stukjes jacq

31 juli 2006

boris v. is een zitzak

Ik vraag me af waar ik aan begonnen ben. Boris V. en de egel, het is geen wereldmatch. In bed gaat nog wel, want dan slaap ik toch. Jongens en meisjes, wat heb IK een slaap nodig zeg. Maar overdag! En dan net met die grote vakantie he. Heb je ze dus echt de hele dag om je heen. En het weer werkt ook niet mee. Dus op een gegeven moment heb je echt alle spelletjes gehad.

En een beetje normaal tegen elkaar praten, dat is er al helemaal niet bij.
'Au!!!', riep Boris V. toen de egel op hem was gesprongen.
'Oh, ik dacht dat het een zitzak was', zei de egel beleefd tegen mij.
'Als je egel andersom leest, staat er lege', zei Boris V. triomfantelijk tegen mij.

'Ik zie ik zie wat jij niet ziet', zei ik wanhopig.
De egel gaapte.
Boris V. deed zijn ogen dicht.
'En de kleur iiiiiiiiiiiiiiis ...', zei ik, terwijl ik speurend rond eh speurde.
'Geel!', riep ik.
'Boris V. die in zijn broek heeft geplast!', riep de egel.
Boris V. keek beschaamd.
Ik keek verwijtend naar de egel.
'Kon toch zijn', zei de egel lief tegen mij.
'Geel!!', riep ik nog een keertje.
'De egel die ...', begon Boris V. dapper.
'De egel die ...'
'Die...'
Smekend keek Boris V. mij aan. Maar ik kon zo snel ook niet iets echt lulligs over de egel verzinnen, dat ook een beetje hout zou snijden.

De egel keerde zich naar Boris V.
'Jij bent gecastreerd he', zei de egel tegen Boris V.
'Nee, ik ben atheist', zei Boris V. oprecht.
'Maar ik geloof wel dat er iets is', voegde hij eraan toe.

'En nou allebei je koppen dicht', zei ik.

28 juli 2006

boris v. is een egel

'Zullen we er anders nog een poesje bij nemen', zei ik gistermiddag.
Boris V. verslikte zich in zijn cola.
Daarna deed hij alsof hij stikte.
En toen deed hij iemand met een epileptische aanval na.
'Oke, dan niet', zuchte ik.

Dat was gistermiddag. Vannacht zat er een egel in mijn huis. Vannacht zat er een egel in mijn huis en ik wist eerst niet dat het een egel was. Eerst dacht ik dat het Boris V. was. Hij schudde wild aan zijn etensbakje in de cuisine. Nou ja, typisch Boris V., dacht ik. Boris V. heeft van die episodes dat hij schudt en sleept met dingen. Drinkbakje mee naar buiten. Kattenbak op zijn kant in de woonkamer. Of dan kom je 's ochtends beneden, staat je hele hoekbank in een andere opstelling! Soms trouwens nog best wel dat je denkt: shit zeg, stukken beter zo, waarom ben ik daar zelf niet op gekomen.

'Voris B, hou eens op', riep ik vanaf de bank. Maar hij hield niet op. Ik begon een gevoeletje te voelen. Boris V. houdt altijd direct met de dingen op als je er iets van zegt. Oh shit, dacht ik, terwijl mijn hart begon te bonzen. Zou het soms het dunne zwarte poesje zijn, waar Boris V. en ik allebei een klein beetje bang voor zijn? Oke, oke, terrified. Het geschud met het etensbakje ging maar door. Traag stond ik op. Ik stak een hoofd om het hoekje.

En daar zag ik hem. De egel. Hij zat half in Boris V. zijn etensbakje. En hij at een brokje dat eigenlijk van Boris V. was. Toen de egel mij zag, nam hij nog snel een extra brokje en pas daarna dook hij van schrik heel zielig in elkaar. Ik vind, de dierenwereld is echt een stuk geraffineerder geworden dan vroeger, en of we er blij mee moeten zijn is nog maar de vraag.

'Oh shit', zei ik. 'Ooooh shit', zei ik. 'Oooooooh shit', zei ik. Net toen ik me afvroeg hoe lang ik daar precies mee door zou gaan, verdween mijn behoefte eraan. Ik nam een momentje en besefte dat ik hier van doen had met een egel. De grootste hint waren de stekels op zijn rug, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik heel even dacht: misschien zijn er wel ratten met stekels op de rug. Of dieren met stekels die nog uitgevonden moeten worden.

De egel keek mij begripvol aan. Doe ik zelf ook in situaties waarin ik bang ben dat ik het onderspit delf. Gewoon begripvol kijken, dan vergeten mensen soms ineens wat ze met je van plan waren. Ik deed een stap dichterbij. De egel deed een stap achteruit. 'Okidoki', zei ik. 'Okidoki', zei de egel, sort of. 'Egel', zei ik. 'Egel, jij kunt hier niet blijven', zei ik. De egel zuchtte en liet zijn spitse neus naar de vloer zakken. Zijn kraaloogjes keken smekend naar mij op. 'Sorry egel', zei ik. 'Maar zoals Andre H6 zou zeggen: 't is tijd, de hoogste tijd.' U wordt bedankt voor weer een avond gezelligheid, zong ik er in mijn hoofd achteraan. De egel snoof.

Daarna volgden de gebeurtenissen elkaar in rap tempo op. De egel verslikte zich in het tweede brokje. Daarna deed hij alsof hij stikte. En toen deed hij iemand met een epileptische aanval na. 'Oke, dan niet', zuchte ik.

Dus nu slapen we met ons drieen in het grote bed.

26 juli 2006

het kantoorverhaal van jacq

Terwijl vriendin een en ik op mijn terras buitensporig genoten van een streng veganistiese kaasfondue (nee hoor, ik weet niet eens wat veganisties betekent, mag je dan bijv. ook geen laarzen kopen?), werden we ondertussen herhaaldelijk doodgestoken door diverse wepsen. Zoals de trouwe lezer weet, heeft vriendin een het niet zo op wepsen.

[29-07-04: 'Ik sla de hele dag wepsen dood jacq', zei vriendin een via de telefoon tegen mij. 'Doe niet zo dom, vriendin één', zei ik. Want wij kunnen echt alles tegen elkaar zeggen, hoor. 'Doe niet zo dom', zei ik. 'Je moet wepsen met rust laten, en niet dood gaan slaan. Dan worden ze boos en dan ...'. Ik stokte. Ik had eigenlijk dat überflauwe belegen grapje willen maken over dat als je een weps doodslaat dat dan de hele wepsenfamilie op de begrafenis komt hihaho! 'En dan wat, jacq?', hijgde vriendin één, die naar mijn idee verward over haar balkonade aan het rennen was. 'Nee laat maar', zei ik. 'Nee zeg nou', zei vriendin één. 'Nee laat maar', zei ik. 'Nee zeg nou', zei vriendin één. 'Nee laat maar', zei ik. En dat ging zo nog uren door.]

Dus mijn bloedstollende kantoorverhaal lineair van a tot z vertellen, dat kon ik wel vergeten.

'Waaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!!', schreeuwde vriendin een.
'Nou en toen zei R. dus van ja eh hallo doe het ff zelf', stierf ik weg.
'Doe! Iets!', riep vriendin een tegen mij.
'Hou nou es op', zei ik tegen een weps.
Boris V. keek beledigd.
Die denkt altijd dat je het tegen hem hebt.
'Ik had het niet tegen jou Boris V.', zei ik.
Maar Boris V. draaide zich om en beklom uit pure beledigdheid de schutting, en dat is iets wat hij sinds 1973 niet meer gedaan heeft.

'Oh my gooood', zei ik vertederd.
'Zeg dat wel!!!', schreeuwde vriendin een.

Dus we praatten weer eens volledig langs elkaar heen.

24 juli 2006

jacq en de man op het balkon /2

Gelaten klapte ik een stoeltje naar beneden.
Ik plofte neer.
'Dag', zei ik tegen de man.
Ik zeg de mensen altijd gedag.
Ik ben daar op een zekere manier trots op, daarom schrijf ik het op.

De man keek op van de vellen papier op zijn schoot. 'Euhm ... dag', zei de man verschrikt. Zijn hand ging door zijn wilde haar, dat nog een beetje wilder werd. Zijn blik bleef aarzelend bij mij hangen, alsof hij zich afvroeg of er nu verder nog iets van hem werd verwacht. Ik maakte een glimlach en halverwege liet ik mijn ogen afdwalen. De man zuchtte opgelucht. Zijn ogen vlogen terug naar de vellen papier. Met een potlood zette hij in een bijna ritmisch tempo heel snel verticale streepjes. Soms kwam er iets horizontaals bij. Het leek wel alsof hij iets aan het turven was.

[Vroeger waren er situaties waarin ik nog wel eens dingen turfde. Geen idee welke situaties. Ook geen idee welke dingen. Moest je op de lagere school niet leren turven? Misschien dacht men toen nog dat we het nodig zouden hebben als we volwassen waren en moesten overleven in de wereld van de groten. Nou, nooit iets van gemerkt. Ik turf niks, nooit. En ik leef nog steeds. I rest my case.]

De trein ging door de wissels. Zo kon ik me ongemerkt een beetje naar het papier van de man toe schudden. Ik staarde naar het papier. Muzieknoten waren het! Alsof hij zich op de vingers gekeken voelde, stokte de hand van de man. Maar na een paar seconden tikte hij ritmisch met zijn potlood tegen het papier. De wijsvinger van zijn rechterhand werd die van een dirigent. Hij speelde muziek die alleen hij kon horen. De man schudde zijn hoofd. Hij streepte iets door. En toen kwam er weer een groepje noten die hij aan de bovenkant met een dikke streep met elkaar verbonden.

[Haha, soms teken ik ook wel eens een muzieknootje, op een kaartje aan vriendin een, bijvoorbeeld. Dat is dan om haar weer even te herinneren aan hoe we elkaar ooit leerden kennen. Oh leuk, nog even een paar muzieknootjes erbij, denk ik dan. En vervolgens moet ik nadenken. Een streep. Een bolletje onderaan. Nog een streep. Nog een bolletje onderaan. En dan een boogje ertussen. Ik ben vaak volkomen uitgeput na een kaartje aan vriendin een.]

Ik durfde de man niet te storen, maar ik wilde het wel. Meneer, meneer, bent u een componist, had ik willen vragen. Maar terwijl ik vaag met de gedachte speelde om mijn mond open te doen, kwamen er klikjes uit de intercom. Eerbiedig keek ik naar de gaatjes van de intercom. De componist deed hetzelfde. Alle andere dingen wijken voor dingen uit de intercom. 'Er is een stremming tussen Amersfoort en Amsterdam', zei de stem uit de intercom. 'Reizigers voor Amsterdam moeten reizen met de trein naar Den Helder.'

'Waaat!!! Via Den Helder naar Amsterdam?!', riep ik.
De componist keek op.
'Eh ... nee', zei de componist aarzelend maar gretig.
'Oh nee natuurlijk niet', zei ik.
'Ja, en dan terugzwemmen zeker!', lachte de componist.
Hij keek blij en ongemakkelijk tegelijk, alsof hij schrok van zijn eigen grapje.
Ik besloot er hard om te lachen.
'Hahahaha!', riep ik.

De componist keek trots, maar toch nog ongemakkelijk. Hij bewoog zijn lippen, alsof hij nog meer zou willen zeggen. Maar steeds hield hij het binnen, net zolang tot zijn lippen niet meer bewogen omdat er toch niets van ging komen. De blik van de componist ging weer naar de papieren op zijn schoot. Licht begon de hand met het potlood te tikken op zijn knie.

Ik wendde me af van de componist en de rest van de reis is een blur in mijn hoofd. Had ik maar met hem gepraat, dacht ik later toen ik met een half uur vertraging achter hem aan op het perron liep. Had ik maar met hem gepraat, over de dingen die hij hoorde in zijn hoofd. Dan had ik later langs mijn neus weg kunnen zeggen: oh, ik sprak dus laatst een componist en die vertelde mij et cetera, zodat mijn collega's zouden denken: sjonge, die jacq die kan ook met allerlei slag mensen omgaan, wat is het toch een toffe peer.

Maar goed.

19 juli 2006

jacq en de man op het balkon

De trein was vol. Had ik nu maar wel een eersteklaskaartje gekocht. Ik had zo staan twijfelen bij de kaartjesautomaat. 'Koop maar een eersteklaskaartje jacq', zei mijn innerlijke jacq. 'Luister niet naar haar jacq', zei een van mijn andere twintig innerlijke jacqs. 'Jij kunt best bij de proletarische mensen in de tweede klas jacq, daar ben je heus niet te goed voor of zo. Er gebeuren altijd betere dingen in de tweede klas en misschien houd je er wel een weblogstukje aan over.' Nou, voor dat argument ben ik altijd gevoelig, haha! Dus ik kocht mijzelf een tweedeklaskaartje. Maar de trein was vol. Had ik nu maar wel een eersteklaskaartje gekocht. Die kutstemmen ook altijd.

Ik tuurde vanaf het balkon door de deur van de tweedeklascoupe. Eigenlijk wilde ik erheen. Maar het zweet van de anderen! Nee, ik kon het niet. Alleen het balkon bleef nu nog over. Ik trok mijn neus op. Treinbalkons zijn het laagste van het laagste. Bovendien zat er al iemand op het balkon. Samen met een ander op een treinbalkon, dat is net zo erg als in je eentje aan een tafeltje op een terras zitten. Maar dan anders.

Ik keek naar de ander op het balkon. Het was een man en hij had wild wit haar. En een bril. En grote schoenen om smalle enkels. Ik was direct vertederd en toen boos. Mannen met smalle enkels zouden dat niet moeten doen, grote schoenen aantrekken! Achter mijn oren hoorde ik een typemachine ratelen. Iemand was in mijn hoofd begonnen met tijpen. Ik deed mijn ogen dicht om te kunnen lezen wat er stond. Jacq en de man op het treinbalkon, las ik. Ik zuchtte. Gelaten klapte ik een stoeltje naar beneden.

[later meer]

17 juli 2006

de getergdheid van boris v.

Boris V. is ergens door getergd en ik kom er niet achter waardoor.
Hij kan echt elk moment uit het dakraam vallen van getergdheid, zo erg is het.

[Nou, hij ís dus al een keer eerder uit het dakraam gevallen, maar dat was toen hij heel jong was en uit domheid. Hij wist niet wat een dakraam was, hij wist niet wat vallen was, et cetera. Het liep goed af, de jonge Boris V. viel in de tuin en deed toen alsof hij daar toch net moest zijn. Ik daarentegen loop nog steeds een aantal hartslagen achter.]

Dus ik zeg: Boris V. kun je het me niet vertellen wat er is. Maar Boris V. kijkt mij dan strak aan en dan schudt hij heel langzaam van nee. En dan loopt hij weer naar boven, in de richting van het dakraam. Om daar dan getergd en wiebelig naar beneden te gaan staren. Een koude windvlaag trekt dan langs mijn nek. Best wel lekker met dat freaking warme weer van nu!

Maar goed, wat ik zeggen wou: ik kan dat er echt niet bij hebben, dat hij er nog een keertje uitvalt. Ik weet niet hoeveel hartslagen een mens kan missen voordat je wordt doodverklaard door een arts.

13 juli 2006

jacq is een helpdesk

Balen zeg, ik had nog zo aan mezelf gezworen dat ik hier nooit stukjes over helpdeskjongetjes zou neerzetten. Dan ben je echt zwak hoor, als je jezelf gaat verlagen tot het schrijven van stukjes over helpdeskjongetjes. Nooit heb ik die belofte geschonden (hoewel ik dit eigenlijk niet echt zeker weet, ik roep ook maar wat), maar vandaag ga ik hem dus mooi wel schenden. Ik had toch een slecht helpdeskjongetje aan de lijn, zeg. Hij was nog dommer dan ikzelf, en dat was een heel verrassend eh iets. Een en ander had kunnen ontaarden in een situatie waarin we na vijf minuten allebei wanhopig huilden, elk aan een kant van de lijn. Maar daar ontaardde het dus niet in.

'Euhm wacht ff', zei het helpdeskjongetje.
'Gewoon ff via accountsettings, serversettings', zei ik adequaat.
'Heuh', zei het helpdeskjongetje.
'Ja, eerst tools dan he', zei ik.
'Ok bedankt', zei het helpdeskjongetje.

Ja, lieve mensen, na slechts anderhalve minuut ontstond er een situatie dat ik het helpdeskjongetje hielp, in plaats van andersom, zoals het oorspronkelijk in de bijbel bedoeld was. Ik kon God echt vanuit de hemel horen zuchten, zo van: sjongejonge zeg, zo had ik het allemaal niet bedoeld.

En dat voor weet ik veel hoeveel cent per minuut, dat snap ik zelf heus ook wel. Maar even los van het financiele plaatje: aan het eind van het gesprek had ik ineens weer heel veel zelfvertrouwen, ook over mezelf. En dat is ook wat waard! Zo zitten er dus toch goede kanten aan slechte helpdeskjongetjes.

10 juli 2006

jacq en de mier in de neus

'Goh maar vertel eens even over het thema van je boek', zei ik.

Nou, dat liet de man zich geen twee keer zeggen, wou ik bijna optijpen, maar als je dat soort zinnen durft te schrijven kun je beter direct stoppen met stukjes schrijven, haha! Maar dit terzijde!

'Goh maar vertel nog even over het thema van je boek', zei ik.
Nou, dus dat deed de man. En hij deed het met zo een intens plezier dat ik dacht: eigenlijk moet ik elke dag even naar hem toe en het hem opnieuw vragen. Verder geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om dat ook echt te gaan doen trouwens. Ik praat liever over mezelf. Of ik luister naar de stilte. Of dus naar de Backstreet Boys op mijn mp3-speler maar dat is verder een geheim dat ik alleen met jullie deel.

'En mijn boek is dus eigenlijk ontstaan vanuit een zekere dit en dat', vervolgde de man.
'Uhuuh', zei ik aanmoedigend, terwijl ik dacht aan mijn eigen leven en hoe moeilijk etc.

Ik staarde naar zijn gezicht en direct zag ik de mier. De mier zat op de linkerwang van de man en laat ik je dit zeggen: aan alles aan de houding van de mier kon je aflezen dat de mier dus niet van plan was om daar te blijven zitten. Zie hiervoor ook de titel van dit stukje. Maar zo ver was het nog niet. De mier begon te lopen. Mieren lopen niet echt rielekst he, meer zo van oh god wat heb ik nog een boel te doen en kijk eens hoe laat het al is en ik haal het noooooooit. Dus de mier zette er als het ware stevig de pas in. Omdat ik niet veel tijd heb voor dit stukje, was de mier binnen no time aanbeland net onder het linkerneusgat van de man. Je kon de mier echt zien kijken zo van wwowheuh wat de foook waar ben ik nou dan?! Hij deed een paar stappen terug en bekeek de neus van een afstandje, en toen liep hij weer in de richting van het neusgat. De man praatte ondertussen gedreven door. Ik denk dat gedrevenheid ervoor zorgt dat je andere dingen niet voelt. Vlak voor het linkerneusgat twijfelde de mier. Toen nam hij een beslissing. En toen ineens was hij in het linkerneusgat van de man.

Mijn wijsvinger ging langzaam naar mijn neus. Mijn mond ging open. Maar de man was gedreven. En de mier al in de neus. De man trok zijn neus een beetje op, alsof hij moest gaan niezen. En een beetje als een konijntje dat ... nou ja zoals een konijntje dat eigenlijk continu doet zonder echt duidelijke redenen. Ik liet mijn vinger zakken. Het moment was voorbij. Ik had het moeten zeggen toen de mier nog op zijn wang zat. Het is te genant om te moeten zeggen: 'Er zit een mier in je neus'. Dat zou ik zelf ook niet willen. Je kunt moeilijk in gezelschap met dingen in je neus gaan zitten pulken. Krijg je weer van die keuzes: doe je er stoer over of ren je gillend naar de toiletten?

'En toen ik dat eenmaal had bedacht, begon ik te schrijven', zei de man blij.
Ferm haalde hij zijn neus op. Ergens in de man klonk een hol gejammer, met zo een typisch mierengeluid. Maar dat stierf gelukkig snel weg.

'Oh ja, wat ook nog wel leuk is om te melden', zei de man.
En ik dacht: nee hoor, dat is helemaal niet leuk om te melden.
Maar ik trok verwachtingsvol mijn wenkbrauwen op.
En ik dacht aan mezelf, mezelf en nog eens mezelf.


--
Oh yeah, er moeten meer mieren in weblogstukjes: hierzo en daarzo.

05 juli 2006

wegens warmte geen stukje

Punt één. Bij ons op Kantoor is het zo warm dat je steeds denkt dat je doodgaat. Maar elke keer weer blijf je leven, dat is het rottige. Punt twee. Wat mij opvalt bij aangekondigde onweersbuien, dat is dat ze altijd veel later komen dan aangekondigd. Punt drie. Ja, hallo geen punt drie.

03 juli 2006

jacq is een fuckpassagier

Ik sjokte met de stroom mee naar een ander perron. Dat was een beetje voor de vorm. Ik moest een huppel bedwingen. In mijn hart was de opgetogenheid die mij wel vaker overvalt bij versperringen op baanvakken. Ik heb het ook met onbekende vertragingen en stilstaan in weilanden. Ja, ik heb een weinig avontuurlijk leven, maar ik doe er tenminste wat mee.

We kwamen in een trein waarin al reguliere reizigers zaten. Fronsend bekeken zij ons. Ik begreep het best. Ik frons namelijk ook als ik zelf de reguliere reiziger ben en dus de bezitter van de trein - en dat er dan andere fuckpassagiers bij komen. Daar heb ik ooit een stukje over geschreven maar dat kan ik niet terugvinden. Maar goed, hoe dan ook, nu stond ik aan de andere kant en ik had zoiets van: doe eeeven normaal sukkels! Een trein is geen bezit, jah! Wij hebben een versperring op ons baanvak en daarom nemen we nu jullie baanvak over!!!

Een onwillig iemand maakte plaats voor mij. Langzaam begon de trein te rijden. Ik hing mezelf tegen het linkerraampje maar ik keek uit het rechterraampje. Aan de rechterkant van de trein was het nog een beetje dag, met geel licht boven de dorpen. Links was alles al donkerblauw. Nog wat later werd het zo donker dat ik alleen mezelf nog in de ruit kon zien. De ene keer viel het mee. De andere keer zag ik mezelf en dacht: oh my god. Soms, als ik te gepreoccupeerd raakte met mijn eigen uiterlijk, drukte ik mijn neus tegen het raam zodat ik door mezelf heen kon kijken. Dan staarde ik naar de rails. Altijd als ik naar rails staar, denk ik aan wc-papier, waarom is dat toch.