jacq en de besmette boterham
Ik zag de jongen tegenover mij een boterham met kaas uit zijn tas halen en ik werd direct jaloers. Het leven als jongen is een stuk gemakkelijker, denk ik. Ik weet het eigenlijk wel zeker. Niet dat ik ooit een jongen zou willen zijn, oh nee! Hahaha! Het idee! Hahahaha! Jezus ik kom haast niet meer bij. Maar toch he. Jongens hebben het makkelijker, zonder emoties en de zucht naar chocola.
Ik deed een greep in mijn tas en haalde mijn boterham met kaas tevoorschijn. De jongen tegenover mij keek me aan. Toen keek hij naar zijn boterham en naar de mijne. En toen keek hij mij weer aan. Wat een loser zonder enige oorspronkelijkheid ben jij, zei de jongen met zijn blik. Ik keek terug en trok mijn wenkbrauwen op. Is er soms een wet die verbiedt dat je in navolging van een vreemde die tegenover je zit een boterham met kaas gaat eten? Ik dacht het niet, beste mensen! En we leven hier nog steeds in een vrij land. De jongen wendde beschaamd zijn blik af en slikte. Zijn laatste stukje boterham door.
Ik op mijn beurt wendde me met een ruk af richting het raam. En tijdens die ruk schampte mijn boterham langs de stoelleuning. Ik hield mijn boterham een eindje van mij af en keek intens naar het stukje dat had geschampt. Er was zo snel niets aan te ontdekken, maar ik ken mensen die de hele boterham nu direct zouden weggooien. Was dat eigenlijk het enige juiste dat men kon doen in deze situatie? Had het schampen ziekmakende dingen gedaan met de boterham?
Of was het feitelijk niet al zo dat als je je boterham in een treincoupe tevoorschijn haalde, dat er dan al een regen van bacillen, stof, snotjes en hondenharen op neerdaalde? Maakte het iets uit of je honger had, en dat deze boterham de enige was die je bij je had? Ik hield mijn boterham voor het raam, zodat het licht er goed op viel. De jongen tegenover mij trok zijn wenkbrauwen op maar blikken werpen deed hij niet meer. Ik draaide mijn boterham in het zonlicht. Koeien verdwenen en verschenen achter de boterham.
Ik nam een beslissing die mij aan koning Salomo deed denken. Ik brak het besmette stuk van mijn boterham af en gooide dat in het prullenbakje. Toen ik mijn hand terugtrok, besefte ik dat ik met mijn hand aan het prullenbakje had gezeten. Wat was erger, een stoelleuning of een prullenbakje? Ik kon het antwoord wel raden. God, wat moest het verschrikkelijk zijn om aan smetvrees te lijden, dacht ik terwijl ik een denkbeeldig pluisje van mijn broek blies. Er zou geen einde komen aan de smerigheid.
Iets kriebelde mij. Ik deed een greep in mijn truitje en trok een lange zwarte haar waar geen einde aan leek te komen onder mijn oksel vandaan. Ha, vriendin een! Hoewel ik me niet kon herinneren dat ik die onder de oksel had gehad, en zeker niet onlangs. Ik liet de zwarte haar op de grond dwarrelen. Zo bijzonder dat een stukje van vriendin een nu vlakbij Utrecht lag, terwijl ze er zelf niet was geweest. De jongen tegenover mij was in slaap gevallen, of hij deed misschien alsof. Ik nam een hap van mijn overgebleven stuk boterham.
Ik deed een greep in mijn tas en haalde mijn boterham met kaas tevoorschijn. De jongen tegenover mij keek me aan. Toen keek hij naar zijn boterham en naar de mijne. En toen keek hij mij weer aan. Wat een loser zonder enige oorspronkelijkheid ben jij, zei de jongen met zijn blik. Ik keek terug en trok mijn wenkbrauwen op. Is er soms een wet die verbiedt dat je in navolging van een vreemde die tegenover je zit een boterham met kaas gaat eten? Ik dacht het niet, beste mensen! En we leven hier nog steeds in een vrij land. De jongen wendde beschaamd zijn blik af en slikte. Zijn laatste stukje boterham door.
Ik op mijn beurt wendde me met een ruk af richting het raam. En tijdens die ruk schampte mijn boterham langs de stoelleuning. Ik hield mijn boterham een eindje van mij af en keek intens naar het stukje dat had geschampt. Er was zo snel niets aan te ontdekken, maar ik ken mensen die de hele boterham nu direct zouden weggooien. Was dat eigenlijk het enige juiste dat men kon doen in deze situatie? Had het schampen ziekmakende dingen gedaan met de boterham?
Of was het feitelijk niet al zo dat als je je boterham in een treincoupe tevoorschijn haalde, dat er dan al een regen van bacillen, stof, snotjes en hondenharen op neerdaalde? Maakte het iets uit of je honger had, en dat deze boterham de enige was die je bij je had? Ik hield mijn boterham voor het raam, zodat het licht er goed op viel. De jongen tegenover mij trok zijn wenkbrauwen op maar blikken werpen deed hij niet meer. Ik draaide mijn boterham in het zonlicht. Koeien verdwenen en verschenen achter de boterham.
Ik nam een beslissing die mij aan koning Salomo deed denken. Ik brak het besmette stuk van mijn boterham af en gooide dat in het prullenbakje. Toen ik mijn hand terugtrok, besefte ik dat ik met mijn hand aan het prullenbakje had gezeten. Wat was erger, een stoelleuning of een prullenbakje? Ik kon het antwoord wel raden. God, wat moest het verschrikkelijk zijn om aan smetvrees te lijden, dacht ik terwijl ik een denkbeeldig pluisje van mijn broek blies. Er zou geen einde komen aan de smerigheid.
Iets kriebelde mij. Ik deed een greep in mijn truitje en trok een lange zwarte haar waar geen einde aan leek te komen onder mijn oksel vandaan. Ha, vriendin een! Hoewel ik me niet kon herinneren dat ik die onder de oksel had gehad, en zeker niet onlangs. Ik liet de zwarte haar op de grond dwarrelen. Zo bijzonder dat een stukje van vriendin een nu vlakbij Utrecht lag, terwijl ze er zelf niet was geweest. De jongen tegenover mij was in slaap gevallen, of hij deed misschien alsof. Ik nam een hap van mijn overgebleven stuk boterham.
