jacq lust alleen melk
'Hier moet het ergens zijn he', zei mijn lievelingsoom H.
'Ja, hier moet het ergens zijn', zei ik.
'Ik meen dat ze Blaauw heten, met dubbel a', zei ik terwijl ik de weg af tuurde.
'Blaauw met dubbel a', zei mijn oom H. terwijl hij plankgas gaf.
Ik trok mijn wenkbrauwen op. Waarom geven veel mannen plankgas als je op zoek bent naar iets in de zeer nabije omgeving? Dat leidt tot situaties waarin je tot zeven keer hetzelfde stuk weg rijdt, heen en terug. Net zolang totdat de bijrijder, meestal een vrouw, van onhoudbare frustratie zo hard begint te schreeuwen dat de man van schrik vaart mindert. Ik spreek nu even voor mezelf.
Wij sjeesden iets voorbij.
Ik draaide mijn nek om.
'Oh daar had je ze al', wees ik.
Ik draaide mijn nek weer terug.
'Oh, en daar komen ze nog een keer', wees ik verbaasd.
Aan weerszijden van het water stond een firma Blaauw, met vlaggen die wapperden. Bij de eerste waren het zeker vijftien blauwe vlaggen, alsof iemand een onvermijdelijke ingeving had gehad maar daarin was doorgeslagen. Bij de tweede firma Blaauw waaide het geel. 'De gele Blaauw eerst', zei ik. En mijn oom H. slipte zo maar het grind op.
Ik rechtte mijn rug. Ik ging vandaag een snelle auto kopen en ik was daarom vandaag een serieus te nemen vrouw maar toen ontdekte ik een glazen stolp met paaseitjes op de balie en dacht ik: zijn de blauwen nu melk en de rooien puur of is dat steeds weer anders, afhankelijk van welk bedrijf de paaseitjes heeft gemaakt? Het was maar een simpele vraag, maar oh men, de teleurstelling als je straks met een pure in de mond zou zitten! Het leek mij het slimste om zowel een blauw als een rood eitje te pakken, omdat je dan in elk geval wel een grote kans had dat er een melkeitje bij zat. Aan de andere kant: als je nu al zeker zou weten dat blauw melk was, kon je beter twee blauwe paaseitjes pakken want dan had je twee keer geen teleurstelling straks.
'Zeg', zei ik tegen mijn oom H.
'Ja?', zei mijn oom H.
'Kun jij eens zo een blauwe proberen?', vroeg ik.
'Natuurlijk', zei mijn oom H.en hij scheurde het papiertje van het eitje.
Een wit eitje.
Een wit eitje.
'Dat is bijzonder', zei ik hees van onderdrukte paniek.
'Inderdaad bonzijder, heel bonzijder', zei mijn oom H. die graag delen van woorden omdraait.
'Zou jij nu eens zo een rode wi ...', zei ik.
Maar toen kwam er een jongen aan gelopen.
'Vul je zakken, vul je zakken', zei ik haastig fluisterend.
De kleur maakte nu niet meer uit.
Het was een kwestie van nemen wat je krijgen kunt.
'Goeienmiddag samen', zei de jongen.
'Zij zoekt een snelle auto', zei mijn oom H.
'Die desondanks goedkoop is', zei ik er snel bij.
'Ja, hier moet het ergens zijn', zei ik.
'Ik meen dat ze Blaauw heten, met dubbel a', zei ik terwijl ik de weg af tuurde.
'Blaauw met dubbel a', zei mijn oom H. terwijl hij plankgas gaf.
Ik trok mijn wenkbrauwen op. Waarom geven veel mannen plankgas als je op zoek bent naar iets in de zeer nabije omgeving? Dat leidt tot situaties waarin je tot zeven keer hetzelfde stuk weg rijdt, heen en terug. Net zolang totdat de bijrijder, meestal een vrouw, van onhoudbare frustratie zo hard begint te schreeuwen dat de man van schrik vaart mindert. Ik spreek nu even voor mezelf.
Wij sjeesden iets voorbij.
Ik draaide mijn nek om.
'Oh daar had je ze al', wees ik.
Ik draaide mijn nek weer terug.
'Oh, en daar komen ze nog een keer', wees ik verbaasd.
Aan weerszijden van het water stond een firma Blaauw, met vlaggen die wapperden. Bij de eerste waren het zeker vijftien blauwe vlaggen, alsof iemand een onvermijdelijke ingeving had gehad maar daarin was doorgeslagen. Bij de tweede firma Blaauw waaide het geel. 'De gele Blaauw eerst', zei ik. En mijn oom H. slipte zo maar het grind op.
Ik rechtte mijn rug. Ik ging vandaag een snelle auto kopen en ik was daarom vandaag een serieus te nemen vrouw maar toen ontdekte ik een glazen stolp met paaseitjes op de balie en dacht ik: zijn de blauwen nu melk en de rooien puur of is dat steeds weer anders, afhankelijk van welk bedrijf de paaseitjes heeft gemaakt? Het was maar een simpele vraag, maar oh men, de teleurstelling als je straks met een pure in de mond zou zitten! Het leek mij het slimste om zowel een blauw als een rood eitje te pakken, omdat je dan in elk geval wel een grote kans had dat er een melkeitje bij zat. Aan de andere kant: als je nu al zeker zou weten dat blauw melk was, kon je beter twee blauwe paaseitjes pakken want dan had je twee keer geen teleurstelling straks.
'Zeg', zei ik tegen mijn oom H.
'Ja?', zei mijn oom H.
'Kun jij eens zo een blauwe proberen?', vroeg ik.
'Natuurlijk', zei mijn oom H.en hij scheurde het papiertje van het eitje.
Een wit eitje.
Een wit eitje.
'Dat is bijzonder', zei ik hees van onderdrukte paniek.
'Inderdaad bonzijder, heel bonzijder', zei mijn oom H. die graag delen van woorden omdraait.
'Zou jij nu eens zo een rode wi ...', zei ik.
Maar toen kwam er een jongen aan gelopen.
'Vul je zakken, vul je zakken', zei ik haastig fluisterend.
De kleur maakte nu niet meer uit.
Het was een kwestie van nemen wat je krijgen kunt.
'Goeienmiddag samen', zei de jongen.
'Zij zoekt een snelle auto', zei mijn oom H.
'Die desondanks goedkoop is', zei ik er snel bij.
