stukjes jacq

28 april 2005

de man die geduld oefende

Enfin, ten einde raad keek ik dus naar buiten. Eerst zag ik het gras. Ik wilde erop. Toen dwong ik mijzelf om verder dan het gras te kijken. En toen zag ik het andere stuk Kantoor pas echt. Ik kneep mijn ogen een beetje dicht om het beter te kunnen zien. Zag ik echt wat ik dacht dat ik zag? Dit kon niet waar zijn!

Achter een raam, in eenzelfde soort kamer als die waarin ik zat, zat een man. Ik zag alleen zijn achterhoofd en een stukje van zijn rug. Op het bureau voor hem stond een beeldscherm. En op dat beeldscherm stonden zes verticale balken. Steeds verplaatste de man kleine stukjes balk naar een van de andere balken. Ik spitste mijn ogen, hoewel dat taalkundig niet mogelijk zou moeten zijn maar het mij lukte het wel. Het besef kwam in een flits: dit waren geen staafdiagrammen. De man had met zijn muis dit gedaan: Start, Programma's, Bureau-accessoires, Patience.

Ik moest direct aan mezelf denken. Ooit speelde ik als puber een vakantie lang patience. Dat was onderdeel van een oorlog tegen mijn ouders die vonden dat ik plezier moest gaan maken. Ik kwam die hele vakantie maar drie keer uit. Huis. Proberen uit te komen kan heel verslavend zijn, dat onderschatten mensen die het spel niet kennen.

Achter het raam van het andere Kantoor werden de verticale balken korter en langer. Hoe lang was de man al bezig om uit te komen? Wat ging hij doen als hij uitkwam? Snel weer een nieuw spel kaarten openen? Direct de ziektewet in wegens patience-rsi? Misschien had de man er een snelkoppeling voor op zijn Bureaublad gemaakt. 's Ochtends binnenkomen, je computer aanzetten en dan op een setje speelkaarten dubbelklikken. Dat zou wel heel stoer zijn. Maar ook wel weer zielig. Maar het meest toch stoer. Nee, zielig. En dan om 17.00 uur met veel moeite het spel afsluiten en naar huis rennen om daar verder …? Of zou hij overwerken als hij nog niet was uitgekomen? Moesten de huismeesters van het gebouw hem elke avond het gebouw uitjagen? Eerst via de intercom, later met de luchtbuks?

Eigenlijk is patience spelen toegeven dat je geen leven hebt, dacht ik terwijl ik gapend naar mijn beeldscherm keek. Maar gelukkig hebben de meeste mensen dan altijd nog hun werk. Dus als je op je werk patience speelt, dacht ik terwijl ik naar de achterkant van de man keek. Dan heb je dus écht geen leven. Misschien is patiencen feitelijk niets anders dan wachten op de dood. En dan maar hopen dat je uitkomt in de hemel.

--

[jacq gaat even over de grens haar verjaardag vieren. volgende week weerom.]

27 april 2005

jacq en het andere stuk kantoor

Zoals ik al pas al vertelde: op Kantoor, daar heb ik dus uitzicht. Oké, oké, ik geef het toe, een sóórt van uitzicht. Als ik naar buiten kijk, dan zie ik een grasje en direct achter het grasje zit dan eerlijk gezegd weer een Ander Stuk Kantoor. Maar dat is niet erg, dat is juist goed. Stel dat je vanuit Kantoor alleen maar gras zou zien, dat zou best erg zijn. Meestal als ik gras zie, dan wil ik erop. Liggen, of zo. Met een hippe zonnebril. Gras geeft vreugde aan mensen zoals ik. Maar niet als je gevangen zit op Kantoor, tot minstens 17.00 uur des middags!

Enfin, ik heb dus gelukkig ook nog uitzicht op een ander stuk Kantoor. De eerste tijd had ik dat eerlijk gezegd niet echt goed door. Ik was zeker negenennegentig procent van mijn werktijd kwijt aan eh dingetjes. En in die ene procent werktijd die ik over had, ging ik dus met de lift op en neer, met als reden eh niets. Ik kwam mijn tijd wel door, dat wil ik er maar even mee zeggen. En zo niet, dan deed ik even een slaapje, zonder dat het ook maar iemand opviel. Maar er kwam een moment dat mijn blikveld zich verbreedde. Het was op een dag dat de liften het niet deden wegens geheimzinnig onderhoud.

Bedremmeld keerde ik terug naar mijn eigen werkplek. Even wist ik niet goed wat te doen met mijn ene procent werktijd die ik over had. Ik staarde naar mijn beeldscherm. Mijn beeldscherm staarde terug. Ik was de eerste die de blik afwendde. Daarna probeerde ik de collega tegenover mij te hypnotiseren. Maar zij zat in een trance dus dat lukte niet. Ten einde raad keek ik naar buiten. Eerst zag ik het gras. Ik wilde erop. Toen dwong ik mijzelf om verder dan het gras te kijken. En toen zag ik het andere stuk Kantoor pas echt. Ik kneep mijn ogen een beetje dicht om het beter te kunnen zien. Zag ik echt wat ik dacht dat ik zag? Dit kon niet waar zijn!

26 april 2005

damn, jacq is een spin kwijt

Ik heb de eerste spin van dit jaar alweer in mijn hals gehad.
Eerst dacht ik: het is een haar van mijn eigen haar.
Maar toen bleek dus van niet!

Ik wierp de spin van me af.
Althans: dat probeerde ik.
Maar de spin zette zijn klauwen in mijn hals.
En hij keek er heel gemeen bij.
En hij zei: ik heb ook rechtuh.
Dus ik zei: hee spin, respect svp okidoki?

Kreeg ik me toch een klodder SPUUG in mijn ogen!

Ik kan een boel hebben.
Ik ben vredelievend als het zo uitkomt.
Ik sla niet snel dieren, alleen als het moet.
Maar dit sloeg werkelijk alles!
Oh men, alles in mij kwam ertegen in opstand.
En zelfs Boris V. begon aan een spandoek.
Dan moet er wat gebeuren, hoor.
Boris V. is niet zo van de spandoeken.
Boris V. is meer van de slaapjes.

Dus ik geef die spin een mep.
En hij vloog zo hup mijn hals uit.
In zo een soort van boog.
Heel sierlijk.

Alleen toen kon ik hem niet weer terugvinden.
Oh fuck jongens, dat is altijd rottig, zoiets hè.

25 april 2005

jacq is aan de droks

Ik stond bij de tijdschriften.
Ik draaide me om.
Ik weet niet waarom.
Maar ik draaide me om.

En toen zag ik dit:



'Oh ...', zei ik onwillekeurig.
'Ooh ...', zei ik toen.
'Oooch ...', zei ik toen.

Het kleine huis dat is, ja hoe moet je dat nu uitleggen. Het kleine huis dat is een soort gezonde droks van vroeger. Toen er al wel televisie was maar dat er lang niet altijd wat op was. Haha kom op jacq, dat kan niet! Jawel, kinders, want dat kon toen nog. En niemand die erover kloeg, want buitenspelen, dat was ook fijn! Maar als het dan regende, dan was er Het Kleine Huis.

De hele cast is nu morsdood, denk ik. Nadien is er in elk geval weinig meer van vernomen. Maar ze staan nu wel op dvd. Ik denk dat de familie Ingalls dat wel heel mooi zou vinden als ze het zouden weten. Maar ja, ze zijn dus dood, en ook als ze nog zouden leven dan zouden ze dat niet weten. Op de prairie zijn geen dvd-spelers. Niet eens televisies ook, hoor. Ja maar hallo, zij speelden toch in een televisieserie? Nee, zij deden gewoon hun leven en werden zonder dat ze het wisten gefilmd. Een soort van Truman Show avant la lettre, zeg maar. Niet veel mensen weten dit, ik wel.

Laura Ingalls kom ik trouwens nog wel eens tegen. Maar dan vooral in ware woensdagavondfilms. Foute mannen en alles. Gepokt en gemazeld. Kan je nog zo een mooie, oprechte jeugd hebben gehad, het leven pakt je vanzelf terug. Mooi.

--

Oh, damn, ik heb allang eens over dat freakin' kleine huis geschreven! Ik denk dat ik nu in de fase ben gekomen dat ik het overal al eens over heb gehad. Dat heb ik weer, ik heb altijd fases, óveral bij.

21 april 2005

john travolta is een fijne man

Ik wilde een stukje schrijven over vrouwen en countrymuziek. Maar toen ik erover nadacht, bleek het vooral over mijzelf en mijn gitaar te gaan. Uiteindelijk gaat elk stukje over mijzelf, dat krijg ik langzaamaan een beetje door. Dat inzicht noopt mij tot een lang, beschouwend weekend. Ik houd mij de komende dagen gedeisd. Over vrouwen en countrymuziek volgende week een stukje. Of over mijzelf en mijn gitaar natuurlijk, dat kan ook. Mijn saxofoon komt er ook in voor, dat voel ik nu al op mijn klompen aan. Het is een triest verhaal. Dit om de mensen vast warm te maken.

[Ondertussen, maar dat is iets heel anders, zag ik John Travolta deze week op de televisie en moet ik een bekentenis doen. De film was een duidelijk geval van mwoah, maar John Travolta blijft een heel fijne man. Ik zou zelfs durven stellen dat John Travolta een steeds fijnere man wordt naarmate zijn leeftijd stijgt. Velen zullen het met mij oneens zijn, maar die hebben ongelijk. John Travolta is een heel fijne man en daarmee basta. Als ik hem zie, krijg ik een vreemde glimlach die mijn vriend eng noemt. Ik noem dat pure jaloezie.]

20 april 2005

utrecht cs, why tell me why

Ik daalde af naar het busstation bij Utrecht CS en ik werd direct terneergeslagen. Niet door een persoon in het bijzonder, hoewel dat natuurlijk best had gekund. Het was immers Utrecht CS. Maar nee, het was meer de feer die mij in het gezicht sloeg. Overdrachtelijk gesproken, want een sfeer kan niet slaan. Ik zeg het er maar even bij, er lezen ook kinderen mee.

Terneergeslagen was ik. Geen wonder, zullen jullie zeggen. Van Utrecht CS in het algemeen en van het busstation in het bijzonder wordt vrijwel ieder mens depressief! Welnu, dat klopt, maar laat mij het verhaal nu eens gewoon af-vertellen oké? Het is immers míjn weblog en niet dat van jullie, zo is het ook nog eens! Neem anders zelf een weblog, bijvoorbeeld via blogspot.

Laat ik het zo zeggen: je moet wel een Heel Goede Haardag hebben, wil je niet onder de naargeestige invloed van het busstation bij Utrecht CS geraken. Mijn goede haardagen zijn op de haren van één bovenlip te tellen. Mijn haar wil wel, maar de wereld is tegen mij. Het is daarom herhaaldelijk voorgekomen dat de muziek in mijn hoofd verandert naarmate het busstation van Utrecht CS dichterbij komt. Dat ik bijvoorbeeld bovenaan de roltrap die naar het busstation leidt, nog iets van Whitney in haar goede jaren zing - en dat dat bij aankomst beneden ineens is veranderd in ik noem maar iets Why tell me why van ik noem maar iemand Anita Meijer.

Oef, dat is trouwens een bere-slecht voorbeeld want Why tell me why van Anita Meijer is nog best een up beat nummer waarop je heel aardig kan dansen. Wo-oh ooh ... ohoh yeah. Alleen wil niemand dat. Publiekelijk. We vergeten Anita Meijer even. Waar ik Anita Meijer zei, zou ik graag een willekeurig suiciaal nummer van The Smiths willen noemen, waar je zo heerlijk suicidaal van wordt.

--

[Damn ik herinner het me ineens: dit had een stukje over vrouwen en countrymuziek moeten worden. Ik dacht de hele tijd al: waar wil ik toch heen? Nu weet ik het. Morgen een stukje over vrouwen en countrymuziek.]

19 april 2005

jacq en de onbetamelijke herenfiets

Gisteren, toen ik was vrijgelaten en om 17.01 uur bij de fietsenstalling op mijn werk aankwam, viel mij iets op. Dat was op zich bijzonder. Sinds ik op Kantoor werk, ben ik zo ingesteld dat mij na 17.00 uur over het algemeen niets meer opvalt. Ik word maar betaald tot 17.00 uur en daarna houden mijn hersens ermee op. Dan is er een vreemd soort stilte in mij die ook fijn is.

Enfin, er viel mij iets op. Er stonden bijna geen fietsen in de fietsenstalling. Overal was plek. Links was plek. Rechts was plek. En verderop was ook nog plek. Heel veel plek. Maar tóch stond er een herenfiets op onbetamelijk kleine afstand van mijn lieve gele fiets. Niet eens met zijn voorwiel in het rek stond hij. Nee, op zijn standaard stond hij, zodat hij ook nog eens overhelde naar mijn fiets. De herenfiets deed er alles aan om heel dicht bij mijn fiets te kunnen zijn. De uitdrukking ergens tegenaan schurken had in mij op kunnen komen, maar enfin het was 17.00 uur geweest.

Betrof het hier een autonome actie van de herenfiets zelf? Die door zijn eigenaar netjes met het voorwiel in een rek was geplaatst, maar die al direct had gedacht: wow, da's nog eens een gele fiets die daar een endje verderop staat! Die ga ik proberen te versieren! Zo gezegd zo gedaan, en zo.

Dat was het logische scenario. Maar terwijl ik daarover dacht, sloop een andere mogelijkheid mijn hoofd binnen. (Ik kan namelijk meerdere dingen tegelijk in mijn hoofd.) Zie je wel dat ze bestaan, bedacht ik mij. Zie je wel dat ze bestaan: contactarme mannen die via hun fiets een relatie met je proberen op te bouwen. Ik heb enige ervaring met contactarme mannen. Ooit was er een man geweest die via het besprenkelen van Boris V. met after shave probeerde mijn hart te winnen. Dat was toen niet gelukt. Ik had immers al een vriend. En dan nu via een fiets. Die elke dag een stukje dichter bij mijn eigen fiets werd gezet totdat ze als het ware één zouden zijn en er geen ontsnappen meer mogelijk was. Het is zo simpel, maar je moet er even opkomen maar dat geldt dus voor alles.

Hoe dan ook: mijn fiets voelde zich er ongemakkelijk bij, dat zag je aan alles. Dus ik gaf de herenfiets een trap en fietste toen snel weg. Even was ik nog bang dat de contactarme man die vast achter een struik stond mij achterna zou komen, maar toen zei mijn fiets triomfantelijk: nee duh, hij komt ons niet achterna, hij is immers contactarm. Dat was wel een eye opener, ja. En ik hád er zelf ook op kunnen komen maar goed, het was na 17.00 uur hè.

18 april 2005

jacq & het onzichtbare blinde paard

Wij zochten het paard met de veeels te lange pony. Het blinde paard dat niet blind was, maar anderzijds ook niet veel van de omgeving kon zien. We wilden zien hoe of het nu was met het paard. Immers: je kunt mensen en dieren wel tot een weblogstukje verdingesen maar je hebt ook je verantwoordelijkheid. Ik houd er niet van om over de rug van zo een paard enzovoorts. Dus we zochten hem op.

'Daarzo aan het eind, daar moet hij staan', zei ik.
Ik wees naar een weitje, daarzo aan het eind.
Maar hij stond er niet.
'Oh, mijn niet te stelpen bloedend hart', zong ik.
Want zo voelde ik het ook.
Vroeg ik het aan mijn vriend.
Die voelde het ook zo.
Ik zing vaak per ongeluk heel rake dingen die op dat moment spelen.

Nu weer over het paard. Het blinde paard dat niet blind was, waarheen was hij gevoerd? En had hij er zelf iets van kunnen zien? Misschien maar beter van niet ook, hè.

Bezwaard stapten wij weer in de auto.
Toen nog een stukje lekker gescheurd.

15 april 2005

een echt paardenmeisje

'En zaterdag, dan ga ik naar mijn paard!', zei het ene winkelmeisje blij.
'Goh, ik vind jou anders helemáál geen paardenmeisje', zei het andere winkelmeisje lacherig.
'Oh, en waarom niet dan', zei het ene winkelmeisje gekwetst.
'Ach ik weeeeet niet', zei het andere winkelmeisje vaag.
Haar ogen gingen naar de heupen van het ene winkelmeisje.
Het ene winkelmeisje werd een beetje rood.
'Jij bent trouwens best wel een paardenmeisje', zei het ene winkelmeisje plotseling.
'Ja, hè?', zei het andere winkelmeisje gevleid.
Ze rechtte haar rug.
Ze gooide haar manen over haar schouder.
Ze keek zo paardenmeisjesachtig als mogelijk.
'Ja', zei het ene winkelmeisje.
'Je hebt namelijk echt zo een paardenkop!'

14 april 2005

jacq redt vrijwel alle diersoorten

Nu dan. Soms heb je zo een soort dag dat je wou je dat er een gewond dier langs de weg lag zodat jij het kon oprapen om liefdevol te gaan verzorgen waardoor het dier voor eeuwig bij jou bleef wonen of op zijn minst elk jaar een ansichtkaart stuurde. Zondag was het zo een soort dag. Eerst leek het een normale dag. Maar toen begon er iets te kriebelen. En ik herkende die kriebel. Het was weer gewondedierenopraapdag!

Speurend speurde ik de omgeving af. Ik zocht een dier dat bijna dood was maar toch niet bloedde en waar je ook geen mond op mond-ademhaling op zou hoeven doen. Gewoon een gewond dier dat er netjes bij lag en dat een beetje openstond voor maandenlange dwangverzorging met dekentjes en gesprekken. Verder ben ik niet kieskeurig. Vogels, vissen, amfibieën, dinosauriers, kikkers, lammetjes, geitjes, noem ze allemaal maar op. Ja, toe maar, noem ze allemaal maar op. Gewoon voor jezelf.

Gewonde shetlandponnies heb ik een zwak voor, maar ergens hoop je dat ze niet ook nog eens gewond raken want ze zijn van zichzelf al zo zielig!! Gewonde schapen ben ik wat sceptisch over. Een keer gedaan, nooit meer. Schapen zijn zó dom dat je er naderhand niet echt een gesprek mee kan voeren. En je kunt het niet altijd blijven hebben over dat ze toen eens een keertje gewond raakten whewheweh. Dat houdt een keer op, kutschaap! We kunnen het ook wel eens een keertje over mij als persoon hebben ja!

Nou goed, helaas was er nergens een ziek dier te bekennen maarrem hallo ik had nog steeds die kriebel jah! Dus toen heb ik thuis Boris V. maar een spalk om zijn poot gedaan. Hij begreep direct wat de bedoeling was en ging me daar toch een partijtje mank lopen, haha! En mauwen, niet normaal meer! Dus het werd tóch nog een fijne dag, óndanks dat er geen dieren gewond waren geraakt. Dat mag ook wel eens gezegd worden, want het nieuws is altijd maar negatief en dit soort dingen gebeuren ook!

13 april 2005

de supermarktruzie met vriendin één

Ja, misschien was het omdat wij in anxieuze afwachting waren van de komst van vriendin twee. Van de komst van vriendin twee worden wij altijd wat nerveus bij voorbaat. Het is niet goed uit te leggen waarom. Wij hebben haar niets te bewijzen, behalve dan misschien dat wij normaal genoeg zijn. Hoe dan ook: na vijf minuten in de supermarkt wilden vriendin één en moi niet eens meer in hetzelfde gangpad gevonden worden, dood of levendig. Eerst was er het kijven. Daarna ijzige stilte.

Het kijven ging nergens over.
Deze woorden zaten erin:
'Naaaaaah!'
'Neeeeeeh!'
'Sjongejongejonge zeg!!''
'Ja zeg dat wel!!!!!!!'
'Echt niet normaal'
'Kijk naar jezelf'
'Ik zeg niks'

Dus toen zeiden we niks. De beste manier om elkaar te negeren is doen alsof je elkaar niet nodig hebt. Vriendin één liet zich daarom versieren door een kassastalker, een werkelijk heel enge jongen die voordeed als het vlotte type maar die de letters straatverbod nog op zijn voorhoofd had staan. Ik werd hartsvriendin met de kassajuffrouw en wierp veelbetekenende blikken die geheel werden beantwoord. Kassajuffrouwen zijn schrijnend eenzaam en gaan overal op in. Kan zijn dat jullie andere kassajuffrouwen kennen, maar ik vertel vanuit mijn ervaring oké. Bovendien wil iedereen altijd vriendin zijn met mij, dus.

Zwijgend sleepten wij de boodschappen naar het huis van vriendin één. Ik vermoordde een paprika. Vriendin één sloeg een ui dood. Stil vochten wij om de onthoofding van een preistengel. Toen ging de bel. Vriendin twee was in aantocht. Met een ruk draaiden vriendin één en ik ons naar elkaar om. Tegelijk grepen wij elkaars hand. Toen liepen we als vriendinnen samen naar de deur.

12 april 2005

jacq heeft het met pindarotjes

Vanaf mijn plek op Kantoor heb ik zicht op buiten. Dat is nog heel wat, dat heeft lang niet iedereen, hoor. Sommigen hebben een blinde muur, of een bord voor de kop. Ik heb een stukje natuur als ik naar rechts kijk. Een grasje waar soms konijnen huppelen, maar meestal niet. Gelukkig zijn er dan altijd nog de rokers. Rokers zijn leuk om naar te kijken zo lang zij nog leven. Vroeger was ik ook een roker. Nu ben ik een ex-roker. Ik val al flauw als ik een aansteker zie. Het is echt heel overdreven maar ik kan het niet helpen.

Meestal tijp ik blind van mij af als ik op Kantoor ben. Ondertussen dwaalt dan mijn blik naar rechts. Dan zie ik ze staan, de rokers. Met die zogenaamd contemplatieve blik waarmee zij hun uitgeblazen rook nastaren. En de stress die daar dan achter zit. Wanneer is mijn volgende peukenpauze? Is over een uurtje te snel? Krijg ik dan een functioneringsgesprek? Zal ik er anders nu snel twee achter elkaar oproken? Geloof mij, i've been there dus ik weet hoe de dingen gaan. Vroeger was ik ook een roker. Nu ben ik een ex-roker. Ik heb niets meer met sigaretten. Ik heb het nu met pindarotsjes. Trouwens, elke keer als ik pindarotsjes wil optijpen, dan tijp ik dus pindarotjes. Ik wil ook leren flauwvallen bij de aanblik van pindarotjes, maar dat lukt alsmaar niet. In zwijm wel. Telkens weer. Stop ermee jacq, dat is wat ik je vanaf deze plek wil vragen.

11 april 2005

jacq wil het gevoel even delen

Eigenlijk wilde ik jullie vertellen over het soort dag dat ik gisteren had. Soms heb je zo een soort dag dat je wou je dat er een gewond dier langs de weg lag zodat jij het kon oprapen om liefdevol te gaan verzorgen waardoor het dier voor eeuwig bij jou bleef wonen of op zijn minst elk jaar een ansichtkaart stuurde. Gisteren was het zo een soort dag.

Maar enfin, vannacht droomde ik dat ik op stedentrip was met alle vijf de boeren van Boer Zoekt Vrouw tegelijk. Ik was in al die steden al eens geweest, maar de vijf boeren nog nooit. Ik was direct geirriteerd. En terwijl ik de boeren rondleidde, dacht ik de hele tijd alleen maar: ik kan me niet herinneren dat ik de boeren een brief heb geschreven. Het is een vergissing van de KRO. Ik wil niet op de boerderij. Ik ben een stadse die soms dieren redt, maar daar moet het ook bij blijven. Ik kreeg de indruk dat ik niets meer te kiezen had. Ja tussen de vijf boeren dan, maar dat was dan ook alles. En toen boer Piet ook nog eens zijn eten in het restaurant weigerde op te eten, toen werd ik boos. Ik gaf hem een klap in het gezicht, zo van *pats*. De droom eindigde trouwens wel in het hooi maar dat stuk is wazig, haha!

08 april 2005

de pauze van de schakers

Ik had iets op Kantoor laten liggen.
En ik het het Nu nodig.
Maar het was zaterdag.
Doch ik dacht ik prombeer het.
Echter toen keek ik naar buiten.
Regen, regen, van boven naar beneden.
En toen dacht ik: ik bel eerst maar even.

Want op je vrije dag naar Kantoor fietsen, dat is van zichzelf al heel erg. Maar op je vrije dag in de regen naar Kantoor fietsen, dat is van zichzelf nog erger. Maarrrr op je vrije dag in de regen naar Kantoor fietsen en dan onverrichterzake terug moeten keren, dat is gewoon ... nou, daar is nog niet eens een woord voor bedacht, dus dan moet het wel erg zijn hoor.

'Zijn jullie open', vroeg ik aan de vrouw die opnam.
Dat is dan zo een vraag die je stelt.
En dat je je dan direct daarna zo sukkelig voelt.
Want dan weet je eik al dat ze open zijn!
Anders nam ze nie op jah!

'Ja, de deur is gewoon open hoor', zei de vrouw die opnam.
'Er is hier op Kantoor namelijk een Schaaktoernooi vanmiddag.'

Ik werd direct kriegelig in mijn hoofd.
Dat heb ik altijd met denkspelletjes.
Dan denk ik: hou es op!
Ga ik liever een stukje zappen, hoor.

Enfin, ik weet niet of het nou lag aan de voorinformatie, maar op de route naar Kantoor kwam ik steeds alleenlopende mannen tegen waar iets mee was. De eerste man was een man met een comb over die met zijn hand tegen zijn voorhoofd naar de straatstenen staarde. Een minuut later passeerde ik een man met een woeste baard. Hij kuierde met zijn handen op zijn rug en prevelde dingen. De derde man zag er normaler uit maar had een huppeltje. Schakers met pauze, dacht ik. Schakers die even hun hoofd gingen luchten. Aan de andere kant: heeft een zichzelf serieus nemende schaker ooit echt pauze? Is schaker zijn niet meer een state of mind waar schakers zichzelf niet uit kunnen denken? Ik huiverde. Daar zag ik een man die een paard sloeg. Ik belde eens met mijn fietsbel. Geen reactie. Rakelings reed ik langs de volgende heen. Geen hoofdbeweging kreeg ik. Ik was nog nooit zó erg genegeerd! De schakers, zij waren niet hier. Zij waren in hun hoofd, waar zij zetten deden. Misschien gemakkelijke zetten, als een soort van pauzemuziekje. Of juist moeilijke, om zichzelf een beetje te kwellen met dat heerlijke gevoel. Alsof er een klein kevertje door je hersens rent. Denk ik dan.

07 april 2005

jacq en de missing pink /3

Ik moest, want zo ben ik dan ook wel weer, direct aan mijzelf en mijn linkerwijsvinger denken. Ooit bij een gruwelijk fietsongeluk knakte die zo ongeveer doormidden. Maanden nee jaren nee decennia nee eeuwen van operaties en revalidatie volgden! Stiekem denk ik dat ik die fatale avond beter toch maar beter naar huis had kunnen fietsen in plaats van naar de eerste hulp. Ik zit nu namelijk met een Heel Rare Linkerwijsvinger waarmee naar hartelust is geexperimenteerd door de Nare Chirurg die deuntjes floot. Het einde van het liedje is dat de vinger scheef staat en het topje triest naar beneden wijst. Dat demotiveert. Bij elk fris idee dat ik opper, zegt mijn wijsvinger als het ware ach láát maar. Mijn carrière is langzaam in het slop geraakt.

Een idee kwam in mij op. Ik zou de jongen zonder pink mijn linkerwijsvinger kunnen laten zien. Geinteresseerd zou hij zich voorover buigen. Hij zou hem ook mogen aanraken, en dat is niet veel mensen gegeven. Je voelt toch een band met zo een jongen, is het niet? Ik zou hem vertellen van hoe bang ik was geweest dat ik mijn vinger kwijt zou raken. Op een dag, toen mijn vinger zeurde en klopte, had een assistente kwinkslagerig geroepen 'Ach, hij valt er misschien vanzelf wel vanaf!'. Ik had haar strak aangekeken. Stond er wellicht in mijn dossier een opmerking met balpen in de trant van Patiënte jacq kan het best met grappen en grollen worden voorbereid op onvermijd. verlies v. vinger? Oh neen zeg, veel humor over mijn linkerwijsvinger had ik niet. En oh ja, ik was er zeker van dat ik hem op een kwade dag ergens in mijn bed zou vinden. Of dat Boris V. ergens mee door de kamer zou tikken en dat dan zou blijken dat het mijn vinger was.

Misschien zou de aanblik van mijn wijsvinger de jongen zonder pink verzoenen met zijn lot. Dat hij zou denken: wow, dán heb ik nog liever geen pink! Goed geluimd zou de rest van zijn dag zijn. Fluitend zou hij thuiskomen en zijn vriendin een dikke pakkerd geven, voor 't eerst sinds lange tijd. Maar zijn vriendin zou hem van zich afhouden. 'Ik moet je iets vertellen', zou zijn vriendin zeggen. 'Ik heb nu een jongen ontmoet ...', zou ze beverig vervolgen. In hem was ineens een stil weten. 'Laat me raden', zou de jongen zonder pink geknakt antwoorden. 'Je hebt nu een jongen mét een pink gevonden.' Aan het einde van de zin was zijn toon hard en cynisch. Zij brak. Het was waar. Een pink is natuurlijk maar een pink maar ... nee een echt argument had ze niet.

Ik leunde achterover en verstopte mijn vinger.
Best wel gemeen, maar enfin.

06 april 2005

jacq en de missing pink /2

Ik kreeg heel erg de aanvechting om de jongen te attenderen op zijn missende pink. Maar daarmee kun je de plank natuurlijk vreselijk mis slaan. Aan de andere kant zijn mensen soms te bang om de plank mis te slaan. Soms moet je gewoon eens wat proberen. Ik opende mijn mond. Ik sloot hem weer. Ik was een beetje bang om de plank mis te slaan.

Ik wendde mijn hoofd af van de pink die er niet was. Maar mijn ogen hadden een eigen wil. Steeds weer moest ik zien of de pink er nog steeds niet was. En ondertussen spookten er dingen door mijn hoofd. Was het erg om een pink te missen? Of had iedereen van zijn familie geroepen dat het een geluk bij een ongeluk was? Dat als je toch moest kiezen, dat je dan voor de pink koos. Want stel dat het de duim was geweest! Was de jongen geboren zonder pink? Of was het een gruwelijk ongeluk geweest?

Ik moest, want zo ben ik dan ook wel weer, direct aan mijzelf, mijn linkerwijsvinger en mijn eigen gruwelijke ongeluk denken. Ooit bij een gruwelijk fietsongeluk knakte die zo ongeveer doormidden. Maanden nee jaren nee decennia nee eeuwen van operaties en revalidatie volgden! Stiekem denk ik dat ik die fatale avond beter toch maar beter naar huis had kunnen fietsen in plaats van naar de eerste hulp. Ik zit nu namelijk met een Heel Rare Linkerwijsvinger waarmee naar hartelust is geexperimenteerd door de Nare Chirurg die deuntjes floot. Het einde van het liedje is dat de vinger scheef staat en het topje triest naar beneden wijst. Dat demotiveert. Bij elk fris idee dat ik opper, zegt mijn wijsvinger als het ware ach láát maar. Mijn carrière is langzaam in het slop geraakt.

Ik keek naar de jongen zonder pink.
Een idee kwam in mij op.

05 april 2005

jacq en de missing pink

Ik voel eigenlijk weer een paardenfoto opborrelen, maar ondertussen zat ik gisteren in de trein tegenover een jongen met zonder pink. Het was gek, ik had al gesenseocremaad dat er iets met hem aan de hand was, en toen had ik heel zijn missende pink nog niet eens gezien! Ik denk dus dat het een instinct was van mij, vanuit de oertijd of zoiets. Net zoals de apen hebben. Ik denk soms wel eens dat wij afstammen van de apen, denken jullie niet?

Ter verdediging van de jongen zonder pink moet ik erbij zeggen dat ik wel vaker iemand tegenkom en dan denk: hier klopt iets niet. Het kan zijn dat ik dan zo onderzoekend ga kijken dat mensen daar zenuwachtig van worden en dingen gaan doen waarvan ik denk: nou inderdaad, hier klopt iets niet! Vorige week nog zat ik tegenover een jongen die constant grimassen tegen mij trok. Maar over die jongen gaat het helaas niet in dit stukje. Maar volgens mij klopte er van die jongen echt helemaal iets niet! Heel goed zoals ik mij in dit stukje toespits op de jongen met de missende pink en dat ik er niet allerlei andere jongens ga bijslepen.

Enfin, op een gegeven moment bewoog de jongen zijn hand omhoog en toen zag ik het: hij miste een pink! Nu is een pink een redelijk klein iets, maar toch mis je hem hoor, als je hem ineens niet ziet. Probeer zelf maar eens je pink een stuk naar achter te buigen en dat je dan doet alsof hij er ook echt niet meer is. Dan schrik je dus wel even. Van de jongen zijn missende pink schrok ik ook. En ik kreeg heel erg de aanvechting om hem erop te attenderen. Maar daarmee kun je de plank natuurlijk vreselijk mis slaan. Aan de andere kant

[wordt vervolgd]

04 april 2005

het blinde paard dat niet blind was

Ik wilde jullie eigenlijk het verhaal vertellen van het blinde paard dat niet blind was. Maar toen kreeg ik ineens toch typangst! Typangst, dat is pas echt rot. Het is net zoiets als belangst maar dan met letters. Je vingers zweven boven het toetsenbord maar je hebt geen idee welke letter eerst moet. En op een gegeven moment beginnen je handen ook nog helemaal te trillen dus dan kan je er beter so wie so mee ophouden, haha! Het verhaal van het blinde paard dat niet blind was, is waarschijnlijk een fascinerend verhaal, met diepe lagen erin en hopelijk ook een kapperspaard.


01 april 2005

jacq en de getoverde kranten

Qua idee was het een heel leuk idee dat wij Lost zouden gaan kijken vanuit bed. Alleen was het snoer niet lang genoeg. De televisie stond dus aan de kant van mijn vriend. En ik moest zo'n beetje over hem heen kijken. Maar ik wilde ondertussen ook zo'n beetje rielekst kunnen lighangen op mijn eigen kant. Met drie kussens maakte ik een soort van knik in mijn nek. 'Niet te diep inademen', snauwde ik elke keer als zijn elke keer als zijn borstkas omhoog kwam.

Mijn vriend sloeg de krant open.
Waar mijn vriend de kranten vandaan haalt, geen idee.
Maar waar mijn vriend is, daar zijn altijd kranten.
Soms denk ik dat hij ze tovert.

De krant zat in mijn beeld.
Ik kwam moeizaam overeind.
'Hee!, riep ik.
Mijn vriend sloeg een pagina om.
'Hee!!!!', riep ik.
'Uu-huuuh?', zei mijn vriend.
Het was zo een huh die aan het einde omhoog gaat.
Dat betekent: ik doe alsof ik een vraag stel maar ik meen er niets van.
'Ik dacht dat we sámen gingen kijken', zei ik.

Ik probeerde mijn stem te laten breken zo rond het woord samen. Damn, dit mislukte. Toen probeerde ik zo'n beetje precies over de krant heen te vallen. Damn, dit mislukte ook. Iedere keer als ik viel, tilde mijn vriend de krant keurig op. Toen probeerde ik in gedachten de krant weg te toveren. Damn, dit mislukte ook. Toen ging ik per ongeluk met de nagel van mijn grote teen onder zijn voet langs. Mijn vriend schoot overeind. Haha, dit lukte!

'Iiiiieee oeh! ah!!!', zei mijn vriend.
Maar daarna las hij weer gewoon verder.
Toen heb ik Boris V. er maar bij geroepen.
Hebben we fijn samen Lost gekeken.
'Wat zijn dat voor monsters', griezelde Boris V.
'Ja hèhè, dat weet dus juist niemand!', zei ik belerend.

Mijn vriend las door.
Hij keek alleen op als het eng werd bij Lost.
En als diegene het dan bijvoorbeeld had overleefd, dan ging hij weer naar zijn krant terug.
Oh en dat vind ik zó een verderfelijke manier van tv-kijken, hè.
Vond Boris V. ook.
Dus we waren het weer roerend eens.