stukjes jacq

30 oktober 2005

jacq pingt heus niet zelf

Dat jullie dat niet denken. Echt niet. Het gaat vanzelf. Iets of iemand buiten mij om pingt.
Maar goed, nu ik toch zinloos gepingd ben, even een vraagje. Kunnen jullie mij nog goed lezen met dit lettertype? Ik had een uurtje over vandaag en ik dacht ineens: ik maak overal Courier van. Ik houd van Courier, intens.

Ik ben vooral benieuwd naar mensen met IE, want als ik zelf in IE naar mijn weblog kijk dan eh ziet het er brak uut.

Oh en nu ik toch bezig ben: hebben jullie last van irritante pop-ups van Webstats4u (voorheen NedStat)?

Dit waren de vragen voor deze zondag.

26 oktober 2005

jacq doet het niet

Nou ja, even een paar dagen. Een mens kan niet altijd maar updaten en zo! Er moeten ook andere dingen gedaan worden. Vakantievieren en zo. Het schijnt weer zomer te worden.

24 oktober 2005

de zenuwen van jacq

Nou ja, het punt met de poli Mondziekten en Kaakchirurgie was eigenlijk dit: ik had altijd gedacht dat de poli Mondziekten en Kaakchirurgie er was voor de Anderen. Niet voor mij. Natuurlijk, ik had een mond. Ik had zelfs een kaak. Maar de mond was goed. De kaak was goed. Het leven was kut. Ik had het naar de zin.

[Sinds ik op Kantoor werk, kom ik ineens de Anderen van dichtbij tegen. Collega S. bijvoorbeeld moest vorige week iets van onder haar kies laten weghalen. 'Oh, en wie doet dat dan?', vroeg ik onschuldig. 'De kaakchirurg natuurlijk', zei collega S. Haar stem was hol. Haar blik vol vrees. Een koude luchtstroom woei door Kantoor. Over mijn rug liep een rilling. Maar het kan ook een spin zijn geweest, want ze leven nog steeds. De week erna was het alsof collega S. een pingpongbal in haar mond had. Maar dat was dus niet zo. Maar het leek wel zo. 'Hoe gaat het nu, S.?', had ik een paar keer gevraagd. 'Mwooah', had S. dan onveranderlijk teruggezegd met haar pingpongwang. Maar dat kwam omdat mwooah het enige woord was dat S. kon zeggen. Soms bedoelde ze er ook computer mee. Of financiele administratie. Maar het kwam er even niet uit.]

En toen zat ik er ineens zelf, op de poli Mondziekten en Kaakchirurgie. Het fijne was: ik was er alleen maar omdat ik even naar iets hoefde te laten kijken. Ik heb nog steeds een melktandje en dat melktandje dat gaat er op een dag uitvallen. Met de kaakchirug kwam ik bespreken wat de opties waren. Dus dat was het fijne. Mijn mond moest wel even open, maar verder ging er niets gebeuren. Dus dat was het fijne. Het verrotte was dat het desalniettemin toch de poli Mondziekten en Kaakchirurgie bleef. Alle mensen in de wachtruimte waren diep van dat besef doordrongen. Met lege blikken waarachter een wereld van angst en achtervolgingen zat, staarden zij voor zich uit. Ik moest denken aan lammeren en de slachtbank, en ik vond het ineens zo zielig voor de lammeren. Waarom laten we de dieren niet leven!

Ik werd zenuwachtig. Dat komt: ik neem de zenuwen van anderen over. Ik neem de zenuwen van anderen over en ik doe er een schepje bovenop. Dat heb ik altijd al gehad. Misschien ben ik een medium. Ik heb geen afweer. Ik ben een blootliggende zenuw die bij elk zuchtje wind ineenkrimpt. Misschien zou ik denkbeeldig een traliewerk om mij heen moeten bouwen. Maar totdat mij dat lukt, ben ik een spons die alles opneemt wat er in de lucht zit. Na een kwartiertje wachten bij de poli Mondziekten en Kaakchirurgie wilde ik daarom best wel graag dood. Mijn kaken deden pijn van het op elkaar geklemd zitten. Mijn vingers tintelden, maar niet op een fijne manier. Ik veegde de palmen van mijn handen aan mijn broek af. Strak keek ik naar mijn overbuurman. Die ving mijn blik. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Hij keek snel opzij. Ja, ik kan heus wel bang en bitcherig tegelijk doen hoor!

[Enfin, later, oh veel later spraken de kaakchirurg en ik dan eindelijk over mijn melktandje. Het was een lief, gezellig en respectvol gesprekje. Het melktandje voelde zich geen seconde te veel of niet serieus genomen. Dus dat was weer het fijne.]

21 oktober 2005

het doodbloeden van jacq

Als je geen ponsplaatje hebt, dan besta je niet in het ziekenhuis. Ik wist het eigenlijk al. Ooit was ik midden in de nacht (dat is so wie so al erger dan overdag) de spoedeisende hulp op gestrompeld met een middelvinger zonder topje en een geknakte wijsvinger die dus eigenlijk doormidden was. Ik had mij bleekjes tegen een muur laten zakken. Ik herinnerde mij slechts drie woorden. Au. au. au.

Nou, en toen moest ik dus eerst een ponsplaatje laten maken.

'Ja. maar. ik. bloed. dood', zei ik monotoon.
'Eerst een ponsplaatje', zei de zuster uit de hel.
Ik geloof dat ik toen uit wraak ter plekke ben doodgebloed maar dat kan ook een andere keer geweest zijn.

Enfin, als je geen ponsplaatje hebt, dan besta je niet in het ziekenhuis. Ik wist het dus al, maar ik was het weer vergeten. Dus toen ik voor het eerst in mijn leven aan de balie van de poli mondziekten en kaakchirurgie stond, stond ik binnen no time aan een heel andere balie om een ponsplaatje te laten maken. Ik was blij toe. Elk uitstel was welkom. Wel zes ponsplaatjes had ik willen laten maken. Of zesendertig. Of tweehonderdzesenvijftig. Destijds, gedurende de episode met de vingers, had ik vaak langs de poli mondziekten en kaakchirurgie gemoeten, en mijn zegeningen geteld. Liever zes pennen in mijn hand dan de poli mondziekten en kaakchirurgie, waar iedereen verlangt naar zijn eigen dood.

Maar een mens kan niet altijd geluk hebben.

--
[Dit stukje doet me ineens denken aan het verhaal van jacq en de jongen zonder pink, dat eigenlijk ook nogal over mijn wijsvinger ging. Uiteindelijk gaat elk verhaal altijd een beetje over mijn wijsvinger, daar kom ik steeds meer achter. Okidoki, recycle-jacq, kom er maar in heur. Deel 1, deel 2 en deel 3.]

19 oktober 2005

jacq moet even upgraden

Oke, toch nog even over mijn koelkast.

Nee grapje.
Heb trouwens helemaal geen tijd voor stukje! Moet nu terstond naar kappersmeisje! Highlights laten bijwerken! Kek halflslachtig ponnietje laten knipperen!

Kwam deze week namelijk bouwvakkers tegen die wat lauwtjes reageerden.
Terwijl ik dus echt zo van hoohooi!!!!!!
Zij van uhuh whatever.

Direct maar gebeld voor een afspraak.

[Kappersmeisje klonk helemaal blij. Wedden dat ze het alleen met mij over haar darmproblemen kan hebben.]

17 oktober 2005

jacq wil lepeltje-lepeltje

Ja, zo stil was het zelfs, dat wij Boris V. konden horen snurken, ver weg in mijn slaapkamer. Het was een intens tevreden snurken, van iemand die niet wist hoe zwaar het is om een mens te zijn. Maar dan denk ik op mijn beurt: niet weten is een ding, maar het interesseerde hem gewoon ook totaal niet! En dat deed nog het meest pijn. Ik had een vreselijke zin om Boris V. aan zijn miljarden haren naar beneden te sleuren. Maar dat moest wachten.

'Een eng hoog geluid, zei u' , herhaalde de koelkastmonteur.
'Echt!', zei ik wanhopig.

De koelkastmonteur zuchtte. Toen ging hij zomaar op mijn vloer liggen. Op zijn zij, met zijn benen iets opgetrokken. Zo lag hij daar, met zijn oor tegen de koelkast aan. Het zag er op een vreemde manier heel huiselijk uit. Ik vroeg me af wat mijn rol nu verder was, want daar hoor je eigenlijk nooit iets over. Ik kreeg een dwaas verlangen om naast hem op mijn zij te gaan liggen, in een soort van lepeltje-lepeltje met de koelkastmonteur. Maar ik bleef staan, omdat ik niet goed kon bewegen.

De koelkastmonteur tikte tegen de koelkast aan.
Iiiieeee, zei de koelkast.
'Het enge, hoge geluid!', riep ik.
'Aha', humde de koelkastmonteur.
Nu was het wachten op ik zie het al.
'Ik zie het al' , zei de koelkastmonteur.
'Wat ziet u al, koelkastmonteur', vroeg ik.
'Daar moet een nieuwe compressor in' , zei de koelkastmonteur.
'Dat is een moeilijk woord', zei ik.

Kreunend kwam de koelkastmonteur overeind.
'Ik haal 'em even op', zei de koelkastmonteur.
'Gaat u dat nu ter plekke doen!', riep ik.
'Euh ja', zei de koelkastmonteur.
'Wist u soms al dat ik een compressor nodig zou hebben!', riep ik.
'Nee hoor, dat niet', zei de koelkastmonteur.
'U neemt gewoon 's ochtends een stuk of wat compressoren mee', zei ik.
'Euh ja', zei de koelkastmonteur.
'Ik weet genoeg', zei ik.
Want dat wist ik.
De koelkastmonteur trok de deur naar de gang open.
'Maar ik ... en mijn werk!', riep ik.
'Tsja ...', zei de koelkastmonteur en hij vertrok naar zijn bestelbus.

Na een uur zat er een nieuwe compressor in mijn koelkast.
De koelkastmonteur stak de stekker van de koelkast in het stopcontact.
Een rustig gezoem vulde de keuken.
Beiden knikten wij op hetzelfde moment.
Ja, zo was het goed.
Nog weer later zou het helemaal niet meer goed zijn.
Maar dat was nog weer later.
Dus daar hebben we het voorlopig niet over.

[Nee, écht niet. Volgende stukje over kaakchirurg. Of over mijn vetsin-psychose. Desnoods over Boris V. op de wc. Maar dus echt niet over koelkast. Trust me, niet over koelkast. De zaak is mij ontglipt. Eén ferm stukje erover, dat was de bedoeling. Aan de andere kant: kan ik het helpen dat dingen zo lang duren allemaal.]

14 oktober 2005

jacq kan er niet mee leven

Ik checkte mijn highlights.
(Wow, al zeg ik het zelf.)
Diep haalde ik adem.
Ik zwiepte de deur open.
'Ho-oi', zei ik verlegen.

Niets zei hij terug.
Trillend vielen wij in elkaars armen.
En vanaf dat moment was het goed.
Ik leerde hem moeilijke woorden.
Hij leerde mij wat een koelkastcompressor was.
Dus eigenlijk leerde hij mij moeilijke woorden.
Ik zou dan zijn kleren strijken.


'Goedenmiddag mevrouw', zei de koelkastmonteur.
Nee, och, het was een monteur die buiten mijn generatie viel.
Nee, echt erbuiten.
Meer een soort ome Jan.

Met een bons zette de koelkastmonteur zijn gereedschap neer.
'En wat is er nu precies aan de hand', zei hij toen.
Heel vreemd is dat. Heb je eerst hemel en aarde bewogen om iemand bij je koelkast te krijgen, en als hij er dan eenmaal is, dan voel je een soort van ... nee ik weet het niet. Maar het voelde alsof ik zou gaan hakkelen. En inderdaad. Hakkend begon ik mijn verhaal. Niet over de roomboter beginnen jacq, dacht ik nog. En toen hoorde ik mezelf vertellen over dat hij het eerst helemaal niet meer deed en dat ik dat had gemerkt aan de roomboter. Oh shut up jacq over die roomboter, dacht ik. Maar mijn mes had er doorheen gegleden. En dat was anders nooit! En dat ik toen de stekker eruit had moeten halen. En dat ik toen de stekker er weer in had moeten doen. En dat hij het toen wel weer deed. En dat toen het enge, hoge geluid was gekomen.

De koelkastmonteur stond zo'n beetje de inrichting van mijn huis te bekijken.
Ik moest hem erbij houden.
'En daar kan ik niet mee leven', zei ik.
En dat was ook weer overdreven.
De koelkastmonteur keek mij scherp aan.
'Een eng hoog geluid, zei u' , zei de koelkastmonteur.
'Exactly', zei ik Engels.
Luisterend hief de koelkastmonteur zijn hoofd.
Ik deed hetzelfde, voor de vorm dan vooral.

Stilte was er, en nog nooit was die zo hard geweest.

'Ik wil niet veel zeggen' , zei de koelkastmonteur.
'Vindt u het goed als ik hier even een cliffhanger ophang', vroeg ik nerveus.
'Doet u maar' , zei de monteur.
Er kwam iets van medelijden in zijn ogen.

12 oktober 2005

iedereen bouwt op jacq

Hoe dan ook, ik had helemaal mijn attitude terug.

Oooh néén zeg, had ik gezegd.
Ik kan beslist niet tussen 9 en 12 uur gaan zitten wachten op een monteur!
Jamaar de monteur weet gewoon niet hoe lang hij met de vori.
Ik heb namelijk een zeer, zeer verantwoordelijke baan op Kantoor!, had ik er op hoge toon doorheen geroepen.
Ik kan slechts node worden gemist!
Men bouwt op mij en enkel mij!

Daarvan had men niet terug. De stilte was met ontzag gevuld. Ik gloeide van trots, tot ik besefte dat ik het allemaal verzonnen had. Mensen zijn inwisselbaar. Niemand is verantwoordelijk. Iederéén kan gemist worden. Nou ja, ik dan niet maar jullie wel. Het leven is kut jongens. Maar ook wel fijn he.

Dus, zei ik. Wat spreken we af. En toen spraken we af dat de monteur mij zou bellen als hij uit B. vertrok. Dan zouden de monteur en ik samen afspreken hoe lang het nog duurde voordat hij bij mij was. Dus toen had ik eigenlijk een soort van date met de monteur. Ergens in mij kriebelde tenminste iets. Meestal is dat een teken dat het om een soort van date gaat.

Om kwart voor twaalf ging mijn mobiele telefoon. ´Dat zal de monteur zijn´, zei ik tegen mijn collega´s. En het was de monteur. Hij vertrok nú uit B. en hij kon er met een half uurtje zijn. Dan stap ik nú op mijn fiets, zei ik koket en lief.

Oké, doei, zei de monteur.
Tot zo schat, zei ik.

Ik sloot mijn computer af, hoewel ik nog niet uit was met patience.
Ik trok mijn jas aan.
En ik haalde mijn cliffhanger uit mijn tas.

10 oktober 2005

jacq en het enge geluid

'Met de winkel'
'Hoi hai met mij zeg de koelkast doet het weer'
'Ziet u nu wel, een Liebherr kan niet stuk'
'Hij doet het wel weer maar ...'
'Hoezo maar'
'Hij maakt nu een heel hoog eng geluid'
'Maar hij doet het gewoon dus'
'Jawel maar het hoge enge geluid he'
'Ja?'
'Nou eh, dat vind ik dus eng'


Eerlijk gezegd vond ik het niet echt een eng geluid. (Maar eng leek mij de handigste omschrijving. Misschien zou de meneer van de winkel erdoor meegesleept worden. De koelkast zou kunnen ontploffen. Ik zou de dood vinden. De buren zouden mij vinden. En de politie hem dan weer.) Nee, eigenlijk vond ik het vooral een irrant hoog geluid. Ik kreeg er de neiging van om om nou ja om dingen tegen de muur te gooien. Of mensen. Of dieren. Misschien maar beginnen met dieren, he. Het was dan ook een tergend geluid. Na een paar minuten met het hoge geluid ging mijn hart bonzen. Het was een traag bonzen dat onheilspellend was in zijn traagheid. En ook weer zo intens dat buren hun achterdeuren openden en onderzoekend naar de lucht tuurden. Kwam er soms storm? Ja, er kwam. En hij heette jacq.

Wat ik zeggen wou: ik wou eigenlijk net zo lief terug naar de situatie dat de koelkast het niet deed. Lekker rustig. Maar dat kon ik natuurlijk niet zeggen.

'Oh ik vind het heel, heel eng zeg!'
'Volgende week dinsdag kan er een monteur langskomen'
'Volgende! Week! Dinsdag!'
'Het is niet anders mevrouw'


Ik vroeg me af of ik genoeg dieren had om dood te gooien in de tussentijd.

07 oktober 2005

de attitude van jacq

En toen kwam er een dag dat mijn attitude het even niet meer deed. Dat was dezelfde dag als de dag waarop mijn koelkast het niet meer deed. Dus dat kwam een beetje slecht uit.

'Met de winkel'
'Hoi hai met mij zeg mijn gloednieuwe koelkast doet het niet meer'
'Wat voor merk is het mevrouw'
'Een Liebherr'
'Haha, een Liebherr gaat nooit stuk!'
'Nou ...'
'Kan niet!'
'Maar hij doet echt vrijwel nou helemaal niks zeg maar'
'Onmogelijk!'
'Oke oke, misschien ligt het aan mezelf hoor'


Boris V. rolde met zijn ogen.
Mijn goudvis maar goed die heb ik niet proestte achter zijn hand.
En jao, ik moest er zelf ook van fronsen.
Ik keek om mij heen.
Waar was mijn freakin' attitude gebleven!

'Trekt u de stekker er eens even uit mevrouw'
'Eruit?'
'Ja, en dan doet u hem er straks weer eens even in'
'Moet dat helpen dan?
'Dat wil nog wel eens helpen ja'


Ik vond het een oplossingsstrategie van lik me het vestje. Dat kwam: ik had hem zelf kunnen bedenken. Net als dat je de radio een ongelooflijk harde klap geeft als hij het niet doet. Of de computer een kus geeft als hij vastloopt. Sure, het werkt als een tierelier, maar het voelt een beetje als een vrouwelijke oplossing voor technische problemen en dat zeg ik dan als vrouw. Bij technische problemen wil ik eigenlijk dus een mannelijke oplossing. Mannen zijn beter dan vrouwen. Kan geen kwaad om dat zo nu en dan te zeggen, toch.

Maar ik deed het.
Maar toen, oh!

05 oktober 2005

jacq & de mensen uit de rimboe

Enfin, ik zat dus zo'n beetje te schootcomputeren en ik viel in Groeten uit de rimboe. Eerst zag ik vertrouwde beelden, zoals bijvoorbeeld noem eens iets donkere mannen. En iemand die met een mes iets aan het eh geen idee eigenlijk. En blote borsten die zo naar beneden hingen dat je ze wel zou willen opbinden, met een bh die jouzelf niet meer past of zo. Maar wel heel vertrouwd allemaal.

Toen kwam er een ander shot. Een blanke jongen was de mensen uit de rimboe een Kabouter Plop-achtig dansje aan het leren! De mensen uit de rimboe draaiden rond in hun rieten rokjes, tikten met hun vingers hun schouders aan en aan het eind klapte iedereen voor zichzelf.

Wat er daarna natuurlijk had móeten gebeuren, is dat de hoofdman van de rimboemensen zijn onderdanen een onmerkbaar knikje gaf en dat de blanke jongen dan binnen drie minuten vastgebonden in een lekker warme kookpot zou zitten. Eind goed, al goed. De mensen uit de rimboe smulden ervan! Maar wat er in werkelijkheid gebeurde, was iets heel anders. Het hoofd van de rimboe liep naar de blanke jongen toe, omhelsde hem en zei dat de blanke jongen zich nu dan uiteindelijk als man bewezen had. Daarna riep iedereen een soort van joepie en respect, in de taal van de rimboemensen dan.

Ik ben heel teleurgesteld in de mensen uit de rimboe.

Dit brengt mij op een gedachte die ik wel eens vaker heb gehad: wat waren dat voor rimboemensen die we altijd zagen in de exotische documentaires waarin het pure gemeenschapsleven van de een of andere stam zo eerbiedig werd geschetst? Stel dat dat nou helemaal niet your typical rimboemensen waren. Stel dat dat camerabeluste aso-rimboes waren, of een soort van hang-stam waarmee je als normale, hardwerkende burgerrimboe niks te maken wilde hebben? Zouden er eigenlijk ook Tokkies in de rimboe zijn? Ik moet eerlijk zeggen dat ik als kind al een beetje vreemd aankeek tegen al die zwarte mensen met neusringen die van die gekke dansjes deden die soms niet eens in de maat waren! Kunnen die mensen niet gewoon rustig gaan zitten en een leesboek gaan lezen net zoals ik, vroeg ik mij wel eens af. Maar daar voelde ik me dan direct schuldig over. Mensen uit de rimboe waren toffe mensen die ons leerden dat het leven zo simpel kan zijn in al zijn mooiheid. Of zo mooi in al zijn simpelheid. En op school hadden wij zelfs een paar van die kindjes uit de rimboe gekocht.

Maar toch.
Ik vertrouw ze niet zo heel erg meer, de mensen uit de rimboe.

03 oktober 2005

jacq en de lachende croutons

Je hebt de gewone soep en je hebt de luxe soep. En naast de luxe soep in de kantine van Kantoor staan schaaltjes met croutons. En soms staat er peterselie bij. Of pesto. Of gerapste (zeg nooit geraspte) kaas. Al naar gelang de luxe soep erom vraagt.

Maar waar het mij om gaat: er staat een bordje bij de soepen op Kantoor. Met haastige letters is daarop geschreven: Gaarne een redelijke hoeveelheid toppings gebruiken. Dat bordje, dat laat mij niet los. Dat kan er toch niet zo maar gekomen zijn? Had er ooit iemand ijskoud en zonder emotie het hele schaaltje croutons in zijn luxe soep gekieperd? Was er toen eerst discussie ontstaan, daarna een handgemeen en hadden drie agenten de partijen ten slotte uit elkaar moeten trekken? 'Er zit niets anders op', moet de manager catering diezelfde dag nog hebben gezegd. 'We maken een bordje.' Verstolen wreef hij zijn pijnlijke wang. 'Maar wat moet erop!', had de zenuwachtige kantinejuffrouw zenuwachtig geroepen. De stotterende kantinejuffrouw was begonnen aan een zin. Maar gelukkig had iemand anders er keihard overheen gepraat. Anders was je ja zo weer een uur verder! En toen was dit er dus uit gekomen.

Die discussie kan ik me overigens voorstellen. Wat is een redelijke hoeveelheid? En wie bepaalt er wat redelijk is? Het ligt misschien wel heel erg aan je opvoeding wat je onder redelijk verstaat. Ik ging vroeger een keer eten bij een vriendinnetje waar men het heel redelijk vond dat je rechtstreeks met je vork in de pan prikte. Bij ons thuis vonden mijn vader en moeder dat helemaal niet redelijk, maar dat bleek pas de volgende dag.

Nu neem ik zelf dus nooit de luxe soep maar vorige week dacht ik: we doen eens gek.
'Zeg, heb ik misschien te veel croutons', vroeg ik zenuwachtig aan de zenuwachtige kantinejuffrouw. Ik ben namelijk erg autoriteitsgevoelig op sommige momenten die ik van tevoren ook niet echt zie aankomen. De zenuwachtige kantinejuffrouw keek zenuwachtig naar mijn croutons. Ze begon te tellen, gaf dat op, keek toen van een afstandje naar de croutons en hield haar hoofd schuin. Even was alles stil. Ook de mensen achter mij hielden hun adem in. Alleen de croutons bleven doorpraten, omdat ze niet wisten dat het over hen ging.

De zenuwachtige kantinejuffrouw keek naar de croutons alsof ze er toch liever eerst een foto van zou willen maken, deze dan via de geëigende kanalen aan de verantwoordelijken zou willen verspreiden, om er dan vervolgens nooit meer iets van te horen. Geloof mij, zo gaat dat bij ons op Kantoor. Het is om te huilen maar oh mensen ik lach me verder helemaal ziek!

'Het is goed zo', zei de zenuwachtige kantinejuffrouw uiteindelijk terwijl zij zenuwachtig snoof.
De mensen in de rij achter mij haalden opgelucht adem.
Sommigen aten snel een paar croutons uit hun soep.
Mijn croutons kregen een giechelbui.
Hun laatste.