stukjes jacq

12 juni 2006

jacq en de hete zwarte jongen

[Oh men, echt bloedstollend spannend allemaal dat gedoe met die auto en zoo. Maar nu ff wat anders hoor.]

Het was warm. Het was echt heel erg warm. Het leek wel alsof de machinist desalniettemin had gedacht: bah, niks niet behaaglijk aan de voeten en de verwarming aan had gezet. Ik had zin om me hierover vreselijk op te winden maar het was veel te warm om je waar dan ook maar over op te winden. Ik moest onbeweeglijk blijven zitten om zodoende in leven te blijven.

Tegenover mij kwam een jongen zitten. Hij was zwart. Hij was echt heel erg zwart. De jongen was zo intens zwart, dat ik moest opletten dat ik niet direct mijn gefascineerde blik opzette. Mijn gefascineerde blik is echt heel erg. Ogen op steeltjes, mond open en zo. Ik klemde mijn lippen op elkaar. Ik keek naar zijn handen. Die waren ook zwart. Dat was op zich logisch, en ook fijn, leek mij. Je zult maar zo zwart zijn als deze jongen en dan witte handen hebben, dan loop je dus echt voor gek. Ik keek naar mijn eigen handen. Het contrast was enorm. Ik moest denken aan het stichtelijke boekje dat ik ooit las toen ik nog een kind was, over een zwart jongetje dat zich alsmaar waste met zeep om net zo blank te worden als de andere kinderen.

'Pffffff', zei de jongen. Met zijn rechterhand waaide hij zich koelte toe. 'It is too hot', zuchtte de jongen. Opnieuw wapperde hij met zijn hand. Het zag er wat nutteloos uit. Er komt niet veel lucht van een wapperende hand af volgens mij. Bovendien vroeg ik me af of de eventuele koelte wel opwoog tegen de lichamelijke inspanning van het wapperen. De zwarte jongen keek mij wanhopig aan. Ik knikte op een manier die duidelijk maakte dat we dit gevoel samen deelden maar dat ik er verder niet over wilde converseren. Het was te warm voor een conversatie. En zeker voor een conversatie over de warmte. Moest het bovendien niet zo zijn dat zwarte mensen veel beter tegen de warmte kunnen dan witten zoals ikzelf? Ze mogen dan goed kunnen dansen en zo, maar het zijn wel aanstellers, peinsde ik.

Ik probeerde ijsschotsen in mijn hoofd te denken, maar tegen de tijd dat ik ze op mijn netvlies had, waren ze al gesmolten.