stukjes jacq

28 februari 2005

ikea, i love you /3

Ik stuiterde door de hemel.
Ik riep oh en ik riep ah.
Achter mij slofte iets.
'Woeoeoeha', gaapte mijn vriend.
Ik keek verbolgen over mijn schouder.
'Dit is niet eerbiedig naar IKEA toe', zei ik.
'Ik gaap alleen maar!', zei mijn vriend.
'Gapen is een menselijk iets', zei mijn vriend.
'Je kúnt het eenvoudigweg niet tegenhouden.'

Oh zeg, als hij in de knel zit, gaat hij altijd biologische dingen benadrukken.
Die ik dan weer niet kan checken.
Omdat ik een pretpakket had jah!!!!!!

[oké, Ik kan dan weer Frans.
Maar verder kent niemand Frans.]

25 februari 2005

lang leve vriendin één

[Jah, 't is dus eigenlijk IKEA-week maar dit moet echt vandaag even.]

'Oh, en trouwens nog wat', zei vriendin één verontwaardigd.
'Ik gebruik dus helemaal nóóit verkleinwoordjes.'
'VerkleinwoordUn', verbeterde ik.
'Hahaha!', riep ik.
Het was zo een hol soort lach hè.

Vriendin één moest hier even van herstellen. Er kwam een fronsje op haar voorhoofdje. Toen gooide zij het over een andere boeg. Ik zag het aankomen omdat zij haar ene been over haar andere been sloeg, daar waar ze net nog haar andere been over het ene had geslagen. Het zijn subtiele gebaren maar leer mij de subtiele gebaren kennen.

'Leuk joch wel, die barkeeper', zei vriendin één.
Zij knikte heur hoofd naar links.
Ik wierp een blik op de barkeeper.
Maar die bukte op het juiste moment.
Ik vind grapjes met blikken werpen erin blijven gewoon leuk!
'Leuk joch is het', zei vriendin één onverstoorbaar.
'Mwaoh', zei ik.
'Ik vraag me af is hij nu knap', zei vriendin één.

Ik kneep mijn ogen half dicht.
Vriendin één kneep de hare ook dicht.
Dan zie je dingen scherper.
Samen deden we een knapheidsanalyse.
Is niet ingewikkeld, hoor. Moet je gewoon doen alsof je hem nog niet kende van gezicht, dat je hem dan vervolgens in een mensenmenigte zou zien en of je dan zou denken WOW die is knap! Ik drukte op een knopje in mijzelf. De barkeeper verdween in de trash van mijn geheugen. Daarna liet mijn ogen door het café dwalen tot ze als toevallig bleven rusten op de barkeeper. In mij gebeurde niets.

'Neh, dat andere joch is leuker', zei ik.
'Bedoel je die blondige', zei vriendin één.
'Jah, met al die pieken en zo', zei ik.
'Die is ook niet echt knap hoor', waarschuwde vriendin één.
'Nee maar wel olijk', zei ik.
'Maar dat is deze ook', zei vriendin één.
'Nou wat zeur je dan', zei ik.
We zwegen verward.

Ik leunde achterover. Ik bedacht me dat wij woorden gebruikten als olijk en joch. Of de term barkeeper eigenlijk wel van deze tijd was. En hoe oud wij dientengevolge wel niet moesten zijn.

[Hoe dan ook: vandaag is vriendin één jaartje ouder geworden dan dat ze gisteren was. Maar je ziet het er niet aan af hoor. Leve vriendin één. Hiep hiep hoera!]

24 februari 2005

het geslis van boris v.

[Morgen weer een stukje over IKEA, want het is hier immers een beetje IKEA-week. De sponsor wil nu ook wel eens waar voor zijn geld. Maar even wat anders.]

Wat ik nu weer heb ontdekt. Boris V. zijn tong is aan de lange kant. Het viel mij eerst niet op maar later wel. Als hij in slaap is, dan trek ik wel eens zijn mond open. Geen enkel probleem, je kunt namelijk alles met Boris V. doen als hij slaapt. Als hij wakker is trouwens ook wel, hoor. Ik zal jullie een tip geven. Je zegt gewoon: 'Boris V., dit is van hogerhand en het moet even' en hij berust erin. Nogal dom, inderdaad maar goed. Enfin, ik trek zijn mond dus wel eens open en dan kun je heel goed zien dat die tong te lang is. Hij hangt dan namelijk tussen zijn slagtanden, over zijn kleine voortandjes heen. Heel lief. Heel, heel lief. En soms, soms dan steekt zijn rode tongetje gewoon een stukje uit zijn mond! Vergeten naar binnen te halen. Zo lief! Zooooo zooo lief! Het ziet er alleen uit alsof Boris V. nog niet tot tien kan tellen. En dat klopt dan ook. Bij zes begint hij te twijfelen.

Slagtanden, slagtanden. Laten we zeggen hoektanden, haha.

Ik bedacht me vanmiddag dat stel stel stel dat Boris V. kon praten, dat hij dan waarschijnlijk zou slissen. En dat deed me er weer aan denken dat ik ooit, lang geleden, verliefd was op een zekere jongen die ontzettend sliste. Ik vond het wel wat hebben nou oké ik vond het interessant nou oké ik vond het woest-aantrekkelijk, dáár dan! En ik wist dat ik na twee dagen verkering zou gaan zeggen 'hee, hou es op met dat stompzinnige geslis, GEK!'. Maar van verkering is het nooit gekomen. Ik was te zeer onder de indruk van de zekere jongen. Als ik zijn slissende mond alleen al zag, dan verschoot ik reeds van couleur locale. Geen woord kwam er meer uit mij. Eind goed al goed.

23 februari 2005

ikea, i love you /2

'Oh!', riep ik toen ik links keek.
'Oh!', riep ik toen ik rechts keek.
Ik rende naar voren.
Ik rende terug.
Ik wist niet waar ik het best heen kon rennen.
Vandaar dus, hè.

Toen ontdekte ik de pijlen op de vloer.
Ik werd direct rustig.
Ik zou ze thuis ook graag willen hebben.
En op straat.
Pijlen die mij de weg wezen op mijn levensweg.
Als je alles wilt zien, volg dan de pijlen, jacq.
Nu naar links jacq.
Nu naar rechts, jacq.
En dan op 't eind een pijl omhoog.
Zo de hemel in, jacq.
Ga daar maar zitten, jacq.
Rechts naast de Here God.
Nee, andere rechterkant, jacq.
Ja, geef hem maar gerust een hand hoor.
Hij bijt niet.

Maar goed, die heb je dus niet in het dagelijks leven.
Die pijlen.

22 februari 2005

ikea, i love you

Het ging heel langzaam, toen het besef kwam.

'Heeeee ...', zei ik.
'Tisser pop', zei mijn vriend.
'Dus we komen in de buurt van Arnhem', zei ik.
'Uhuh', zei mijn vriend.
'Dus eigenlijk ook in de buurt van Duiven', zei ik.
'Uhuuuh', zei mijn vriend.
'Dus eiiiiiigenlijk ook in de buurt vahan ...', zei ik.
'Van wat pop', zei mijn vriend.
'Van de IKEA!', riep ik.
De auto maakte een rare schuiver.
In de berm sloegen wij over de kop.
Jep, mijn vriend verloor de macht over het stuur.
Maar ik won.
Wij gingen naar Ikea.
'We will we will rock you', floot ik lief.
Mijn vriend gaapte.
Hij keek als alle mannen.

20 februari 2005

koude voeten

Ik heb koude voeten.
Oh zeg, ik heb toch koude voeten.
KOUD!
Echt wel koud!
Misschien zijn ze wel dood.
Maar zou ik ze dan voelen?
Kun je dingen voelen die dood zijn?
Ha!
Tuurlijk!

Dat is echt erg hoor als je dat hebt.
Koude voeten.
Normale mensen denken ach het valt wel mee.
Maar hallo, het valt dus tegen.
Het verpest je leven.
ZO KOUD!!!!

Als mijn vriend hier zou zijn, dan wist ik het wel.
Maar mijn vriend is niet hier.
Ik mailde hem net, zo van kun je komen ivm mijn voeten!
Maar hij schreef en ik citeer dat hij andere belangrijkere dingen te doen heeft.
Sure!
Zo ineens zeker!

Dus ik denk: ik roep Boris V.
Dus ik roep Boris V.
Maar die denkt ook van gekkie henkie.
Komt er de gootsteen niet voor uit.
Reageert so wie so nergens op deze week.
Is sinds het NOVA-interview hélemaal in de ban van Maxima.
Weet niet of andere huisdieren dat ook hebben?????
Het is echt erg.
Praat nergens anders meer over.
Weet het woord Maxima er continu tussen te proppen.
En overal op zijn kamertje foto's, posters.
Van naakte katten dan hè.
Maxima komt er hier niet in hoor.

En dan nu een kek slotzinnetje over die koude voeten.

14 februari 2005

jacq maakt het oor af

'Halloo', zei een heldere stem achter mij.
'Halloo', zei ik.
Ik draaide me om.
'Ben jij jacq', vroeg de stem.
Ik dacht na.
Ja, dat was ik.
'Ik ben Marianne', zei een vrouw met een lieve wolk van rood haar.
'Loop je mee naar mijn kamertje?'
Ja, dat wilde ik wel.

Ik kreeg elektrodes op mijn gezicht.
Ik deed alsof dat heel normaal was.
Ik hield zelfs mijn haren wat opzij.
Als Marianne het had gevraagd, had ik ze afgeknipt.
Wat dat betreft kun je echt alles met mij uitspoken.
In situaties die niet van mij zijn dan.

'Ik werk normaal gesproken alleen met baby's', zei Marianne.
'Joh', zei ik opgewekt.

Dat leek me nog niet makkelijk, met baby's werken aan het oor. Maar enfin, ik had dus totaal geen zin om daarover de een of andere conversatie te gaan beginnen. 'Dat lijkt me nog niet makkelijk, met baby's werken aan het oor', zei ik. Dat was het ook niet, vertelde Marianne. Baby's kon je immers niet uitleggen wat je aan het doen was. En baby's konden zelf ook niet op knopjes drukken. Baby's waren een speciale afdeling, als het ware.

Dit verzin ik overigens nu even zelf; het was niet dat ik luisterde naar wat Marianne erover te zeggen had. Ik was drukker met iets anders. Als Marianne normaal gesproken alleen met baby's werkte, wat deed ík dan bij Marianne? Had men in mij iets van een kind gezien? Mocht Marianne niet meer met baby's werken? Had zij babyoren verwisseld? Was ik Mariannes eerste volwassen proefpersoon? Waarvan iedereen nieuwsgierig was of ik het ging overleven?

Maar dat kon ik niet geloven. Haar handen die aan mijn gezicht frutselden, waren zacht en teder. Haar stem was warm en melodieus. Ik deed mijn ogen dicht. Ik had zin om mijn hoofd op haar schoot te leggen. Wil jij misschien mijn moeder zijn, vroeg ik Marianne. Maar gelukkig alleen in mijn gedachten. Tenminste, dat denk ik.

'Loop maar naar die andere stoel', zei Marianne. Ze wees naar een soort tandartsstoel. In het voorbijlopen zag ik mijzelf in de spiegel. Kleurige draden hingen over mijn gezicht. Ik schudde met mijn hoofd. Ik voelde mij belachelijk. Maar ergens ook vereerd. Dit was geen doorsnee doofheidsonderzoekje meer. Dit was het echte werk. Ik draaide mijn nek en keek naar de spiegel. Kon het zijn dat het hier een one way screen betrof? Leer mij de one way screens kennen! Er zijn er oooh er zijn er véél meer dan je denkt! Zouden alle collega's van het audiologisch centrum zich hebben verzameld om dit bijzondere onderzoek te kunnen aanschouwen? Zou ik worden getaped voor doofheidsopmetersopleidingen? Moest ik daarvoor dan trouwens niet eerst toestemming geven!? IJdel schikte ik mijn krullen.

Ik opende mijn mond om erover te beginnen. Maar toen zei Marianne dat ik niets meer mocht zeggen. Ze friemelde nog wat aan mijn elektrodes. Een minuut lang moest ik zo stil mogelijk blijven liggen. De minuut was niet moeilijk hoewel ik ineens heel graag wilde opspringen, gewoon om het opspringen zelf. Ik duwde mijn benen tegen de zitting. Ik hoorde Marianne zachtjes lopen. Het was alsof ik slapen moest en mijn moeder nog geruststellend rondscharrelde. Hoorde ik daar Fred Emmer op de achtergrond? En toen was de minuut alweer voorbij. Toch had hij langer geduurd dan andere minuten die ik eerder in mijn leven had meegemaakt.

De printer spuugde iets uit.
Marianne keek blij.
Ze keek zelfs bijna opgelucht.
'De uitslag van het onderzoek is positief', zei Marianne.
'Joh', zei ik.
'Het ligt niet aan je gehoorzenuw', zei Marianne.
'Oké', zei ik.
'We dachten eerst dat je een tumor had', zei Marianne.
'Maar dat is dus niet zo!'

Ik deed mijn ogen wijd open.
Toen deed ik ze even dicht.
Ik was aan een tumor ontkomen.
'Waar ligt het dan wel aan', vroeg ik dapper.
Het kon alvast geen tumor meer zijn.
Marianne zweeg.
Toen haalde ze diep adem.
'Je lijdt aan een onverklaarbare doofheid', zei Marianne.
Ze keek wat sneu.
Ik proefde het woord onverklaarbaar.
Het was niet een woord om thuis mee op te scheppen.
Her en der zag ik vrienden verstolen gapen.
'Nu ja, in elk geval geen tumor', zei ik opbeurend.
'Dat is waar', zei Marianne blij.
Zij was gemakkelijk op te beuren.

En toen mocht ik naar huis.
En dat was het einde.
Echt waar jacq?
Echt waar.
Hoewel,

[Nu eerst even vakantievieren. Tot laters.]

12 februari 2005

jacq maakt een oorslot /2

Nu ja, maandag dan.
Het is nu weekend hè.
Ook voor oren.

Staat in de wet, kijk zelf maar.

11 februari 2005

jacq maakt een oorslot

'En kan dat gezeur over dat oor niet eens afgelopen zijn', vroeg vriendin één.
'Wazeggie', zei ik terwijl ik mijn hoofd naar haar toeboog.
'Dat gezeur over je linkerOOR!', schreeuwde vriendin één.
'KAP! ERME! DE!', riep zij er achteraan.

Ik slikte.
In mijn linkeroor kraakte het.
Dat doet het altijd als ik slik.
Dokter, is dat nu normaal?

Ik wilde mij verdedigen. Maar ergens ver weg, daar hoorde ik een venijnig getik. Het was vriendin één die de spijker op zijn kop sloeg. 'Wel, vooruit dan', zei ik. 'Ik raak erin verstrikt, in mijn oor', zei ik. 'Ik verdwaal in mijn eigen slakkenhuis.' Dat was mooi gezegd van mijzelf, al zei ik het zelf. Want zo was het. Ooit dacht ik: ik schrijf één stukje over mijn oor en dan pasta. Eén vlot stukje over mijn ochtend in het audiologisch centrum. Maar inmiddels ben ik er de controle over verloren. Een willoos overgeleverde jacq ben ik. Die paar freakin' uurtjes bij de doofheidsopnemers rekken zichzelf als een elastiek uit. Er komt geen einde aan. En ik kan er niets tegen doen. Mijn oor heeft mij in gijzeling. Het ergste is nog: ondertussen ben ik volkomen oorblasé geraakt over mijn eigen oor. Mijn linkeroor zal mij aan de bibs roesten, als ik eerlijk ben. Als mijn oor eraf zou vallen, zou ik ... ja ik geloof dat ik zou juichen en een feest ging geven. Met heel harde muziek. Omdat ik het anders niet goed zou kunnen horen.

Morgen daarom het slot van jacqs linkeroor.
Een extralang stukje!
Over de mevrouw die normaal alleen baby's deed.
En dan pasta.

10 februari 2005

jacq heeft nul inspiratie

'Kun jij misschien iets geks zeggen', zei ik.
'Hoe bedoel je', zei vriendin één.
'Nu ja, gewoon iets geks, zoals je altijd doet', zei ik.
'Dan zet ik dat op mijn weblog.'

'Iets geks ...', peinsde vriendin één.
Zij tikte met haar vingertje op het puntje van haar neusje.
Vriendin één doet namelijk alles in verkleinwoordjes.
Behalve dan bij collegaatje en buurvrouwtje.
Daarin is zij het met mij eens.
Dat je dat dus écht niet mag zeggen.
Er zijn grenzen.
Of grensjes, zoals vriendin één zou zeggen.

'Ja, mag ook zijn dat je iets raars dóet of zo', zei ik.
'Noem eens watjes', zei vriendin één.
'Bijvoorbeeld dat je nu al je kleren uittrekt', zei ik.
'En dat ik dan naakt op de leestafel gaat dansen zeker', zei vriendin één.
'Ja bijvoorbeeld', zei ik.
'Dan zet ik dát op mijn weblog', zei ik.

'Oké, is goed', zei vriendin één.
Ik veerde op.
'Voor duizend euries doen ik het!', voegde zij eraan toe.

En daarom wilde ik nu graag een inzameling starten.
Help vriendin één uit de kleren!
Het gaat om de toekomst van liefdagboek.
Dus eigenlijk ook om de toekomst van iedereen!

09 februari 2005

jacq & de man met de stapels /2

De man tegenover mij werkte goed mee aan mijn observatie. Hij staarde niet terug, maar had zo zijn eigen bezigheden. Een hele stapel papier lag links van hem op de oranje bank. Elke minuut pakte hij een vel papier op en las het. Het zag eruit alsof hij zijn hele postvakje had leeggeruimd. Dat zouden we allemaal eens moeten doen, dacht ik. Elke keer als de man klaar was met een papier, dan schreef hij zijn paraaf of zijn naam erop. En dan legde hij het op een tweede stapel, vlak naast de oude. Ik werd wat jaloers. Ik had ook stapels die nog moesten. Maar die waren niet hier. Keurig werkte de man zijn stapel af. De oude stapel werd dunner. De nieuwe stapel groeide.

[Ach, op zich is dit een aardige manier van werken. Maar er is een veel betere manier om stapels papier af te werken. Je pakt een vel papier van de stapel, werkt het af, tilt de stapel op en stopt het afgewerkte vel eronder. Doordat de stapel steeds even dik blijft, heb je geen idéé wanneer er een eind aan je werk komt. Op het moment dat je denkt dat je gek wordt, kom je bij het afgewerkte vel. Of net daarna. De blijdschap, mensen. De vreugde. Je moet er wat van maken in het leven.]

De man zette weer zijn krabbel. Het begon met een P. Verder kon ik het niet lezen, hoe ik mijn hoofd ook draaide. Peter? Pierre? Priscilla? Geobserveerde mensen zouden best wat netter mogen leren schrijven, bedacht ik me. Of gewoon so wie so dat als je het vermoeden hebt dat er mensen met een weblog meelezen, dat je dan gewoon net wat netter schrijft. Had ik maar een bordje omhoog kunnen steken met BLOKLETTERS S.V.P. Want op zo'n manier sta je als observator dus volkomen machteloos. Direct nadat ik deze gedachten in mijn hoofd had afgemaakt, schreef de man iets op dat ik geheel kon lezen. Nou jah! Geloof het of geloof het niet! 'Moeten we nog afstemmen', las ik. En daarna: 'Kortsluiten met Dineke.' En dan weer zijn paraaf. P en nog wat. Ik kuchte van oversturigheid.

De oude stapel werd dunner. De nieuwe werd dikker. Toen kwam het eennalaatste vel. Over een minuut zou de man klaar zijn met zijn papieren. Dan zouden wij moeten bepalen hoe we ons tot elkaar gingen verhouden. Zou het in een keer duidelijk zijn: hij het rechterraam, ik het linker? Zou hij zijn ogen sluiten, moe van de stapels als hij was? Of zou hij in mijn richting kijken, zodat ik gedwongen werd mijn blik af te wenden? De vellen waren op. De man pakte de stapel en tikte er net zo lang mee op de stoelzitting totdat alle papieren als het ware één met elkaar waren. Toen klikte hij een koffertje open, tilde er een schootcomputer uit en zette hem op zijn lap. Na enige seconden lichtte zijn gezicht ineens op in een blauw schijnsel. Het zag er mooi uit, bijna sereen. Aan de andere kant deed het me denken aan de smurfen. Een oud gevoel van vroeger overviel mij. En ik kon er mijn ogen niet van af houden. Vanaf houden. Van afhouden?

08 februari 2005

jacq & de man met de stapels

De trein kwam op gang. De trein kwam eindelijk op gang. Ik staarde naar buiten terwijl ik niets zag. Er was een vergadering geweest. Er waren mannen in pakken bij betrokken geweest. Er waren woorden gezegd waarvan ik zeker wist dat niemand ze snapte. Maar daar begon je dan niet over. Ik was grappig en slim geweest. Maar nu was dat op. Ik kon alleen nog maar naar buiten staren terwijl ik niets zag. Mijn ogen schoten onwillekeurig heen en weer. Mijn lege hoofd werd bijgevuld.

De schuifdeur ging open. Er kwam een man tegenover me zitten. Even keek ik hem vuil aan. Soms is dat zo jammer als er iemand bij komt. Het leidt af van het nietsziend naar buiten staren. Je wilt toch weten wie zo'n man is, wat hem beweegt, of je ermee getrouwd zou kunnen wezen of dat het juist afschuwelijk zou zijn als je werd gedwongen met hem te zoenen omdat jullie bijvoorbeeld de laatste twee personen op de aarde waren. Dan nóg kun je ervoor kiezen celibatair te leven, houd ik mij dan altijd maar voor. Maar ondertussen is er die angst dat je uiteindelijk toch naar elkaar toe gedreven zou worden, door een intense kracht die onontkoombaar was. Verveling, of zo.

07 februari 2005

jacq zingt een onhoorbaar lied

'U mag mee met mijn collega', had de doofheidsopnemer gezegd.
'Dan krijgt u nóg een onderzoek.'
Ik wuifde de oerlelijke doofheidsopnemer uit.
De dag was nog lang.
En mijn oor was er nu toch.

Maar de collega was nog even bezig, bleek later. Waarschijnlijk wilde ze gewoon niet te eager overkomen. Of zo van euh ja ik heb het óók druk hoor! En dat ze dan gewoon nog tien minuten ging patiencen op de computer. Of even snel haar weblog publicizen. Ik liep naar de wachtkamer, die inmiddels leeg was. Een wachtkamer waarin verder helemaal niemand wacht, dat heeft dan ook weer iets raars. Het voelde ineens alsof ik de enige van de hele wereld was.

Ik probeerde mijn vriend te sms'en. 'eustach nope, immens probl slakkenh.' leek mij de kortste omschrijving. Als mijn vriend een béétje intelligent was, dan moest hij er iets mee kunnen. En trouwens, sinds Google heb je voor onwetendheid geen enkel excuus meer. Maar toen ik met mijn duim de h had ingedrukt, stond er smakkenh op het display. Clear clear clear deed ik. Ik begon weer met een s. Toen begon er iets te jeuken in mijn hoofd. Ik wilde met mijn hoofd tegen de muur gaan bonken. Ik zette mijn mobiel uit. Dat is meestal het beste. Geen bericht, goed bericht, dacht ik. En het is sowieso fijner om slecht nieuws live te brengen. Dan kun je tenminste nog een beetje nonverbale dingen erbij doen. Moedig keek zij naar een punt in de verte. Haar mond was een besliste streep. Geknakt maar niet gedingest.

How sweet it is to be loved by you, zong ik. Maar het was onhoorbaar. Tenminste voor mezelf. Ik herinnerde mij het papiertje met de x-as en de y-as. Ik stopte met zingen. Dat is te zeggen: ik ging natuurlijk nog wel even door tot het einde van de zin en liet mezelf toen wegfaden. Wow.

'Halloo', zei een heldere stem achter mij.
'Halloo', zei ik.
Ik draaide me om.
'Ben jij jacq', vroeg de stem.
Natuurlijk was ik jacq.
Wie kon ik anders zijn.
De een of andere oude doverd of zo!?

04 februari 2005

jacq zit waanzinnig in de lift

Ik weet niet wat het is met de liften op Kantoor.
In elk geval is er één lift en als je daarin op 4 drukt, dan kom je op de begane grond uit. Elke dag gebeurt me dit, want ik moet nogal eens naar 4. En elke dag sta ik dan dus ineens op de begane grond en roep ik heel hard HUH! Het vreselijke is: elke dag meen ik dat. Ik ben echt een soort van tekenfilmfiguur dat nooit verandert of groeit.

Het is trouwens helemaal niet de bedoeling dat ik elke dag met de lift ga. Het is de bedoeling dat medewerkers meer van de trap gebruikmaken. Dat is gezonder, vinden de bazen. Toen ik dat hoorde, ben ik direct een uur in de lift gaan op- en neren. En sindsdien heb ik geen trap meer aangeraakt! Oh man, het geeft gewoon zo een rotgevoel van wij willen dat jij gezond blijft, BAH!

Wat je ook nog kan doen, is de lift stilleggen tussen twee verdiepingen in, en dan gewoon een uur lekker wachten en fijn over dingen nadenken en zo - en dán pas de storingsdienst bellen. Dat wordt namelijk gewoon doorbetaald als je een baan hebt! Jullie moeten ook een baan nemen, het is echt heerlijk!

03 februari 2005

tefelklaad

Ik vind het leven is complex.
Wordt dit een moeilijk stukje, jacq.
Ja kinders, ik ben bang van wel.
Klik anders maar even op het linklijstje rechts.

Ik vind het leven is complex.
Soms denk ik: was het nog maar vroeger.
Maar als ik heel eerlijk ben.
Toen vond ik het leven ook al complex!

Ik was een soort van Annika.
Geen Pippi Langkous.
Ik kan gerust zeggen dat alles wat Pippi deed, dat ik dat dus echt nóóit zou doen.
Het was niet dat ik het niet zou durven.
Het kwam niet in mij op.
Ik las trouwens sowieso liever een fijn boek.
Over meisjes op kostscholen.
Met paarden.
En complexe problemen.

Aan de andere kant: vroeger zat er nog niet zoveel in je hoofd.
Toen kon je nog lachen om dingen.
Zoals tefelklaad
En kwamkwammer.
Haha, hij zegt kwam-kwammer!

Dat is nu voorbij, hoor.
Ik lach echt niet zomaar.
Nu ja, om Chipito-chips of dat soort dingen.
Maar verder.

[Kijk nu toch, hoe funny: klik!]

02 februari 2005

jacq moet er niet aan denken

De mensen vragen mij vaak: 'jacq, hoe is het toch met Boris V.'

Meestal ben ik dan net fijn over mijzelf aan het vertellen, een verhaal met diepe lagen erin. 'Jajajaja jacq, maar hoe is het nu toch met Boris V.', zeggen mensen daar dan dwars doorheen. Ik vind dat dus niet beleefd. Dus dan zeg ik meestal zoiets als: ooh die is dood. Hun helemaal geschokt, haha!

Maar goed, ondertussen leeft hij natuurlijk. Gisteren zag ik op televisie hoe een zieke kat een spuitje zou krijgen. Dan probeer ik eerst te denken aan heel andere dingen zoals
1. pindarotsjes
2. groene stroom van Essent
3. pindarotsjes

Maar dat lukt dan niet.
Ik kan alleen maar denken aan Boris V. en dat hij nooid doot mag.
Nooid!

[Ondertussen doet Boris V. ineens heel levendige dingen die geheel niet bij hem passen. Zo heeft hij gisteren de kattenbak op zijn kant gezet. Echt, heel keurig. Verders sleept hij zijn waterbak door 't ganse huis. Klinkt misschien stom maar ik krijg gewoon het idee dat hij nu toch echt aan het verhuizen is. Of in elk geval aan het oefenen, of zo.]

01 februari 2005

de date met de conducteur

'Zie, ik heb een storingsbon', sprak ik plechtig.
'Oh, is er een storing', schrok de conducteur.
Zijn oog ging naar de bovenleiding.
'Neehee', zei ik.
'Een storing van de káártjes!', zei ik.
'En hier is het bewijs', zei ik.

De conducteur kneep zijn ogen samen.
Toen schudde hij zijn hoofd.
'Het is wat met die storingen', zei de conducteur.
'Rijden de treinen eens op tijd, doen de automaten het niet!'
Verachtelijk was zijn spuw op mijn storingsbon.
Nee oké, maar hij hád het kunnen doen.

[Wat ik ermee zeggen wil: de loyaliteit van conducteurs met hun bedrijf is op een voorlopig dieptepunt. Nee echt, ik moet bijna wekelijks conducteurs troosten of kalmeren. Kom kom, zo erg is het nu ook weer niet. Kijk, daar komt alweer een trein aanrijden! Soms moet je ze keihard in het gezicht slaan, net als hysterische vrouwen in films. Dit lijkt mij het allereerste verbeterpunt voor de NS. Met alle conducteurs eens een weekend de heide op (gewoon met eigen vervoer dan, want anders krijg je dat er steeds tijdens het voorstelrondje weer nieuwen binnenkomen en het is dan altijd zo'n afweging van: beginnen we opnieuw met het voorstelrondje of niet) en dan eens praten over wat NS voor jou betekende. Als mens, én als conducteur.]

'Ga maar in de trein zitten', zei de conducteur.
'Ik kom dadelijk bij je langs.'
Ik wees naar achter.
Ik ga altijd achterin.
Het voelt veiliger.
Het schijnt trouwens dat je middenin het veiligst zit.
Maar dat krijg ik er nog niet in.
Ik wil gewoon naar achter.
Dus dat doe ik.

'Ik ga ongeveer dáár zitten', zei ik.
Ik fladderde zo'n beetje met mijn hand.
'Ja, tot zo', zei de conducteur.
Ik kreeg een kriebel in mijn maag.
Het voelde als een date.
Die ik ging betalen.
Dat dan wel.