stukjes jacq.

08 februari 2005

jacq & de man met de stapels

De trein kwam op gang. De trein kwam eindelijk op gang. Ik staarde naar buiten terwijl ik niets zag. Er was een vergadering geweest. Er waren mannen in pakken bij betrokken geweest. Er waren woorden gezegd waarvan ik zeker wist dat niemand ze snapte. Maar daar begon je dan niet over. Ik was grappig en slim geweest. Maar nu was dat op. Ik kon alleen nog maar naar buiten staren terwijl ik niets zag. Mijn ogen schoten onwillekeurig heen en weer. Mijn lege hoofd werd bijgevuld.

De schuifdeur ging open. Er kwam een man tegenover me zitten. Even keek ik hem vuil aan. Soms is dat zo jammer als er iemand bij komt. Het leidt af van het nietsziend naar buiten staren. Je wilt toch weten wie zo'n man is, wat hem beweegt, of je ermee getrouwd zou kunnen wezen of dat het juist afschuwelijk zou zijn als je werd gedwongen met hem te zoenen omdat jullie bijvoorbeeld de laatste twee personen op de aarde waren. Dan nóg kun je ervoor kiezen celibatair te leven, houd ik mij dan altijd maar voor. Maar ondertussen is er die angst dat je uiteindelijk toch naar elkaar toe gedreven zou worden, door een intense kracht die onontkoombaar was. Verveling, of zo.