stukjes jacq

31 maart 2005

jacq heeft nergens oog voor

Ik had een nieuw doosje met oogschaduw gekocht. Met twee in elkaar overlopende kleuren groen. Dan kon je helemaal zelf bepalen wat voor kleur groen je op je oogleden zou doen. Elke dag nét weer anders. Had je een lichtgroene dag, deed je er lichtgroen op. Had je een felgroene dag, deed je er felgroen op. Had je een enfin enzovoort. Ik keek in de spiegel.

Ergens klonk een bons. Aan de andere kant van de deur hoorde ik geschreeuw. Toen een klabang, daarna een beng. En toen was het ineens weer helemaal stil.

Ik keek naar de deur. Wellicht moest ik iets doen. Misschien was er sprake van moord, met bloed en alles. Of was er iemand ongelukkig van een trap gelazerd. Met bloed en alles. Maar aan de andere kant had ik dus een nieuw doosje met oogschaduw gekocht. Met twee in elkaar overlopende kleuren groen. Dan kon je precies bepalen wat voor kleur groen je op je oogleden zou doen. Elke dag nét weer anders. Ik keek in de spiegel. Oh ja, het ging echt heel mooi worden.

In mijn dromen wil ik gewoon rust aan de kop jah!

30 maart 2005

magic, magic, maaaagic /2

Even though my life before was tragic, zong de Sting van vroeger op mijn audiokey. Now I know my love for her goes oooon. Ik sloot mijn ogen. In de jukebox van mijn leven vonden mijn hersens hoe het rook, vroeger. Naar het aardrijkskundelokaal als B4 er had gezeten, naar verachtelijke puberjongetjes met een hoog stemmetje en naar boterhammen met kaas die waren geplet door mijn geschiedenisboek. Ik zag mijzelf per ongeluk in de ruit waar ik eigenlijk doorheen had willen staren. Als ik mijn hoofd op een bepaalde manier schuin hield, zag ik er nog net zo uit als toen ik dertien was. Die verpletterende angst dat ik erbij zou moeten horen. En de net zo verpletterende angst dat je overal buiten viel. En dan nog de verpletterende angst in het algemeen. Kan het zijn dat een stuk van jezelf gewoon altijd dertien blijft? En dat je daar dan niet alleen in staat? Dat iederéén er op onbewaakte momenten uitziet als toen hij dertien was? Maar dat zal wel weer niet natuurlijk.

Dwars door mijn hoofd heen kwam een trein het station binnenrijden. Met een plezierig soort *pang* sprongen overal tegelijkertijd de deuren open. Traag stroomden reizigers naar buiten. Het leek op een gele tuinslang die op verschillende plaatsen lek was. Een stoet van mensen liep het perron over. Op weg naar mijn trein, of op weg naar iets anders. Ineens beving het mij dat ieder mens zijn eigen leven heeft. Met een jeugd, met een dertienjarigenstuk en met wat daarna nog zou komen. Een grote vermoeidheid daalde op mij neer. Maar inderdaad, dat kon natuurlijk ook door de oude Sting komen, die maar niet wilde wegfaden.

29 maart 2005

de lente van jacq

Zuchtend zette ik mijzelf op mijn zadel. Het was net opgehouden met regenen. Ik keek naar boven. Ja, de volgende regenbui zat al klaar. Die zou echter wachten tot ik er niet meer op bedacht was en dan helemaal los gaan.

Ik wachtte tot ik er niet meer op bedacht was. Direct daarop begon het te regenen. Eerst met druppels, toen met emmers tegelijk. Och, ik was een eenzame fietser en zwák dat ik was. Het leek windstil maar tussen de hoge gebouwen werd ik het middelpunt van van van een soort ... orkaan. Of een tornado, daar wil ik af wezen. Elk moment kon ik met fiets en al worden opgetild en om jullie de waarheid te zeggen: het leek me nog niet eens erg ook! Zo was ik er dus aan toe. Regen doet dat met mensen met zwakke kapsels. Als je een pistool had, schoot je jezelf neer.

25 maart 2005

a day at the office /5

Gisteren begon mijn ene collega erover. Eigenlijk zaten wij veel te veel achter het beeldscherm. Wij zouden naar buiten moeten. Een stukje lopen. Wandelen. Bij het woord wandelen kromp ik wat ineen, maar dat was puur vanwege het woord.

Ik herinnerde mij groepjes mannen die rond twaalven door de winkelpromenade liepen. De benen strekken, zo heette dat. Met hun broodtrommeltje in de hand kuierden zij een van tevoren bepaald blokje om. Van verschillende kantoren waren mannen op hetzelfde idee gekomen, zodat sliertjes van kantoormannen zich door de binnenstad verplaatsten. Twee aan twee liepen zij, net als vroeger op de lagere school. Mannen van middelbare leeftijd, en ook mannen die eigenlijk nog jongens waren maar niet zo lang meer. Slechtgeklede mannen waren het, die bij de gemeente werkten en desperately een heel erg extreme make over moesten. Maar make overs had je toen nog niet. Je was geboren met je eigen smaak en daarmee ging je later ook dood. Gelukkig werden de mensen vroeger niet zo oud. Parka was het sleutelwoord. En beige, heel veel beige.

'Dus', zei mijn collega.
'Als het weer zo aanhoudt, dan gaan we fijn wandelen in de pauze!'
Het luchten, daaraan herkent men de gevangenis, dacht ik.
'Heel goed idee', zei ik.
Want dan was je er eens even uit.

24 maart 2005

jacq pleidooit de ekster

'Och, wat zijn dát voor leuke vogeltjes', vroeg ik.
Ik had echt weer eens zo een positieve dag, weet je wel.
Dat je denkt: ja, ik sta open voor nieuwe dingen en ik wil ze nog horen ook!
'Wat zijn dát voor leuke vogeltjes', vroeg ik nog een keer.
Soms vraag ik dingen om het vragen.
Kan hij weer antwoord geven.
Voelt hij zich man.
Voel ik me vrouw.
Een win-winsituatie.
Maar die term is dan weer een no no.

'Die zwart met witte bedoel je', vroeg mijn vriend.
'Ja, die!', riep ik.
'Dat zijn eksters', zijn mijn vriend.
'Nee, kannie', zei ik.
'Is wel', zei mijn vriend.
'Neh!', riep ik.
'Jacq', waarschuwde mijn vriend.
'Jij het laatste woord', zei ik.
'Okidoki', zei mijn vriend.

Maar goed, enfin, ik dus helemaal verbluft! Ik dacht dat eksters van die zwarte dingen waren, met enge kraalogen. En dat ze je juwelen stelen of andere glinsterdingen. Of eerlijk gezegd dacht ik dat een ekster gewoon een ander woord voor kraai was. Maar het zijn echt lieverds en ze vliegen zo leuk! Sommige van mijn beste vrienden zouden eksters kunnen zijn. Waarom heeft de ekster toch zo een slechte naam! Laten we hem anders madeliefje noemen, dat zou best al schelen.

23 maart 2005

magic, magic, maaaagic

Hoe The Police op mijn audiokey terecht waren gekomen, geen idee. Maar ze waren er nu eenmaal. Every little thing she does is magic, zong Sting. Het betrof hier duidelijk de Sting uit mijn jeugd. De jonge Sting, die wat norsig was. Niet de Sting die tantrasex met zijn vrouw heeft, overal waar zij maar een plekje kunnen vinden. Neen, de Sting van toen. Niet dat ik ooit een zwak voor hem had gehad. Het norsige van Sting kwam mij als meisje voor als een oppervlakkig soort norsheid. Niet het soort norsheid waarachter een wereld van gevoel en depressie schuilging zodat je je helemaal kon voorstellen dat jij hem dan zou redden met je opgewekte karakter en vlotte kwinkslagen die ondeugend maar toch weer niet grof waren.

[Zo een Robert Smith van The Cure bijvoorbeeld, die had dat weer wél helemaal. Die jongen had mij echt nodig, dat zag je aan alles. Hoewel ik me bij hem dan weer niet kon voorstellen dat hij op een keer bij mijn vader en moeder zou moeten komen koffiedrinken. Ik wist niet precies wat er dan mis zou gaan, maar dát er dingen mis zouden gaan, daarover bestond geen twijfel. Het was meer de vraag of er wel dingen goed zouden gaan. Ik zou waarschijnlijk wreed het huis uit gegooid worden. Maar gelukkig hadden we daarna altijd elkaar nog, Robert en ik.]

Nee, Sting was gewoon nors uit een soort van chagrijn of zo. Alsof ze net weer zijn merk frisdrank niet hadden, of zo. Heej! Deze cola lus ik dus niet hè! Nu ja, laat ik gewoon eens eerlijk zijn. Het ging vooral hierom: Sting was mij te blond. En blond vond ik meer iets voor meisjes.

22 maart 2005

stukje dat niet over mijn vriend gaat

Ik trok mijn rode opschrijfboekje uit mijn tas.

'Kut, wat heb ik nu weer gezegd', schrok mijn vriend.
'Ooh niks', zei ik.

Soms schrijf ik immers schittrende verhalen over de natuur en wat er zoal in gebeurt op een dag. Landschapsbeschrijvingen bijvoorbeeld zijn enorm aan mij besteed. Links van mij strekte een woest en ledig stuk aarde zich uit, net als in Genesis 1 (lijkt mij dan). Ik dacht aan mijn poesie-album. Een boer en een boerin. Die knepen mekaar in de kin. En zeiden tot elkaar. Samen worden we wel honderd jaar. Mensen blijf toch eens van elkander af en ga toch dingen verbouwen, dacht ik. Op zo een manier doe je immers niets met een stuk vruchtbare grond!

'Hm', zei mijn vriend wantrouwig.
'Nee hoor', zei ik.
'Waar schrijf je dan over', vroeg mijn vriend op een toon alsof hij mij tuk had.
'Ooh niks', zei ik.
Want liegen, daar houd ik niet van.

21 maart 2005

de dieren hebben rugnummers

'De dieren hebben ineens rugnummers op', zei mijn vriend
Zijn stem klonk helder.
De dieren hebben rugnummers op, dacht ik. Hm.
'Joh, hoe dat zo dan', deed ik geïnteresseerd.
'In een land hier ver vandaan', zie mijn vriend.
'Wélk land dan lieverd', zei ik.
'Pff, dat ken jij toch niet', zei mijn vriend.

Ik vind dat mijn vriend steeds male chauvinist piggiger tegen mij doet in zijn slaap. Alsof ik een of ander dom blondje ben, of zo. Toegegeven, ik ben dom. Maar blond, ik dacht het niet.

18 maart 2005

het dagboek van boris v.

Boris V. heeft er een nieuw geintje bij. Duikt plotsklaps op naast of half op mijn hoofd als ik onschuldig op bed lig. Woehaaaa, flikker op engerd!!, roep ik dan. Ja, van pure schrik is dat, hè. Oh, en dan rént hem al, struikelend over zijn poten die hem ineens vreemd voorkomen. Ergens zo zielig. Heeft hij dat helemaal liggen voorbereiden, zo van mensen ik verveel mij wat zal ik nu weer eens gaan doen oh wacht ik sluip naar het oude wijf toe, rustig aan ruuuustig aan even heeel stil doen nu even de adem inhouden je kan het je kan het ---> *spring*. En dan ik dus met mijn woehaaaa, flikker op engerd!!! Dat is ook niet mooi zeggen natuurlijk.

Dus als mijn hartslag dan weer wat gezakt is, dan roep ik altijd: hee Boris V. kom eens bij de mama lieverd. Maar dat doet hij dan niet. Boriboooori, verleid ik. Maar dan zit hij al lang en breed beneden. Is in zijn schriftje aan het schrijven wat hem vandáág allemaal weer misdaan is. Oh men, ik had dat nooit moeten doen, Boris V. het alfabet leren. Wijze mensen hadden mij al gewaarschuwd. Doe het niet jacq, straks gaat hij terugschrijven. Maar ik op mijn beurt had hen keihard uitgelachen. Ik heb immers zo de pest aan wijze mensen. Stom, stom, stom. Er is een spreekwoord over maar ik kan er nu even niet opkomen.

17 maart 2005

jacq beleeft de lente

Ik weet niet wat jullie hebben gedaan, maar ik persoonlijk ben gisterochtend naakt de straat op gerend. Ik gooide mijn armen in de lucht, ving ze op en hief een lenteversie van het prachtige lief Kum ba yah my lord aan. Een tijdlang bleef het stil om mij heen. Slechts mijn zuiv're meisjessopraan doorkliefde de aangenaam warme lucht. Maar toen spitste ik mijn oren. Het leek wel of er ergens ver weg iemand met mij meezong! Someone's singing my lord, kum ba yah, zong ik. Someone's singing my lord, kum ba yah, hoorde ik. Een canon! Een waarachtige canoniseerder! Mijn hart sprong op, in mijn borst maar ook in andere delen van mijn lichaam. Zingend liep ik op mijn nieuwe vriend af. Maar toen ineens werd het donker om mij heen. Zes agenten gooiden een net om mij heen. Vernederend, zeker omdat bleek dat ik naakt was. En naakt in een net, dan voel je je bloot hoor!

De hele dag heb ik in een cel op het politiebureau gezeten. Geboeid, door alles wat ik daar om me heen zag. Mag ik dan tenminste een stukje webloggen, vroeg ik de polities. Nee, mocht niet. Aaaah, zei ik. Nu moet je eens ophouden jacq, zeiden de polities. Best streng, de polities hier ter plaatse.

Het is óf dit óf het naakte feit dat Blogger er gisteren geheel uit lag en ik daarom geen andere keuze had dan winkelen, winkelen en nog eens winkelen. Kies zelf maar.

15 maart 2005

jacq is een zigeunermeisje

Zo zonder sneeuw is het gewoon weer een kutwinter. Mét sneeuw is er tenminste nog iets van gezamenlijkheid. Zonder sneeuw is het weer ieder voor zich.

Drie keer per week fiets ik naar Kantoor. En drie keer per week glijdt er halverwege de route een traan uit mijn ene oog. Ik zie het bij anderen ook, die mij tegemoet komen, onderweg als zij zijn naar Andere Kantoren. Eén natte wang. Zou iedereen zijn eigen traanoog hebben? Bij mij is het altijd mijn linkeroog. Traag glijdt de traan over mijn wang. Soms wrijf ik hem woedend weg met mijn handschoen. Fietsen maakt mij vaak kwaad, gewoon om het fietsen. En zeker bij tegenwind.

Soms laat ik de traan gewoon maar rollen. In de spiegel op het toilet van Kantoor zie ik dan het spoor dat de traan gemaakt heeft. Alsof er een slak over mijn gezicht heeft gewandeld. Zo vanaf mijn wang tot in mijn hals en dan achter mijn oor langs. Trouwens, het idee dat er een slak over je gezicht zou wandelen. Dat is gewoon ziek. Ik wou dat ik het niet had opgeschreven. Maar ik heb hier geen backspacetoets.

Dan veeg ik hem weg.
En dan loop ik zo traag als ik kan naar mijn computer.

Een heel zielig stukje hè, dit.

14 maart 2005

held

Mijn vriend belde.
'Ik ben wat later', zei hij.
'Waarom dat nuuu', zei ik.
Ik had zin om zeurderig te klinken.

'Och, er was een auto', zei mijn vriend.
'En die lag op zijn kant in de berm.
Dus ik dacht: ik moet er naartoe.'

Mijn vriend gaat er altijd naartoe. Ik ben zelf meer van het type zoutpilaar, dat nog wel net de hand voor de mond weet te slaan. Maar mijn vriend gaat er altijd naartoe. Soms om dingen te zien die hij liever nooit zou zien. Of om dingen te doen die je eigenlijk alleen in nare films ziet. Maar dat is dan geen reden om het niet te doen.

Zeer mooi vind ik dat.

11 maart 2005

het hinniken van de basgitarist

Dat ondoorgrondelijke. Dat brengt een mens op rare gedachten. Ik ging er vanuit dat de basgitarist tijdens het spelen in zijn hoofd diepe dingen dacht. Boeken las. Theorieen verzon. Gedichten schreef. Maar uiteindelijk bleek dat er een waarheid was die erger was dan welke waarheid ook.

'Houd je van lezen', vroeg ik nadat ik zeven keer was flauwgevallen.
'Mwoah', zei de basgitarist.
'Mwaoh?', zei ik.
'Nee, mwoah', zei de basgitarist.
'En', vroeg ik.
'Wat en', zei de basgitarist.
'Of je van lezen houdt', zei ik.
'Ik heb nog nooit een boek uitgelezen eigenlijk', zei de basgitarist.

En toen hinnikte hij.
Net zoals Boris V. soms kan hinniken.
Maar hallo dat is een paard!
En geen basgitarist!

'Wat vind je dan wel leuk', vroeg ik.
Misschien redde hij diersoorten, als hij niet basgitaarde.
Zoveel diersoorten dat er geen tijd voor lezen was.
De ene diersoort na de andere.
'Mwaoh', zei de basgitarist
'Er is altijd wel wat op tv', zei de basgitarist.

Ik zag in mijn hoofd een zappende basgitarist.
Onderuit op een bank hing hij.
Met chips. En bier.
Zijn basgitaar lag op zijn buik.
Als een dood dier dat niet meer leefde.

'Tekenfilms zeker', zei ik.
'Ja, hahaha', zei de basgitarist.
'Haha', zei ik.

Het was even slikken.
Maar toen zapte ik verder.

10 maart 2005

het einde van de bushaltes

[Ik laat die freakin' basgitarist even fijn in zijn sop gaarkoken jah!]

Want wat een ongelooflijk lief plan is dat van busmaatschappij Connexxion: stel, je staat des avonds bij een slecht verlichte bushalte staat en je ziet de bus aankomen. Binnenkort hoef je er niet langer voor te springen, want dan kun je een knopje drukken zodat er een lampje gaat branden!

Heel gek: het is iets nieuws en tóch voelt het als iets heel nostalgisch. Hoe zou dat komen?

Aan de andere kant: ik zie direct problemen opdoemen, want daar houd ik van. Ten eerste: stel dat die lamp kapot is. Hier in huis is het zo dat ik periodes heb dat ik maar een lichtknopje hoef aan te raken of er klinkt een *pats*. Zijn er dus reservelampen en waar liggen ze. Zijn het trouwens wel flamelampen, want daar kom ik mooier in uit.

Ten tweede. Het duurt niet lang of kutkinderen ontwikkelen een nieuwe sport, na het stenen gooien van viaducten: bij elk bushokje in het dorp op de lichtknop drukken, en dan hard wegrennen als de bus afremt. Hun verrotte ouders zullen dit gedrag slechts lafjes ontmoedigen, en tegenover de polities aanvoeren dat hun kinderen tenminste geen stenen van viaducten meer gooien. De polities zullen hierop niets anders weten te doen dan hun pet optillen en op hun hoofd krabben. Van petten kun je rare hoofdziektes krijgen.

Erger is het voor de buschauffeurs. In het begin zullen die nog goedmoedig en met glanzende ogen vol vertrouwen op hun rem gaan staan. Gul gooien zij de deuren open. Een tochtvlaag trekt hem over de benen. Het deert hen niet. Maar dan, dan komt er niemand. Eerst zullen zij een paar keer denken: ik heb me zeker vergist. De domme buschauffeurs blijven dit denken, tot in lengte der jaren. Maar de slimmere buschauffeurs gaat op den duur bij elke brandende lamp een lampje op. Weer zo een verrekte kwajongen, denken zij. Men remt dan niet meer, men geeft nog eens extra gas. Deze buschauffeurs zullen op termijn alleen nog stoppen bij bushaltes waar geen lampje brandt, zullen merken dat daar nooit iemand staat die mee wil en vervolgens besluiten dat stoppen bij bushaltes feitelijk onnodig is omdat de passagiers op zijn. Dit zal hen niet vreemd voorkomen. Veel chauffeurs denken tijdens lange ritten op de streekbus na over de dingen van het leven. Dat passagiers óp kunnen, dat hadden zij al een beetje zien aankomen en stiekem zelfs gehoopt. Veel chauffeurs hangen uiteindelijk hun bus in de wilgen, ruimen de ladder op en kiezen voor een andere carrière, bijvoorbeeld in de groenvoorziening.

Nu ja kortom, het is echt een lief plan maar het loopt verkeerd af.

09 maart 2005

het hoofd van de basgitarist

Het ondoorgrondelijke van basgitaristen zit hem erin dat ze zo ondoorgrondelijk zijn als de pest. Zo kan het voorkomen dat je bij een basgitarist denkt: zo hee, dat is nog eens een muzikaal type. Nu is dat meestal wel waar. Sterker nog: basgitaristen zijn de meest muzikale gitaristen die er zijn. Dat moet ook wel, want anders kun je geen basgitarist zijn. Waar wij slechts de melodie van een liedje kunnen neuriën, horen basgitaristen een baslijntje. Eerst dacht ik dat dat aanstellerij was. Ik hoor zelf ook wel eens dingen die er niet blijken te zijn. Maar een baslijntje bestaat dus echt. Jawel hoor, echt!

Dat ondoorgrondelijke. Dat brengt een mens op rare gedachten. Ik ging er vanuit dat hij tijdens het spelen in zijn hoofd diepe dingen dacht. Boeken las. Theorieen verzon. Gedichten schreef. Maar uiteindelijk bleek dat er een waarheid was die erger was dan welke waarheid ook.

[cliffhanger]

08 maart 2005

het drummen van de drummer

Nog even over basgitaristen dan.

Hoewel ik er nu direct aan moet denken dat ik het ook een keertje met een drummer had. Het was nog in de dagen dat vriendin één, vriendin twee en ikzelf nog wel eens gezusterlijk een stukje optraden, met microfoons en alles erbij. Ik had de hele avond mijn omgeving niet gezien, wegens plankenkoorts. Maar nadat ik drie keer ongemerkt was flauwgevallen tijdens onze act en een laf applaus was weggestorven, brak voor mij het feest aan. Direct viel mij de drummer op. Waarschijnlijk zaten er in die band geen basgitaristen, en je moet toch iets. De drummer, hij drumde. Dat was eigenlijk al genoeg. En hij drumde precies op de maat. Nee, dat zeg ik natuurlijk verkeerd. Hij drumde de maat en de andere bandleden volgden de drummer. Ik vond dat idee wel tamelijk opwindend. Plus dat hij stoicijns voor zich uitkeek, alsof hij het drummen er gewoon tussendoor deed. Ik meen dat het toen vriendin één was die het verpestte.

'Hij lijkt net een kikker', zei vriendin één.
'Nuut!', riep ik.
'Kiek die kop tan!', zei vriendin één.
'NUUUUT!!!', riep ik.

Maar toen was het kwaak al geschied.
Dus daar kwam ik eigenlijk nog mooi vanaf.

Maar goed, nog even over de basgitaristen dus.

07 maart 2005

jacq & de mislukte bliksemschicht

Wat ik de afgelopen week heb geleerd is dat niet alles in een kano kan. Ik wíst het eigenlijk ook al maar ik word vaak onzeker van mijn eigen stukjes. Dan krijg ik tijdens het uptijpen heel langzaam maar zeker een knagend gevoel van binnen. Soms van trek in pindarotsjes maar meestal gewoon van een vet stukje twijfel. Ik laat mij afleiden door mijzelf en ik zou er eens voor op een cursus moeten.

Het laat onverlet dat ik graag een stukje canonistisch zou willen zingen met deze of gene. Ik kan vriendin één op het moment nergens bereiken, hetgeen heel vreemd is. Dus nu zoek ik een ander. Of eigenlijk het liefst een groep, want iedereen weet dat canons doen met een groep een heel bijzonder gevoel van binnen geeft. 'Je zou eigenlijk in een gospelgroepje moeten jacq', zei een andere vriendin mij. Zij zei het feitelijk tussen neus en lippen door. Maar het was alsof er een bliksemschicht vanuit de hemel in mij nederdaalde. Ik Zou In Een Gospelgroepje Moeten! Ik vind trouwens, en dat is verder niet persoonlijk bedoeld, dat een bliksemschicht die nederdaalt wel een heel vreemde bliksemschicht is. Een beetje een mislukte bliksemschicht, waarnaar door andere bliksemschichten schamper wordt gewezen, in de zin van hahaha. Maar goed, zo ervoer ik het nu eenmaal en daar doet niets of niemand iets aan af. Ervaringen zijn een heel persoonlijk iets en dat geldt voor iedereen.

Ik zou in een gospelgroepje moeten. Gospelgroepjes doen een hoop canons, tenminste daar ga ik nu even vanuit, want anders slaat dit verhaal niet echt ergens meer op. En gospelgroepjes hebben een lekkere beat eronder. En een ondoorgrondelijke basgitarist waar ik dan binnen twee weken zo verschrikkelijk verliefd op zou worden, dat er geen noot meer uit mijn keel kwam. Oh ja, ik heb er direct zin in.

04 maart 2005

ikea, i love you /5

Terug naar Kum ba yah my lord. Kum ba ya my lord en nu ben ik even eerlijk is een van de fijnste liederen die ooit is zijn is zijn bedacht. Ik krijg er een blij gevoel van en soms zelfs kippenvel. En volgens mij kan hij ook in canon, maar dat weet ik niet zeker.

[Vroeger in de klas deden wij vaak canons.
'Aaaah meester, doen we een kaaanooooo!'
'Vooruit dan maar kinders'
'Hiep hoi, we doen een kano!'
Mooie tijden.
Komen niet meer terug.]


Wat ik met Kum ba yah my lord heb, heb ik trouwens ook met Halleluja van die Israelische knakkers op het songfestival. Maar volgens mij geldt voor Halleluja zo'n beetje hetzelfde als voor Kum ba yah my lord. Pang! Pang! En volgens mij kan Halleluja óók in canon, maar dat weet ik niet zeker. En wie krijg je zo gek dat hij anno 2005 met mij een canon van Kum ba yah of Halleluja gaat uitproberen! Oh ik weet het al. Vriendin één. Ik houd jullie op de hoogte.

[Jongens wat een gelul zeg, elk liedje kan toch in canon of ben ik nou gek!?]

Uiteindelijk sloeg ik maar gewoon een kruis.
Ik wierp een blik op de achterbank.
Ik was dankbaar voor alles wat daar lag.
Oké, het moest nog in elkaar gezet.
Maar dan had je ook wat.
Als het lukte.
Het in elkaar zetten.

Toen sloeg ik nog een kruis.
Gewoon voor de fun.
En toen nog eentje.
Omdat mijn vriend zo onbeheerst wegscheurde van het IKEA-terrein.
Kan het wat rustiger, zei ik.
Nee, kon niet.

03 maart 2005

ikea, i love you /4

Toen we weer buiten stonden, was ik een stuk armer.
Maar wel heel gelukkig.
En de vogels zongen zo mooi.
Ik was verkwikt.
Ik was genezen.
Tenminste, voor een tijdje.

Ik draaide me om naar het blauw met geel.
Ik wilde het IKEA dankjewel-lied inzetten.
Maar toen kon ik de woorden niet vinden.
Bleek het hele IKEA-dankjewel-lied niet eens te bestaan!
Zo onterecht!

Toch wilde ik een lied aanheffen.
Maar welkent!

Mijn eerste opwelling was Kum ba yah my lord. Maar Kum ba yah my lord is helaas een lied waarmee je niet hardop gevonden wilt worden. Het zou zelfs kunnen dat je zonder pardon wordt geëxecuteerd als je ermee wordt betrapt op een onbewaakt ogenblik. En ik heb veel onbewaakte ogenblikken. Vooral in de supermarkt en zo. Ik fluit soms dingen die echt al generaties lang niet meer kunnen!

Terug naar Kum ba yah my lord.

[wordt vervolgd, ivm eh sneeuw]

02 maart 2005

wegens sneeuw geen stukje

Dat is het mooie van sneeuw: dat je weet of je ergens de eerste bent.
Een paar mensen waren mij al voor geweest.
De mensen waren weg.
Ik zag alleen nog de afdruk van hun schoenen.
En als ik achterom keek, mijn eigen afdruk.
Haast geen schoen heeft hetzelfde profiel, hè.
Dat is voor de politie.
Kijk maar naar de crime night op Discovery.

Ik volgde het spoor van twee stoere schoenen.
Ze moesten wel van een man zijn.
Ik zette mijn laarzen erin.
Ik liet me leiden door waar de man naartoe was gegaan.
Maar toen hield het spoor ineens op.

Damn, dat heb ik nou elke keer met sneeuw.
Dat je gaat lopen in het spoor van twee schoenen en dat dat spoor dan ineens ophoudt.
Probeer het zelf maar eens, het is echt waar.

Waar zijn die mensen gebleven, denk ik dan.
En dat denk ik nu de hele ochtend al.

01 maart 2005

de humor van boris v.

Boris V. zat in de vensterbank toen ik aan kwam fietsen.
Ik tikte tegen het raam met mijn ene lange nagel.
Ik heb vaak maar één echt lange nagel.
Ik ben wel altijd onderweg naar tien lange nagels.
Maar er komt eigenlijk altijd wat tussen.
Dan blijf ik uiteindelijk altijd over met één.
Meestal mijn pinknagel.
Die laat ik dan zo lang groeien dat het nergens meer op slaat.
Het ziet er niet uit.
Het valt alleen maar meer op dat de rest dus niet lang is.
Hoe komt dat kind aan één zo'n griezelig lange nagel, denken de mensen dan.
Dan begint vaak het staren.
Het achter je rug geklets.
De geheime boodschappen uit de tv.
Maar om nou moedwillig met voorbedachten rade een nagel te gaan knippen.
Haha, ik dacht het niet.

Ik tikte tegen het raam.
Boris V. ging op zijn achterpoten staan.
Hij zette zijn voorpoten tegen het raam.
Toen rekte hij zich uit.
Zijn nagels krasten over het raam.
Het zag er een beetje uit als als als iets waar ik nu niet op kan komen.
Oh ja, als een gevangene die aan zijn tralies rukt.
Maar dan wel een lenige gevangene.
Met veel haar.
(en een staart)

Ik kwam binnen.
Her en der lagen plukjes Boris V. op de vloer.
'Zo Boris V.', zei ik.
'Je kunt wel zien dat je bij de haren krishna zit'
Boris V. hinnikte.
En daar moest ik dan weer om lachen.
Hij bulderen.
Ik schateren.
(etc.)

Ja, we hebben echt dezelfde humor.
Anders hou je het ook niet vol hoor.