het dolen van de jacq
Oke, ik verdwaalde. Of verdwool, dat zou eigenlijk een mooier woord zijn, dus laten we voortaan verdwool gebruiken. Dolend dwaalde ik over het Overijsselse platteland - en het was niet de eerste keer, damnit. En ook niet de tweede. Ik vermoed dat het hier minimaal de derde keer betrof.
Oh God, denk ik dan op een zeker moment. Er komt namelijk altijd een zeker moment en dat is het moment dat ik het aan mezelf moet toegeven. Ik ben verdwaald. Of verdwoold, zoals ze dat dan tegenwoordig zeggen. Oh God, denk ik dan. God op zijn beurt denkt waarschijnlijk: oh jacq. Ik denk dat als God vanuit de hemel zo naar beneden kijkt en als hij dan inzoomt op mijn provincie (want dat doet hij hoor, op elke provincie trouwens, dus ook op die van jou!!!) - dat hem dan na enige tijd vanzelf de zwarte auto met open dakje opvalt, die continu rondjes rijdt in een soort van doolhof. Want zo ziet de aarde er natuurlijk voor God van bovenaf uit. En voor mij ook, maar dat ligt dus meer aan mezelf.
'Petrus, daar gaat jacq weer.'
'Ja, we hadden het al gezien, lachen wel.'
'Wat vind je, iets doen?'
'Neh, 't is haar leven.'
'Ja, daar heb je wel gelijk in.'
Bidden heeft geen zin, dat wil ik er maar mee zeggen. Daarom zit er maar een ding op: mijn vader bellen en de omgeving beschrijven, zodat hij me dan kan terug kan navigeren. Mijn vader kent heel Nederland.
'Met je vader.'
'Met mij, ik zit met een probleem.'
'Je bent verdwaald.'
'Klopt. Zeg, links van mij is een bos.'
'Ja.'
'Rechts is een dorp met een toren.'
'Hm, even denken.'
'Ja, denk maar even na, ik rook een sigaretje.'
'Als je achter je kijkt, zie je dan een bult?'
'Ik draai me even om.'
'Doe maar rustig aan.'
'Oke, ik zit andersom.'
'Zie je een bult?'
'Verrek ja, een bult!'
'Dan zit je in Lemelerveld.'
'Lemelerveld?!'
'Wat moet je daar eigenlijk?'
'Niks! Ik kom van de Ikea in Utrecht gvdgv!'
'Moet dat nu altijd, dat gevloek?'
'Ja, nou.'
--
Voor de mensen die nu denken: oh my god, alweer een cliffhanger, kwam jacq ooit nog thuis of dwoolde zij voor eeuwig over het platteland: nou, ik kwam dus thuis anders had ik dit stukje ook nooit kunnen schrijven, jah! The end.
Oh God, denk ik dan op een zeker moment. Er komt namelijk altijd een zeker moment en dat is het moment dat ik het aan mezelf moet toegeven. Ik ben verdwaald. Of verdwoold, zoals ze dat dan tegenwoordig zeggen. Oh God, denk ik dan. God op zijn beurt denkt waarschijnlijk: oh jacq. Ik denk dat als God vanuit de hemel zo naar beneden kijkt en als hij dan inzoomt op mijn provincie (want dat doet hij hoor, op elke provincie trouwens, dus ook op die van jou!!!) - dat hem dan na enige tijd vanzelf de zwarte auto met open dakje opvalt, die continu rondjes rijdt in een soort van doolhof. Want zo ziet de aarde er natuurlijk voor God van bovenaf uit. En voor mij ook, maar dat ligt dus meer aan mezelf.
'Petrus, daar gaat jacq weer.'
'Ja, we hadden het al gezien, lachen wel.'
'Wat vind je, iets doen?'
'Neh, 't is haar leven.'
'Ja, daar heb je wel gelijk in.'
Bidden heeft geen zin, dat wil ik er maar mee zeggen. Daarom zit er maar een ding op: mijn vader bellen en de omgeving beschrijven, zodat hij me dan kan terug kan navigeren. Mijn vader kent heel Nederland.
'Met je vader.'
'Met mij, ik zit met een probleem.'
'Je bent verdwaald.'
'Klopt. Zeg, links van mij is een bos.'
'Ja.'
'Rechts is een dorp met een toren.'
'Hm, even denken.'
'Ja, denk maar even na, ik rook een sigaretje.'
'Als je achter je kijkt, zie je dan een bult?'
'Ik draai me even om.'
'Doe maar rustig aan.'
'Oke, ik zit andersom.'
'Zie je een bult?'
'Verrek ja, een bult!'
'Dan zit je in Lemelerveld.'
'Lemelerveld?!'
'Wat moet je daar eigenlijk?'
'Niks! Ik kom van de Ikea in Utrecht gvdgv!'
'Moet dat nu altijd, dat gevloek?'
'Ja, nou.'
--
Voor de mensen die nu denken: oh my god, alweer een cliffhanger, kwam jacq ooit nog thuis of dwoolde zij voor eeuwig over het platteland: nou, ik kwam dus thuis anders had ik dit stukje ook nooit kunnen schrijven, jah! The end.
