ging even in rook op, maar was er daarna al snel weer. Ik zag geen tekenen van hoest bij de spin. Hoeveel sigarettenrook moet je tegen een spin aan blazen voordat hij overlijdt aan kanker, dacht ik, en ik vond het een oneerbiedige gedachte. Direct daarna dacht ik de gedachte nog drie keer, en toen vond ik het ineens heel normaal om zoiets te denken. Welke keuzes heb je als je te bedeesd bent om een spin met de hand uit te roeien?

Ik kreeg een nieuwe gedachte waar ik heel blij van werd.

'Het is haast winter', zei ik.
'Oh, ik ben hier nog wel even', zei de spin.
'Maar dalijk met die nachtvorst', wierp ik tegen.
'Ik ben hier nog wel even', zei de spin.

En in zijn stem was een serene rust waarvan ik heel erg in paniek raakte.

19 oktober 2006

de niesbui van boris v.

Zojuist kreeg Boris V. een niesbui waar we allebei even stil van waren.
'Voel je je ook slapjes in de kniejen en zo', vroeg ik bezorgd.
'Neuh dat niet', zei Boris V.
'Het heerst verder wel, de griep', zei ik.
'Ik denk eerder dat ik ergens allergisch voor ben of zo', zei Boris V.
'Voor wat dan denk je', zei ik.
'Nou ja, huisstof of zo, hatsjoe', zei Boris V.
Hij ging met zijn wijsvinger over een plint.
Hij stak de wijsvinger omhoog.
En hij keek mij strak aan.

Enfin, ik zoek dus per direct een schoonmaakster.
Het hoeft niet per se een inwonend iemand te zijn die dan als de een of andere superbitch ons hele leven overneemt of zo, maar we staan er in principe wel voor open!

16 oktober 2006

de kat van de achterbuurman

De deurbel was gegaan.
Boris V. was achteruitkruipend de trap opgeklommen.
Ik keek achter het rolgordijn langs.
Het was de nare buurman.

Toen hij mij zag, boog hij zich naar het raam.
'Mag ik even wat vragen', hoorde ik hem gedempt door het raam heen.
'Een moment', zei ik.
En ik trok mijn hoofd achter het rolgordijn vandaan.
En ik trok als een konijntje mijn neus op.
Maar dat zag dus verder niemand.

Ik trok de deur open.
'Ja sorry dat ik stoor', zei de nare buurman.
'Maar ik ben dus mijn kat kwijt.'
'Oh?', zei ik.

Want ik wist niet dat de nare buurman een kat had.
Ik wist alleen van de hond.
De hond die blij had geblaft.
En daarna had moeten huilen.
En die de volgende dag weer blij had geblaft.
Omdat honden gewoon nogal dom zijn.
En elke dag zien als een nieuwe kans.
Soms wou ik dat ik een hond was.

'En ik denk dat mijn kat misschien wel bij jou in de schuur zit.'
'Oh', zei ik.
'Zou je misschien wel even willen kijken?', zei de nare buurman nederig.
Mag ik dan misschien uw ladder lenen?, dacht ik in mijn hoofd.
Maar ik zei: 'Natuurlijk kijk ik even.'
Want ik ben groter dan dat.
'Oh heel erg bedankt', zei de nare buurman.
Hij probeerde een glimlach.
Maar zijn karakter was er niet op ingesteld.
Dus het zag eruit alsof hij een veel te zware zak kattenbakkorrels optilde.
En hij liep weg van mijn voordeur, terug naar zijn eigen huis.

Ik keek in mijn schuur maar ik zag er niets.

'Poekie, Poekie', hoorde ik de nare buurman schor roepen.
Ik denk schor van het roken van zware shag hoor, niet van emotie.
Ik heb geen zin aan emotie bij de nare buurman.
En misschien wou hij de kat met kerst opeten of zo.
Dus dat hij hem daarom zo graag wou terugvinden.
Ik heb er geen andere verklaring voor.
En in het struikgewas ritselde iets.
En het was dus niet Boris V.
Want die zat gewoon binnen.

'Run Poekie, run', fluisterde ik.
Want voor de blije hond was het te laat.
Maar voor katten zijn altijd nog nieuwe levens mogelijk.

11 oktober 2006

de voordeurbel van jacq

De reden dat ik de vorige twee stukjes over de nare achterbuurman schreef, is dat hij ineens weer in mijn leven verscheen. Vorige week, op de vroege ochtend, toen ik net mijn bed uit was, ging de voordeurbel ja haha, alsof ik een achterdeurbel heb! Mensen, kom op, dat doe je toch niet!

Ik dacht: wie belt er nu aan op dit uur van de dag!!!
Boris V. dacht: oh shit, ik word meegenomen en opgesloten!!!

Dat is namelijk altijd zijn reactie als de deurbel gaat. Het is niet dat hij ooit een meeneem- en opsluittrauma heeft beleefd in het echt, maar hij kijkt te veel televisie en weet dus dat de wereld slecht is. Dus dan gaat de deurbel, dan springt hij eerst een meter de lucht in en dan verdwijnt hij achteruitkruipend de trap op. Eigenlijk zou ik hetzelfde willen doen, maar ik ben een mens en mensen mogen hun instincten niet volgen. Mensen kunnen namelijk denken, dat onderscheidt hen van de dieren. Toen de voordeurbel ging, dacht ik dus het volgende: nou, laat ik eerst maar eens achter het rolgordijn langskijken want men ik zie er niet uit als ik net uit bed kom en straks is het een lekkere jonge jongen met kinderpostzegels of zo en dan kun je moeilijk zeggen: wacht hier even, ik doe wat mascara op, dan lijken mijn wimpers best nog wat.

Nou, dit stukje wordt niks vandaag.

Maar ik zeg jullie twee dingen. De achterbuurman. De voordeurbel. Je kunt het natuurlijk nooit zeker weten, maar ik denk dat die dingen wel wat met mekaar te maken hebben hoor.

09 oktober 2006

jacq en de hoopvolle hond

[vervolg op vorig stukje]

Ik belde aan bij de achterbuurman.
De achterbuurman deed open.
'Hoi, mag ik misschien uw ladder lenen', zei ik.
'Nee', zei de achterbuurman.
En hij smeet de deur dicht.

Ja, dan ben je dus een nare man. Met een levenshouding waar ik evenwel best jaloers op was. Dus ik gaf mijn achterbuurman het voordeel van de twijfel. Maar dat duurde niet lang. Een paar dagen later

Oh, tussen haakjes, ik was inmiddels al lang weer gewoon thuis, he. Na de grove afwijzing van mijn achterbuurman had ik huilend uit mijn beide ogen mijn vader gebeld. Mijn vader was zuchtend in zijn auto gestapt. Samen hadden we een tijdje met de handen in de zij naar mijn huis staan kijken. Dat was om op ideeen te komen. Ik heb zelf altijd sterk het idee dat overal een oplossing voor is, maar dat je er alleen nog even achter moet zien te komen welke oplossing precies. Ik denk dat dat de verderfelijke invloed van allerlei NET 5-series is of zo, waarin problemen altijd oplossingen kennen, zij het dan vaak met een omweg, veel onbegrip en reclame. Maar wel altijd binnen een uur. In het echte leven zijn de dingen altijd weer verbijsterend anders. Daar heb je soms wel acht problemen tegelijk, begrijpt iedereen precies wat je bedoelt maar komt er desondanks geen oplossing. Of je hebt ineens helemaal geen problemen en je verveelt je dus dood. Dat komt omdat er geen script is. Daarom is het leven een chaos.
Enfin, nadat mijn vader en ik zo'n tien minuten met de handen in de zij naar mijn huis hadden staan kijken, kwamen we op een idee dat volgens ons de oplossing was. Samen hadden we op ingenieuze wijze de sponningen van het raam van de achterdeur verwijderd en het raam iets opgetild, ik had mijn dunne polsje ertussen geschoven om bij de sleutel te kunnen en toen viel het raam in duizend stukken en konden we dus echt supermakkelijk naar binnen. Eind goed, al goed. Commercial break.

Like i said, een paar dagen later hoorde ik een hond hoopvol blaffen, en toen een vloek van een man die ergens tegenaan trapte en toen een hond die jankte. Tot dan toe waren al mijn achterbuurmannen in mijn hoofd een blur, want dat kan ik er allemaal niet bij hebben, dat ik ze ook nog eens uit mekaar moet zien te houden en zo. Maar toen ik de vloek van de man die ergens tegenaan trapte hoorde, wist ik direct om wie het ging: de nare achterbuurman. Die was dus niet alleen naar tegen mensen die een ladder nodig hadden, maar ook tegen honden die blij blaften. Ik wist niet wat ik erger vond. Of ja, ik wist het wel: de hond die blij blafte. In mijn hoofd had ik hem al geacopteerd, en knuffelde ik de hond elke dag. Mijn hoofd werkt heel snel in die dingen.

Maar in het echt zat ik stil op mijn tuinbankje en ik kon mij niet bewegen. Ik opende mijn mond om iets te schreeuwen. Maar in plaats daarvan inhaleerde ik mijn sigarettenrook totdat ik er duizelig van werd.

06 oktober 2006

de reservesleutel van jacq

Nu heb ik dus ook nog ergens een achterbuurman. Die woont ergens achter mij. Het is een nare man en dat weet ik dus zeker. Ten eerste wou ik ooit eens een ladder bij hem lenen omdat ik de deur achter me had dichtgegooid en mijn sleutels nog binnen lagen en mijn reservesleutelpersoon op vakantie was gegaan. Nadat ik eerst 750 keer 'OH NEE!' had geroepen, in elkaar was gezakt en een kleine huilbui had gekregen vanuit mijn linkeroog, zag ik vanuit mijn niet vertroebelde rechteroog ineens een ladder bij de achterbuurman in de tuin staan. Direct daarna vloog een gedachte mijn hoofd binnen. Mijn slaapkamerraam stond open! Nou, en dan ben ik dus zo iemand die heel snel 1 en 1 bij mekaar optelt, want zo iemand ben ik. Heel erg handig dus in crisissituaties.

Ik stond op en trok al mijn kleren weer aan.
Ik belde aan bij de achterbuurman.
De achterbuurman deed open.
'Hoi, mag ik misschien uw ladder lenen', zei ik.
'Nee', zei de achterbuurman.
En hij smeet de deur dicht.

Ja, dan ben je dus een nare man. Met een levenshouding waar ik evenwel best jaloers op was. Dus ik gaf mijn achterbuurman het voordeel van de twijfel. Maar dat duurde niet lang.

04 oktober 2006

jeugdherinneringen van boris v.

Dus ik vraag aan Boris V. of hij misschien nog jeugdherinneringen had die ik dan misschien kon opschrijven.
'Neuh', zei Boris V.

Dus dat was weer ff pech hebben.