stukjes jacq

30 mei 2005

het gezicht van de schoonmaakster

Lang, lang geleden, toen ik nog in het land van ooit woonde, was ik zelf schoonmaakster. dat was in mijn lange, lange studietijd, want ja die had je toen nog lieve kinders. Het schoonmaken was een welkome onderbreking van het vele slapen dat ik in die tijd deed. Dat was om mijn studie te vergeten. Dat is overigens niet gelukt. Ik sloeg, alleen weet ik niet goed meer waarin precies.

Hoe dan ook, ooit was ik dus een schoonmaakster. En nu héb ik er een. Ergens denk ik toch dat er wel wat in zit, in die hele evolutietheorie.

Nu moet ik er direct eerlijk bij zeggen dat ik dus niet echt een schoonmaakster héb, in de feitelijke zin van het woord. Ik moet eigenlijk zeggen: wíj hebben een schoonmaakster. Op Kantoor namelijk! Het is een echte, van het zuivere schoonmaaksoort. Toen onze schoonmaakster voor de eerste keer kwam binnenwaaien, kwam bij mij direct de term proletariaat op. Ik zag de hoge heren als het ware achter haar versleten rug opdoemen. Daar kon ik ook niets aan doen, sommige dingen komen nu eenmaal bij je op jah!

Onze schoonmaakster heeft heel veel witblond haar in een pluizenbol. Dat is niet omdat zij dat zelf mooi vindt, denk ik. Daar is de schoonmaakster mee geboren. De pluizenbol leidt trouwens dermate af dat ik eigenlijk nooit toekom aan het bestuderen van het gezicht van de schoonmaakster. Ik blijf steeds maar met open mond bij heur haren hangen. Ik kan het niet helpen maar elke keer als ze bij ons op Kantoor is, dan denk ik weer: maar tegenwoordig heb je toch van die gladmakende melk voor in je haar? En dan denk ik daar direct achteraan: ja maar niet iedereen is daar zo mee bezig, jacq. Het innerlijke van de mens blub blub blub. Maar dan denk ik een minuut later tóch weer aan die gladmakende melk.

Nee, ik kom nooit aan werken toe als de schoonmaakster op Kantoor is.

26 mei 2005

jacq mijdt het onderwerp

'Ga je trouwens voor of tegen stemmen', zei vriendin één.
'Voor of tegen wie', vroeg ik.
'Referenduuuum!', zei vriendin één.
'Oh, dat', zei ik.

'Kijk daar! Een reiger', zei ik.
'Waar!', riep vriendin één.
Zij is altijd zo gemakkelijk afgeleid, hè.
'Net zat hij er nog', zei ik.

[Ach, en omdat we het er toen toch al over hadden, vertelde ik vriendin één over mijn liefde voor de reiger. Want ja, ik heb een liefde voor de reiger ontwikkeld. Of liefde, liefde. Meer een fascinatie. En met die enge poten die hij kan buigen! Ik zou er niet naast willen liggen.]

25 mei 2005

jacq zat in de eerste klas

Ik was chagrijnig all through de kleuterschool. Dus toen ik in de eerste klas van de lagere school kwam, kon ik binnen twee weken lezen. Ik had er zo naar verlangd dat het boom roos vis als het ware in zeer vruchtbare grond viel. De term slurpen komt in mij op. Rond de kerst had ik de halve boekenkast van mijn ouders uit.

De va-der liep naar bui-ten, hakkelde een trager klasgenootje. Ik en mijn vijandin, die al net zo hysterisch kon lezen, wij proestten achter onze hand. Dat was een zeldzaam moment van saamhorigheid. De rest van de zes jaar dat we bij elkaar in de klas zaten, schopten wij onder de tafels elkaars schenen blauw.

'Meneer, zij zit met haar elleboog op mijn taaaafel!'
'Ohhh nuut, zij juist op de mijnes mneer!''
'Vieze liegert!'
'Ooh meneer zij zegt een scheldwoord!'
'Kinders, kinders, vrede op aarde!'

--
Oké, maar eigenlijk wou ik dus het hebben over de eerste klas in de trein. Vorige week zat ik erin. Het was een coupé die er zo uitzag: je had mij en voor de rest had je directeuren. En ook nog van die voor de hand liggende directeuren. Eentje hing er bijvoorbeeld snurkend achterover, met zijn mond half open en met drie onderkinnen daaronder. En er was er een die met zijn buik een stapel papier op zijn plek kon houden. Echte kapitalistische uitbuiters waren het, van de zuiverste soort. Maar ik kon het natuurlijk mis hebben. Niets is wat het lijkt in het leven, valt mij op.

Altijd als ik in de eerste klas zit, ben ik bang dat ik er weggestuurd word. Omdat ik dan zelf geen directeur ben. Hoewel, feitelijk wel, maar zo voor het oog dan weer niet.

'Allez, in de benen mevrouwtje'
'Maar conducteur, ik heb een kaartje hoor!'
'Dat hebben we allemaal wel eens, moven!'

Het is een rare fantasie, die mij een zoet soort van pijn geeft.
Ik volg het zelf niet helemaal.

23 mei 2005

het rotleven v/d backspaceknop

Ik dacht vannacht een tijdje aan mijn backspaceknop.
Ik kwam erop vanwege mijn eigen leven.
Het was er al zo lang eigenlijk.
En ik had nog niks geleerd.
En ik had nog maar kort.

Ik dacht: kon ik maar dingen ongedaan maken.
Bepaalde zaken wissen.
En dan daarna de dingen beter doen.
Het was best diep waaraan ik dacht.

Maar goed, toen dacht ik dus ineens aan mijn backspaceknop. En aan wat een tragische knop dat is, als je erover nadenkt. Want stel, je wordt geboren als backspaceknop. Dan word je dus alleen maar ingedrukt om dingen te ont-doen. Niemand ziet wie je bent, of wat je deed. Nooit wordt er over je gesproken. Als het nou nog zo was dat de mensen zeiden van 'goh je kunt wel zien dat hier en hier de backspaceknop heel mooi gebruikt is'. Maar dat gebeurt dus nooit. Want niemand kent het werk van de backspaceknop. Nergens laat je iets van jezelf achter.

De backspaceknop wordt trouwens ook heel veel gebruikt door (te) snekke typistes, haha!

Ja, ik dacht dus vannacht een tijdje aan mijn backspaceknop. Ik weet niet of mijn backspaceknop ook aan mij dacht. Het zou kunnen. Het gebeurt mij namelijk heel vaak, dat ik aan iemand denk en dat die ander dan op hetzelfde moment aan mij denkt. Daar is een woord voor, alleen daar kom ik nu niet op.

20 mei 2005

schrijf je nu maar in bij jacq

Chilling, lieve mensen. Precies op het moment dat vriendin één in Friesland een milde kopstaartbotsing veroorzaakte, stuurde ik haar in de trein vlakbij Utrecht een sms'je. Het was dan wel niet een sms'je met 'gefeliciteerd met je kopstaartbotsing' of zo, maar het was wél een sms'je. En het was nog een lief sms'je met allemaal xxxjes ook.

Maarum hallo nu komt het. Terwijl ik dus nóóit sms'jes stuur! Omdat ik sms'en haat uit de grond van mijn lieve, lieve hart! Vriendin één stond wenend op de rotonde en hoorde toen ineens PIEP! PIEP! Dat was ik, met mijn xxxjes. Vriendin één denkt nu dat ik bijzondere krachten bezit. Dat ik een soort god ben, of in mijn geval dan een godin.

[Met verschillende tinten blond in het haar. Best mooi is het nu hoor. Très subtiel, maar ook weer niet zo subtiel dat je er geen fuck van ziet terwijl je er toch meer dan honderd euries voor hebt betaald jah! Ik ben weer vriendin met het kappersmeisje. Of eigenlijk is het kappersmeisje weer vriendin met mij. Het kappersmeisje heeft darmproblemen. Daar vroeg ik niet naar, maar dat vertelde ze. Gewoon uit zichzelf.]

Enfin, ik ben nu de spirituele leidsman van vriendin één.
En ik denk eerlijk gezegd ook van het kappersmeisje maar dat zou ik moeten navragen.

Ik kan trouwens best nog meer klanten gebruiken hoor.

18 mei 2005

jacq wil er even op terugkomen

Zij hield mij een spiegel voor.

'Mja', zei ik.
'Nou', zei het kappersmeisje.
'Je kunt het ook een tijdje aanzien.'
'Een tijdje aanzien?', vroeg ik.
En ik keek naar mijn gekleurde hoofd.
'Ja, als het je niet bevalt, dan kleur ik het beter.'
'Meen je dat nou', vroeg ik het kappersmeisje.
'Ja hoor', zei het kappersmeisje.
'Bij ons is de klant namelijk koning.'

Ik vond dit kappersmeisje echt het beste kappersmeisje dat mij ooit gekapt had. Qua personality dan hè, want qua kapsel wist ik het niet helemaal. Maar, zo dacht ik, ik zal het eerst eens een tijdje aanzien. En toen ik het zo een tijdje had aangezien, toen belde ik het kappersmeisje.

'Hallo kappersmeisje', zei ik.
'Hallo', zei het kappersmeisje.
'Vooropgesteld', zei ik.
'Dat ik zeer tevreden met jou was', vervolgde ik.
Ik wachtte even.
Er kwam niets.
Ik hoestte.
'Ik wou toch nog even ergens op terugkomen', zei ik.
Wie zei dat toch altijd, dacht ik.
Wil je nog ergens op terugkomen?
Och, die zeikerds van Barend & Van Dorp!

Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
Er zijn prettige stiltes en ijzige stiltes.
Dit was een ijzige.

'Ik was niet zo heel tevreden met de kleuren als geheel', zei ik.
'Qua kleurenspel', zei ik.
Ik kuchtte.
'Ben je daar nog, kappersmeisje', zei ik.
Het kappersmeisje haalde adem.
'U bent hier drieënhalve week geleden geweest', zei het kappersmeisje.
'Je mag wel jij zeggen', wierp ik er tussendoor.
'En dit soort dingen moet u binnen twee weken melden', zei het kappersmeisje.
'Dus nu moet u gewoon weer gaan betalen', zei het kappersmeisje.

Ik hoorde gekletter.
Ergens viel een droom in duigen.
De droom ging over het kappersmeisje.
Het beste kappersmeisje dat ik ooit gekend had.
Ik lachte schril.

'Jij zei dat ik het een tijdje aan kon zien', riep ik.
'Maar niet langer dan twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Twee weken is geen tijdje', zei ik.
'Jawel', zei het kappersmeisje.
'Nee hoor, twee weken is twee weken', doceerde ik.
'En een tijdje is voor ieder mens weer anders', zei ik.

Ik raakte licht ontroerd door mijn eigen woorden.
Want dat was zo.
Een tijdje is voor ieder mens weer anders.

'Twee weken', probeerde het kappersmeisje nog eens.
'Een tijdje!', riep ik.
'Twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Een tijdje!', riep ik.

Dit kon nog uren zo doorgaan.
Of in elk geval een tijdje.

Ik gooide het over een andere boeg.
'Mijn haar is nog hetzelfde als toen ik het twee weken had aangezien', zei ik sluw.

Was dat wel zo?
Vernieuwden haren zich niet elke week?
Of was dat de huid?
Of het bloed!?
Het kappersmeisje was even stil.
Ik denk dat zij ook nadacht over die haren en die huid.
Maar ze kwam er niet uit.

'Kom dan maar langs', zei het kappersmeisje verslagen.
Nu ja, ze perste het er meer langs haar tanden uit.
'Okidoki', zei ik.

En zo won het goede het wederom van het kwade.

16 mei 2005

de holy spirit van jacq

'De ... uitstorting ... van ... de ... heilige ... geest', begon ik zo traag mogelijk.
Het ging er nu om dat ik tijd won.

'Dat heeft iets te maken met de discipelen van Jezus C.', vervolgde ik moedig.
'Want op een gegeven moment ging Jezus C. dus dood, en ...'
'Oh!', zei H.
'Aan het kruis toch', riep ik verbolgen.
'Staat me iets van bij', aarzelde H.
'Vanaf wáár in de bijbel weet je het wel?', vroeg ik H.
'De bijbel?', vroeg H.
Ik had een echte heiden te pakken.
Ik had waarachtig een echte heiden te pakken, levend en wel.

Ik hoorde Boris V. van de trap af komen kletteren.
'Excuseer mij even', zei ik tegen H.
Ik haastte mij naar de trap.
'De discipelen worden dronken en tongen er dan op los', hijgde Boris V.
'Ah, dit komt mij ergens bekend voor', zei ik.
Ik spoelde terug naar het deel van mijn leven waarin de bijbel voorkwam.
'Maar toch ook weer totaal niet', aarzelde ik.
Ik wist zeker dat mijn ouders dat stuk dan zouden hebben overgeslagen.
'Google zei het zelf', zei Boris V.
'Dan zal het wel waar zijn', zei ik snel.

Ik liep terug naar H.
'Nog even over het pinksterfeest', zei ik.

En aan het eind was H. bekeerd!

13 mei 2005

jacq & de holy spirit

'Ga je nog iets doen met de pink', zei ik.
'Met de wat', zei H.
'De pinksteren!', zei ik.
'De uitstorting van de holy spirit als het ware', zei ik.
'Hahaha!', zei H.
'Waarom lach je', zei ik.
'Uitstorting, haha', zei H.
'Uhm zo héét dat hoor', zei ik.
'Oh, oké', zei H.

Hij was even stil.

'Maar wat betekent dat dan perzies', zei H.
'Dat betekent', zei ik.
'Ehm', zei ik.

Ik keek om mij heen
Links van mij lag Boris V.
'Ren naar boven en google op heilige geest + pink', siste ik.
'Ajaj captain', fluisterde Boris V. terug.
En hij begon te rennen.
't Is soms net een ... ja een hond.
Een soort van walging beving mij.

'De ... uitstorting ... van ... de ... heilige ... geest', begon ik zo traag mogelijk.
Het ging er nu om dat ik tijd won.

11 mei 2005

jacq ontmoet een weblogger

Zat tegenover iemand in de trein.
Dacht: die ga ik observeren.
En dáár dan een stukje over.
Kneep ogen toe.
Had pen in aanslag.
Onopvallend dan hè.
Maar de persoon tegenover mij.
Die werkte niet mee.
Die keek terug!
Heel onderzoekend.
Kneep ogen toe.
Haalde pen uit borstzakje.
Checkte mij van top tot teen.
Hij zuchtte eens.
Ik zuchtte ook.
Er was een kwestie.
De kwestie was deze.
Wie zou er verliezen.
En doorgaan met zijn dingen.
Maar ik tikte met pen tegen bovenlip.
En hij keek via raampje naar mij.
En verder deden wij allebei niets.
Dus daarom vandaag geen stukje dus.

10 mei 2005

jacq haalt er iets positiefs uit

'Voor mijn gevóel zou het zo ergens bij die rookpluim moeten zijn', zei ik dus. Ik wees naar links waar fabrieken hun afvalstoffen uitbliezen.
'Haha', zei mijn vriend.
Ik moest ook lachen.
Hahaha!

Samen hadden we pret.
Dat is óók heel belangrijk van samen zijn.

Enfin, ik hoef jullie niet te vertellen dat het hotel temidden van drie rokende fabrieken stond. Het groen op de folder bleek een asociaal ingezoomde foto van de enige boom in de wijde omtrek die het dagelijks gif had weten te overleven. Om nog maar te zwijgen van het hotel zelf, dat mij sterk deed denken aan een speelfilm met stoffige auto's, verlaten snelwegen en slechte mannen.

'Dit is typisch zo een seriemoordenaarshotel', zei ik somber tegen mijn vriend.
'Dat valt toch wel mee', zei mijn vriend.
'Waarschijnlijk word ik vannacht vermoord', zei ik.
'In je slaap waarschijnlijk', troostte mijn vriend.
'Maar ik slááp zo slecht in hotels', jammerde ik.

Ongetwijfeld zou ik bij mijn volle bewustzijn zijn als de seriemoordenaar op mij zou inhakken. Ik zou waarschijnlijk langzaam sterven en een volledig signalement van de dader kunnen geven. Ware het niet dat ik dus dood zou gaan. Als negende in een rij, ook dat nog.

'Komen moordslachtoffers als vanzelfsprekend in de hemel, eigenlijk?', vroeg ik. Want dat moet ik mezelf nageven: ik probeer uit elke rotsituatie iets positief te halen. Mijn vriend rolde met zijn ogen. Maar daar trek ik mij dus meestal niks van aan.

09 mei 2005

het gevoel van jacq

We waren aan de late kant met het boeken van een hotel. Oké, wij zijn altijd aan de late kant. Wij noemen dat spontaniteit. Spur of the moment. Dat is om onszelf een soort van cool imago te geven. Maar onder ons gezegd komt het erop neer dat we gewoon altijd aan de late kant zijn. Sloom, laks en nooit eens op tijd.

Enfin, wij waren dan laat met boeken, maar we konden nog wél kiezen. Hotel één was een tamelijk aftands hoogbouwhotel in de binnenstad, waarbij ik direct beeld had. The part of jacq is today being played by Pamela Anderson. In pak hem beet 3,5 seconde speelde zich een heel scenario voor mijn geestesoog af, dat begon met 'ruik jij ook iets' en dat eindigde met 'spring jacq, spring dan toch!'. Mijn vertwijfelde blik, terwijl achter mij de vlammen oplaaiden. En dan reclame.

Het was dit hotel, óf hotel twee, dat net iets buiten de stad lag, en verscholen in het groen. Mijn gevoel zei dat we voor hotel twee moesten kiezen. Mijn gevoel is heel belangrijk, dat weet mijn vriend gelukkig ook. Ik zag ons vreedzaam ontbijten op een terras dat op het bos uitkeek. Daar hipte een haas, nee het was een konijn, nee toch een haas.

Vooralsnog konden we hotel twee trouwens nog niet vinden. Al een paar keer hadden wij de rondweg rondgereden. Ik pakte er voor de vorm een kaart van de omgeving bij. 'Voor mijn gevóel zou het zo ergens bij die rookpluim moeten zijn', zei ik interessanterig.

Nu is mijn gevoel tijdens het autorijden weer iets heel anders. Mijn gevoel tijdens het autorijden is niet iets waarmee normaal gesproken rekening moet worden gehouden. Ik heb het wel, maar het zou er net zo goed niet kunnen zijn. Hoewel, héél soms luistert mijn vriend wel naar mijn gevoel, bijvoorbeeld als ik zeg dat we voor mijn gevoel duidelijk naar links moeten. Dan gaat hij namelijk rechtsaf. Eind goed, al goed. Over het algemeen luistert mijn vriend liever naar zijn eigen geniale invallen omtrent sluiproutes. Sluiproutes zijn routes die een flink stuk langer duren dan de normale route, zelfs als er op de normale route zes vrachtwagens gekanteld zijn. Enfin, wij komen soms dagen later aan en keren dan bij aankomst direct weer om. Maar dan was het tóch fijn om er even tussenuit te zijn, zeggen wij dan wanhopig tegen elkaar.

'Voor mijn gevóel zou het zo ergens bij die rookpluim moeten zijn', zei ik dus.
Ik wees naar links waar fabrieken hun afvalstoffen uitbliezen.
'Haha', zei mijn vriend.
Ik moest ook lachen.
Hahaha!

05 mei 2005

jacq was twee minuten stil

Het was een uniek moment in onze vriendschap. Normaal gesproken is het vechten om wie er aan het woord mag. Nu was ik even, vriendin één. Jajaja jacq, maar nu eerst over mij.

Maar gisteravond zat ik met vriendin één stil te wezen. Het was acht uur. In het restaurant werd de muziek uitgezet. Om ons heen was nog geroezemoes. Mensen die wat bevreemd om zich heen keken. Dachten eerst dat iedereen toevallig op hetzelfde moment was stilgevallen in het gesprek. Net zoals dat op verjaardagen wel eens kan gebeuren. Ik wierp een vuile blik naar een doorprater. Ik ben er een voorstander van om in lengte der dagen twee minuten stil te zijn op 4 mei. Mensen die dat niet willen, mogen wat mij betreft worden opgepakt en ingesloten. De doorprater ving mijn blik. Hij slikte en zweeg stil. Daarna zette ik mijn 4 mei-hoofd op. Ik staarde bekommerd naar een punt in de verte en begon aan het herdenken.

In het restaurant was het nu geheel stil geworden. Behalve dan op de verlaten bovenverdieping, waar een übervrolijk Mexicaans deuntje bleef doorjengelen. Niemand van het personeel die op het idee kwam even naar boven te rennen. Misschien dachten zij dat rennen op 4 mei om acht uur niet mag. Ik persoonlijk denk dat het wel mag, als je maar op je sokken rent en er niets bij zegt.

Concentreer jezelf jacq, dacht ik. Focus op de oorlog jacq. Onder de tafel kneep ik mijn handen tot vuisten. Maar ik kon alleen maar aan boodschappenlijstjes denken. Normaal gesproken maak ik nooit boodschappenlijstjes. Ik haat lijstjes en dat is wederzijds. Nu zong er, dwars door de blerende mexicanen op de bovenverdieping, in mijn hoofd een mantra rond. Brood. Eieren. Broccoli. Pindarotjes. Wortelen. Ik kon er niet mee stoppen, ook niet als ik er nare beelden van de tweede wereldoorlog probeerde tussen te stoppen.

Dat deed me denken aan die ene 4 mei waarin ik om acht uur heel sterk moest denken aan de eerste vijftien minuten van Saving Private Ryan. Verder ben ik spijtig genoeg ook nooit gekomen in die film, dus vandaar dat ik alleen aan de eerste vijftien minuten kon denken. Toen probeerde ik al die duizenden soldaten in twee minuten herdenken te proppen, maar dat lukte niet. Bovendien heb ik eigenlijk ook niet veel met soldaten. Het was een frustrerende 4 mei.

Oh, en ooit was er een werkelijk dieptrieste 4 mei waarin ik om acht uur keihard lachend op een fiets door de stad reed. Kun je nagaan, ik lach nóóit! Ik huil vrijwel de hele dag, of ik snif wat na. En anders doe ik een tukje. Maar uitgerekend om acht uur zat ik op mijn zadel en reed ik met mijn benen wijd door de plassen heen. Net als die vrolijke vrouwen in Tena Lady-reclames. (Maar die rijden dan door hun eigen urineplassen, dat weet ik ook heus wel.)

En toen waren de twee minuten om.

'Oké, nu ik even', zei vriendin één.
'Nee, ik', zei ik.
'Nee ik', zei vriendin één.
'Nee ik!', zei ik.