stukjes jacq

31 maart 2006

jacq is een blije slaaf

Vraag iets, dacht ik.
Vraag iets!, dacht ik.
Vraag!! Iets!! Nu!!
Meestal komt er dan wel wat, hoor.
'Ennuuuuuhm ... gaan we er ook mensen van buitenaf bij betrekken', vroeg ik.
Ik had geen idee waarom ik ineens in termen van wij sprak
Ik had helemaal geen fuck met dat hele project te maken.
Ik schreef er alleen maar over.
Onafhankelijk.
Objectief.
Kritisch.

Nou ja, ok, niet onafhankelijk dan. En ook niet objectief. En kritisch, nee dat kan niet. We hebben het hier over Kantoor he, waar de journalisten trouwens altijd vriendelijk begroet worden. Totdat zij een stukje schrijven met woorden erin als 'tegenvallend' of 'moeizaam', want dan worden zij on the spot doodgeschoten. Ik ben zelf ook al een paar keer doodgeschoten, en opgevaren ten hemel. Maar steeds weer stond ik op uit de doden. Er gaat gewoon niks boven een vaste baan, daar ben ik heel eerlijk in. Nu gebruik ik in mijn stukjes in plaats van de term 'moeizaam' de term 'interessant'. En in plaats van de term 'tegenvallend' de term 'interessant'. En aan de andere kant, want dat moet ook gezegd, wordt slaafsheid op Kantoor beloond met schouderklopjes. Ik houd van schouderklopjes. Ik knap er altijd erg van op en mijn haar gaat er ook enorm van glanzen.

'Mensen van buitenaf ... neen', zei de vrouw.
'Maarre waarom niet', vroeg ik op zo een jolige toon van hartsvriendinnen onder mekaar.
De vrouw trok haar wenkbrauwen op.
'Nu ja, dan zingt het zich los van de context, he', zei de vrouw.
Ik had het direct willen opschrijven, want dat doen slaven.
Maar mijn pen bleef hangen in de lucht.
Ik trok mijn wenkbrauwen op.
'U bedoelt', zei ik moedig.
'Dan zingt het zich los van de context', zei de vrouw.
'U bedoelt dat het dan eh niet meer eh', zei ik.
'Inderdaad', zei de vrouw.
'Dan zingt het zich gewoon los van de context.'

Mijn pen bleef zweven. Ik keek door het raam achter de vrouw. In mijn geest zag ik een vogeltje en misschien wel een roodborstje. Het zat op zijn nest en zong een lied met trillers erin, als roodborstjes dat soort dingen tenminste kunnen. Nu ja, deze dus wel. Ik knipperde met mijn ogen. De borst van het roodborstje zwol op. De trillers werden luider. Het roodborstje werd duidelijk meegesleept door zijn eigen muzikaliteit. Dat heb ik zelf ook wel eens. Ik zag nog net hoe het roodborstje van pure trots uit zijn nest stortte. Morsdood. Of, zoals ze dan in roodborstjeskringen eufemistisch zeggen: tsja, dat krijg je dus he, als je je net te ver los van de context zingt. Eigen schuld, dikke bult. Een keiharde wereld is het, de vogelwereld, met maar bitter weinig schouderklopjes.

'Snap je wel, jacq?', zei de vrouw.
'Helder hoor', zei ik.

29 maart 2006

het uur van jacq

Sinds het moment dat de zomertijd werd ingevoerd, is er een stille strijd tussen mij en Boris V. Wie zet de grote hoge klok een uur vooruit, dat is de grote vraag, die dus onuitgesproken in de lucht hangt, want anders is het natuurlijk geen stille strijd meer he. Even erbij blijven, jongens. Ik vond dat ik het niet hoefde te doen, want ik zou ervoor op een stoel moeten klimmen. En ik val dus altijd overal van af en bovendien op ongelukkige manieren. Ik wees Boris V. woordeloos op de korst op mijn linkerknie, maar hij was onvermurwbaar. Boris V. dan. Bovendien bleek de korst op mijn linkerknie eigenlijk zo goed als weg. Ja, daar schrok ik zelf ook even van. Ik keek nog even op mijn rechterknie, maar nee. En zonder korst ben je ineens zo kaal, he. Maar goed, mooi niet dat ik op die stoel ging staan.

Ik verbrak het stilzwijgen.
'In feite ben jij de man in huis, Boris V.', zei ik.
'Ik kan er niet bij, bij die kutklok', zei Boris V. meisjesachtig.
'Willen is kunnen, boris v.', zei ik.
'Eh nee, kunnen is willen', zei Boris V.
Ik dacht even na.
'Mijn excuses, je hebt gelijk', zei ik.

Dus toen zaten we direct in een soort van zomertijdimpasse.

Tot nu toe gaat het goed. Ik heb het urengebeuren volkomen in de hand. Voorbeeldje. Als het op de klok kwart voor acht is, dan is het in het echt kwart voor negen. Als het op de klok kwart voor negen is, dan is het in het echt kwart voor tien. Als het op de klok kwart voor tien is, dan is het in het echt kwart voor elf. Als het op de klok kwart voor elf is, dan is het in het echt kwart voor twaalf. Als het op de klok kwart voor twaalf is, dan is het in het echt kwart voor een. Nou ja, enzovoort dan, want ik ga het dus echt niet allemaal opnoemen, haha!

Het wachten is nu op het moment dat ik me niet meer herinner dat de klok een uur achter staat. Dat moment komt. Ik kan dat moment al aan horen komen, met een soort van hoefgetrappel, heel erg in de verte. Ik heb een slecht geheugen. Niet zomaar een beetje, het is echt heel erg. Hele dagen verdwijnen uit mijn hoofd. Gedenkwaardige gebeurtenissen glijden als lobbige vla zo vanuit mijn hersens door mijn schedel in mijn haren, die nog nooit zo glansden. Gistermiddag vond ik een memo waarop in mijn eigen handschrift stond: David direct terugbellen!!! Wie is David, dacht ik. En dat denk ik nog steeds. Aan de andere kant denk ik euh hallo David doe zelf eens wat moeite jah!

Trouwens, lobbige vla, is dat correct.

27 maart 2006

jacq zet de zon aan

Ik deed het hokje op slot en kleedde me uit. Ik probeerde al mijn kleren op het enige haakje dat er hing, te hangen. Keer op keer viel mijn spijkerbroek eraf. Ik vloekte binnensmonds, alleen al omdat dat zo een leuke uitdrukking is. De keer ervoor had ik eindelijk iets gezegd van het ene haakje.

[Ik kwam hier al zeker drie jaar, maar tot dan toe had ik elke keer vrolijk zwaaiend afscheid genomen, terwijl ik onderwijl dacht: zeg het van de kleerhanger. ZEG HET! ZEG HET, TRUT! Doewie!, zei ik dan. En dan zei Ans: Doewiie!]

'Dat ene haakje, he', had ik gezegd. 'Dat is gewoon te weinig.' 'Jaaaa!', had Ans gelachen. Dat is Ans haar standaardreactie op bijna alles. 'Nee echt', had ik gezegd. 'Dat ene, dat is te weinig.' Ans haar gezicht was betrokken. 'Kunnen jullie niet een paar haken ophangen', zei ik. Als het moest, wou ik het zelf nog wel doen. 'Oh neeeee', lachte Ans die blij was dat er weer iets te lachen viel. 'Dat is ons design he, die ene hanger.' Ik had daar niets tegenin kunnen brengen. Ik vond het een ijzersterk argument.

Daar viel mijn spijkerbroek. Ik liet hem liggen. Rillend stond ik voor de zonnebank. Ging ik me nog extra insmeren met snelbruinend middel? Of herinnerde ik mij op tijd dat ik er ook zonder snelbruinend middel aan het eind van deze middag uit zou zien als een als een nou ja als een vrouw die te lang onder de zonnebank had gelegen. Damn, mijn metaforen zijn op.

There are nine million bicycles in Beijing, zeurde Katie. En ik dacht: eueuh ... moet ik iets met deze informatie?! Negen miljoen fietsen. Dus? 'Kappen nu, dinges', zei ik. Maar Katie was pas net begonnen. En Katie is dus zo een meisje van: als je ergens aan begint, dan maak je het ook af. Terwijl: dat hoeft tegenwoordig helemaal niet meer!

We are twelve billion light years ..., zong Katie. Katie had beslist iets met getallen. Je hebt meer mensen die dat hebben, maar ze zijn niet allemaal een zangcarriere begonnen. Katie haar stem was als een rottig kevertje dat door mijn hersens rende en overal heel zachtjes in beet maar wel zo dat je een gat in je hoofd wilde boren. Ik legde het hoofdsteuntje goed en klom op de bank. Ik trok de kap naar beneden.

There are six bill..., begon Katie.
'Kappen nu, dinges!', riep ik vanonder het tosti-ijzer.
En daar schrok Katie van.
Hield ze direct op.
Dus dat was mooi.

En toen zette ik de zon aan.

22 maart 2006

jacq is een klein hondje

'Hebben jullie er ook over nagedacht om dit en dat', vroeg ik tijdens het interview.
'Nee dat niet', zei de vrouw.
'En waarom niet', zei ik.

[Want ik ben journalist, he.
Echt een bijtertje hoor.
En als ik eenmaal beet heb.
Jah! Zo een klein hondje en dan een broekspijp.
Get the picture.]


'En waarom niet', zei ik.
'Nou gewoon', zei de vrouw.
'Oh ok', zei ik.
'Verder nog iets', zei de vrouw.
'Nee, ik schrijf dit even op', zei ik.

Maar ik dacht: ik schrijf dit even op?!
Maar toen schreef ik toch maar iets op.
Puur om iets op te schrijven.
Maar toen ik later keek, stond er alleen maar zes keer waarom.
En zelfs een keertje whyyy.
En dat vond ik wel weer heel sterk.
Ik ben een echte journalist.
En ik spreek bovendien mijn talen.

20 maart 2006

jacq en het uitgekauwde oor

En op het laatst, want ik sla nu een heel stuk over he, en dat is uit angst dat niemand hier meer komt lezen, dus het hele deel van dat hij mij in het oor kneep en dat ik toen terugkneep en dat hij toen zo vreselijk moest huilen en dat ik hem toen maar een kus gaf, dat hele deel sla ik nu dus bijv. noodgedwongen over, op het laatst vertelde de oorman mij hoe het er voor stond.

'Nou, het staat er goed voor', zei de oorman.
'Waarmee precies', vroeg ik beleefd, terwijl ik de laatste mieren uit mijn oorschelp pulkte. Ik hoopte maar dat hij het niet over de politiek wilde gaan hebben, want daar begrijp ik nooit zo heel veel van, haha!
'Met je linkeroor he', zei de oorman, op een toon van jah waar zijn we hier eigenlijk voor bij mekander dan. Maar dan denk ik op mijn beurt: zo een linkeroor is een aanleiding, maar het kan over nog zo veel andere dingen gaan in een ontmoeting tussen twee mensen.

'Dus ik hoor nu weer goed eigenlijk', zei ik blij.
'Er is inderdaad niets veranderd', zei de oorman tevreden.
'Mooi', zei ik vrolijk.

En de oorman trok op zijn ruitjespapier lijnen tussen puntjes. 'En we kijken nog even naar de beurzen', hoorde ik een RTL-nieuwslezer zeggen in mijn hoofd. Ik zag een koers die was ingestort, zodat veel mensen failliet zouden gaan en een enkeling zelfmoord zou plegen. Het deed me sterk denken aan de vorige keer dat een oorman lijnen tussen puntjes trok. In mijn hersenen begon een ... ja het moet wel een gedachte geweest zijn. Die begon achterin, en ging via links naar rechts en toen direct naar mijn mond. Ik zeg vaak al dingen voordat ik helemaal uitgedacht ben, vandaar waarschijnlijk.

'Maarre', zei ik.
'Ja?', zei de oorman.
'Die deuk in die lijn', wees ik.
'Ja?', zei de oorman.
'Die is hetzelfde als de vorige keer', zei ik.
'Ja?', zei de oorman.
'En de vorige keer hoorde ik niet goed', zei ik.
'Ja?', zei de oorman.
'Dus als er niets veranderd is, dan hoor ik dus nog steeds niet goed', zei ik.
'Ja!', zei de oorman tevreden.
'Oke, helder', zei ik.

En toen was het onderwerp eigenlijk wel uitgekauwd.

'Kom over twee jaar nog maar eens terug', zei de oorman koelbloedig.
'Uitermate prima', zei ik ijzig.

En ik dacht: zozo mannetje, we zullen zien wie dat het langste volhoudt. Meestal bellen mannen wel eerder, vanuit een soort van wanhoop.

16 maart 2006

met jacq is nothing on the hand

Bewegingloos zat ik. Maar in gedachten had ik mijn hoofdhuid van mijn schedel getrokken en in een hoek gegooid, met al mijn krachten. En mijn oren. Heel stil bleef ik zitten.

'Euhm', zei ik.
'Is er iets', zei de oorman.
'Nothing on the hand', zei ik.
En ik dacht: onnodig Engels, bitch.

Voor straf drukte ik met mijn wijs- en middelvinger op de korst op mijn linkerknie. Oh men, zeer dat het deed! Bij ons op Kantoor stoot ik trouwens elke dag mijn linkerknie aan de punt van de vergadertafel. Zeer dat dat doet! Zo vreselijk zeer dat ik moet opspringen en hinken. Ik wil dat niet, maar het is sterker dan mijn wil. 'Mijn korst! Mijn korst!', schreeuw ik dan, net zolang totdat de ergste pijn bedaard is. 'Sorry voor de commotie, maar het is een zeer ongebruikelijk soort korst', zeg ik dan later ter verontschuldiging. Mijn collega's doen er schamper over, en rollen met hun ogen. Maar zij kennen deze korst dan ook niet, omdat hij van mij is.

De oorman stak zijn hand uit naar mijn kruis. Toen trok hij hem weer schielijk terug. Ik keek naar mijn kruis. Daar lag het apparaatje met de drukknop, lief verscholen in een plooitje van mijn spijkerbroek. Het moest mij in de schoot zijn gevallen tijdens het gewriemel met de koptelefoon. Ik zag de frustratie in de ogen van een man die graag dingen persoonlijk overhandigde. Maar een vrouwenkruis, daar bleef je af, ook als oorman. Ethiek van het vak blabla.

'U mag de drukknop zelf in uw hand nemen', zei de oorman tandenknarsend.
'En dan is het weer het ouwe liedje', zei de oorman.
'We beginnen met rechts', zei de oorman.

Nou, dat werd een makkie.
Op rechts ben ik zeer horend.
Ik ging er eens goed voor zitten.
Maar de mieren, zij liepen door.

13 maart 2006

jacq en de duizend mieren

Direct nadat de oorman mij de koptelefoon op het hoofd had gezet, begon het gekriebel. Eerst was het gekriebel van een milde vorm. Dat is nog te negeren als je heel sterk aan iets anders denkt. Ik dacht heel sterk aan de korst op mijn linkerknie en hoeveel zin ik erin had om hem eraf te peuteren, terwijl ik wist dat iedereen in mijn omgeving erop tegen zou zijn.

Maar toen werd het gekriebel van een niet-milde vorm. En dan kun je nog zo sterk aan iets anders denken, maar dat werkt niet meer. Het leek wel alsof er uit de koptelefoon duizend mieren waren gekropen die zich nu in en rond mijn oren begaven voor een stukje vrije expeditie. Jullie weten zelf wel hoe mieren lopen, het ziet er niet uit. Het lopen van de mier is ... nou het is vooral kriskras. Ja ok, voor henzelf zit er een krankzinnig soort systematiek in, in het kriskras lopen, maar als je er als mens naar kijkt, dan denk je: jongens jongens (tegen de mieren), kan het ook wat rielekster svp! Al dat heen en weer geloop, maak eens gewoon een rechte lijn! Maar de mieren doen heel sterk hun eigen ding, want zij leven in een mierenwereld. En waarom bleven zij daar niet gewoon, dacht ik terwijl ik langzaam krankzinnig werd.

'Nou, u mag weer op het knopje drukken als u een geluid hoort', zei de oorman met dat flinterdunne laagje opgewektheid dat oormannen nu eenmaal eigen is. Maar kwets ze niet, want dan beginnen ze direct te huilen. Been there, done that. Oh, wat haat ik huilende mannen. Bijna net zo erg als mannen met paraplu's. Maar daarover een andere keer.

Bewegingloos zat ik. Maar in gedachten had ik mijn hoofdhuid van mijn schedel getrokken en in een hoek gegooid, met al mijn krachten. En mijn oren erbij. Heel stil bleef ik zitten.

'Euhm', zei ik.

10 maart 2006

de terugkeer van de dove jacq

Oh nee, ze gaat niet nog weer een keer beginnen over haar dovige linkeroor!

Euh, echt wel.

Het is namelijk heel erg. Interessant. Ik heb gewoon een blijvend gehoorverliesje. Het stomme is: ik kreeg het zo en passant te horen dat ik het nu, een week na dato, nog niemand heb verteld. Bij deze dan, lieve familie en vrienden. Ik heb gewoon een blijvend gehoorverliesje! Ja, ok, of het echt blijft dat weet je natuurlijk nooit, daar mag je niet zomaar op hopen, want soms gebeuren er wonderen, net als in de tijd van Jezus. Maar ik hoef pas over twee jaar terug te komen en twee jaar is lang hoor. Over twee jaar terug moeten komen, dat is meer zoiets als ach ja, wat moet je zeggen als laatste zin. Nou, kom over twee jaar nog maar eens terug. Ik zeg dat soort loze dingen ook all the time. Kom volgende keer bij mij eten. Doen we snel nog eens. Kom over twee jaar nog maar eens terug.

Oorafgaand aan de terloopse diagnose ging een intensieve pep-sessie. De oorman drukte mij een koptelefoon op het hoofd. Dat ging allesbehalve smooth, zo klapte bijvoorbeeld mijn rechteroor dubbel. Waarom kon ik mij niet zelf dat ding op de kop zetten! Ik moest denken aan die oervervelende opticien die elke zonnebril die ik aanwees hoogstpersoonlijk bij mij op de oren wilde zetten, met een stupide omzichtigheid alsof het een medische handeling betrof. Ik had toen de zonnebrillen steeds woedend uit zijn handen gegrist en ze zelf op mijn oren gezet. En uiteindelijk had ik er geen een gekocht, puur om het de opticien betaald te zetten.

In deze situatie bekroop mij diezelfde drang tot grissen. Mijn handen gingen al naar boven. Maar op het laatste moment streek ik er een lok haar mee weg. Ik durfde niet. Misschien mochten gewonen niet aan de koptelefoon komen. Bijvoorbeeld omdat het een uitgesproken dure koptelefoon was, die helemaal vanuit het buitenland met de hand was geimporteerd. Of omdat de handeling van het op de kop zetten uiterst nauw luisterde en een juiste positionering van de koptelefoon noodzakelijk was voor valide meetresultaten. Ik ben easily intimidated en bedenk overal redenen voor, dat wil ik er maar mee zeggen.

Direct nadat de oorman mij de koptelefoon op het hoofd had gezet, begon het gekriebel.

08 maart 2006

jacq is een bevende kiezer

'Naah zeg wat druuuuk!!', riep een meisje.
Iedereen in de rij bij het stemlokaal zweeg.
'Nou inderdaad het is zeker weten druk', zei ik.
Ik zeg namelijk altijd iets terug.
Dat weten de anderen volgens mij ook wel.
Je kan het al aan me zien als ik eraan kom lopen.
Opgelucht haalt men adem.
Zijn zij weer fijn off the hook.

[Daarom ren ik meestal weg als ik zie dat er mensen te water raken.
Als ik blijf staan, dan weet ik gewoon dat ik erin duik.
En ik ben zo onhandig he.
Dus dat ik dan ook verdrink.
En weer mensen meesleep in mijn verdrinking.]

Maar wat ik dus eigenlijk wou schrijven, is dat ik altijd zo een warm burgergevoel krijg tijdens het stemmen. Het begint eigenlijk al als ik al wapperend met dat witte papiertje naar het stembureau loop. Ik ben een stemmer, dat is wat ik daarmee dan zeg. Ik ben een stemmer. Ik neem mijn rechten serieus. In het stemlokaal zelf daalt een stille devotie op mij neer. We zijn een democratie mensen, dat ervaar ik op dat moment heel sterk. We zijn een democratie en we mogen zelf kiezen wie ons land bestuurt. De stille devotie slaat eigenlijk pas op het allerlaatste moment om in blinde paniek. Want wat ik altijd weer vergeet, is dat je uiteindelijk ook nog een stukje moet stemmen. In dat stukje ben ik slecht.

'U mag hoor', zegt de bejaarde dan.
'Okidoki', zeg ik dan met heldere stem.

Maar dat is een farce. Ik stem dan uiteindelijk een paniekstem, met een vinger die beeft en met een zweetdruppel in het gleufje tussen mijn borsten. Waarom nou precies daar, dat snap ik ook niet.

06 maart 2006

jacq rekent af met boris v.

Ik vind: het leven is geweldig. Ik heb soms het idee dat dat is sinds ik ben gestopt met roken. Rokers aller landen, stopt er toch mee. Aan de andere kant: soms wil ik weer beginnen. Kan ik peukenpauzes inlassen, en over oneindig laagland staren, terwijl ik traag trek aan een Camel Light. Oh, zal ik het doen!

Nee maar goed, het leven is geweldig. Er is maar een minpuntje aan het leven, en dat is dat er rare mensen in rondlopen. Ik heb nu de afgelopen maanden al twee keer de kous op de kop gekregen, terwijl ik dat van tevoren helemaal niet zag aankomen. Dat voelt een beetje net zo als dat je een zakje cashewnoten hebt gekocht, en dat je daar een greep in doet en dat dan blijkt dat ze ONgezouten zijn in plaats van gezouten. Nou, dit is wel een heel slechte vergelijking zeg. Maar het is evengoed een klotensituatie. Ik had het vorige week nog en ik was woedend en terecht natuurlijk.

'Welke halve zool heeft er ONgezouten cashewnoten gekocht!!', riep ik.
'Duhuh, ik denk jijzelf he', zei Boris V.
En dat was ook weer waar.
'Waarom doe ik hier altijd de boodschappen!!', riep ik.
ONgezouten cashewnoten, dat verwerk je niet zomaar.
'Duhuh, omdat ik het niet kan he', zei Boris V.
'Waarom eigenlijk niet', vroeg ik.
'Oh, dat kunnen katten van oudsher al niet' , zei Boris V.

En hij rekte zich nog eens uit.
En hij viel in zijn volgende slaap.
Ik had me ook wel willen uitrekken.
En in mijn volgende slaap willen vallen.
Maar ik moest mijn dekbed nog opmaken.
Dat is soms genoeg om mij aan het huilen te krijgen.

Dat kunnen katten van oudsher niet, peinsde ik nog even door.
Wat was dat eigenlijk voor een ouderwetse aanname?
Misschien kunnen de dieren wel veel meer dan wij denken.
En houden ze zich heel slim van de domme.
Ik bedoel.
Zeker sinds die chipknip en zo.
Hoef je toch helemaal niet meer kleingeld te tellen of zo!?

ik zeg: opnieuw bekijken, deze optie.
Idem voor andere klussen.
Denkend aan mijn dekbed zie ik twee hondjes, elk aan een punt.
Notitie van maken.

03 maart 2006

de nieuwe spieren van jacq

Oke, ik moet er niet vanuit gaan dat wat de andere luitjes kunnen, dat ik dat ook kan. Maar ik zag al die andere luitjes gewoon fietsen, en ik dacht: ja euh hallo, wat zij kunnen, dat kan ik ook. Maar oke, daar moet ik dus niet vanuit gaan.

Je kunt veel zeggen van mij, maar als ik val, dan val ik snel. Niet eerst stratenlang dom doorfietsen en dan nog eens een keertje laf opzij vallen. Nee direct, stante pede, opstappen en hupsakee neerkletteren. En nooit, maar dan ook nooit kan ik het navertellen, of fijn naspelen, wat dus een hobby van mij is. Dat komt: eerst is er het wegglijden en het ongeloof in de zin van oh nee dit gaat mij niet gebeu... En direct daarna IS het al gebeurd, ook zo lullig. Dan word ik wakker in een zeer compromitterende houding, met mijn fiets die mij toedekt. En met altijd, maar dan ook altijd een gat in de linkerknie. Had ik maar geen linkerknie.

Oh, en inmiddels ook met een stijve nek, een blauwe rib en spieren die zichzelf opnieuw aan mij voorstellen in de trant van hoi jacq, ik ben het jouw bilspier. Elk uur een nieuwe spier, en dat nu al vele uren. Oeoeeooeeoh, doe ik als ik opsta. Oeoeoeoeoeeoh, doe ik als ik ga zitten. En oh fuck, wat schud ik toch een boel met mijn haren zeg, for no apparent reason. Dat moet haast wel een zenuwtic zijn auw. God weet dat ik wel wat zenuwtics kan gebruiken, het gaat hier allemaal veel te rielekst de laatste tijd.

[Maar desalniettemintegenstaande, zoals Joop ter Heul zou schrijven, desalniettemintegenstaande: wat heeft het iets fijns, al die sneeuw op de kop. Natuurlijk, ik had mij reeds ingesteld op de lente, met kekke bloesjes & mooie jongens. Maar de sneeuw, die heeft ook wel wat.]

[Maar allez, nu is 't wel weer mooi geweest.]

01 maart 2006

de confettifobie van jacq

'Boefra!', zei de buurman.
'Helahola buurman hoestie', zei ik.
'Koud', zei de buurman.
'Ja, vind ik ook', zei ik.

Ik stak de sleutel in het slot.

'Boefra!', zei de buurman.
'Ja buurman', zei ik.
'Jij gaat naar carnaval?', zei de buurman.
'Eh nee', zei ik.

En ik trok het gezicht dat ik altijd trek als het woord carnaval valt.
Dat is een gezicht met het woord superieur erin.
En het woord gestudeerd.
En dan nog een keer het woord superieur.

'Ach, nee he', zei de buurman.
'Nee, jij niet he boefra', zei de buurman.
'Ik snap', zei de buurman.
'Hahaha!', zei de buurman.
'Hahahahahaha!', zei de buurman.
'Haha', zei ik.
'Doei buurman', zei ik.
'Doei boefra, hahaha!', zei de buurman.

En ik draaide mijn sleutel om.
En ik dacht: wat valt er hier te lachen eigenlijk?

Ben ik soms geen freakin party animal?
Doen Boris V. en ik niet dagelijks polonaises?
Zie ik eruit alsof ik een confettifobie heb!?
Ik kan heus wel carnaval!

Maar toen kwam ik in mijn woonkamer.
En ik zag mijzelf.
In mijn eigen spiegel.
En ik dacht: nee.
Nee jacq.
Nee jacq, jij kunt niet carnaval.
Je kunt het niet, al zetten zij een pistool tegen jouw hoofd.

Nou ja, misschien dan wel.
Pistolen kunnen je soms op nieuwe levels brengen, dat merk ik wel vaker.