jacq en de achteruitkijkspiegel
[deel 1]
[deel 2]
'We gaan eens even een stukje rijden', zei de gelige man toen we buiten stonden.
Ik was verbijsterd. Door het aantal woorden, dat allereerst. Maar vooral ook door zijn voorstel, dat niet eens een voorstel was. Ik wilde helemaal niet samen een stukje rijden, ik wilde in mijn eentje een stukje rijden. Noo fucking way dat ik met de gelige man een stukje ging rijden. Ik ging namelijk nog liever direct dood.
'Okidoki', zei ik opgeruimd.
En ik dacht: okidoki?!
En ik liep naar de bestuurdersdeur.
En de gelige man opende de passagiersdeur.
En ik opende de bestuurdersdeur.
En de gelige man zette zijn linkervoet in de auto.
En ik zette mijn rechtervoet in de auto.
En ik trok mijn rechtervoet weer uit de auto.
En ik zei: 'Euh ...'
En de gelige man keek mij aan over het dak van de auto.
En ik keek terug naar de gelige man.
'Hahaha!', zei ik.
Zozo, dat is een vreemde manier om een serieuze opmerking te introduceren, dacht ik nog. Maar toen had ik het al gedaan. En de serieuze opmerking moest nu komen. Nu dus. Nu. 'Het is niet om het een of ander', zei ik. Nu in een keer hupsakee door naar de kern jacq, riep iemand in mijn hoofd. 'Maar ik maak niet graag een proefrit met iemand naast mij', zei ik ademloos. Plus dat ik een kleiiin beetje bang was voor de gelige man. En dat kleine beetje, dat kwam omdat de zon zo lekker scheen. Dan zie je de dingen vanzelf een beetje luchtiger. Bij een dicht wolkendek was ik al lang en breed gillend en wel weggerend, om dan later terug te sneaken voor mijn fiets. In de stad ben je niets zonder fiets he.
De gelige man bleef mij aankijken. Ik hem ook en ik probeerde niet te knipperen. Wie het eerst knippert die verliest, dacht ik. De man snoof. Of snuift, dacht ik. En ik trok mijn wenkbrauwen op, ten teken dat ik gewonnen had. 'Oke', zei de gelige man, en hij gooide het portier dicht. Ik ademde uit. Mijn schouders ontspanden zich. Ik zette mijn rechtervoet weer in de auto en plofte in de bestuurdersstoel. Ik trok het portier naar me toe. Toen hoorde ik een klik. Ergens viel nog een deur dicht. Iets ving mijn oog in de achteruitkijkspiegel. De gelige man. Op de achterbank van de auto.
Er schoof een wolk voor de zon.
[deel 2]
'We gaan eens even een stukje rijden', zei de gelige man toen we buiten stonden.
Ik was verbijsterd. Door het aantal woorden, dat allereerst. Maar vooral ook door zijn voorstel, dat niet eens een voorstel was. Ik wilde helemaal niet samen een stukje rijden, ik wilde in mijn eentje een stukje rijden. Noo fucking way dat ik met de gelige man een stukje ging rijden. Ik ging namelijk nog liever direct dood.
'Okidoki', zei ik opgeruimd.
En ik dacht: okidoki?!
En ik liep naar de bestuurdersdeur.
En de gelige man opende de passagiersdeur.
En ik opende de bestuurdersdeur.
En de gelige man zette zijn linkervoet in de auto.
En ik zette mijn rechtervoet in de auto.
En ik trok mijn rechtervoet weer uit de auto.
En ik zei: 'Euh ...'
En de gelige man keek mij aan over het dak van de auto.
En ik keek terug naar de gelige man.
'Hahaha!', zei ik.
Zozo, dat is een vreemde manier om een serieuze opmerking te introduceren, dacht ik nog. Maar toen had ik het al gedaan. En de serieuze opmerking moest nu komen. Nu dus. Nu. 'Het is niet om het een of ander', zei ik. Nu in een keer hupsakee door naar de kern jacq, riep iemand in mijn hoofd. 'Maar ik maak niet graag een proefrit met iemand naast mij', zei ik ademloos. Plus dat ik een kleiiin beetje bang was voor de gelige man. En dat kleine beetje, dat kwam omdat de zon zo lekker scheen. Dan zie je de dingen vanzelf een beetje luchtiger. Bij een dicht wolkendek was ik al lang en breed gillend en wel weggerend, om dan later terug te sneaken voor mijn fiets. In de stad ben je niets zonder fiets he.
De gelige man bleef mij aankijken. Ik hem ook en ik probeerde niet te knipperen. Wie het eerst knippert die verliest, dacht ik. De man snoof. Of snuift, dacht ik. En ik trok mijn wenkbrauwen op, ten teken dat ik gewonnen had. 'Oke', zei de gelige man, en hij gooide het portier dicht. Ik ademde uit. Mijn schouders ontspanden zich. Ik zette mijn rechtervoet weer in de auto en plofte in de bestuurdersstoel. Ik trok het portier naar me toe. Toen hoorde ik een klik. Ergens viel nog een deur dicht. Iets ving mijn oog in de achteruitkijkspiegel. De gelige man. Op de achterbank van de auto.
Er schoof een wolk voor de zon.
