you have to laugh at yourself,
because you'd cry your eyes out if you didn't [*]






24 oktober 2005

de zenuwen van jacq

Nou ja, het punt met de poli Mondziekten en Kaakchirurgie was eigenlijk dit: ik had altijd gedacht dat de poli Mondziekten en Kaakchirurgie er was voor de Anderen. Niet voor mij. Natuurlijk, ik had een mond. Ik had zelfs een kaak. Maar de mond was goed. De kaak was goed. Het leven was kut. Ik had het naar de zin.

[Sinds ik op Kantoor werk, kom ik ineens de Anderen van dichtbij tegen. Collega S. bijvoorbeeld moest vorige week iets van onder haar kies laten weghalen. 'Oh, en wie doet dat dan?', vroeg ik onschuldig. 'De kaakchirurg natuurlijk', zei collega S. Haar stem was hol. Haar blik vol vrees. Een koude luchtstroom woei door Kantoor. Over mijn rug liep een rilling. Maar het kan ook een spin zijn geweest, want ze leven nog steeds. De week erna was het alsof collega S. een pingpongbal in haar mond had. Maar dat was dus niet zo. Maar het leek wel zo. 'Hoe gaat het nu, S.?', had ik een paar keer gevraagd. 'Mwooah', had S. dan onveranderlijk teruggezegd met haar pingpongwang. Maar dat kwam omdat mwooah het enige woord was dat S. kon zeggen. Soms bedoelde ze er ook computer mee. Of financiele administratie. Maar het kwam er even niet uit.]

En toen zat ik er ineens zelf, op de poli Mondziekten en Kaakchirurgie. Het fijne was: ik was er alleen maar omdat ik even naar iets hoefde te laten kijken. Ik heb nog steeds een melktandje en dat melktandje dat gaat er op een dag uitvallen. Met de kaakchirug kwam ik bespreken wat de opties waren. Dus dat was het fijne. Mijn mond moest wel even open, maar verder ging er niets gebeuren. Dus dat was het fijne. Het verrotte was dat het desalniettemin toch de poli Mondziekten en Kaakchirurgie bleef. Alle mensen in de wachtruimte waren diep van dat besef doordrongen. Met lege blikken waarachter een wereld van angst en achtervolgingen zat, staarden zij voor zich uit. Ik moest denken aan lammeren en de slachtbank, en ik vond het ineens zo zielig voor de lammeren. Waarom laten we de dieren niet leven!

Ik werd zenuwachtig. Dat komt: ik neem de zenuwen van anderen over. Ik neem de zenuwen van anderen over en ik doe er een schepje bovenop. Dat heb ik altijd al gehad. Misschien ben ik een medium. Ik heb geen afweer. Ik ben een blootliggende zenuw die bij elk zuchtje wind ineenkrimpt. Misschien zou ik denkbeeldig een traliewerk om mij heen moeten bouwen. Maar totdat mij dat lukt, ben ik een spons die alles opneemt wat er in de lucht zit. Na een kwartiertje wachten bij de poli Mondziekten en Kaakchirurgie wilde ik daarom best wel graag dood. Mijn kaken deden pijn van het op elkaar geklemd zitten. Mijn vingers tintelden, maar niet op een fijne manier. Ik veegde de palmen van mijn handen aan mijn broek af. Strak keek ik naar mijn overbuurman. Die ving mijn blik. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Hij keek snel opzij. Ja, ik kan heus wel bang en bitcherig tegelijk doen hoor!

[Enfin, later, oh veel later spraken de kaakchirurg en ik dan eindelijk over mijn melktandje. Het was een lief, gezellig en respectvol gesprekje. Het melktandje voelde zich geen seconde te veel of niet serieus genomen. Dus dat was weer het fijne.]

Share |