jacq raakt ontroerd door een liedje
[Ja, jullie dachten dat ik klaar was met dat kutdorp. Maar dan kennen jullie mij nog niet!]
'Ik tel gewoon de lege, lange dagen', baalde Marco Borsato.
Ooit, heel maar dan ook heel lang geleden, zong hij het ook.
Ik wist het nog goed.
Ik zat in een radiostudio te wachten tot het nummer voorbij was en ik mijn praatje moest doen. Mijn keel zát al dicht, en toen begon Marco er ook nog eens over. Ik zag mezelf in de ruit die mij scheidde van de technicus. Een meisje zag ik, met licht haar. En niemand was bij mij. Ik genoot van het idee dat ik ontroerd raakte door een liedje. En toen haatte ik mijzelf daarom. Halve minuut, zei de technicus. Ik knikte. Even slikken en weer doorgaan.
'Ik neem een appelbeignet', zei de man.
'Ik neem ook een appelbeignet', zei de vrouw.
'Twee appelbeignets', zei de man tegen het meisje.
'En doe mij er ook maar een', zei de vrouw.
Zuchtend trok ik mijn opschrijfboekje tevoorschijn.
Naast mij lonkte een heel jonge jongen naar mij.
Ik kon niet opkijken, of hij glimlachte.
Het is niet te geloven wat ik soms losmaak.
De vrouw haalde een papieren zakje uit haar tas. 'Oh ja', zei de man. Hij wreef in zijn handen. De vrouw haalde een ansichtkaart uit het papieren zakje. Ze hield haar rechterhand op. De man gaf haar een pen.
'Slecht weer', zei de vrouw.
Ze keek naar de man.
Hij knikte.
Ze schreef het op.
'Goed hotel', zei de vrouw.
Ze keek naar de man.
Hij knikte.
Ze schreef het op.
'Geweldig eten', zei de man.
De vrouw keek op.
Haar mond werd zuinig.
'Goed eten', zei de vrouw.
En ze schreef het op.