jacq vindt flirten een groot woord
Maar goed, toen had ik mijn bril.
En hij was kek.
En niemand herkende mij.
En dat was allemaal best leuk.
Maar toch.
'Het is allemaal best leuk maar toch', zei ik tegen de dikke opticien.
Régenen dat het had gedaan in de afgelopen weken! En brildragers worden zo sneu bij regen. Sneu en blinderig. Kon ik geen superzuurstofdoorlatende lenzen krijgen, om maar iets te noemen? Ik had daarover gelezen in een of andere fo. Abrupt hielden mijn woorden op. De dikke opticien had een denigrerende houding aangenomen, voor zover zijn gewicht dit toeliet dan. Ik wist wat hij ging zeggen. Dat het een groot misverstand was om. Want dat zegt de dikke opticien altijd. Bij waarheden als koeien, bij faits accompli, bij zaken waarover werkelijk iedereen op de hele wereld het eens is. Zelfs dieren, zelfs ouden van dagen, zelfs keukengereedschap.
Ik ging er vast als een geslagen hond bij zitten.
'Het is een groot misverstand om', begon de dikke opticien.
'Aha', knikte ik dociel.
'En zodoende et cetera', zei de dikke opticien.
'Wat nu dan te doen zeg', zei ik.
'Ik haal even dinges erbij', zei de dikke opticien.
En hij kwam terug met de mooie jongen. Ik schrok. Ik kende de mooie jongen al. Ik had geprobeerd met de mooie jongen te flirten toen ik nog in de wachtkamer zat. Ik vind flirten trouwens wel een groot woord voor wat ik deed. Ik deed namelijk haast niets. Ik keek gewoon heel lief zijn kant op en knipperde een paar keer met mijn ogen. Allemaal geheel onbewust. Aan zijn reactie had ik niet helemaal kunnen zien of de mooie jongen mij ook vreselijk zag zitten of dat hij juist dacht: wat een afschuwelijke takkentrol. Sommige mannen zijn zo diffuus en ondoorzichtbaar of een ander woord dat hierop lijkt.
'Hoi', zei de mooie jongen.
'Ho-oi', zei ik.
Ik vond dat de mooie jongen verlegen keek.
Maar het kon ook zijn dat ik zelf verlegen keek.
De situatie was diffuus en ondoorzichtbaar.
De mooie jongen keek naar mijn borsten.
Ik keek zelf ook even naar beneden.
Zat er iets op of zo!
Nee, alleen de twee borsten.
'Nou', zei de mooie jongen.
Hij keek naar mijn gezicht.
En toen direct weer naar mijn borsten.
Ik deed mijn armen over elkaar.
Maar toen waren mijn borsten er juist nog meer.
Maar misschien deed ik het daarom.
Ik wist het ook allemaal niet meer.
'Leg je kin maar even hierop', zei de mooie jongen.
En hij was kek.
En niemand herkende mij.
En dat was allemaal best leuk.
Maar toch.
'Het is allemaal best leuk maar toch', zei ik tegen de dikke opticien.
Régenen dat het had gedaan in de afgelopen weken! En brildragers worden zo sneu bij regen. Sneu en blinderig. Kon ik geen superzuurstofdoorlatende lenzen krijgen, om maar iets te noemen? Ik had daarover gelezen in een of andere fo. Abrupt hielden mijn woorden op. De dikke opticien had een denigrerende houding aangenomen, voor zover zijn gewicht dit toeliet dan. Ik wist wat hij ging zeggen. Dat het een groot misverstand was om. Want dat zegt de dikke opticien altijd. Bij waarheden als koeien, bij faits accompli, bij zaken waarover werkelijk iedereen op de hele wereld het eens is. Zelfs dieren, zelfs ouden van dagen, zelfs keukengereedschap.
Ik ging er vast als een geslagen hond bij zitten.
'Het is een groot misverstand om', begon de dikke opticien.
'Aha', knikte ik dociel.
'En zodoende et cetera', zei de dikke opticien.
'Wat nu dan te doen zeg', zei ik.
'Ik haal even dinges erbij', zei de dikke opticien.
En hij kwam terug met de mooie jongen. Ik schrok. Ik kende de mooie jongen al. Ik had geprobeerd met de mooie jongen te flirten toen ik nog in de wachtkamer zat. Ik vind flirten trouwens wel een groot woord voor wat ik deed. Ik deed namelijk haast niets. Ik keek gewoon heel lief zijn kant op en knipperde een paar keer met mijn ogen. Allemaal geheel onbewust. Aan zijn reactie had ik niet helemaal kunnen zien of de mooie jongen mij ook vreselijk zag zitten of dat hij juist dacht: wat een afschuwelijke takkentrol. Sommige mannen zijn zo diffuus en ondoorzichtbaar of een ander woord dat hierop lijkt.
'Hoi', zei de mooie jongen.
'Ho-oi', zei ik.
Ik vond dat de mooie jongen verlegen keek.
Maar het kon ook zijn dat ik zelf verlegen keek.
De situatie was diffuus en ondoorzichtbaar.
De mooie jongen keek naar mijn borsten.
Ik keek zelf ook even naar beneden.
Zat er iets op of zo!
Nee, alleen de twee borsten.
'Nou', zei de mooie jongen.
Hij keek naar mijn gezicht.
En toen direct weer naar mijn borsten.
Ik deed mijn armen over elkaar.
Maar toen waren mijn borsten er juist nog meer.
Maar misschien deed ik het daarom.
Ik wist het ook allemaal niet meer.
'Leg je kin maar even hierop', zei de mooie jongen.
