de zaterdag van jacq
Ik bracht een hele zaterdagavond door in de trein maar nu verklap ik eigenlijk alles al. Is dat een nieuwe trend of zo, in de eerste zin van zo'n stukje al de clou verraden? Belachelijk.
Van tevoren was het niet de bedoeling geweest dat ik een hele zaterdagavond in de trein zou doorbrengen. Van tevoren was het de bedoeling geweest dat ik op een feestje zou arriveren en daar terstond zou uitbarsten in gedans, op platen uit mijn jeugd. Ik zou heel hard gaan gillen bij plaatjes van Kool & The Gang en zo, want voor een beetje gillen draai ik persoonlijk de hand niet om. Dat is haast nog het leukste van dansen, het gillen. En daarna dan het dansen zelf.
Ik tuurde in de richting waar mijn trein vandaan moest komen. Niets. Ledige rails. Ik hoorde het ding dong al in mezelf, voordat het uit de luidsprekers kwam. Ding dong. Niemand om mij heen zei wat, en toch werd het nog stiller op het perron. Er was een stremming op het baanvak. Oh jezus nee, dacht ik. Zou ik met bussen worden vervoerd? Ik haat bussen die mij vervoeren. Ik haat bussen in het algemeen, eigenlijk. God, laat me alsjeblieft niet met bussen vervoeren, bad ik.
Altijd, maar dan ook altijd worden mijn gebeden verhoord. God heeft een speciaal plekje voor mij, en dat is begrijpelijk. Ik vraag niet veel, alleen een beetje rust. En dat ik dus niet met bussen hoef te worden vervoerd. Nee, ik hoefde niet met bussen vervoerd. Ik moest gewoon een stukje omreizen, om de stremming heen. Het kwam op mij erg logisch over, en bijna gezellig. Een onmiddellijke berusting kwam over mij. Ik heb die gave. Niet iedereen heeft die gave. Om mij heen begonnen mensen woest mobiel te telefoneren. De mensen zonder beltegoed zuchtten en klakten met hun tong. Ze zeiden het niet, maar boven hun hoofden zag ik tekstballonnen waar meestal zoiets als 'fuck de NS' in stond. Ik hou van de NS, of ze nou op tijd rijden of niet. Papa was a spoorman, en op die manier ben ik eeuwig met die luitjes verbonden denk ik.
Naast mij liet iemand overdreven zijn ogen rollen. Minachtend spuwde ik op het baanvak met de versperring. Raar woord eigenlijk, baanvak, dacht ik terwijl ik met de stroom mee naar een ander perron sjokte.