jacq wil er even op terugkomen
Zij hield mij een spiegel voor.
'Mja', zei ik.
'Nou', zei het kappersmeisje.
'Je kunt het ook een tijdje aanzien.'
'Een tijdje aanzien?', vroeg ik.
En ik keek naar mijn gekleurde hoofd.
'Ja, als het je niet bevalt, dan kleur ik het beter.'
'Meen je dat nou', vroeg ik het kappersmeisje.
'Ja hoor', zei het kappersmeisje.
'Bij ons is de klant namelijk koning.'
Ik vond dit kappersmeisje echt het beste kappersmeisje dat mij ooit gekapt had. Qua personality dan hè, want qua kapsel wist ik het niet helemaal. Maar, zo dacht ik, ik zal het eerst eens een tijdje aanzien. En toen ik het zo een tijdje had aangezien, toen belde ik het kappersmeisje.
'Hallo kappersmeisje', zei ik.
'Hallo', zei het kappersmeisje.
'Vooropgesteld', zei ik.
'Dat ik zeer tevreden met jou was', vervolgde ik.
Ik wachtte even.
Er kwam niets.
Ik hoestte.
'Ik wou toch nog even ergens op terugkomen', zei ik.
Wie zei dat toch altijd, dacht ik.
Wil je nog ergens op terugkomen?
Och, die zeikerds van Barend & Van Dorp!
Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
Er zijn prettige stiltes en ijzige stiltes.
Dit was een ijzige.
'Ik was niet zo heel tevreden met de kleuren als geheel', zei ik.
'Qua kleurenspel', zei ik.
Ik kuchtte.
'Ben je daar nog, kappersmeisje', zei ik.
Het kappersmeisje haalde adem.
'U bent hier drieënhalve week geleden geweest', zei het kappersmeisje.
'Je mag wel jij zeggen', wierp ik er tussendoor.
'En dit soort dingen moet u binnen twee weken melden', zei het kappersmeisje.
'Dus nu moet u gewoon weer gaan betalen', zei het kappersmeisje.
Ik hoorde gekletter.
Ergens viel een droom in duigen.
De droom ging over het kappersmeisje.
Het beste kappersmeisje dat ik ooit gekend had.
Ik lachte schril.
'Jij zei dat ik het een tijdje aan kon zien', riep ik.
'Maar niet langer dan twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Twee weken is geen tijdje', zei ik.
'Jawel', zei het kappersmeisje.
'Nee hoor, twee weken is twee weken', doceerde ik.
'En een tijdje is voor ieder mens weer anders', zei ik.
Ik raakte licht ontroerd door mijn eigen woorden.
Want dat was zo.
Een tijdje is voor ieder mens weer anders.
'Twee weken', probeerde het kappersmeisje nog eens.
'Een tijdje!', riep ik.
'Twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Een tijdje!', riep ik.
Dit kon nog uren zo doorgaan.
Of in elk geval een tijdje.
Ik gooide het over een andere boeg.
'Mijn haar is nog hetzelfde als toen ik het twee weken had aangezien', zei ik sluw.
Was dat wel zo?
Vernieuwden haren zich niet elke week?
Of was dat de huid?
Of het bloed!?
Het kappersmeisje was even stil.
Ik denk dat zij ook nadacht over die haren en die huid.
Maar ze kwam er niet uit.
'Kom dan maar langs', zei het kappersmeisje verslagen.
Nu ja, ze perste het er meer langs haar tanden uit.
'Okidoki', zei ik.
En zo won het goede het wederom van het kwade.
'Mja', zei ik.
'Nou', zei het kappersmeisje.
'Je kunt het ook een tijdje aanzien.'
'Een tijdje aanzien?', vroeg ik.
En ik keek naar mijn gekleurde hoofd.
'Ja, als het je niet bevalt, dan kleur ik het beter.'
'Meen je dat nou', vroeg ik het kappersmeisje.
'Ja hoor', zei het kappersmeisje.
'Bij ons is de klant namelijk koning.'
Ik vond dit kappersmeisje echt het beste kappersmeisje dat mij ooit gekapt had. Qua personality dan hè, want qua kapsel wist ik het niet helemaal. Maar, zo dacht ik, ik zal het eerst eens een tijdje aanzien. En toen ik het zo een tijdje had aangezien, toen belde ik het kappersmeisje.
'Hallo kappersmeisje', zei ik.
'Hallo', zei het kappersmeisje.
'Vooropgesteld', zei ik.
'Dat ik zeer tevreden met jou was', vervolgde ik.
Ik wachtte even.
Er kwam niets.
Ik hoestte.
'Ik wou toch nog even ergens op terugkomen', zei ik.
Wie zei dat toch altijd, dacht ik.
Wil je nog ergens op terugkomen?
Och, die zeikerds van Barend & Van Dorp!
Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
Er zijn prettige stiltes en ijzige stiltes.
Dit was een ijzige.
'Ik was niet zo heel tevreden met de kleuren als geheel', zei ik.
'Qua kleurenspel', zei ik.
Ik kuchtte.
'Ben je daar nog, kappersmeisje', zei ik.
Het kappersmeisje haalde adem.
'U bent hier drieënhalve week geleden geweest', zei het kappersmeisje.
'Je mag wel jij zeggen', wierp ik er tussendoor.
'En dit soort dingen moet u binnen twee weken melden', zei het kappersmeisje.
'Dus nu moet u gewoon weer gaan betalen', zei het kappersmeisje.
Ik hoorde gekletter.
Ergens viel een droom in duigen.
De droom ging over het kappersmeisje.
Het beste kappersmeisje dat ik ooit gekend had.
Ik lachte schril.
'Jij zei dat ik het een tijdje aan kon zien', riep ik.
'Maar niet langer dan twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Twee weken is geen tijdje', zei ik.
'Jawel', zei het kappersmeisje.
'Nee hoor, twee weken is twee weken', doceerde ik.
'En een tijdje is voor ieder mens weer anders', zei ik.
Ik raakte licht ontroerd door mijn eigen woorden.
Want dat was zo.
Een tijdje is voor ieder mens weer anders.
'Twee weken', probeerde het kappersmeisje nog eens.
'Een tijdje!', riep ik.
'Twee weken!', riep het kappersmeisje.
'Een tijdje!', riep ik.
Dit kon nog uren zo doorgaan.
Of in elk geval een tijdje.
Ik gooide het over een andere boeg.
'Mijn haar is nog hetzelfde als toen ik het twee weken had aangezien', zei ik sluw.
Was dat wel zo?
Vernieuwden haren zich niet elke week?
Of was dat de huid?
Of het bloed!?
Het kappersmeisje was even stil.
Ik denk dat zij ook nadacht over die haren en die huid.
Maar ze kwam er niet uit.
'Kom dan maar langs', zei het kappersmeisje verslagen.
Nu ja, ze perste het er meer langs haar tanden uit.
'Okidoki', zei ik.
En zo won het goede het wederom van het kwade.
