stukjes jacq

31 december 2004

jacq heeft er geen pijn aan

Amai, wat ik zeggen wilde: ik ben dus terug dovig geworden aan mijn linkeroor! Op een ochtend werd ik wakker vanaf mijn linkeroor, zoals ik eigenlijk altijd wakker word. Ik kwam overeind en wist direct hoe laat het was. Half acht. Veel te vroeg voor een mens als ik, dat pas des nachts vrolijk word. Wordt? Maar hee, ik wilde zonodig Op Kantoor werken en daar mag je niet 's nachts, blijkt.

Na twee weken van slopende communicatieproblemen met mijn vriend en Boris V. ging ik maar eens naar de dokter. Daar had ik sowieso nog heen gemoeten ter controle van het vorige dovigzijn, maar daaraan had ik mij onttrokken. Wie gaat er nu met horende oren naar een dokter toe!

'Heb je er ook pijn aan', vroeg de dokter.
Even twijfelde ik, dat zal ik eerlijk zeggen.
Pijn kan helpen.
Pijn opent deuren die voor geen pijn gesloten blijven.
Ik had de deur van de kno-arts in mijn achterhoofd.
Dat leek me nu wel eens tof.

Maar ik had geen pijn.
En ik wilde eerlijk zijn.
Alleen dan voel ik me fijn.
Dan volgt nu dus het refrein.

'Neen dat niet', zei ik.
'Wél heb ik een gevoeletje', zei ik.
'Dat niet heel fijn voelt daarzo links.'
Man, wat kan ik de dingen toch raar zeggen als het erop aankomt.

Ik praatte er maar snel overheen. Met dat ik nog wel enigszins geluiden hoorde, maar dat ik niet zo goed meer wist vanaf welke kant ze kwamen. Dat is echt naar hoor. Dat is zelfs ietwat beangstigend. Als je continu vrachtwagens achter je in de huiskamer hoort, terwijl ze gewoon op straat rijden, dan raak je in de war. Hoe vaak ik mij al niet beschermend op Boris V. geworpen heb. Boris V. begint nu al te rennen als ik alleen nog maar binnen kom.

De dokter haalde een stemvork tevoorschijn. Ah, die kende ik nog van het zingen. Daar werken ze soms ook met stemvorken. Beetje aanstellerig soms. Maar ook wel weer handig om de juiste toon te vinden voor als je a capella een stukje wilt zingen. Maar het leek me stug dat we dat nu ook zouden gaan doen. Ik had net een heel verhaal over mijn dove oor gedaan. Zou best bot zijn van de dokter om dan gewoon een lied in te zetten.

30 december 2004

jacq & het verleden /2

'Dus', zei ik tegen mijn oude docent.
'Dus als ik dan die paniek bij mijn studenten zag, dan dacht ik aan jou en aan jouw boek. En dan zei ik tegen mijn studenten: Och ik had vroeger ook zo een boek. Geloof me maar, het wordt heus beter. Je hoofd moet eerst opengaan voor dit soort dingen. Dan wordt het leuk. Echt. En elke keer', zei ik, terwijl ik mijn toon liet stijgen en dalen op een manier die duidelijk maakte dat er een apotheose ging volgen, 'Elke keer als ik zei dat het mij immers ook was gelukt, destijds, dan haalden er een stuk of wat studenten opgelucht adem.'

Ik ademde uit.
Ik had het warm.
Oh kee, dacht ik.
Als ik warm en welbespraakt word, dan betekent dat meestal dat ik die dingen niet had moeten zeggen.
Maar dan is het al gezegd.
Het leven gaat zo snel.

'Ja, jullie hadden ook een heel moeilijk boek', zei mijn oude docent.

Hij keek met terugwerkende kracht een beetje beschaamd. Destijds was hij arrogant geweest. Of minzaam, misschien is die term beter. In woordenboeken las ik vroeger altijd dat minzaam gewoon 'aardig' betekent maar ik versta eronder dat dat dan op zijn minst een hooghartig soort aardigheid is. Ik herinnerde me hoe hij keek. Hautain, dat was het woord. Mijlenver verwijderd van mijn beperkte gedachtenwereld. Geen enkel begrip voor de eendimensionaliteit van het pubermeisje waaraan ik niet zo maar in twee maanden kon ontstijgen. Inees wist ik het: van zijn soort mensen komt mijn verlangen om anderen tot in het oneindige gerust te stellen vandaan.

'Ik ga zo het kerstpraatje doen', zei mijn oude docent.
'Ah', zei ik.
'Ja, ga ik straks doen', zei hij.
'Haha', zei hij.
Hij kuchte.
Ik keek hem onderzoekend aan.
Hij was nerveus.
Hij was echt nerveus.
'Succes alvast', zei ik.
'Het gaat vast goed.'

Ik staarde naar hem, later, tijdens het kerstpraatje. Ik hoorde nauwelijks iets. Ik kan niet luisteren naar een betoog. Ik wil dan het papier waar het op staat, weggrissen en zelf snel het hele stuk lezen. Dat mag niet. Daarom dwaal ik af, naar plaatsen ver weg. Vaag drong tot me door dat mijn oude docent via Jozef en Maria bij Hirsi Ali en Geert Wilders terecht kwam. Ik moest een beetje lachen. Ik weet niet hoe het eruit zag. Maar het voelde als ja het voelde beslist als een minzaam lachje.

[Wat mij trouwens maar dit terzijde nog het meest aan het hele vak politicologie had geintrigeerd, was dat de meeste studenten het uitspraken als poliTIcologie. Maar er was ook een select groepje dat het uitsprak als poLIticologie. Wat moest je met een vak waarvan niemand eens hardop zei hoe je het uitsprak? Het hield me meer bezig dan strikt nodig was. Maar het was tenminste een duidelijk en strak omlijnd vraagstuk.]

29 december 2004

jacq & het verleden

Op de kerstlunch kwam ik hem tegen.
Plichtmatig schudden wij handen.
Maar iets was er.
Ik zocht zijn gezicht af.
'Oh', zei ik.
'Maar ik kén je!'
Een verroest deel van mijn hersens kwam traag op gang.

Veel gezichten waarbij ik alleen maar het gezicht weet, horen bij studenten die ik de afgelopen jaren les gaf. Iets van paniek overvalt mij dan, terwijl ik vrolijk lach als zij mij vrolijk tegemoetkomen. Klassen die voor hen een deel van hun leven tekenen, zijn bij mij verworden tot een blur van jonge en oude gezichten waarvan ik bij god niet weet waarvan en hoezo. Van slechts een handjevol weet ik de naam. En van een paar is me het sublieme afstudeeronderzoek bijgebleven. Of juist de slepende gesprekken. Of dat dat zo'n ontzettend mooie jongen was.

Hij zocht mijn gezicht af.
Ik zag iets van paniek.
En toen wist ik het.
Het was andersom.
Ik was zíjn student geweest.
Heel, heel lang geleden.

'En wat doe jij nu', zei mijn oude docent politicologie.
Ik vertelde hem iets over mijn leven. Dat ik was gaan schrijven en een soort van per ongeluk ook was gaan lesgeven. Precies de dingen die ik al had gewild toen ik zes was. Ik had alleen een beetje een omweg gemaakt. Via hem, bijvoorbeeld.

'Oh, en ik gebruik je nog wel eens', zei ik.
Hij verschoot van kleur.

Ik vertelde hem over eerstejaars studenten die me soms voor de les al in paniek aanklampten. Over dat ze het zo een moeilijk boek hadden gevonden met al die termen erin. Dat de zinnen zo lang waren dat ze de draad kwijtraakten. Zich afvroegen waar ze aan waren begonnen. En dat ik me dan iedere keer weer mijn eigen eerste jaar herinnerde, met dat kutboek voor politicologie. Hoe ik toen mijn zere hoofd in mijn handen had gesteund. Hoe de tranen in mij waren opgeweld als ik alleen maar dácht aan het tentamen. Hoe ik met veel rechtschapen meisjes-wroeging alle antwoorden van mijn net verworven slimme vriendje overschreef toen het eenmaal zover was. De paniek, over hoe dom ik was en hoe slim ieder ander.

'Dus', zei ik tegen mijn oude docent.

[wordt vervolgd]

28 december 2004

jacq defragmenteert

'Hoe is die', zei mijn vriendin.
'Ik voel me enigszins ... gedefragmenteerd', zei ik.

Leuker kunnen we het niet maken.
Ook niet makkelijker.

Maar het sneeuwt wel.
Dat is fijn.
Het woord inpeperen komt in mij op.
En het woord sneeuwstilte.
En het woord knerpen.
Oh en nog zoveel andere woorden zeg!

--
[Overigens leef ik zelf reeds een tijdje in een soort van sneeuwstilte zonder sneeuw. Ik ben namelijk weer eens mja dovig aan mijn linkeroor. Ik kreeg deez keer zelfs een doorverwijzing. En wat er toen allemaal gebeurde. Maar enfin, daarover een andere keer.]

27 december 2004

jacq is eventjes backuppen

Ik heb nog nooit zoveel kerstgesprekken over techniek aangehoord als dit jaar. Hoe dan ook: onvermijdelijk komt zo'n gesprek uit op mij en mijn computer. En dat ik het allemaal fout doe. Wat doe ik fout? Niks. Ik doe niks. En dat is dus fout.

Dus ik ben nu eerst dingen aan het zippen
En dan gooi ik ze straks op een cd'tje.

[Waar jacq staat moet u mijn vriend lezen.
Ik houd mij hier verre van.
Ik zip de rits van mijn winterjas zover mogelijk naar boven.
Ga ik een stukje winkelen.
Of ik ga mijn engelenhaar wassen.
En te drogen hangen.]

24 december 2004

de starende dagen van boris v.

Ik werd wakker en keek in de starende ogen van Boris V.
'Euh ... hoi', zei ik verward.
Boris V. zweeg.
Zijn ogen spraken boekdelen.
Maar in een vertaling die ik niet kende.

Sindsdien is het mis. Al dagen zit Boris V. rechtop in zijn kerstpakketmand, tussen het plastic stro. Starend. Naar niets of naar niemand. Nooit gaan zijn oogleden neer. Word ik 's nachts wakker, dan kan ik in het donker twee knalgele rondjes onderscheiden. Dat zijn kerstlampjes. Maar ik weet zeker dat Boris V. ook nog wakker is.

Eerst dacht ik: ah, hij haalt het in als ik Op Kantoor zit. Maar in de pauze rijd ik wel eens vermomd langs ons huis en dan zie ik hem op de bank liggen. Op zijn rug. Starend. Naar de linkermuur. Zonder schilderij of iets. Anders zou je nog denken: oké, hij analyseert dingen. Maar aan een kale muur valt weinig te analyseren.

Even leek er iets te gebeuren. Gisteren heb ik Boris V. betrapt op het met intense aandacht volgen van een aflevering van Dr. Phil en de familie die uit elkaar dreigt te vallen als dr. Phil er niet snel zijn freakin' hands vanaf trekt. Boris V. keek ernaar op een manier die mij zorgen baarde. Geinteresseerd, en alsof hij er zeker weten dingen uit kon gebruiken voor zijn eigen leven. Na de aftiteling verviel hij overigens weer in het staren. Nu naar de rechtermuur. Ook geen schilderijen of iets. Ik heb een waanzinnig kaal huis. Analyse this.

Ik ga zo even The Sound of Music aanzetten.
Kijken of dat iets doorbreekt.
En anders hebben we alle Sissi-films natuurlijk nog.

--

[Verder heb ik vannacht gedroomd dat Beau van Erven Dorens mij wilde kussen. 'Denk toch aan je tweeling!', riep ik nog. Maar die kon hem op dat moment bitter weinig deren.]

23 december 2004

jacq & het verjaardagsfeest /3

Ik had even met mijn buurman rechts gesproken.
Vriendin één had even met haar buurvrouw links gesproken.
Toen wendden wij ons tot elkaar.
En daarna naar de tafel.
En toen naar de opgeschudde chipsschaaltjes.
Ze lagen er goed bij.

'Je kwijlt', zei vriendin één tegen mij.
'Je kwijlt zelf', zei ik tegen vriendin één.

Toen waren we weer uitgepraat.
Ik vervolgde mijn gesprek met mijn rechterbuurman.
Vriendin één sprak geanimeerd met haar linkerbuurvrouw.
Maar op een gegeven moment ben je uitgepraat.

'Zo', zei ik.
'Wat vind jíj nu de lekkerste chips', vroeg vriendin één.

Ik ging er eens lekker voor zitten. Dat is het leuke aan vriendin één. Soms stelt ze volkomen uit het niets de meest interessante vragen, bijvoorbeeld over chips. Het kan ook gaan over de mooiste kindernamen, wat zou je doen met een miljoen of stel je mag je leven overdoen. Het zijn vragen die heel fijn voelen om te beantwoorden. Hoewel het soms ook fout gaat. Vorige week vroeg vriendin één mij ineens: 'Geloof jij in God?' Daarna kregen we binnen drie minuten slaande ruzie. Godsdienstoorlogen beginnen altijd heel klein.

'De lekkerste chips ...', herhaalde ik.
'Pffffffjoe moelukke', zei ik.
'O wacht ik weet het!', riep ik.
'CHIPITOOOOS!', riep ik.

Chipito's zijn in principe de vieste chips maar op een dieper niveau toch weer de lekkerste.

'Ooh ja chipitoooos', zei vriendin één.
'Je kwijlt weer', zei ik.
'Jij ook', zei vriendin één.
'Ik vrat zo een zak leeg', zei ik.
'En dan nóg honger hè', zei vriendin één.
We schudden onze hoofden.

Daarna was het even stil, verzonken als we waren in onze eigen particuliere Chipito-herinneringen die we liever niet met elkaar wilden delen.

'Wel', zei vriendin één.
'Ik ben er reeedelijk vanaf nu, van de Chipito's.'
Ze zuchtte.

Misschien was het omdat ze klonk alsof er een opname in een kliniek aan te pas was gekomen. Of puur door de zucht. Hoe dan ook: ik schoot in de lach, precies op hetzelfde moment als vriendin één.

'Hahaha!', zei ik.
'Hahahaha!', zei vriendin één.
'Hahahahaha!', zei ik.
'Hahahahahaha!', zei vriendin één.
'Hahahahahahaha!', zei ik.
'Hahahahahahahaha!', zei vriendin één.
'Hahahahahahahahaha!', zei ik.
'Hahahahahahahahahaha!', zei vriendin één.

Men begon te staren.
We kregen het er benauwd van.
En daar moesten we dan weer om lachen.
En daar kregen we het dan weer benauwd van.
Ik hield een hand voor mijn mond.
Vriendin één hield haar buik vast.
Wij keerden ons van elkaar af.
Wij sloegen naar elkaar in de lucht.
Niets hielp.

Het was een vicieuze lachcirkel.
En daar zit geen eind aan hè, aan een cirkel.
Oké, wel aan een cirkel die gelast is of zo.
Maar een lachcirkel, no way.

[The End. Ik denk dat je erbij had moeten wezen.]

22 december 2004

jacq & het verjaardagsfeest /2

Langzaam slenterden vriendin één en ik naar de cadeautafel. Aldaar gearriveerd kwamen wij voor de zesde keer terug op het cadeau dat wij hadden gekocht. Géén mopjeskalender, had vriendin twee een week voor haar verjaardag streng opgetelefoneerd. Liefst iets met re-cep-ten of anders iets met ge-zond-heid, had zij op langzame, duidelijke toon gezegd die ons ertoe dwong om de woorden te herhalen en te doen alsof we meeschreven op een briefje. Soms denken wij dat vriendin twee denkt dat wij niet helemaal goed snik zijn. Terwijl, wij kunnen best dingen onthouden. Oké, onbelangrijke dingen niet, maar de rest wel! Bovendien zijn wij verreweg de leukste en vlotste mensen die vriendin twee kent. Maar goed, we zullen pas worden gewaardeerd als we dood zijn, dat heb ik wel vaker.

Een scheurkalender die niet grappig mag zijn, dat was niet leuk om te kopen zeg. Op een gegeven moment hadden vriendin één en ik allebei een Ultieme Scheurkalender in het hoofd die niet bestond. Een fijne kookkalender die niet te moeilijk was maar ook weer niet zo makkelijk dat er alleen op stond 'Haal een zak patat en zie verder maar'. Dagenlang waren wij op zoek geweest naar de Ultieme Scheurkalender, maar wij hadden hem niet kunnen vinden. Onze kalender was daarom een Tweede Keuze Scheurkalender geworden. Een gruwelijk compromis tussen twee dingen waarop ik hier nu verder niet zal ingaan omdat ik geen idee heb tussen welke twee dingen.

Vriendin twee daarentegen was hartstikke blij met het Tweedekeuzecadeau. Maar daar hadden wij even niets mee te maken.

'Ze móet het ruilen hoor', zei vriendin één verbitterd.
'Pak even het bonnetje', zei ik verstikt.
'We stoppen het bonnetje er nu bij hoor!', riep ik naar de keuken.
'Dan kun je het zelf omruilen!', riep vriendin één.
'Voor iets dat wél leuk is!', riep ik.
'Maar Ik Vind Dit Leuk!', riep vriendin twee.
'Niet te geloven', mompelde ik.

Toen kwam er een andere vriendin van vriendin twee binnen. Vriendin één en ik zeiden hallo op een toon van wij zijn hier kind aan huis en jij niet. Het was niet echt intimiderend bedoeld maar als het zo overkwam was dat natuurlijk meegenomen.

Andere vriendin overhandigde het cadeau aan vriendin twee.
'Zie maar hoor', zei andere vriendin.
'Ik heb 'm zo uit het rek gepleurd', zei andere vriendin.
'Dus je kunt 'm altijd ruilen.'

Vriendin twee begon het pakje open te maken. Vriendin één en ik legden onze kinnen op de schouders van vriendin twee. Flatsj, trok vriendin twee het papier eraf. Ze hield het cadeau van zich af. Vriendin één en ik keken elkaar verbijsterd aan. Het was de Ultieme Scheurkalender. Waarachtig, het was de Ultieme Scheurkalender. Wij hadden hem in het hoofd gehad; de andere vriendin had hem betaald. Konden we ergens heen om stil te gaan huilen?

'Je mag 'm ruilen hoor!', riep andere vriendin.
Vriendin één vloekte binnensmonds.
Langzaam liepen wij naar de woonkamer.
Als één man lieten we ons op de leren bank zakken.
Over krap een half uur zouden wij in een benauwde slappe lach terechtkomen.
Maar dat zou dus nog een half uur duren.
Tot die tijd moesten we zien dat we overleefden.

[wordt vervolgd]

21 december 2004

jacq & het verjaardagsfeest

Vorige week was vriendin twee jarig. Ik ging erheen met vriendin één. Nu bekruipt mij trouwens as we speak het gevoel dat ikzelf dan dus logischerwijs vriendin drie zou heten. Dit geeft mij een rotgevoel. Laten we daarom afspreken dat we mij gewoon De Prinses noemen.

Enfin, vriendin één en ik waren beide moe. Van ons werk, van het spelen met onze kerstpakketten, van de maand december en ook van het leven op zichzelf, in al zijn gedaanten.

'We blijven een uurtje', zei ik en ik gaapte.
'Zeker niet langer', zei vriendin één en zij gaapte.
'Anderhalf', zei ik.
'Waarom!', zei vriendin één.
'Het staat zo onfatsoenlijk', zei ik.
Daar had vriendin één niet van terug.

We waren de eersten. Later die avond zouden wij gezamenlijk in een verschrikkelijke slappe lach terechtkomen. Benauwd zouden wij onze rode hoofden in het leer van de bank proberen te stoppen. Maar dat zou dus pas later gebeuren. Om wakker te blijven tot het zover was, gingen we wat in de keuken drentelen. Kijken of we nog iets konden betekenen voor onze jarige vriendin twee. Oké, eigenlijk om dingen te inspecteren en te verbeteren. Zonder dat we het er ooit over hebben, weten vriendin één en ik dat wij zooveel beter zijn in het rangschikken van dingen op schaaltjes dan vriendin twee. ik denk trouwens dat ík er het beste in ben. En ik denk dat vriendin één denkt dat zíj er het beste in is. Hoe dan ook, samen zijn we er sowieso dus beter in dan vriendin twee. Sterker nog: vriendin twee dénkt niet eens in termen van rangschikken. Als er dus iets te rangschikken valt, dan zijn wij er als de kippen bij, om zodoende te voorkomen dat er rangschikrampen gebeuren.

Maar deze keer mochten wij alleen maar chips in schaaltjes doen. Daar valt echt sneu weinig aan te rangschikken, dat viel mij dus direct op. Ik volstond daarom met het enige malen opschudden van de schaaltjes. Vriendin één volstond er op haar beurt mee enige malen een handvol chips uit het schaaltje te halen, waardoor mijn opschuddende werk voor niets was geweest. Daarom voelde ik mij op mijn beurt genoodzaakt het schaaltje nogmaals op te schudden, waarna vriendin één zich blijkbaar genoodzaakt voelde nog een handvol chips uit het schaaltje te halen. We verzeilden in een vicieuze chipscirkel, op een gegeven moment voelde ik dat heel sterk. Ik gaf vriendin één een klap dat haar tanden rammelden.

'Kunnen wij nog iets anders doen', vroeg ik beleefd aan vriendin twee.
'Misschien later', zei vriendin twee.
'Gaan jullie maar lekker in de kamer zitten', zei vriendin twee.
Het leek wel een bevel of zoiets.

Vriendin één en ik fronsten boos onze wenkbrauwen.
Want daar hadden we dus écht geen zin in, hè.
Dus wat deden wij.
Wij gingen eens een kijkje nemen bij de cadeautafel.

[wordt vervolgd]

20 december 2004

jacq is helemaal in de wokken

Gisteravond heb ik voor mijn vriend gewokt.
Dat kwam zo: ik zei het is óf wokken óf tapdansen met zang.
Hij koos voor de wok.

Ja, beste mensen, nadat ik stil en beheerst met het kerstpakket naar huis was gefietst en daarna wild met messen tekeer was gegaan, bleek het alras: een serieus wokgebeuren. No kidding!, riep ik. De tragiek! Enfin, Anneke raadde het direct en zij krijgt van mij een ferme handdruk, hoewel zij eigenlijk wel fijne zoenlippen heeft.

[Uit sommige comments op het vorige stukje bleek maar weer eens dat een aantal mensen de stukjes op het lief dagboek dan wel trouw leest, maar er zich naderhand Bitter Weinig Meer Van Herinnert. Of de verkeerde dingen. Of net andersom. Mr. Big die in mijn waterfilter zou zitten. Dat kan niet eens, daarvoor is hij te groot. En alsof ik de SatC dvd-shoebox al niet allange van de Sint had gekregen! Ik snap dat niet. Ik schrijf helder en recht door zee. Ik maak korte. Zinnen. Mijn boodschappen zijn wijs. Het zijn vaak doordenkertjes, maar dat weet iedereen. Peinzend met jullui wijsvinger tegen de bovenlip tikkend moeten jullie de dag door. Zo zie ik jullie het liefst en zo hield ik van jullie. Maar dat blijkt dus allemaal een leugen.]

Oké, tot slot een foto van het kerstschaap, dat zich elk jaar weer moedeloos moeiteloos in zijn rol schikt.


17 december 2004

jacq weet inééns weer waarom



En, wat zat er bij U in dit jaar?, vroeg jacq quasi-blasé maar met rode konen. (Ooh, ik voel me zoo onderdeel van!)

NB: wie raadt wat er in mijn kerstpakket zat, die krijgt een dikke smok danwel een ferme handdruk. Ik geef jullie een hint: ik heb er in november nog fijnzinnig tegenaan gespuugd! Struin dan toch dat archief af, strúin!!

16 december 2004

a day at the office /2

'Maar wat doen we daarmee', vroeg de ene vrouw.
Vrouwen stellen alleen maar vragen.
'Op een x moment moeten we dat bespreken', zei de man.
Mannen geven alleen maar antwoorden.

Ik roerde in mijn koffie.
De lepel schraapte hard over de bodem.
De anderen keken op.
Ik stak de lepel in mijn mond.
Het voelde fijn in mijn mond.

'Ja, misschien goed om het daar eens over te hebben', zei de ene vrouw.
'Ja, op een x moment iedereen bij mekaar', zei de man.
Hij keek of hij het voor zich zag.
'Op een x moment in de toekomst dan', zei de man.
'De nabije toekomst?', zei de andere vrouw.
Die werkte er nog niet lang.
'Dit jaar niet meer', zei de man.
'2005 dus?', zei de ene vrouw.
'Eerst de koppen dezelfde kant op', zei de man.
'Maar wannéér is dat het geval!', riep de andere vrouw.
Volgend jaar zou zij outgeburnd zijn.
'Wel, op een x moment dan eh', zei de man.

Ik keek om me heen.
Niemand zag mij.
Dat voelde fijn.
Ik ging naar een stil plekje in mezelf.
Daar ging ik liggen op een bed.
En toen ging ik heel hard lachen.
Net zolang totdat de tranen over mijn wangen stroomden.
Dus het kan ook huilen geweest zijn.

--
zie ook:
deel 1

15 december 2004

jacq is een medemens

Gisterenmiddag hielden een jongen en een meisje mij staande op straat.

'Mogen we jou iets vragen', vroegen zij.
'Euhm ...', zei ik.

Het jongen en de meisje deden mij namelijk sterk denken aan het tweetal dat eerder deze week voor mijn deur stond.
'Mogen we jou iets vragen', hadden zij gevraagd.
'Maar natuurlijk!', had ik geroepen.
'Vraag maar raak!', had ik geroepen.
'Hoe kan ik helpen!', had ik geroepen.

Ik ben namelijk een medemens.

'Wel', was het meisje begonnen.
En daarmee was haar taak voorbij.
'Wij willen jou iets over Jezus vertellen', had de jongen gezegd.
'Ahá', had ik vroom gezegd.
'Maar kijk, mijn kat is ziek', had ik toen gezegd.
In zijn hoofd, vulde ik in mezelf aan.
Dan was het geen leugen.
Is Boris V. normaal? Nou dan.
'En hij kan niet alleen zijn', had ik gezegd.
'Tot ziens hoor!', sloeg ik de deur dicht.

Vandaar dat ik een beetje huiverig was.
Huiverig was het woord.
Steenkoud het was.
Het vroor.
En de jongen en het meisje keken blij.
Veel te blij.

'Euh?', zei ik.
Meer kwam er niet.
Maar ik was nu al bang om verstrikt te raken in leugens.
Leugens over Boris V.
Een web van leugens.
Ik zou erin verstrikt raken!
Och, dat zei ik al.

'Mogen wij een foto van jou maken', vroeg het meisje.
En ik sloeg om als een tang op een varken.
Een blad in de wind dat is.
'Waar is het voor', zei ik nadat ik spontaan in de lens had gelachen.
'Voor een website', zei het meisje.
'Met allerlei mensen erop', zei de jongen.
'Jonge en oude', zei het meisje.
'Mooie en lelijke', zei de jongen.
'Dus vandaar!', zei het meisje.

'Ahá', zei ik.
En sindsdien lig ik op de bank met maar één vraag.
In welke categorie hoor ik.

14 december 2004

jacq en de warme, warme stoel

De zwarte bolide waarin wij even geleden mochten rijden, hè. Weet je wat daarin zat?
Stoelverwarming!

Het is onbeschrijflijk wat dat doet met je lichaam maar eigenlijk ook met je ziel. Ik werd er in elk geval direct een beter mens van. Nóg beter jacq? Nóg beter, kinders.

Wel raak je wat verwend als je eenmaal gewend bent aan de luxe. 'Weet je waar ik nu zo van baahaal', zei ik met slepende stem tegen mijn vriend. Aan een slepende stem herkent men de verwenden.
'Geen idee pop', zei mijn vriend.
'Waarom heeft zo een kut-auto geen voetverwarming!', riep ik.
Mijn vriend draaide aan het verwarmingsknopje.
'Nee! Nee!', riep ik.
'Ik bedoel iets anders!', riep ik.
'Dat je je voeten in twee met schapenbont gevoerde laarzenzakken laat glijden en dat je dan instante hitte op de voet krijgt!'

Waar ik trouwens schapenbont zei, moet het schapenwol zijn.

'In-stan-te hitte!', herhaalde ik.
Ik moest denken aan instant pudding.
Knalgeel.
En knalroze.

Of, zoals vriendin één zou zeggen: 'Hee leuk, knalroise!'
Niet rwaze, gewoon: roi-se.
Het is een spraakgebrek.
Maar ik plaag haar er niet mee.


Instante hitte, dacht ik.
Du moment dat je de hitte wil.
Dat je 'm dan ook krijgt.
Omdat je het waard bent.

Dus dat ontbreken van die voetverwarming, dat is echt een misser.
Dat zei ik ook tegen mijn vriend.
Die moet er immers een stukje over schrijven.
Dus die moet het aankaarten.

13 december 2004

uit het geheime leven van een loonslaaf

Nou mensen wat ik vandaag toch allemaal heb meegem

jacq begint een nieuw leven

Jacq gaat vanaf vandaag drie dagen per week naar Kantoor.

En ze heeft een kerstster gekocht.
En kerstverlichting, roze kerstverlichting.
Of, zoals vriendin één altijd zegt: 'Oh leuk, roise'.

Waar dit heen gaat, wij weten het niet.
Maar we dachten: we melden het even op het internet.
Dan is er tenminste schriftelijk bewijs van.



12 december 2004

jacq doet een onthulling

Morgen dan.
Vandaag alvast een tip from the sluier.

Dit hierzo:


10 december 2004

de wondere wereld van de vogeltrek

Zoals ik vorige week al zei: de vogeltrek, dat is wel zoiets moois. Een paar weken geleden zat ik naast mijn vriend in een snelle zwarte bolide met een open dak dat dicht zat. Ik ben niet gek, het sneeuwde jah!

Ik leunde met mijn hoofd naar achteren tot mijn nek geheel geknakt was. Ik bedoel hiermee trouwens niet dat ik dood was maar slechts dat ik door het open dak een heel stuk lucht kon zien. Dwars door de traag vallende vlokken heen, vloog een sliert vogels. De sliert zag er wat slordig uit. In prentenboeken vliegen vogels vaak in een strakke V. Dat is de V van vriezen, zei mijn opa dan. Ik vond het fijn dat de vogels op die manier aan ons, de mensenkinderen, uitlegden waarom ze er vandoor gingen. Het Vroohoor, dáárom!

We stonden stil voor een stoplicht. Ik bewoog mijn getergde nek iets. Ew, ew, ew, klonk het pal boven ons. Aan deze sliert kon je zien dat de V oorspronkelijk het uitgangspunt was geweest, maar dat de vogels zich Vrijheden hadden Veroorloofd. Ook in de vogelwereld zijn termen als democratisering en individualisme natuurlijk langzaamaan doorgedrongen. Hoe huidige opa's de wazige W-vormen of zoms selfs Z-vormen aan hun kleinkinderen uitleggen, ik zou het niet weten.

Het waren vogels met een doel, dat zag je zo. Door niets en niemand lieten zij zich afleiden van hun edele missie: op zoek naar een land waar het een beetje warmer zou zijn. Mietjes zijn het.

Zou er nou nooit eens een vogel tussen zitten die er vanaf zag? Of van die vogels die dachten: ik vlieg eik net zo lief met Transavia. En dan zo slurpend die motor in gezogen werden? Een stukje van hen zou dan trouwens zeker in een warm land aankomen. Maar vliegen, neen dát zou nooit meer kunnen. Ik boog mijn nek nog een stukje verder. Ik volgde de sliert die steeds verder van ons afvloog. En toen ineens verschenen er twee vogels in mijn gezichtsveld. Twee vogels die vlogen alsof hun leven ervan afhing. Ik kon hun scheurende ademhaling haast horen. Hadden ze gevloekt toen ze hadden beseft dat ze te laat waren geweest? Ondanks hun vliegende haast vlogen ze netjes achter elkaar. Het was alsof ze alvast een wit voetje wilden halen bij de oppervogel, die ongetwijfeld boos zou zijn. 'Maar het moet gezegd, ze vlogen keurig achter elkaar', zou de oppervogel hardop peinzen, terwijl de twee laatkomers deemoedig hun kop lieten hangen. Of stonden de twee gewoon bekend als drugsvogels, studentenvogels of langharig tuig waarvan de rest van de vogels had gedacht: geen slapende vogels wakker maken, laat ze hier maar fijn dood vriezen!

Maar is er eigenlijk wel een oppervogel, aan het begin van elke V, W of Z? Of is het een kwestie van er snel bij wezen? Bestaan er wel drugsvogels? Is de ene vogel slimmer dan de andere? En zijn alle vogels niet gewoon vrienden van elkaar? Ik zou het ze wel willen vragen, maar ze zijn dus net allemaal het land uit.

09 december 2004

jacq wil ogen in haar achterhoofd

Caissière 1 tikte caissière 2 op haar schouder.
Zij fluisterde haar iets in.

'Ow?!', zei caissière 2.
'Ja zeg 'k heb toch geen oge in me achterhoofd!', riep caissière 2.

Toen draaide zij zich weer naar mij toe. Om de een of andere reden keek ze mij scherp aan. Ik knipperde. Ik knikte. Ik had geen idee waar het over ging. Maar het is nu eenmaal mijn lot dat volslagen vreemden mij vaak scherp aankijken voor het leveren van een stukje bijval. Ik haalde mijn schouders op en knikte nogmaals. Deze specifieke bijval viel mij niet moeilijk. Caissière 2 had hartstikke gelijk natuurlijk. Caissière 2 had geen ogen in haar achterhoofd.

Maar direct daarna dacht ik: waaróm eigenlijk niet? Waarom hebben wij mensen geen ogen in ons achterhoofd? Het is toch niet zo dat God per mens maar twee ogen ter beschikking had en gewoon moest kiezen? Dat er een soort van bijbelkwistijdsbalkje meeliep en dat God maar vijftien seconden had? En dat God toen dacht: euh ... pfff ... nou ok, dan maar aan de voorkant!

God is God. God had ons ook vier ogen kunnen geven. Of desnoods zes, of acht. Ja, of zeven. Want dat gedoe van alles in tweetallen (twee oren, twee ogen, twee neuze mon benen, twee armen), dat is natuurlijk ook een beetje een ark van Noach-stramien waaraan iemand als God met gemak had kunnen ontstijgen.

Ogen in je achterhoofd, dat maakt hele fenomenen overbodig. Zoals dat mensen met hun ogen gaan rollen als jij voorbij bent gelopen. Kan niet meer. Achter iemands rug om dingen bekokstoven, forget it! Wat ook fijn is, is dat je niet meer over je schouder hoeft te kijken. Feitelijk kunnen de schouders dan dus gewoon weg. Wou ik de schouders graag inruilen voor een oog waarmee je om een hoekje kunt kijken. Want dat lijkt mij dus pas echt tof!

08 december 2004

jacq en het wonderbare waterfilter

Ik vergat het steeds maar te vragen. Het viel mij steeds maar niet in. Ja, als ik 's nachts op bed lag, dan viel het me in. Maar dan kon ik er zo weinig mee.

Maar gisteravond viel het mij in.
En ik kon er ook nog wat mee.
'Oh voor ik het vergeet!!!, riep ik tegen vriendin één.
'Hoe vind je het BRITA WATERFILTER!!!!!', riep ik.
Mijn stem sloeg een beetje over.
Dat kwam, nee ik weet niet hoe dat kwam.

'Geen idee', zei vriendin één.
Zij bleef roeren in de pan waarin zij roerende was geweest.
'Hij zit nog netjes in de verpakking.'
Roerend roerde zij verder.

Ik liet een stilte vallen.
Net zolang totdat vriendin één omkeek.
'Ik ben er zeer over te spreken', zei ik ernstig.
'Zeer, maar dan ook zeer.'
Vriendin één stopte met roeren.
'Waarover?', vroeg vriendin één.
'Het BRITA WATERFILTER!!!!', riep ik.
Ongelovig keek vriendin één mij aan.
Maar hiermee wist ik wel raad.
'Het water uit de Brita waterfilter', zei ik.
'Smaakt stukken beter dan gewoon kraanwater. Dit komt omdat het nee de nee het nee de waterfilter alle slechte giftige doodlijke stoffen er hupsakee uitfiltert', zei ik.
Lidwoorden, praat mij er niet van!

'Zo blijf je langer leven', zei ik.
'Langer dan mensen zónder Brita waterfilter in elk geval', zei ik.
'Veel oh ja veel langer!'
Ik lachte onheilspellend.
Ik heb immers die gave.
Het zou zonde zijn om er niets mee te doen.

'Echt niet', zei vriendin één.
'Ik zweer het', zei ik.
'Echt niet', zei vriendin één.
En zij roerde voort.
Maar haar roerhand, haar roerhand beefde licht.

07 december 2004

jacq doet een telefoon

Ik zat nog een beetje in een roes van postkantoorgelukzaligheid.
Maar daar weten ze wel wat op, daar bij het postkantoor.

Ik wilde een vriendin een kaartje sturen. Maar hee, zie ik eruit of ik adressen kan onthouden? Straal ik soms uit dat mijn agenda in mijn tas zit? Mijn agenda ligt gewoon in mijn werkkamer, naast mijn toetsenbord. Tenzij ik zelf in mijn werkkamer zit, achter mijn toetsenbord. Dan zit mijn agenda in mijn tas.

'Mag ik wel even het telefoonboek inzien', vroeg ik beleefd.
'Alstublieft', zei ik erachteraan.
Dat maakt soms alle verschil van de wereld.
Moet je zelf ook maar eens op letten.
'Nee', zei de postkantoorman.
'Nee?', zei ik.
'Nee', zei de postkantoorman.

Ik staarde de postkantoorman aan. Hij deed niet eens moeite om zijn gezicht te bewegen. Zijn gezicht stond alsof hij alleen thuis was. Alles hing. Nog geen spiertje trok hij op. Ik keek om me heen. Waar was de fijne postkantoorman? Maar die was er niet.

'Een telefóónboek bedoel ik, hè', zei ik.
Het kon immers zijn dat de postkantoorman iets anders had verstaan. Pornoplaatjes. Of het nieuwste boek van Dan Brown, bijvoorbeeld. In het laatste geval zou ik trouwens zelf ook uitdrukkingsloos gaan kijken, daar moet ik eerlijk over zijn. Ik ben al negen weken bezig in de Da Vinci-code en ik zal jullie er dit van zeggen.

[er valt een onbehaaglijke stilte op dit weblog.]

Wel nu ja, ik weet niet eens wát ik ervan moet zeggen. De Da Vinci-code gaat over letters van een woord door elkaar husselen, zodat je dan ineens weet wat diegene die inmiddels dus dood is, heeft bedoeld. Op de sociale akademie noemden wij dat indirekte kommunikaatsie en het was niet goed. Ooh nee zeg, het was zeker niet goed.

'Een telefóónboek dus', zei ik.
Met mijn duim en mijn pink beeldde ik uit dat ik aan het telefoneren was.
Het ging er geanimeerd aan toe.
Volgens mij had ik vriendin één aan de telefoon of zo.

'Doen we niet aan', zei de postkantoorman.
'Doen jullie niet aan?', zei ik.
'Doen we niet aan', zei de postkantoorman.
'Kom op nou', zei ik.
Het was tijd om het over een amicale boeg te gooien.
Dat kan soms helpen.
'Tot ziens hoor', zei de postkantoorman.
Maar soms ook niet.
Over mijn hoofd heen staarde de postkantoorman naar achter mij.
Naar de volgende klant.
Die er niet was.

En wat bleek: de fijne postkantoorman was ook nog ontslagen!!
Oké, dat verzin ik er nu bij, maar het zou hebben gekund.

06 december 2004

jacq luuuvs americo!!


03 december 2004

jacq en americo wie?!

Waar ik ook niet goed tegen kan is dit.

Sinds wanneer heet dat peerd Americo!
In maaain taaaid was het gewoon een schimmel.
Een vieze vette nee gewoon een fijne sympathieke schimmel die geen naam had.
Je riep gewoon: 'Hee schimmel, jij daar!'
Zag je die schimmel helemaal ineenkrimpen.
'Hee schimmel, kom es hier als je durreft!'
En dan zei de schimmel meestal iets als:
'Zie, ginds komt de stoomboot!'
En dan keken wij allemaal richting ginds.
En dan galoppe rende hij snel weg.
Schimmels zijn laf.
Zonder Sint erop zijn het echt een soort ... insecten of zo.

02 december 2004

jacq wil geen vogel zijn

Ik wou jullie iets vertellen over de vogeltrek.

Nu zullen jullie denken: die jacq, wat heeft zij toch met vogels en zo. Ziet zij ze vliegen en wat kunnen wij hieraan doen.

Welnu, neen, ik heb niet eens zoveel met vogels. Mij schiet nu bijvoorbeeld direct een vroeger vriendje in gedachten die mij na de eerste zoen toefluisterde dat hij zo graag een vogel zou willen zijn. Ik keek hem aan met halfopen mond. Ik nam aan dat er een kwinkslag zou volgen. Maar zijn blik bleef ernstig. Devoot staarde hij omhoog, terwijl hij doorging over wolken & je grenzeloos laten meevoeren op de lucht van ... nou ja gewoon de lucht in het algemeen geloof ik. Ik richtte mijn blik naar de grond. Mijn hart fladderde. Maar niet om de goede redenen. Ergens achterin mijn hersenen begon Randy Crawford te zingen, steeds harder. En in mij was een diep weten: deze relatie was geen lang leven beschoren.

De relatie duurde inderdaad niet lang. En hij was zeker te kort voor de vragen die mij nog lang enigszins prikkelden. Ikzelf had nog nooit iets anders dan een mens willen zijn. Ik had niet eens geweten dat je kon dénken aan iets anders zijn dan een mens. Hoe kwam iemand erbij om een vogel te willen zijn? En ging het dan om een echte vogel? Dus dat hij zelf in plaats van mens vogel zou willen worden? Of had hij meer zo'n idee van wel mens blijven maar dan met vogelige eigenschappen? Ineens zag ik hem in een Pino-pak. Ik was opnieuw blij dat het uit was.

Enfin de vogeltrek, waarover ik jullie wilde schrijven.
Dat is wel zoiets moois.
Dat moet niet in hetzelfde stukje als een Pino-ex.
Dus ik wou het hier even bij laten.

01 december 2004

jacq en de ijsvoeten

Stil schoof ik naast hem in bed.
'De kaas is zwaar', zei mijn vriend.
Het klonk helder.
Zo helder dat ik als het ware mee ging denken
over de zware kaas.
En wat we eraan konden doen.
Toen sloeg ik mijzelf voor het hoofd.
Mijn vriend klinkt altijd helder in zijn slaap.
Maar het gaat echt nérgens over.

Ik stak mijn ijsvoeten tussen zijn benen.
'Oehoehoe', jammerde mijn vriend.
Mooi is dat altijd.