jacq en de missing pink /3
Ik moest, want zo ben ik dan ook wel weer, direct aan mijzelf en mijn linkerwijsvinger denken. Ooit bij een gruwelijk fietsongeluk knakte die zo ongeveer doormidden. Maanden nee jaren nee decennia nee eeuwen van operaties en revalidatie volgden! Stiekem denk ik dat ik die fatale avond beter toch maar beter naar huis had kunnen fietsen in plaats van naar de eerste hulp. Ik zit nu namelijk met een Heel Rare Linkerwijsvinger waarmee naar hartelust is geexperimenteerd door de Nare Chirurg die deuntjes floot. Het einde van het liedje is dat de vinger scheef staat en het topje triest naar beneden wijst. Dat demotiveert. Bij elk fris idee dat ik opper, zegt mijn wijsvinger als het ware ach láát maar. Mijn carrière is langzaam in het slop geraakt.
Een idee kwam in mij op. Ik zou de jongen zonder pink mijn linkerwijsvinger kunnen laten zien. Geinteresseerd zou hij zich voorover buigen. Hij zou hem ook mogen aanraken, en dat is niet veel mensen gegeven. Je voelt toch een band met zo een jongen, is het niet? Ik zou hem vertellen van hoe bang ik was geweest dat ik mijn vinger kwijt zou raken. Op een dag, toen mijn vinger zeurde en klopte, had een assistente kwinkslagerig geroepen 'Ach, hij valt er misschien vanzelf wel vanaf!'. Ik had haar strak aangekeken. Stond er wellicht in mijn dossier een opmerking met balpen in de trant van Patiënte jacq kan het best met grappen en grollen worden voorbereid op onvermijd. verlies v. vinger? Oh neen zeg, veel humor over mijn linkerwijsvinger had ik niet. En oh ja, ik was er zeker van dat ik hem op een kwade dag ergens in mijn bed zou vinden. Of dat Boris V. ergens mee door de kamer zou tikken en dat dan zou blijken dat het mijn vinger was.
Misschien zou de aanblik van mijn wijsvinger de jongen zonder pink verzoenen met zijn lot. Dat hij zou denken: wow, dán heb ik nog liever geen pink! Goed geluimd zou de rest van zijn dag zijn. Fluitend zou hij thuiskomen en zijn vriendin een dikke pakkerd geven, voor 't eerst sinds lange tijd. Maar zijn vriendin zou hem van zich afhouden. 'Ik moet je iets vertellen', zou zijn vriendin zeggen. 'Ik heb nu een jongen ontmoet ...', zou ze beverig vervolgen. In hem was ineens een stil weten. 'Laat me raden', zou de jongen zonder pink geknakt antwoorden. 'Je hebt nu een jongen mét een pink gevonden.' Aan het einde van de zin was zijn toon hard en cynisch. Zij brak. Het was waar. Een pink is natuurlijk maar een pink maar ... nee een echt argument had ze niet.
Ik leunde achterover en verstopte mijn vinger.
Best wel gemeen, maar enfin.
Een idee kwam in mij op. Ik zou de jongen zonder pink mijn linkerwijsvinger kunnen laten zien. Geinteresseerd zou hij zich voorover buigen. Hij zou hem ook mogen aanraken, en dat is niet veel mensen gegeven. Je voelt toch een band met zo een jongen, is het niet? Ik zou hem vertellen van hoe bang ik was geweest dat ik mijn vinger kwijt zou raken. Op een dag, toen mijn vinger zeurde en klopte, had een assistente kwinkslagerig geroepen 'Ach, hij valt er misschien vanzelf wel vanaf!'. Ik had haar strak aangekeken. Stond er wellicht in mijn dossier een opmerking met balpen in de trant van Patiënte jacq kan het best met grappen en grollen worden voorbereid op onvermijd. verlies v. vinger? Oh neen zeg, veel humor over mijn linkerwijsvinger had ik niet. En oh ja, ik was er zeker van dat ik hem op een kwade dag ergens in mijn bed zou vinden. Of dat Boris V. ergens mee door de kamer zou tikken en dat dan zou blijken dat het mijn vinger was.
Misschien zou de aanblik van mijn wijsvinger de jongen zonder pink verzoenen met zijn lot. Dat hij zou denken: wow, dán heb ik nog liever geen pink! Goed geluimd zou de rest van zijn dag zijn. Fluitend zou hij thuiskomen en zijn vriendin een dikke pakkerd geven, voor 't eerst sinds lange tijd. Maar zijn vriendin zou hem van zich afhouden. 'Ik moet je iets vertellen', zou zijn vriendin zeggen. 'Ik heb nu een jongen ontmoet ...', zou ze beverig vervolgen. In hem was ineens een stil weten. 'Laat me raden', zou de jongen zonder pink geknakt antwoorden. 'Je hebt nu een jongen mét een pink gevonden.' Aan het einde van de zin was zijn toon hard en cynisch. Zij brak. Het was waar. Een pink is natuurlijk maar een pink maar ... nee een echt argument had ze niet.
Ik leunde achterover en verstopte mijn vinger.
Best wel gemeen, maar enfin.
