stukjes jacq

30 november 2005

het hijgen van vriendin een

Toen ik vanochtend mijn vuilniszak aan de weg zette, dacht ik: zouden er eigenlijk ook omgekeerde hijgers bestaan? Zijn er op de aarde hijgers die wel hijger willen zijn maar te beroerd zijn om zelf te bellen? Bestaan er hijgers die wachten tot ze gebeld worden? Zijn dat eigenlijk wel serieus te nemen hijgers? Of ben je pas hijger als je jezelf actief hijgend in het leven van een ander telefoneert?

Ik pleurde mijn vuilniszak neer en belde vriendin een om raad. En geloof het of niet, maar vriendin een nam hijgend op. Even was ik van mijn a propos. Kon het antwoord zo dichtbij huis liggen? En welk antwoord was dat dan? Maar toen realiseerde ik me dat vriendin wel vaker hijgend de telefoon opneemt. Volgens mij zijn er dagen dat vriendin een de hele dag rondjes rent in haar eigen leven.

En het ergste vind ik: zij blijft dan gewoon rondjes rennen, ook al ben ik via de telefoon tot vriendin een gekomen. Dat is trouwens niet alleen iets van vriendin een. Het valt me op dat steeds meer mensen gewoon doorgaan met leven als ik ze bel. Soms zeg ik dan iets als 'Oooh gooooood wat ik nu toch weer heb meegemaakt!', en dan verzin ik iets heel ergs, met mannen van de politie. En met lijken of zo. Maar wel heel natuurgetrouw. Meestal bemerk je dan wel een soort van verstilling aan de andere kant van de lijn. Maar eigenlijk is het natuurlijk heel erg dat je ze alleen zo bij de les houdt. Ik vind dat mensen moeten gaan zitten als ik bel. Of gaan liggen, bijvoorbeeld op hun loungebank. Het liefst zie ik ze trouwens opgesloten in een donkere gang zonder afleiding van afleidende dingen. Dan, pas dan, kom ik telefonisch tot mijn recht. Maar er is niemand die ooit eens rekening houdt met mij.

Maar goed, om dus even terug te komen op die hijgers.

28 november 2005

jacq leest zichzelf niet

Ik schreef dingen op een boodschappenbriefje.
En toen ging ik naar de super.
En toen keek ik op mijn briefje.
En toen dacht ik: watte!?

Och, en ik had vroeger zo een mooi handschrift.
Zo mooi dat de juf op ouderavonden met tranen in de ogen mijn schriftjes liet zien.
Tranen van vreugde, niet van verdriet.
Een ware schoonschrijfster, dat was onze jacq.
Dus als al het andere zou mislukken.
Dan kon ik altijd nog schoonschrijfster worden.
En dat was wel een fijn idee.

Maar nu kijk ik op mijn briefje.
En dan denk ik dus: watte?!

Ik ben een beetje de Frank Boeijen van het geschreven woord geworden.

25 november 2005

jacq wil niet gewaaid

Waaien lijkt op aaien maar het is het niet. Waaien, dat is bijna wel het naarste dat er is. En waaien met regen erin, dat is dan het naarste. Altijd als het waait met regen als ik op mijn fiets zit, vind ik dat ik een rotleven heb met maar heel, heel weinig lichtpunten erin.

Aan de andere kant: krijgen jullie ook zo een opgetogen rilling als het knmi een weeralarm afgeeft? Mij overviel gisteravond al zo'n schoolreisjesgevoel: een mengeling van blijde verwachting plus dat je niet weet of je ooit nog weer thuis bij je vader en moeder zal komen.

Zelfs Boris V. is onrustig in zijn doen en laten, en daar moet echt wel wat voor gebeuren. Net wou hij nog de tuin in maar ik zei: doe het niet, want zo dadelijk lig je ergens op je rug bovenop een schuurdak. Zag je hem nadenken en helemaal blij worden bij het idee alleen al. Dus die zie ik voorlopig niet terug.

23 november 2005

jacq is onder water

Gistermiddag kreeg ik ineens het gevoel dat ik onder water zat. Ik keek om me heen. Nee, ik was op Kantoor en dat is niet onder water. Ik slikte. Het was mijn oor. Damn, het was mijn oor en het oor zat dicht!!!

Ik opende mijn mond om er iets over te zeggen. Ik ademde in. Mijn collega's keken op. Een verwachtingsvolle glinstering was in hun ogen. Zij hielden hun adem in. Zij doen echt alles om niet te hoeven werken. En nu hebben zij mij en mijn dingen.

Maar ik ademde uit.

Want ik dacht: nee.

Ik houd het oor voor mezelf.

Ik houd mijn oor voor mezelf, ook voor de toekomst van Kantoor. Ik ken mijzelf. Het verleden heeft een ding bewezen: als ik eenmaal het oor de wereld in laat gaan, dan is er geen einde. Google maar even op 'oor' en 'jacq' en je bent een hele regenachtige middag onder de pannen. Oh, ik zag mij al gesticuleren, met het oor als insteek. Ik voorzag dat ik schetsmatige dingen zou gaan eh schetsen op het whiteboard in ons Kantoor. En oordgrapjes zou gaan maken, over oren en vooral die van mijzelf. Voor je het wist zou mijn oor een wijsvinger zijn waarover ik niet uitgepraat kon raken. Google anders even op 'wijsvinger' en 'jacq' en neem een paar dagen vrij. Kom op joh doe het, wie mist je nou! Ik zou ontslagen worden en in de goot raken. Samen met mijn oor. En mijn wijsvinger. Maar zonder vaste baan en geld voor make-upjes.

Dus ik ademde uit.

Mijn collega's lieten hun adem ook los.

Verdriet was in hun ogen.
Boos keken zij mij aan.
Maar ik hield mijn lippen op elkaar.
Ook al zat ik dan onder water.
Toen wendden zij zich af.
Zij keken om zich heen.
Hun ogen werden dof.
De leegte, oh de leegte.
Toen gingen ze door met werken.
Want als je toch op Kantoor bent.
Kun je natuurlijk net zo goed even wat doen.

21 november 2005

de worst van commissaris rex

Het was trouwens ook direct een heel dramatische aflevering van Commissaris Rex, dat zul je altijd net zien. Commissaris Rex werd namelijk gekidnapt en opgesloten in een kelder of zoiets. En de baas van commissaris Rex, even geen idee hoe die heet maar voor het moment noemen we hem even commisaris Lex, die werd natuurlijk ontzettend bang. In de zin van shiiiiiit straks gaat me hond dood en dan is de tv-serie natuurlijk ook direct afgelopen!!!!! Boris V. veerde trouwens direct op, zo van: 'Schiet 'em dood! Schiet 'em dood!' maar de ontvoerder hoorde het niet.

Oh ja wat wel lachen was, was dat de ontvoerder dus belde met commissaris Lex.
En hij zei: 'Halloo ich habe deine Hund und er sitzt in meinem Keller oder so etwas'
Nou, commissaris Lex helemaal beven en bibberen aan de telefoon, natuurlijk.
En toen zei commissaris Lex echt iets geweldigs: 'Beweisen sie mir das, geben sie mir der Hund am Telefon!'

Dus ik en Boris V. helemaal in een deuk. Wij zagen het helemaal voor ons, commissaris Rex die de hoorn pakt en dan zo van waf waf waf drogiert waf waf.

Maar verder lachte er dus echt niemand, ook commissaris Lex dus niet om zichzelf. Hij sloeg niet eens zijn hand voor de mond in de zin van sorry stom, kan natuurlijk niet! Dus wij van oh.
En die ontvoerder moest ook niet lachen. Die deed ineens heel afstandelijk, want die dacht scheisse, mooi niet dat ik die hond voor de telefoon haal, straks geeft ie het adres op! Want commissaris Rex is daar een heel rare in, die kan heus wel wat meer dan piepen bij lijken. Nou ja eigenlijk niet, maar die mensen van die serie die denken dus van wel.

Nou ja uiteindelijk liep het natuurlijk goed af.
'Komm zu mir liebe Rex', fleemde commissaris Lex.
Dus toen sjokte commissaris Rex maar naar commissaris Lex.
En toen likte commissaris Rex commissaris Lex in het gezicht.
Maar je zag dat het niet van harte was.
Dus wij denken dat er een lekkere worst achter commissaris Lex hing.
En dat commissaris Rex dacht: Ein wurst, ein wurst, meine Freiheit fur ein Wurst.

En terecht ook natuurlijk. Je laat je hond toch niet ontvoeren, dat hadden Boris V. en ik allebei heel sterk.

18 november 2005

boris v. en commissaris rex

Boris V. drinkt uit het toilet, ook als er bakken vers water voor hem klaar staan. Ik word er gek van. Maar anderzijds: ik snap het. Het is Boris V. zijn manier van livin' on the edge. Of in zijn geval dan: living on de wc-bril.

Maar er zijn ook dingen en die kunnen dus echt niet. Boris V. snapt niet dat een nieuwe bank betekent dat je er a. eigenlijk niet op mag als je gecombineerd probleemhaar hebt en b. dat het gebruik van nagels ontzettend maar dan ook c. ontzettend streng VERBODEN IS, BORIS V.!!!!!!!!!!!!

Dus ik zeg:
'Boris V., als je dat nog eens doet', zei ik.
'Ja wat dan wat dan wat dan', zei Boris V.
Want ze halen je het bloed onder de nagels vandaan hoor.
'Dan, dan, dan ...', begon ik.
'Dan, dan, dan ...', herhaalde Boris V.
'Dan eeeeh ...', zei ik.
'Eeeeeeh ...', zei Boris V.
'Dan moet jij .... vanavond naar Commissaris Rex kijken', zei ik.

Boris V. werd bleek onder zijn rode haar dat eigenlijk zwart is.
'Oh nee!', riep Boris V.
'Oh jawel!', riep ik.

Boris V. is een beetje bang van Commissaris Rex. Niet zo bang als voor de mug die hier nog steeds levend rondcirkelt en mij al een paar keer heeft doodgeprikt, maar het komt wel in de buurt.

'Commissaris Rex is een walgelijke hypocriete kutherder', zei Boris V. bibberend.
'Ja, doe maar stoer', zei ik.
'Een bijdehandte fukherder met een sintbernardsyndroom', zei Boris V. bevend.
'En houd eens op met die schuttingtaal', zei ik.
Toen wist hij niets meer.
Slap einde.


['Oh, en nu nog eens wat Boris V.', zei ik.
'Zeg het maar, Moeder', zei Boris V.
'Vind jij mij iets Brabanderigs hebben'
'Eeegnie meneer pastoor!!!', riep Boris V.
'Dat wou ik ff horen', zei ik.]

16 november 2005

vrouwen zijn in alles beter

'Waar zijn de pootjes', vroeg ik opgewekt.
'Die zitten er los bij', zei de bezorgjongen.
'HUH!?', begon vriendin een direct heel sterk.
'Wij zijn een leek', zei ik.
Of eigenlijk twee leken, dacht ik.
Ik ben altijd zo taalkundig, he.

'Ze zitten er los bij', zei de bezorgjongen terwijl hij op zijn horloge keek.
'Dus ze moeten nog vast', zei ik.
'Ja, klopt', zei de bezorgjongen.
'Oke, succes dan', zei ik tegen de bezorgjongen.
'Je kan ze der zo zelf inschroeven hoor', zei de bezorgjongen.
'Zelf???', zei ik.
'Zij kan niks', zei vriendin een.
'Weinig', verbeterde ik.
'We zijn maar met ons tweeen', zei vriendin een.
'Nou ja, niet dat we een liefdeskoppel zijn', zei vriendin een.
'We hebben alleen elkaar', zei ik.
'En jou dan', zei vriendin een snel.

'Je hebt toch wel een accuboor', zei de bezorgjongen.
'Een accuboor ...', zei ik.
'Een accu, die zit toch in een oto!', zei vriendin een.
'Precies wat ik dacht', zei ik.
'En die hebben we dus niet', zei vriendin een.
'Een auto dus', zei ik.
'We komen feitelijk nooit nergens', zei vriendin een.
Vragend keken wij de bezorgjongen aan.
De bezorgjongen zuchtte.

Het was zo een soort van zucht die voor alle vrouwen van alle tijden en op de hele wereld bedoeld was, zo ervoer ik dat tenminste heel sterk. Ik zuchtte terug. Als mannen zuchten kun je immers maar een ding doen: terugzuchten, en het liefst nog net iets intenser. Natuurlijk won ik dat. Vrouwen zijn in alles beter, behalve in dingen boren. De bezorgjongen nam zijn verlies. Hij verwijderde zich en kwam terug met een accuboor.

Vriendin een en ik keken elkaar aan. Nee, zei ik woordeloos. Winkelen kon je niet maken nu. Nee, zei vriendin een woordeloos. Cappuccino's gaan drinken in de stad kon je ook niet maken nu. Maar de stereo aanslingeren om een gezellig mopje te gaan zingen terwijl de bezorgjongen 24 schroeven boorde, zou daar eigenlijk iets op tegen zijn? Zonder het met elkaar te overleggen besloten wij dat er van alles op tegen was. De bezorgjongen die nu een klusjongen was geworden, lag op zijn knieeen voor mijn bank met een stuk of wat schroeven in zijn mond. Oh en hij boorde dus, dat is misschien handig om erbij te zeggen. Vriendin een en ik deden wat vrouwen van alle tijden en op de hele wereld soms doen omdat al het andere verkeerd zou zijn. Wij gingen er gewoon zo'n beetje bij staan. En wij maakten geluidjes als ons dat logisch leek.

'Joh', zei vriendin een.
'Nou', zei ik.
'Zooo', zei vriendin een.

En dat dan 24 keer.

[En ja, de bank past dus in mijn huis. Hij past! Boris V. ben ik t.e.a.b op Marktplaats aan het verkopen, want die past er niet meer bij. Maar hee, de bank past! Hoera!]

14 november 2005

de krachten van vriendin een

Ik stroopte mijn mouwen op. Toen kreeg ik een por. 'Laat mij het zware werk maar doen' , zei vriendin een. 'Jij bent hiervoor niet sterk genoeg.' Ik keek verbijsterd. Ik pakte een stuk bank vast. Toen greep ik naar mijn bovenarm. Er zat een enorme muggenbult op, zo groot als een tennisbal. Ik heb nog een mug in huis namelijk. Ik laat hem overwinteren. Hij heeft alleen mij.

'Insectenblessure', zei ik verontschuldigend tegen de bezorgjongen.
Ik deed een stap achteruit.
'OOOOKEEEE', zei vriendin een.
De bezorgjongen ging bijna in de houding staan.
'Stukje links!', commandeerde vriendin een.
'En ff stilhouwe', zei vriendin een.
'Doorrr maar weer', zei vriendin een.

Ik keek met open mond.
Ik had het nooit geweten.
Want hoe moest ik het weten.
Meestal dragen wij tasjes.
En laarzen.
Maar nu wist ik het.
Dat frele figuurtje, het is slechts een dekmantel.
Vriendin een is een verhuisbitch.
Een verhuisbitch die je er goed bij kan hebben.
Als je gaat verhuizen dus.
(Of nu, met die bank dus.)

Ik was onder de indruk.
En ik wist maar een manier.
'AR-IE-ES-PIE-IE-CIE-TIE!!!!', zong ik op de wijze van Aretha.
'Find out what it means to me!', riep vriendin een.
De bezorgjongen keek op.
'Wij zingen samen', verduidelijkte vriendin een.
'Zongen', zei ik.
'Maar we gaan weer beginnen', zei vriendin een.
'Ja, we gaan weer beginnen', zei ik tegen de bezorgjongen.
'Maar dat roepen we al twee jaar', zei vriendin een.
'Moet je dat er nu steeds bij zeggen', zei ik bitter.
'Jij zei zongen', zei vriendin een gekwetst.

'Bochtje nu', riep vriendin een.
'Kan ik verder nog iets doen' , zei ik.
Thee, koffie, ze hoefden maar te kikken.
Of zou ik ff snel mail kunnen checken.
Ik maakte me los van de deur.
'Duw. Die. Deur. Open', steunde vriendin een.
Dus dat deed ik toen maar.

'Waar zijn de pootjes', vroeg ik opgewekt.
'Die zitten er los bij', zei de bezorgjongen.
'HUH!?', begon vriendin een direct heel sterk.

11 november 2005

de meetfouten van jacq

'De bestelbus!', riep vriendin een.
'De bestelbus!', riep ik.

Hehe, daar was hij dan eindelijk, mijn nieuwe bank in twee delen die waarschijnlijk niet in mijn huis zou passen wegens een kleine meetfout die ik zelf had gemaakt. Ik had mij een meter vergist in de lengte van het ene deel. Ik bedoel: wat is nu een meter. Mijn oude bank had ik evenwel de avond ervoor verkocht. Het was een beetje livin' on the edge. Ik had een visioen van een bezorger die de bank in twee delen weer meenam naar het magazijn. Ik had een tweede visioen van een jammerende jacq die met haar hoofd tegen een muur bonkt. Ik had een derde visioen van een jacq in een woonkamer met een heel oude matras op de grond. Misschien zou ik wiet gaan roken. Daar gaat het uiteindelijk toch naar toe, je maakt mij niks wijs.

Maar goed, hehe daar was hij dan eindelijk, mijn nieuwe bank in twee delen.
'Hij past vast wel', pepte ik mijzelf nog even op.
'Hij past so wie so', zei vriendin een ondersteunend.
'Het is alleen de vraag', zei ik.
'Of wij er dan nog bij passen', knikte vriendin een.

Snel bespraken wij nog even de details.
Wij waren hulpeloze vrouwen die niet zelf de pootjes onder de bank konden dingesen. Ook niet als iemand dat geduldig had uitgelegd.
'Dus niks van oooh ja', zei ik.
'Nee, alleen van HUH!!', zei vriendin een.
'En dat volhouden', zei ik.

Toen ging de bel.

'Oeh, 't is een jonkie!', riep vriendin een met haar neus tegen het raam.
'Zo heb ik ze het liefst', zei ik terwijl ik de deur opendeed.
Die kun je nog kneden, he.
'Goeienmiddag', zei de bezorgjongen.
'Goeienmiddag!!', riepen vriendin een en ik in koor.
De bezorgjongen wierp een blik in de woonkamer.
Toen wierp hij een blik in de bestelbus.
'Oei ...', zei de bezorgjongen gezellig.

09 november 2005

het uitvieren van jacq

Ik schoot de tunnel in. Het meisje voor mij vierde uit. Zij liet haar benen stilstaan op de trappers. Rustig zeilde ze naar beneden. Ik keek naar mijn benen. Ik kan niet goed uitvieren. Meestal moet ik juist keihard doortrappen, zodat ik op het eind van de tunnel weer gemakkelijker omhoog kom. Meisjes als het meisje voor mij moeten dan vaak op de trappers gaan staan. Ja, dat is de consequentie van uitvieren, sis ik ze dan altijd toe als ik ze trots voorbij stuif.

Maar dit was een ander soort dag. Ineens kwamen de voordelen van uitgestelde bevrediging mij vreemd en tragisch voor. Ik liet mijn benen sitlstaan op de trappers. Ik zeilde naar beneden. Straks moet je er weer tegenop jacq, zeurde een plekje achterin mijn hersenen. Mijn linkervoet wou aanzetten. Maar dit was een ander soort dag.

Ik liet mij uitvieren.
Ik ging nog verder.
Ik dacht: ik zing een lied.
En ik zong.
Het was iets van Destiny's Child.
Maar daar gaat het verder niet om.
Ooooh-ooh, zong ik.
Een vogel keek jaloers.

En toen vloog er een insect zo mijn keel in.

Gggggg!!!!, deed ik.
Maar het insect, dat bleef.
Gggggggggg!!!!!!, deed ik.
Maar het insect, dat bleef.

Ik kon maar een ding bedenken. Ik moest naar huis. Ik moest doorgaan met de harde g's, maar dan in de privacy of my own home. Ik moest keiharde g's gaan maken. Ik moest mijn tong eruit hangen. Ik moest een spiegel. En iets om in mijn keel te schrapen. Tot ik het insect eruit had geschraapt. Mijn linkervoet zette aan. En toen mijn rechter.

Ik zeilde het meisje voor mij voorbij.
Maar ik zei niets.
Ik praat nooit met insecten in mijn keel.

[Nee, niets gevonden. Ik voel hem nu in mijn maag. Kan het zijn dat ze nog een tijd door blijven leven? Het insect vliegt, van links naar rechts en van boven naar beneden. Het is iets aan het inrichten. Kan het zijn dat het insect een nest krijgt met baby-insecten die ook weer nesten maken. Oke, dit wil ik niet weten. Stop! Stop!!!]

07 november 2005

jacq is een eenzaam tweetal

Ach, van dichtbij bleek het vogelbekdier een sympathieke en zachtaardige man. Alweer zo een freaking leermomentje waar ik helemaal woedend van werd. Als ik had gekund, had ik de hele workshop in elkaar getrapt. Maar een workshop is een woord, en niet zozeer een ding dat je in elkaar kunt trappen. Waarom dat is, dat weet ik niet.

Ik heet trouwens Kees, zei de man die Kees bleek te heten.
En ik heet trouwens jacq, zei ik.
Mijn schouders ontspanden zich.
Samen gingen wij in een tweetal.
En ik had er vrede mee.

Nu gaan jullie een rollenspel doen, zei de workshopvrouw. De man die Kees bleek te heten rolde met zijn ogen, precies op het moment dat ik zelf ook met mijn ogen had willen rollen. Dat trof mij. Om ons heen knikten de mensen ernstig. Kees en ik waren een eenzaam tweetal, in de mooiste zin van het woord.

Toen mochten we weer terug naar onze plek in het lokaal.
Dag beste Kees, zei ik.
Dag beste jacq, zei Kees.
Toen ging ik weer zitten, ver tegenover hem.
De ene persoon naast mij was er ook weer.
Ik waaide met mijn ponnietje.
De ene persoon glimlachte.
De affaire kwam op gang.
Nou, zei de workshopvrouw.
Wat hadden we ervan geleerd?
Ik beet op mijn lip.
Ik keek naar Kees aan de overkant.
Kees beet op zijn lip.
Oh zeg, wat hielden wij ons in!
De ene persoon naast mij stak zijn vinger op.
Dat het best confronterend was geweest om, zei de ene persoon.
Ik blies heel hard tegen mijn ponnietje.
Ik liet mijn affaire voor de tweede keer los.

[En ik keerde mij in mijzelf. En ik dacht: hoe zit dat, applaudiseert men eigenlijk ook aan het eind van een workshop? Zijn daar regels voor? Is het einde van een workshop net zoiets als een vliegtuigvlucht of een trapeze-act? Blij dat men het heeft overleefd? Zou ik het initieren, het applaus, gewoon voor de gein? En ging ik dan enthousiast loos, steeds meer mensen in mijn klap meeslepend? Of zou ik zo een langzaam applaus doen, van 1 klap per seconde, dat op niet goed aanwijsbare manier altijd op mij overkomt als een beetje betweterig klappen? Wat een verfrissende vrouw is dat, zou men denken. Wat een voorbeeld voor de rest of mankind. En by the way, wat een kek ponnietje heeft zij toch.]

04 november 2005

jacq moet naar een workshop

Het was eeuwen geleden dat ik met een workshop had meegedaan. Ik had het eigenlijk zelf nog wel een paar eeuwen zo willen houden, oh ja zeg! Maar het mocht niet. Ja maar ik ben druk met dingen, zei ik. Nou, je moet toch, zeiden de bazen. Want zo gaat dat in het kapitalisme he, je hebt zelf echt niks in te brengen hoor.

'Dan gaan jullie nu in tweetallen', zei de workshopvrouw

Een rilling ging door mij heen. Of nee, om precies te zijn: over mijn rug en toen door mijn rechterbeen omlaag en door mijn linkerbeen weer omhoog. In tweetallen gaan, dat had ik helemaal jaren niet gedaan! Ik werd opgetogen en direct daarna nerveus. Het enge van in tweetallen gaan is dat je maar met zijn tweeen bent. Bij in drietallen gaan kun je bijv. nog een bondje maken met de leukste en een beetje verbaasd kijken als de derde iets zegt. Bij in tweetallen gaan moet je voor die ene gaan die jij niet bent.

Ik had al iemand op het oog. In het hele lokaal was maar een persoon interessant genoeg om mee in een tweetal te gaan, om er dan direct na afloop van de workshop een affaire mee te beginnen. Die ene persoon was bij aanvang van de workshop naast mij gaan zitten, want zelf had hij natuurlijk ook uit zijn doppen gekeken.

'Jullie gaan dus in tweetallen ...', begon de workshopvrouw.
'Oeh, leuk!', deed ik en ik gaf de ene persoon naast mij een knipoog.
'Met de persoon tegenover je', zei de workshopvrouw.
'WAT!!', riep ik.
'Jullie gaan in tweetallen met de persoon tegenover je', zei de workshopvrouw.
'Ja ik versta je wel, muts', mompelde ik.

Ik zocht naar degene die precies tegenover mij zat in het hoefijzer dat wij vormden. Het betrof hier een typisch geval van God straft onmiddellijk. De man die precies tegenover mij zat, was een schildpad nee een kikker nee een vogelbekdier. Ik had tot dan toe geen idee gehad over hoe een vogelbekdier eruit zag, maar nu wist ik het. Het vogelbekdier zwaaide naar mij. Ik zwaaide terug, want alles aan mij is automatisch. Langzaam maakte ik mij los van mijn affaire.

02 november 2005

jacq vraagt zich af

Oke, zonder dollen: allemaal enorm bedankt. Lief dagboek is weer ontcourierd en dat voelt als een verlies maar toch ook als een ja als een stukje groei. Hoewel nee toch eigenlijk meer als een verlies. Maar, het was zoals Cockie al zei: zo krijg je tenminste nog eens reacties. Mensen, geweldig. Warm bad. Ik voel dan ook een groot verlangen om nog minstens een week door te gaan met het stellen van allerlei vragen. Eerst nog over mijn weblog, later ook dingen als wat eten we vandaag, hoeveel paar laarzen hebben jullie eigenlijk en vinden jullie het ook zo een kutweer? Ik vind van wel trouwens, het is nu ineens echt herfst he.

Nee maar zonder dollen dus: eerdaags weer een normaal oprecht lief stukje. Vandaag nog even niet. Vandaag moet ik vergaderen. Heerlijk, ik verzin gemiddeld zeven weblogstukjes (en dan reken ik de freaking cliffhangers nog niet eens mee!) tijdens vergaderingen! Dus het wordt vast een goeie dag.

01 november 2005

jacq vindt courier ook lelijk hoor

Sjees zeg ik word hier echt wreed teruggefloten door mijn publiek. Jullie zijn zooo zo naar. Bijval wil ik, bijval!!! Ik heb ook rechten! Het allerergste is dat ik me nu zelf ook al een beetje begin te storen aan dat Courier. Lelijke priegelletter is het. Vreselijk dat ik dit nu zeg. In de oorlog zou ik geen knip voor de neus waard zijn.

[Vragen jullie je dat wel eens af, hoe je in de oorlog zou zijn? Ikzelf denk, maar dat verbaast nu niemand meer, dat ik van begin tot eind alleen maar zou jammeren. Op het moment dat ik hoor dat de oorlog begonnen is, zal ik beginnen met jammeren. En als de geallieerden dan uiteindelijk komen, dan stop ik met jammeren en ren ik juichend de straat op maar ik neem geen sigaretten aan want: eens gestopt is altijd gestopt. Wel zal ik affaires hebben, vele vele affaires.]

Enfin, dat NedStat dat gooi ik eraf. Iemand tips voor een aardige vervangert?
Jah, 't is een beetje serviceweek bij jacq. Nou en!!!