jacq & de afwezige badmeester
'Ou, wooweenaaieaan', zei de vriendin, toen we deinend aan de rand van het diepe lagen.
Ik trok mijn badmuts van mijn linkeroor.
'Nog eens', zei ik.
'Nou, ook een saaie baan', zei de vriendin, en ze wees naar de badmeester.
De badmeester en zijn vrouw (haha, nee, dat was gewoon een badjuffrouw, tenminste dat denk ik eigenlijk wel hoor. Aan de andere kant: het lijkt me ook wel weer typisch een baan waarbij je je vrouw zou kunnen meenemen. Stel, er zijn haast geen verdrinkingen, wat doe je dan zo'n hele dag), nu enfin de badmeester en zijn vrouw dus, die zaten samen gebogen over een stuk papier. Wat zou erop staan, dacht ik. Wat voor een soort papieren moet je nu als badmeester bestuderen tijdens het uitoefenen van je badmeesterschap. Misschien betrof het een overzichtsschema van het gehele bad. 'Hee, ik wist niet dat je hier ook naar buiten kon zwemmen', zou de badmeester verbaasd tegen zijn vrouw zeggen. 'En dat bubbelbad, waar is dat dan', zou de vrouw van de badmeester vragen, op zo een gezellige toon van vrouwen die met hun man mee naar het werk zijn gegaan. De badmeester zou zoekend om zich heen kijken. Echt, ik begreep niet waarom ze die vent in de first place hadden aangenomen! 'Als er nu iemand verzuipt, dan zien ze het niet eens', zei ik verontwaardigd. In mijn hoofd kon ik de badmeester al deemoedig zien staan op begrafenissen van klein grut. Als hij tenminste lef in zijn donder had.
Vijf seconden later klonk er een schrille fluit. Verschrikt keken we op. De badmeester ziet wel degelijk alles, dat bleek maar weer eens. Eh-Eh, gebaarde hij streng met zijn wijsvinger naar drie spelende jongetjes die onder het touw waren door gedoken naar het baantjestrekgedeelte. In het baantjestrekgedeelte zwom slechts een (1) zwemmer. Waarschijnlijk had hij blind en doof gezwommen, want hij knalde alsnog met zijn hoofd tegen alledrie de jongetjes aan. Verstoord schudde de zwemmer ze van zich af. De verongelijktheid droop van zijn badmuts af. De jongetjes lachten een beetje schamper naar de badmeester, maar dat was puur omdat ze in hun jongetjestrots gekrenkt waren. Snel dook degene die het strengst was opgevoed onder het touw door naar water waar ze wel mochten zijn. De twee andere jongetjes volgden.
De baantjeszwemmer zwom gekwetst door. Zijn hele wezen straalde een missie uit: vele, vele baantjes trekken. Ik kan zelf slecht baantjes trekken. Een (1) baantje wil nog wel, maar daarna denk ik: sjesusmina zeg ik verveel me hier dus echt de PLEURIS! Daarna ga ik dingen opduiken, desnoods dingen die er niet zijn. Een soort van bewondering was dus in mij, voor de eenzame baantjestrekker. Maar het leek me dus ook een hele saaie vent die nooit eens iets bijzonders zou doen voor je.
Ik trok mijn badmuts van mijn linkeroor.
'Nog eens', zei ik.
'Nou, ook een saaie baan', zei de vriendin, en ze wees naar de badmeester.
De badmeester en zijn vrouw (haha, nee, dat was gewoon een badjuffrouw, tenminste dat denk ik eigenlijk wel hoor. Aan de andere kant: het lijkt me ook wel weer typisch een baan waarbij je je vrouw zou kunnen meenemen. Stel, er zijn haast geen verdrinkingen, wat doe je dan zo'n hele dag), nu enfin de badmeester en zijn vrouw dus, die zaten samen gebogen over een stuk papier. Wat zou erop staan, dacht ik. Wat voor een soort papieren moet je nu als badmeester bestuderen tijdens het uitoefenen van je badmeesterschap. Misschien betrof het een overzichtsschema van het gehele bad. 'Hee, ik wist niet dat je hier ook naar buiten kon zwemmen', zou de badmeester verbaasd tegen zijn vrouw zeggen. 'En dat bubbelbad, waar is dat dan', zou de vrouw van de badmeester vragen, op zo een gezellige toon van vrouwen die met hun man mee naar het werk zijn gegaan. De badmeester zou zoekend om zich heen kijken. Echt, ik begreep niet waarom ze die vent in de first place hadden aangenomen! 'Als er nu iemand verzuipt, dan zien ze het niet eens', zei ik verontwaardigd. In mijn hoofd kon ik de badmeester al deemoedig zien staan op begrafenissen van klein grut. Als hij tenminste lef in zijn donder had.
Vijf seconden later klonk er een schrille fluit. Verschrikt keken we op. De badmeester ziet wel degelijk alles, dat bleek maar weer eens. Eh-Eh, gebaarde hij streng met zijn wijsvinger naar drie spelende jongetjes die onder het touw waren door gedoken naar het baantjestrekgedeelte. In het baantjestrekgedeelte zwom slechts een (1) zwemmer. Waarschijnlijk had hij blind en doof gezwommen, want hij knalde alsnog met zijn hoofd tegen alledrie de jongetjes aan. Verstoord schudde de zwemmer ze van zich af. De verongelijktheid droop van zijn badmuts af. De jongetjes lachten een beetje schamper naar de badmeester, maar dat was puur omdat ze in hun jongetjestrots gekrenkt waren. Snel dook degene die het strengst was opgevoed onder het touw door naar water waar ze wel mochten zijn. De twee andere jongetjes volgden.
De baantjeszwemmer zwom gekwetst door. Zijn hele wezen straalde een missie uit: vele, vele baantjes trekken. Ik kan zelf slecht baantjes trekken. Een (1) baantje wil nog wel, maar daarna denk ik: sjesusmina zeg ik verveel me hier dus echt de PLEURIS! Daarna ga ik dingen opduiken, desnoods dingen die er niet zijn. Een soort van bewondering was dus in mij, voor de eenzame baantjestrekker. Maar het leek me dus ook een hele saaie vent die nooit eens iets bijzonders zou doen voor je.
