you have to laugh at yourself,
because you'd cry your eyes out if you didn't [*]






24 juli 2006

jacq en de man op het balkon /2

Gelaten klapte ik een stoeltje naar beneden.
Ik plofte neer.
'Dag', zei ik tegen de man.
Ik zeg de mensen altijd gedag.
Ik ben daar op een zekere manier trots op, daarom schrijf ik het op.

De man keek op van de vellen papier op zijn schoot. 'Euhm ... dag', zei de man verschrikt. Zijn hand ging door zijn wilde haar, dat nog een beetje wilder werd. Zijn blik bleef aarzelend bij mij hangen, alsof hij zich afvroeg of er nu verder nog iets van hem werd verwacht. Ik maakte een glimlach en halverwege liet ik mijn ogen afdwalen. De man zuchtte opgelucht. Zijn ogen vlogen terug naar de vellen papier. Met een potlood zette hij in een bijna ritmisch tempo heel snel verticale streepjes. Soms kwam er iets horizontaals bij. Het leek wel alsof hij iets aan het turven was.

[Vroeger waren er situaties waarin ik nog wel eens dingen turfde. Geen idee welke situaties. Ook geen idee welke dingen. Moest je op de lagere school niet leren turven? Misschien dacht men toen nog dat we het nodig zouden hebben als we volwassen waren en moesten overleven in de wereld van de groten. Nou, nooit iets van gemerkt. Ik turf niks, nooit. En ik leef nog steeds. I rest my case.]

De trein ging door de wissels. Zo kon ik me ongemerkt een beetje naar het papier van de man toe schudden. Ik staarde naar het papier. Muzieknoten waren het! Alsof hij zich op de vingers gekeken voelde, stokte de hand van de man. Maar na een paar seconden tikte hij ritmisch met zijn potlood tegen het papier. De wijsvinger van zijn rechterhand werd die van een dirigent. Hij speelde muziek die alleen hij kon horen. De man schudde zijn hoofd. Hij streepte iets door. En toen kwam er weer een groepje noten die hij aan de bovenkant met een dikke streep met elkaar verbonden.

[Haha, soms teken ik ook wel eens een muzieknootje, op een kaartje aan vriendin een, bijvoorbeeld. Dat is dan om haar weer even te herinneren aan hoe we elkaar ooit leerden kennen. Oh leuk, nog even een paar muzieknootjes erbij, denk ik dan. En vervolgens moet ik nadenken. Een streep. Een bolletje onderaan. Nog een streep. Nog een bolletje onderaan. En dan een boogje ertussen. Ik ben vaak volkomen uitgeput na een kaartje aan vriendin een.]

Ik durfde de man niet te storen, maar ik wilde het wel. Meneer, meneer, bent u een componist, had ik willen vragen. Maar terwijl ik vaag met de gedachte speelde om mijn mond open te doen, kwamen er klikjes uit de intercom. Eerbiedig keek ik naar de gaatjes van de intercom. De componist deed hetzelfde. Alle andere dingen wijken voor dingen uit de intercom. 'Er is een stremming tussen Amersfoort en Amsterdam', zei de stem uit de intercom. 'Reizigers voor Amsterdam moeten reizen met de trein naar Den Helder.'

'Waaat!!! Via Den Helder naar Amsterdam?!', riep ik.
De componist keek op.
'Eh ... nee', zei de componist aarzelend maar gretig.
'Oh nee natuurlijk niet', zei ik.
'Ja, en dan terugzwemmen zeker!', lachte de componist.
Hij keek blij en ongemakkelijk tegelijk, alsof hij schrok van zijn eigen grapje.
Ik besloot er hard om te lachen.
'Hahahaha!', riep ik.

De componist keek trots, maar toch nog ongemakkelijk. Hij bewoog zijn lippen, alsof hij nog meer zou willen zeggen. Maar steeds hield hij het binnen, net zolang tot zijn lippen niet meer bewogen omdat er toch niets van ging komen. De blik van de componist ging weer naar de papieren op zijn schoot. Licht begon de hand met het potlood te tikken op zijn knie.

Ik wendde me af van de componist en de rest van de reis is een blur in mijn hoofd. Had ik maar met hem gepraat, dacht ik later toen ik met een half uur vertraging achter hem aan op het perron liep. Had ik maar met hem gepraat, over de dingen die hij hoorde in zijn hoofd. Dan had ik later langs mijn neus weg kunnen zeggen: oh, ik sprak dus laatst een componist en die vertelde mij et cetera, zodat mijn collega's zouden denken: sjonge, die jacq die kan ook met allerlei slag mensen omgaan, wat is het toch een toffe peer.

Maar goed.

Share |