stukjes jacq

25 juli 2005

jacq is een stewardess

Ik heb een rode trolley gekocht. Zo een koffertje op draaiwieltjes dat je vlot achter aan kan slepen, dát bedoel ik! Net als de stewardessen! Eerst wilde ik alleen maar een trolley, bijvoorbeeld voor drie euro. Maar een krap uur later wist ik dat je goede en slechte trolley's had. Goedkope slettentrolleys enerzijds en sjieke trolleys voor vrouwen v/d wereld anderzijds. Dus daar gáát de spaarpot van Boris V. weer, maar hee het is voor een goed doel, Boris V. Jawel, dat is het wel. Wel. Wel.

Oké, nu kan ik eindelijk even vakantievieren. Tot laters, beste kinderen. Pas goed op jezelf, en doe geen dingen die ik ook niet zou doen. (Dat zei mijn vader vroeger altijd en fuckaduck zeg, die woorden hadden toch altijd zo een beetje hun impact. Rotfeestjes werden het, waarop ik alsmaar neenee zei. Damn!)

--
Kijk dan hoe goed ik mijn archief heb weggemoffeld! Rechts, daarzoot!

22 juli 2005

de ex-rochel van vriendin één

Vriendin één is weer gestopt met roken. Drie hoeraatjes voor vriendin één! Nou kom op zeg, doe even mee. Hoera! Hoera, Hoera! Zij leve hoog, zij leve h oké zo kan die wel weer.

Ik moet zeggen: het valt me tot nu toe alleszins mee. Ik was in angstige afwachting van een uitgesproken norsige vriendin één, zo zonder sigaretten in de buurt. Of erger: wel in de buurt maar dat zij er niet aan mag komen. Maar dat viel dus alleszins mee. Eergisteren praatten wij en wij lachten, net zoals anders. Er waren geen wanklanken. Totdat vriendin twee roet in het eten gooide. Kwam het café binnen en stak abrupt een sigaret op. Ik zag vriendin één even naar adem snakken. En even later zag ik vriendin één heel langzaam toeleunen naar de sigarettenrook van vriendin twee. Op het moment dat vriendin één met haar hoofd op de linkerschouder van vriendin twee lag, schopte ik hard onder de tafel. Er moet er immers eentje de wijste zijn.

'Au!', zei vriendin twee.
'Surry', zei ik.
En ik schopte iets meer naar rechts.
'Au!', zei vriendin één.
Ze keek verontwaardigd.
Ik keek verontwaardigd terug.
'Oh ...', zei vriendin één.
Met tegenzin trok zij haar hoofd terug.

Gisteren zaten wij weer in het café. Nu zonder vriendin twee, want dat leek mij beter. Wij praatten en wij lachten, net zoals anders. Er waren geen wanklanken. Er was geen sprake van hoofd schuin bij rokende barmannen. Er waren dan ook heel geen barmannen te bekennen. Maar dat was slechts een lastig detail.

'Oh, ik voel me echt al stúkken beter, jacq', zei vriendin één.
Zij ademde diep door haar neus in.
En toen door haar mond weer uit.
Zij keek verheerlijkt.
'Hahaha!', riep ik.
'Nee echt!', riep vriendin één beledigd.
'Oké, oké', suste ik.
'Normaal gesproken', zei vriendin één.
'Dan sta ik 's morgens op en dan róchel ik toch een eind van me af!'

Ter illustratie liet vriendin één horen hoe die rochel dan precies zoal klonk. Een scheurende hoest verstoorde de rust. Vriendin één klapte dubbel op de cafétafel en bleef daar nog een tijdje doorrochelen. Van heinde en verre kwamen ongeruste barmannen aangerend. Ambulances reden af en aan. Ik woof ze met een ongeduldig gebaar weg. Ik ken vriendin één wel langer dan vandaag, hè.

'Nou, zó klonk dat dus, jacq', zei vriendin één, terwijl ze vermoeid haar haren achter haar oren deed.
'En daar heb je nu geen last meer van dus', vroeg ik.
'Nee, totáál niet', zei vriendin één.
Ze ademde diep door haar neus in.
En toen door haar mond weer uit.

21 juli 2005

iemand moet het doen

Gister had ik weer zo'n dag, dat ik alle negers die mijn weg kruisten, vriendlijk toeknikte. Er zijn van die dagen dat de drang hiertoe heel groot is. Dat komt ik heb ooit een sociale opleiding gedaan. En nu ga ik jullie een groot geheim verklappen: mensen die ooit een sociale opleiding hebben gedaan, die blijven diep in hun hart denken dat ze het visitekaartje van Nederland zijn. Ik vind het best veel werk. En je krijgt er niks voor. Ja, dankbaarheid. Maar wat koop je daarvoor.

Morgen eens zien wat we voor de gehandicapten ter rolstoel kunnen betekenen.
Zucht.

20 juli 2005

jacq heeft idd een schoorsteen

'Ja maar ho eens even', zei ik.
'En mijn waakvlam dan', zei ik.
'Ja ... eh ...', zei de verwarmingsmonteur.
'Ja ... eh ...', zei ik.
Men, ik was op dreef zeg.

'Luister', zei ik. Voor de tussenkomst van de verwarmingsmonteur was er niks en niemendal aan de hand geweest. Ik en mijn verwarmingsketel, we hadden het goed, we hadden het fijn en we dachten dat het altijd zo zou blijven. En toen kwam de verwarmingsmonteur en die maakte in een kwartier tijd vier onderdelen kapot. Het leek wel een horrorfilm, maar dan zonder bloed en zonder reclame.

Mijn oog ving de klok.
De woorden bestierven in mijn mond.
De verwarmingsmonteur keek met me mee.
Vijf uur één.
'Ik bel je morgen', zei de verwarmingsmonteur.
En hij vloog zo de schoorsteen uit.

18 juli 2005

de waakvlam van jacq

'Alles goed', riep ik.
'Eeh ...', deed de warmingsmonteur.
'Uuh ...', deed de verwarmingsmonteur.
'Eergh ...', deed de verwarmingsmonteur.
Verder bleef het stil.

Verwarmingsmonteurs kunnen nooit eens gewoon antwoord geven, dat valt me steeds vaker op. Dat is trouwens niet alleen iets van verwarmingsmonteurs. Andere monteurs hebben het ook. Je stelt ze een vraag en de vraag verdwijnt in het niets. Eerst wacht je dan nog even omdat je het ergens niet kunt geloven dat vragen in het niets verdwijnen. Maar na een tijdje is het alsof de vraag nooit gesteld is. De vraag is inderdaad verdwenen in het niets. Dus dan ga je maar iets anders doen. Tenminste, zo ga ik er mee om. Misschien zouden anderen dingen roepen als hee doverd. Maar zo zit ik gewoon niet in elkaar. Bovendien ben ik zelf ooit dovig geweest en daar mag je geen grapjes over maken want het is al erg zat.

Ineens stond de verwarmingmonteur naast mij.
'Hè! Wat!', riep ik geschrokken.
'Er is een probleempje', zei de verwarmingsmonteur.
'Hoezo', zei ik.
'Er zijn vier onderdelen kapot', zei de verwarmingsmonteur.
Ik dacht terug aan de slagkracht van de verwarmingsmonteur.
Ik vond vier nog vrij weinig.
'En de waakvlam wil definitief niet meer aan', zei de verwarmingsmonteur.
Hij keek beslist bedremmeld.

Ik moest aan de waakvlam denken.
En dat hij definitief niet meer aan wilde.
Ik zag hem voor me, zo met de handen in de zij.
Onverzettelijke blik.
Maar wat had zo een kutwaakvlam eigenlijk te willen als het erop aankwam!

'Wat nu te doen', vroeg ik zakelijk.
'Het is haast vijf uur', fluisterde de verwarmingsmonteur.
'Ja, en', zei ik.
'Dan is me werk eh afgelopen', zei de verwarmingsmonteur.
'Aha', zei ik.
Ik ken dat, van dat het vijf uur is.
Dan is je werk afgelopen.
Niet omdat het echt afgelopen is maar omdat het echt vijf uur is.
Niks aan te doen.
Morgen weer een dag hoor!
Toen werd ik wakker.
'Ja maar ho eens even', zei ik.
'En mijn waakvlam dan', zei ik.
'Ja ... eh ...', zei de verwarmingsmonteur.

14 juli 2005

jacq is ff weg

Die verwarmingsmonteur wacht maar even op zijn einde. Ik ben het zat, ik heb een muggenbult onder mijn oog. En een op mijn knie. Ik heb nu een stijf been. De muggen zijn boos op mij, je merkt het aan alles.

Hoe dan ook, kga even de hoge veluwe op met een witte fiets. Besloten dat we de poema deze keer maar thuis laten, vorige keer zoveel gezeik mee gehad. Hij nam het zelf goed op gelukkig, betwijfel zelfs of hij wakker is geworden van afscheidsknuffel.

13 juli 2005

jacq is lief voor de ander

Er ging iets mis. Eerst ging alles nog goed. Er kwam een verwarmingsmonteur voor onderhoud. Onderhoud vind ik heel belangrijk. Het kan immers zijn dat er een tijdbom tikt in je verwarmingsinstallatie en dat jij dat niet weet. Dat je wel dingen hoort tikken maar denkt dat het iets anders is. Je wekker. Of je hart. Of gewoon wel een bom, maar dan niet in je verwarmingsinstallatie.

Er ging iets mis. Of eigenlijk ging alles mis. Bij onderhoud is de bedoeling een kwartier. Twintig minuten max. Maar deze verwarmingsmonteur stond al een half uur op een trapje op dingen te slaan en aan dingen te trekken. Metalen echo's klonken. Ik zat in de kamer ernaast te tijpen en mijn adem in te houden. Ik had het warm. Maar de monteur moest het wel helemaal warm hebben, dacht ik in een oprisping van de wereld is groter dan jacq. Ik draaide de ventilator naar de deuropening waarachter de monteur zich ophield. Ik verstelde het ding een beetje, hield mijn hand ervoor en probeerde in te schatten op welke manier de verwarmingsmonteur er het meeste baat bij had. Ik bloosde er een beetje van hoe lief ik was. Zou ik het tegen de verwarmingsmonteur zeggen - dat ik speciaal voor hem de ventilator had omgedraaid? Ik schraapte mijn keel. Ik zou het cool brengen, alsof het eigenlijk niets was. Ik oefende in mijn hoofd. Nee, ik ging het toch maar niet zeggen. Maar toen kreeg ik het zelf warm en ik werd ook een beetje boos op de monteur omdat híj nu de ventilator had!

Ik hoorde de verwarmingsmonteur proberen de waakvlam weer aan te krijgen. Dit lukte niet. Een gesmoorde vloek klonk. Ik wou hem waarschuwen. Ooit was het mij ook niet gelukt de waakvlam aan te krijgen, ik had toen ook gesmoord gevloekt en vanaf die gesmoorde vloek was ik een beetje gaan ontsporen. Zo had ik de knop een minuut ingedrukt gehouden voordat ik er een lucifer bijhield. Een bal van vuur was op mijn gezicht gevlogen. Gelukkig heb ik er niks aan overgehouden. Ja ok, blond haar.

Achter mij klonk gekreun en geworstel. Misschien vocht de verwarmingsmonteur met zijn eigen ego. Later klonk het meer alsof de verwarmingsmonteur in de schoorsteen aan het klimmen was, hoewel ik niet zeker weet of ik wel een schoorsteen heb. Maar daar zouden we dan nu mooi achter kunnen komen!

'Alles goed', riep ik.
'Eeh ...', deed de warmingsmonteur.
'Uuh ...', deed de verwarmingsmonteur.
'Eergh ...', deed de verwarmingsmonteur.
Verder bleef het stil.

Verwarmingsmonteurs kunnen nooit eens gewoon antwoord geven, dat valt me steeds vaker op.

11 juli 2005

jacq en de vier duitse mannen

Er zaten vier Duitse mannen naast ons op het terras.
'Haha, leuk voor je weblog', zei mijn vriendin.
'Dat maak ik zelf nog wel uit, jah', zei ik.

Dus.

08 juli 2005

jacq is geen suikerzakje

'Wat zijn je hobby's', vroeg ik aan mijn vriend.
Ik hield een microfoon voor zijn mond.
Een denkbeeldige, mensen. Een denkbeeldige.
Het werkt wel.
Probeer het maar eens.

'Jij natuurlijk', zei mijn vriend.

En toen moest hij hard lachen.
Dus het was zeg maar een soort van grapje.
Even was ik teleurgesteld.

Het idee dat jij iemand zijn hobby bent - dat is ... nee, ik wou zeggen dat dat best een fijn en vleiend idee is, maar fukaduk zeg ik kom er ineens van terug!! Ik krijg beelden van mezelf als suikerzakje en ook van seriemoordenaars die verlekkerd kijken naar mij en wat ze er allemaal mee zouden kunnen.

'Wat zijn in het echt jouw hobby's', herhaalde ik.
'Nou', zei mijn vriend.
'Oeh, wacht even', zei mijn vriend.
Hij draaide het autoraampje open.
Een oorverdovend motorgeluid drong de auto binnen.

Mijn vriend verzamelt autogeluiden in zijn hoofd. Ik wist niet dat die mensen echt bestonden, maar hij is dus zo iemand die het autoraampje opendraait om de motor van bepaalde soorten auto's beter te kunnen horen. Hij schudt dan zijn hoofd, maar het is een genietend schudden. Zo'n soort van schudden dat ik ook naar derden doe over Boris V. Bijvoorbeeld als Boris V. onverwacht op zijn rug gaat liggen met de benen wijd. Of een poot opsteekt. Of loopt. Of zit. Of ademt. Of, nou, noem eens iets anders geks dat die driedubbelovergehaalde Boris V. doet!
'Och ...', zegt mijn vriend er dan soms achteraan, maar alleen als het een erg mooi geluid is. Het is een vertederd soort och, waardoor je ondanks jezelf gaat denken: was ik maar een motorgeluid in het hoofd van mijn vriend.

06 juli 2005

jacq is een ramptoerist

Iemand kwam ons stukje Kantoor binnen.
'Die en die doet het met die en die', zei ze.
'Joh', zeiden wij.
'Echt!', zei zij.
Wij tijpten verder.
Zij droop af.
Toen kwam een ander iemand ons stukje Kantoor binnen.
'Weten jullie het nog niet dan', zei ze.
'Weten wij wat nog niet', zeiden wij terwijl we nog doortijpten.
Zo zijn we.
'Er is geen water!', riep zij.
Wij keken op.
'De werkmannen hebben een leiding doorgedingest!', riep zij.
'Dat meen je niet', zeiden wij.
Even keken wij elkaar aan.
Onmerkbaar knikten wij naar elkaar.
Toen rolden wij onze bureaustoelen naar achteren.
Wij stonden op.
Wij strekten onze benen die een beetje stram waren.
En we liepen naar de plek van de ramp.
Een man met een waterstofzuiger was aan het waterstofzuigen.
Toen hij ons zag, drukte hij de waterstofzuiger uit.
'Zijn jullie ramptoeristen?', zei de waterstofzuigman.
'Ja', zei ik.
Ik geloof in eerlijkheid.
'De situatie valt wel mee hoor', zei de waterstofzuigman.
'Feitelijk is dát stuk alweer droog', zei de waterstofzuigman.
Hij wees naar het stuk vloerbedekking waarop ik stond.
Ik trok mijn voet op.
Dat ging nog niet gemakkelijk.
Mijn laars had zich vacuum gezogen.
Ik trok harder.
'Plop', zei mijn laars.
'Zo goed áls dan', zei de waterstofzuigman.
En hij zette de waterstofzuiger weer aan.
Wij keken elkaar even aan.
Onmerkbaar knikten wij naar elkaar.
Wij liepen terug naar ons stukje Kantoor.
Daar rolden wij onze bureaustoelen naar voren.
En we tijpten ons volgende woord.

04 juli 2005

de oudheid van boris v.

WOEF WOEF! hoorde ik toen ik over de drempel van de dierenwinkel stapte.
Na mij kwam nog iemand binnen.
WOEF WOEF! klonk er.
Echt enorm grappig.
Toen kwam er nog iemand binnen.
WOEF WOEF! hoorde ik.
Ik vloekte binnensmonds.

Ik kwam langs de bakken met babykonijntjes. Daar kom je altijd langs. Misschien zijn de bakken met konijnen expres neergezet op een plek waar je altijd langs moet. Om die konijnen een beetje af te leiden van dat ze in een bak zitten, misschien. De babykonijntjes kijken altijd hetzelfde. Ze kijken op een manier alsof ze willen zeggen: one day i'll fly away en dan tegelijkertijd dat besef van shit ik heb geen vleugels. Die emotie en dat dan op die snuitjes. Heerlijk.

Eén konijntje keek wanhopig naar mij op.
Ik ging met een vinger naar zijn rugje.
Het konijntje rende naar zijn broertje.
Het konijntje ging bovenop zijn broertje zitten.
Het broertje keek wanhopig naar mij op.
Ik haalde mijn schouders op.
'Sorry' zei ik.

Ik liep naar de kassa. Het meisje van de dierenwinkel was godzijdank nergens te bekennen. Wel was er de man van de dierenwinkel.

'Kunt u mij even adviseren in het kattenvoer', vroeg ik aan de man van de dierenwinkel.
Want zo eens in de zoveel tijd doe ik alsof Boris V. een nieuw dier is. Een tabula rasa waarmee nog van alles kan gebeuren. Plus dat het altijd fijn is om over je dier te kunnen praten. Met een deskundige die ervoor geleerd heeft, bedoel ik.

'Hoe oud is de betreffende kat', vroeg de dierenwinkelman.
'De betreffende kat is ... twaalf jaar oud geloof ik', zei ik.
En ik dacht direct: keer zeven, dus dat is vierentachtig!
'Is de kat actief', vroeg de dierenwinkelman.
In mijn hoofd zag ik Boris V. snurken.
Toen zag ik hem opstaan en zich uitrekken.
Daarna zag ik Boris V. weer verder gaan met snurken.
Zijn poten schokten in zijn slaap.

'Tamelijk', zei ik.
'Maar niet overdreven', voegde ik eraan toe.

En daar was geen woord van gelogen.
Voor iemand van vierentachtig!