stukjes jacq

30 augustus 2006

jacq & de afwezige badmeester

'Ou, wooweenaaieaan', zei de vriendin, toen we deinend aan de rand van het diepe lagen.
Ik trok mijn badmuts van mijn linkeroor.
'Nog eens', zei ik.
'Nou, ook een saaie baan', zei de vriendin, en ze wees naar de badmeester.

De badmeester en zijn vrouw (haha, nee, dat was gewoon een badjuffrouw, tenminste dat denk ik eigenlijk wel hoor. Aan de andere kant: het lijkt me ook wel weer typisch een baan waarbij je je vrouw zou kunnen meenemen. Stel, er zijn haast geen verdrinkingen, wat doe je dan zo'n hele dag), nu enfin de badmeester en zijn vrouw dus, die zaten samen gebogen over een stuk papier. Wat zou erop staan, dacht ik. Wat voor een soort papieren moet je nu als badmeester bestuderen tijdens het uitoefenen van je badmeesterschap. Misschien betrof het een overzichtsschema van het gehele bad. 'Hee, ik wist niet dat je hier ook naar buiten kon zwemmen', zou de badmeester verbaasd tegen zijn vrouw zeggen. 'En dat bubbelbad, waar is dat dan', zou de vrouw van de badmeester vragen, op zo een gezellige toon van vrouwen die met hun man mee naar het werk zijn gegaan. De badmeester zou zoekend om zich heen kijken. Echt, ik begreep niet waarom ze die vent in de first place hadden aangenomen! 'Als er nu iemand verzuipt, dan zien ze het niet eens', zei ik verontwaardigd. In mijn hoofd kon ik de badmeester al deemoedig zien staan op begrafenissen van klein grut. Als hij tenminste lef in zijn donder had.

Vijf seconden later klonk er een schrille fluit. Verschrikt keken we op. De badmeester ziet wel degelijk alles, dat bleek maar weer eens. Eh-Eh, gebaarde hij streng met zijn wijsvinger naar drie spelende jongetjes die onder het touw waren door gedoken naar het baantjestrekgedeelte. In het baantjestrekgedeelte zwom slechts een (1) zwemmer. Waarschijnlijk had hij blind en doof gezwommen, want hij knalde alsnog met zijn hoofd tegen alledrie de jongetjes aan. Verstoord schudde de zwemmer ze van zich af. De verongelijktheid droop van zijn badmuts af. De jongetjes lachten een beetje schamper naar de badmeester, maar dat was puur omdat ze in hun jongetjestrots gekrenkt waren. Snel dook degene die het strengst was opgevoed onder het touw door naar water waar ze wel mochten zijn. De twee andere jongetjes volgden.

De baantjeszwemmer zwom gekwetst door. Zijn hele wezen straalde een missie uit: vele, vele baantjes trekken. Ik kan zelf slecht baantjes trekken. Een (1) baantje wil nog wel, maar daarna denk ik: sjesusmina zeg ik verveel me hier dus echt de PLEURIS! Daarna ga ik dingen opduiken, desnoods dingen die er niet zijn. Een soort van bewondering was dus in mij, voor de eenzame baantjestrekker. Maar het leek me dus ook een hele saaie vent die nooit eens iets bijzonders zou doen voor je.

27 augustus 2006

de badmuts van jacq

Dat bleek dat we een badmuts op moesten, dat was bijna nog de reden dat we het hele zwemplan afbliezen. 'Ik zie er niet uit met een badmuts', zei de vriendin. 'Ik zie er nog erger niet uit met een badmuts', zei ik. Aarzelend keken we elkaar aan. Het zat er waarschijnlijk niet in dat wij na het zwemmen knappe mannen in zwembroek mee naar de camping zouden kunnen nemen. Tenzij we gewoon het hele zwemplan afbliezen dan. Toegegeven, dan hadden we ook geen mannen in zwembroek, maar dat was dan logisch, omdat we ze ook niet tegen zouden zijn gekomen.

'Maar ik heb speciaal een nieuwe bikini gekocht!', riep ik ineens. En dat gaf de doorslag. De nieuwe bikini mocht niet zwemloos terugkeren van deze vakantie, want dat zou toch al te gek zijn. Zo een bikini verheugt zich ook op dingen. En eerlijk gezegd was het al veel te lang geleden dat ik een handstad in het ondiepe had gedaan.

'Deux ... eh dinges', zei de vriendin, terwijl ze een gebaar maakte alsof ze een condoom over haar hoofd trok. De sm-mevrouw achter de balie wees naar drie stapeltjes badmutsen. 'Oh god, welke neem jij', zei ik paniekerig. Men kon namelijk kiezen tussen lichtblauw, middenblauw en donkerblauw. Ik visualiseerde mezelf met alledrie de kleuren op de kop. Er was niet een kleur waarvan ik dacht: nou, dat haalt me eigenlijk nog heel leuk op! Toch kozen wij eensgezind voor de donkerblauwe badmuts, om redenen die waarschijnlijk heel diep gaan.

'Hahaha!', riepen we, toen we elkaar zagen met onze badmuts op. We spraken er niet over, maar eigenlijk hadden we willen huilen, en niet uit de doucheruimte willen komen. Maar iets in ons zei dat we het sportief moesten opvatten. Eigenlijk is dat zo'n beetje het leven in een notedop, peinsde ik, toen ik glibberend en glijdend en met mijn badmuts over mijn oren het zwembadgebeuren betrad. Als je het leven sportief opvat, dan valt het in feite nog best mee. Direct daarna bevingen de chloordampen mij.

11 augustus 2006

jacq zegt toedeledokie

Boris V. gaat weer eens uit logeren.
De egel krijgt een schoteltje melk.
Ikzelf zak even een stukje af naar het zonnige zuiden, zonder kompas of wat dan ook - dus het zou ook het hoge noorden kunnen worden, of het wilde westen.

We zullen zien.

09 augustus 2006

jacq is even niet verlicht

Nu fiets ik al een tijdje zonder licht rond en dat bevalt mij niet. Het doet me denken aan mijn studententijd waarin ik nog jong, snel en wild was en het leven mij voorkwam als een grote belof onverlicht de straten van de stad onveilig maakte en de polities fuiken opzetten om onverlichte studentenfietsers op de bon te slingeren.

[Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik altijd aan de bon ontsnapte. Niet door heel snel van mijn fiets te springen, want dat vind ik laf. Echt ontzettend laf. Dat doe je gewoon niet. Wees dan gewoon sportief en zeg: agent, goeienavond, ik ben er gloeiend bij. Daar zijn agenten gevoelig voor, voor een stukje oprechtheid vanuit de studentenfietser. Komt bij: ik had gewoon een heel goeie meisje met de zwavelstokjes-imitatie, en daar zijn agenten zo mogelijk nog gevoeliger voor. Zeker als je op hologige wijze een paar zwavelstokjes uit de fietstassen tevoorschijn tovert. Want het zit hem soms in de details he. Nou, dan gaan die bonnenboekjes snel weer de borstzak in hoor, dat kan ik je wel vertellen!]

Enfin, het is nu jaren later. Nooit fiets ik meer onverlicht, behalve dan nu al een tijdje want dat zei ik net dus al. Soms stap ik af en dan kijk ik naar de draadjes van het fietslicht. Ik kan er niets aan ontdekken. Het licht zou het gewoon moeten doen. Dan geef ik een klap op het achterlicht. En dan stap ik maar weer op. En dan doet het licht het toch nog niet. Dus dan fiets ik onverlicht, maar dat zei ik al.

Dat voelt niet goed. Ik ben het niet meer gewend om een onverlichte fietser te zijn. Ik vrees de fuik en hoe ik dan moet handelen als ik eenmaal in de fuik zit. Ik weet niet of ik het zwavelstokjesgebeuren nog in me heb. Of misschien erger nog: ik weet niet of ik me er nog toe kan zetten. Of misschien veel erger nog: of de agenten er gevoelig voor zullen zijn. Stel dat er eentje zegt: 'Euhm ja. Dokken, oude vrouw'. Kom ik daar dan overheen? Of ben ik daar dan gevoelig voor? En fiets ik mij onverlicht de gracht in, om nooit weer boven te komen drijven? Het lijkt me zo een triest einde, ook voor mijn fiets.

07 augustus 2006

het dolen van de jacq

Oke, ik verdwaalde. Of verdwool, dat zou eigenlijk een mooier woord zijn, dus laten we voortaan verdwool gebruiken. Dolend dwaalde ik over het Overijsselse platteland - en het was niet de eerste keer, damnit. Echt, elke keer als ik een stukje ga toeren met die bak, dan verdwaal ik. Niet een klein beetje, maar heel erg.

Oh God, denk ik dan op een zeker moment. Er komt namelijk altijd een zeker moment en dat is het moment dat ik het aan mezelf moet toegeven. Ik ben verdwaald. Of verdwoold, zoals ze dat dan tegenwoordig zeggen. Oh God, denk ik dan. God op zijn beurt denkt waarschijnlijk: oh jacq. Ik denk dat als God vanuit de hemel zo naar beneden kijkt en als hij dan inzoomt op mijn provincie (want dat doet hij hoor, op elke provincie trouwens, dus ook op die van jou!!!) - dat hem dan na enige tijd vanzelf de zwarte auto met open dakje opvalt, die continu rondjes rijdt in een soort van doolhof. Want zo ziet de aarde er natuurlijk voor God van bovenaf uit. En voor mij ook, maar dat ligt dus meer aan mezelf.

'Petrus, daar gaat jacq weer.'
'Ja, we hadden het al gezien, lachen wel.'
'Wat vind je, iets doen?'
'Neh, 't is haar leven.'
'Ja, daar heb je wel gelijk in.'

Bidden heeft geen zin, dat wil ik er maar mee zeggen. Daarom zit er maar een ding op: mijn vader bellen en de omgeving beschrijven, zodat hij me dan kan terug kan navigeren. Mijn vader kent heel Nederland.

'Met je vader.'
'Met mij, ik zit met een probleem.'
'Je bent verdwaald.'
'Klopt. Zeg, links van mij is een bos.'
'Ja.'
'Rechts is een dorp met een toren.'
'Hm, even denken.'
'Ja, denk maar even na, ik rook een sigaretje.'
'Als je achter je kijkt, zie je dan een bult?'
'Ik draai me even om.'
'Is goed. Je moeder en ik zijn dr. Phil aan het kijken.'
'Ah, heeft ze er wat aan?'
'Met haar is niks aan de hand, zegt ze.'
'Oke, ik zit andersom.'
'Zie je een bult?'
'Verrek ja, een bult!'
'Dan zit je in Lemelerveld.'
'Lemelerveld?!'
'Wat moet je daar eigenlijk?'
'Niks! Ik kom van de Ikea in Utrecht gvdgv!'
'Moet dat nu altijd, dat gevloek?'
'Ja, nou.'

--
Voor de mensen die nu denken: oh my god, alweer een cliffhanger, kwam jacq ooit nog thuis of dwoolde zij voor eeuwig over het platteland: nou, ik kwam dus thuis anders had ik dit stukje ook nooit kunnen schrijven, jah! The end.

04 augustus 2006

het aretha franklin-gevoel v/d buurman

'Haaa boefra!', zei de buurman.
'Ha buurman', zei ik.
'Lekker regenen', zei de buurman.
'Ja lekker', zei ik.
'Zeg buurman', zei ik.
'Boefra?', zei de buurman.
'Even over die muziek van jou vannacht', zei ik.
'Eej boefra!', zei de buurman.
'Ja buurman?', zei ik.
'Respect he!!!', zei de buurman.
'Res! Pect!!!!!', riep de buurman.
'REH!! HEH!! SPECT!!!!!!!!', schreeuwde de buurman.
'Ehm ja', zei ik.

Dus daar waren we het ook al weer over eens.

02 augustus 2006

jacq en het rennende paard

Er ging een klein schokje door de trein. We reden weer. 'Jeuj!', riep een kind. Maar na vijf weilanden stonden we weer stil. En na vijf minuten nog steeds.

De conducteur was plotseling opgehouden ons op de hoogte te houden. Misschien was hij uiteindelijk door een woedende reiziger gekneveld, en daar was ik het van harte mee eens. Natuurlijk, ik snap de intentie van de NS om ons van elke wind die de machinist laat, op de hoogte te houden. Dat werkt namelijk agressieverlagend. Zolang door vertragingen en omleidingen getergde reizigers weten dat het NS-personeel zich om hen bekommert en het ook allemaal reuze kut vindt, houden zij zich kalm - dat is het idee erachter.

Maar je hebt er altijd wel eentje tussen zitten die het overdrijft. Geen maat kan houden. En die conducteur zat vandaag op onze trein. In het begin waren zijn berichten nog best functioneel. 'Dames en heren, wij staan nu stil en zodra we weer verder kunnen, rijden we verder.' Kijk, dat is info waar je dan als treincoupe gerustgesteld achteroverleunt. Aha! Dus dat was er aan de hand! 'Dames en heren, we hebben geen idee hoe lang dit gaat duren', meldde de conducteur drie minuten later. 'Dames en heren, wij weten zelf dus ook niet wat er aan de hand is', zei hij een minuut later. Nog enige tijd hoorden we zijn ademhaling door de intercom, alsof hij overwoog nog enige tekst toe te voegen. Bijvoorbeeld een opsommingsrijtje waarin hij alle mogelijke oorzaken van de vertraging de revue zou laten passeren, zowel de simpele als de gruwelijke. Hij bedacht zich. Klik, zei de intercom. Even waren wij van de haak. Buiten rende een paard. Of reden wij en stond het paard stil? 'Dames en heren, jongens en meisjes, we staan nog steeds stil', zei de conducteur toen. Ik keek naar buiten. Hij had gelijk. We stonden nog steeds stil. Het paard remde af. 'Maarrrrr ... we houden de moed erin!', voegde de conducteur eraan toe. Stilte was er, voor twee volle minuten. 'Dames en heren ...', begon de conducteur.

Daarna had de intercom hard gekraakt. Een gorgelend geluid kwam door de gaatjes in de muur.
En daarna was het dus ineens heel erg rustig geworden aan het intercomfront. Onheilspellend rustig, zou je bijna kunnen zeggen.

Ik leunde achterover en viel in een weldadige nederlandse spoorwegen-slaap.