it wasn't jacq
Ik moet dat ook niet doen. Zo word je een prooi. Ik stap soms van mijn fiets af en dan kijk ik voor me uit. Het ziet er vast uit of ik een zweeds raadsel aan het oplossen ben. De werkelijkheid is veel simpeler. Ik denk alleen maar: wie ben ik? Waar woon ik? En wat doe ik hier? En soms los ik tegelijkertijd een zweeds raadsel op. Gewoon, in mijn hoofd. Dat moet je dus niet doen. Dan ben je een prooi.
'Hello', zei een stem.
Ik schrok op.
Het was een negerjongen.
'Hellooo', zei ik gezellig.
Het was immers een negerjongen.
En het was dan wel niet een dag waarop ik alle negers moest groeten, maar alla, als ze zelf begonnen! Trouwens: misschien was het voor de negerjongen wel een dag waarop hij alle blonde mensen moest groeten. Ik bedoel maar, bekijk het ook eens van die kant.
'Do you speak English', zei de negerjongen.
'A liiittle', zei ik voorzichtig.
Ik hield mijn duim en wijsvinger een halve centimeter van elkaar.
Ik keek er een beetje sneu bij.
De negerjongen glimlachte.
'How are you doing', zei de negerjongen.
'I'm doing fine', zei ik.
'What's your name', zei de negerjongen.
'My name is ... jacq', zei ik.
Ik had een schuilnaam overwogen.
Maar ik wist maar één naam.
En dat was jacq.
Je zal maar in een kwis zitten!!!
'jacq ...', zei de negerjongen.
'Uhuh', zei ik.
'jacq ...', zei de negerjongen.
'I have seen you on your wiets here before.'
'You have seen me on my what here before!?', zei ik.
'On your bike jacq', zei de negerjongen.
'Ah, on my bike', zei ik.
'You have seen me here on my bike?', vroeg ik.
'It wasn't me', zei ik.
Ik kwam hier verder ja nooit op de wiets!
De negerjongen sloot zijn ogen even.
Een vage glimlach kwam op zijn lippen.
'Yes jacq, I saw you before, but I did not speak to you.'
'O ... kidoki', zei ik laf.
'Where do you live, jacq', zei de negerjongen.
'Where do I live?', vroeg ik.
Soms kan het geen kwaad om dingen te herhalen, gewoon totdat de tijd om is.
Maar de negerjongen had geen tijd die om kon.
'Where do you live jacq?', vroeg de negerjongen geduldig.
Zijn ogen grepen die van mij.
Ik wou wel knipperen maar ik kon niet meer.
'Oh, I live here, in the eh city', zei ik.
'Where in the city, jacq', zei de negerjongen.
'Oh ... here. Right here', zei ik en maakte een wijds gebaar.
'Can I go home with you', vroeg de negerjongen.
Ik keek om me heen.
'Noo dat lijkt me niet', zei ik.
'Maarem', zei ik.
'I really have to ... shop now', zei ik.
Ik zette mijn voet op een trapper.
De negerjongen greep mijn stuur.
Met een glimlach, dat wel.
Ik duwde en ik duwde.
Met een glimlach, dat wel.
Ik wurmde me langs de negerjongen heen.
'Will you take me home with you', fluisterde de negerjongen.
'No no', fluisterde ik terug.
'I have to go shop now', zei ik.
'I really, really have to go shop now.'
'It is an emergency', zei ik.
'I háve to shop.'
Zo is het immers soms.
Want anders had hij natuurlijk best mee gemogen.
Gewoon, gezellig.
'Hello', zei een stem.
Ik schrok op.
Het was een negerjongen.
'Hellooo', zei ik gezellig.
Het was immers een negerjongen.
En het was dan wel niet een dag waarop ik alle negers moest groeten, maar alla, als ze zelf begonnen! Trouwens: misschien was het voor de negerjongen wel een dag waarop hij alle blonde mensen moest groeten. Ik bedoel maar, bekijk het ook eens van die kant.
'Do you speak English', zei de negerjongen.
'A liiittle', zei ik voorzichtig.
Ik hield mijn duim en wijsvinger een halve centimeter van elkaar.
Ik keek er een beetje sneu bij.
De negerjongen glimlachte.
'How are you doing', zei de negerjongen.
'I'm doing fine', zei ik.
'What's your name', zei de negerjongen.
'My name is ... jacq', zei ik.
Ik had een schuilnaam overwogen.
Maar ik wist maar één naam.
En dat was jacq.
Je zal maar in een kwis zitten!!!
'jacq ...', zei de negerjongen.
'Uhuh', zei ik.
'jacq ...', zei de negerjongen.
'I have seen you on your wiets here before.'
'You have seen me on my what here before!?', zei ik.
'On your bike jacq', zei de negerjongen.
'Ah, on my bike', zei ik.
'You have seen me here on my bike?', vroeg ik.
'It wasn't me', zei ik.
Ik kwam hier verder ja nooit op de wiets!
De negerjongen sloot zijn ogen even.
Een vage glimlach kwam op zijn lippen.
'Yes jacq, I saw you before, but I did not speak to you.'
'O ... kidoki', zei ik laf.
'Where do you live, jacq', zei de negerjongen.
'Where do I live?', vroeg ik.
Soms kan het geen kwaad om dingen te herhalen, gewoon totdat de tijd om is.
Maar de negerjongen had geen tijd die om kon.
'Where do you live jacq?', vroeg de negerjongen geduldig.
Zijn ogen grepen die van mij.
Ik wou wel knipperen maar ik kon niet meer.
'Oh, I live here, in the eh city', zei ik.
'Where in the city, jacq', zei de negerjongen.
'Oh ... here. Right here', zei ik en maakte een wijds gebaar.
'Can I go home with you', vroeg de negerjongen.
Ik keek om me heen.
'Noo dat lijkt me niet', zei ik.
'Maarem', zei ik.
'I really have to ... shop now', zei ik.
Ik zette mijn voet op een trapper.
De negerjongen greep mijn stuur.
Met een glimlach, dat wel.
Ik duwde en ik duwde.
Met een glimlach, dat wel.
Ik wurmde me langs de negerjongen heen.
'Will you take me home with you', fluisterde de negerjongen.
'No no', fluisterde ik terug.
'I have to go shop now', zei ik.
'I really, really have to go shop now.'
'It is an emergency', zei ik.
'I háve to shop.'
Zo is het immers soms.
Want anders had hij natuurlijk best mee gemogen.
Gewoon, gezellig.
