de man die geduld oefende
Enfin, ten einde raad keek ik dus naar buiten. Eerst zag ik het gras. Ik wilde erop. Toen dwong ik mijzelf om verder dan het gras te kijken. En toen zag ik het andere stuk Kantoor pas echt. Ik kneep mijn ogen een beetje dicht om het beter te kunnen zien. Zag ik echt wat ik dacht dat ik zag? Dit kon niet waar zijn!
Achter een raam, in eenzelfde soort kamer als die waarin ik zat, zat een man. Ik zag alleen zijn achterhoofd en een stukje van zijn rug. Op het bureau voor hem stond een beeldscherm. En op dat beeldscherm stonden zes verticale balken. Steeds verplaatste de man kleine stukjes balk naar een van de andere balken. Ik spitste mijn ogen, hoewel dat taalkundig niet mogelijk zou moeten zijn maar het mij lukte het wel. Het besef kwam in een flits: dit waren geen staafdiagrammen. De man had met zijn muis dit gedaan: Start, Programma's, Bureau-accessoires, Patience.
Ik moest direct aan mezelf denken. Ooit speelde ik als puber een vakantie lang patience. Dat was onderdeel van een oorlog tegen mijn ouders die vonden dat ik plezier moest gaan maken. Ik kwam die hele vakantie maar drie keer uit. Huis. Proberen uit te komen kan heel verslavend zijn, dat onderschatten mensen die het spel niet kennen.
Achter het raam van het andere Kantoor werden de verticale balken korter en langer. Hoe lang was de man al bezig om uit te komen? Wat ging hij doen als hij uitkwam? Snel weer een nieuw spel kaarten openen? Direct de ziektewet in wegens patience-rsi? Misschien had de man er een snelkoppeling voor op zijn Bureaublad gemaakt. 's Ochtends binnenkomen, je computer aanzetten en dan op een setje speelkaarten dubbelklikken. Dat zou wel heel stoer zijn. Maar ook wel weer zielig. Maar het meest toch stoer. Nee, zielig. En dan om 17.00 uur met veel moeite het spel afsluiten en naar huis rennen om daar verder …? Of zou hij overwerken als hij nog niet was uitgekomen? Moesten de huismeesters van het gebouw hem elke avond het gebouw uitjagen? Eerst via de intercom, later met de luchtbuks?
Eigenlijk is patience spelen toegeven dat je geen leven hebt, dacht ik terwijl ik gapend naar mijn beeldscherm keek. Maar gelukkig hebben de meeste mensen dan altijd nog hun werk. Dus als je op je werk patience speelt, dacht ik terwijl ik naar de achterkant van de man keek. Dan heb je dus écht geen leven. Misschien is patiencen feitelijk niets anders dan wachten op de dood. En dan maar hopen dat je uitkomt in de hemel.
--
[jacq gaat even over de grens haar verjaardag vieren. volgende week weerom.]

