stukjes jacq

30 juli 2004

spinnen leven in paren

Toen ik dat flauwe grapje wou maken over wepsenfamilies die op de begrafenis komen, bedacht ik me ook iets anders, over een heel ander insect. Geen idee waarom mij dat ineens te binnen schoot. Het was alsof mijn hersenen dachten: wel, we zitten nu toch in de map insecten, misschien wil je daar verder nog iets mee.

Spinnen leven in paren, zei ooit iemand tegen mij. Ja inderdaad, ik zal even de context schetsen. Ik was toen net een nachtlang geterroriseerd door een enorme spin in mijn slaapkamer. Elk half uur trok de spin een sprintje van de ene kant naar de andere. Ik bedoel: een spin is eng, maar een rennende spin - dat is pas echt afschuwelijk. 'Zuig hem op', zei de vriendin over de telefoon. Maar een spin in mijn handpalm, met alleen een stuk stofzuigerslang ertussen - echt niet! Jawel, Boris V. was reeds in mijn leven, maar daaraan heb je vrij weinig in crisissituaties, dat valt me so wie so op. Ik bedoel: dan zit jij in een crisis, maar dan gaat hij ineens in een nog érgere crisis zitten! Nee, Boris V. kwam gewoontegetrouw niet verder dan heel hoge sprongen maken en één spinnepoot opeten & uitspugen.

(Kortom, het was echt afschuwelijk mensen.)

'Spinnen leven in paren, wist je dat', zei de man die mij de volgende ochtend van de spin kwam verlossen. Enigszins speurend keek hij rond. Hij tuitte zijn lippen alsof hij hoopte elk moment te kunnen zeggen: 'Ahá, daar zullen we het mannetje hebben!' Ik staarde de man aan. Ik zocht steun tegen een muur. Zou ik dadelijk gaan flauwvallen? Er zat niet eens een dreigend muziekje onder, maar ik had direct zin om de rest van deze film vanachter de bank te gaan bekijken. Alleen was het geen film. Maar gewoon mijn eigen leven. En je eigen leven, dat kun je dus niet vanachter de bank bekijken. Ook niet kleine stukjes, die te eng zijn. Dat je 't daarna gewoon weer oppikt. Nee dat kan dus niet. Je moet er gewoon doorheen. Wat vreselijk eigenlijk hè.

[The End]

29 juli 2004

laat de weps met rust!

Vriendin één is bang voor wepsen. Niet gewoon rustig bang, zoals ik ook voor het hele leven. Neen, meer bang in de zin van dat iedereen dat moet weten. Ooooh echt jacq ik ben echt doodsbang. Serieus hoor! Heeel erg bang dus! Supersonies bang!

Dus wat krijg je als je met vriendin één op een terrasje zit en er komt een weps aan. Ja, dan krijg je dus dat ze gaat rennen. Gewoon kriskras dwars over het terras, maakt niet uit wie er zitten. En dan vooral dat doen wat wepsangstige mensen wel vaker doen. Wild met 't hoofd schudden, dan met opengesperde ogen stokstijf gaan staan om te zien of de weps al weg is, dan weer een stukje rennen, en dan weer wild met 't hoofd schudden. Want die weps denkt natuurlijk ook: hahahaha, oh geweldig dit, in tijden nait zo gelachen! Maar ja, dát doorzien wepsangstige mensen dus niet hè. Die kunnen niet even uit zichzelf stappen (als het ware) en het grote plaatje zien. Die zien helemaal niks. Ja, overal wepsen.

Wat wul het geval. Er is een wepsenplaag in Nederland. En ook eentje op het balkon van vriendin één. Wat doet ze. 'Ik sla de hele dag wepsen dood jacq', zei vriendin een via de telefoon tegen mij. 'Doe niet zo dom, vriendin één', zei ik. Want wij kunnen echt alles tegen elkaar zeggen, hoor. 'Doe niet zo dom', zei ik. 'Je moet wepsen met rust laten, en niet dood gaan slaan. Dan worden ze boos en dan ...'.

Ik stokte. Ik had eigenlijk dat überflauwe belegen grapje willen maken over dat als je een weps doodslaat dat dan de hele wepsenfamilie op de begrafenis komt hihaho! 'En dan wat, jacq?', hijgde vriendin één, die naar mijn idee verward over haar balkonade aan het rennen was. 'Nee laat maar', zei ik. 'Nee zeg nou', zei vriendin één. 'Nee laat maar', zei ik. 'Nee zeg nou', zei vriendin één. 'Nee laat maar', zei ik.

En dat ging zo nog uren door.

28 juli 2004

de onechte lach van de ligfietser

Nu dan eens een serieus onderwerp. Er zijn dingen waarover je nooit iemand hoort. terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Ik denk bijvoorbeeld aan de verpletterende ongemakkelijkheid van de ligfiets. Ik heb nog nooit iemand op een ligfiets zien fietsen en dat het mij dan tussen de ogen raakt van 'WOW ZEG, dat ziet er rielekst uit!'. Integendeel, het ziet er in het geheel niet rielekst uit. Het ziet er ongemakkelijk uit en met nekklachten.

Desalniettemin: ligfietsers komen je meestal fijntjes lachend voorbij fietsen. Mensen die fijntjes lachen moet je so wie so niet vertrouwen, maar dat is een ander onderwerp. Oh, ik lig hier fijn hoor, wil het fijne lachje van de ligfietser zeggen. Ik lig hier zo enorm fijn te liggen!

Ik geloof er geen ruk van. En het ziet er ook wat lui uit, alsof een ligfiets alleen bedoeld is voor werkschuw tuig, zoals wij dat vroeger nog wel eens noemden. In het leven moet je keuzes maken. Of je blijft in bed liggen. Of je gaat iets doen. Het kan niet allebei. Je kunt niet iets doen, en dan ondertussen tóch min of meer op bed blijven liggen. Want zo ziet het er wel een beetje uit, mensen op een ligfiets! Ik bedoel: stel ik wil de handeling tv kijken doen. dan ga ik toch ook niet op de bank liggen of zo. Oké fout voorbeeld maar dan noooog.

Ik heb het trouwens nu wel over ligfietserS meervoud, maar zoveel zijn er niet. Ik denk maar een stuk of vijf in heel Nederland. Och, waar maakt gij zich dan zo druk om, sufknuppel jacq? Wel, gewoon om toch vanwege. Ik zal jullie zeggen: ik heb de indruk dat er een club van ligfietsers bestaat en dat die club bestaat uit drie ongewassen mannen met baarden en sandalen, maar dit is verder geen vooroordeel. En die andere twee Nederlanders met een ligfiets dan?, hoor ik jullie vragen. Wel, die hebben hun ligfiets ooit halfdronken om vier uur 's ochtend gekocht van een junk (zeg nooit junkie, dat is zó Christiane F.) en niemand wilde hem vervolgens jatten. Al bied je 'm aan, dan nog wil niemand hem hebben. Al geef je er geld bij, dan nog niet. Mensen wenden zich walgend af. Veroordeeld tot een ligfiets, ook erg.

Want volgens mij heb je ook veel meer kans om overreden te worden op een ligfiets. Ik bedoel: je ligt feitelijk al op straat, alleen een stukje hoger. En als zich een gevaarlijke situatie aandient, kun je niet kloek van het zadel jumpen, maar is het eerder een kwestie van hehe poeh poeh, eens even overeind komen om te zien wat of er daarzo aan de hand is. Nou, voordat je die gedachte af hebt gemaakt, kun je als ligfietser reeds dood en vermorzeld wezen.

Haha, dat is wel een tof einde zo.

27 juli 2004

van de slagroom en de kift

Ze waren met zijn zessen. Drie mannen, drie vrouwen. Helemaal uit Limburg. Dat zag je niet, dat hoorde je. 'Ik nim een appelpunt met slagroom', zei een van de mannen. Het klonk als een vraag. In het Limburgs klinken alle mededelingen als een vraag. En alle vragen als een mededeling. Ik moest me bedwingen om de man niet na te zeggen. Net zo vaak tot ik zijn intonatie feiloos onder de knie had. Dat heb ik altijd met Limburgs. Dat ik het wil nazeggen, tot ik het onder de knie heb. Kun je jaren lol van hebben. Gewoon in jezelf dan.

Daar kwam de appeltaart. Met een enorme dot slagroom. De man nam een grote hap. De vrouwen keken toe. 'Nou nou, Sjef', zei er een lachend. Dat was de kift. Vrouwen zijn altijd jaloers op mannen die onbekommerd eten. Feitelijk zijn vrouwen jaloers op alle mensen die onbekommerd eten. Kinderen. Huisdieren. Verstandelijk gehandicapten. 'Wilde gij een hap!', vroeg Sjef. Maar de vrouw sloeg een stuk lucht weg met haar rechterhand. Zij een hap, zij ging nog liever eerst dood.

Sjef stak zijn vork in de dot slagroom. De vrouwen keken ongeinteresseerd. Maar in gedachten smeerden ze Sjef ermee in en likten dan de slagroom van hem af.

Toen stak Sjef de dot slagroom in zijn geheel in zijn mond.
Ik sloeg een hand voor mijn mond. De vrouwen ook.
'Sjef, dat moet ge uit-sme-ren??', riep een van de vrouwen.
'Och nee, dat is zo niet goeoed??', riep de tweede.
'Mmmm??', zei Sjef.

De vrouwen konden er niet over uit.
'Dat vindt hem lekker', zei vrouw drie gelaten.
Die was met hem getrouwd, dat zag je zo.
'Zullen wij afrekenen', riep vrouw twee.
'Tsjongen zeg', zei vrouw twee.
Toen gingen ze heel druk met elkaar praten.
Dat helpt vaak om minder aan slagroom te denken.

26 juli 2004

jacq voelt de tranen prikken

Soms had ik het moeilijk. Vooral heuvel op. Ga maar, ga maar, hijgde ik dan tot mijn vriend. En dan ging hij. Dan kon ik naar zijn achterwiel staren en mijzelf vergeten. Maar toen werd ik ingehaald. En nog eens.

En toen fietste er een voltallige Duitse familie tussen mij en mijn vriend in. Allemaal achter elkaar fietsten wij, omdat het pad geen ruimte bood voor samen fietsen. In een bocht zag ik hoe wij een trein van fietsers vormden. Het leek alsof mijn vriend het hoofd van de familie was, bedacht ik hijgend. En alsof ik een Duits adoptiekind was, waarvan het oorspronkelijk de bedoeling was geweest dat het zou worden opgevoed tot een echt fijn kind maar dat er in werkelijkheid maar een beetje bij hing. Langzaam raakte ik echt achterop. Ik voelde de tranen prikken. Niemand zag naar mij om. Alleen op de wereld. Au. Ja, het was wel een fijn gevoel.

Vlak achter mijn vriend reed een Duitse blondine. Mijn vriend schudde even met zijn hoofd. En zag ik hem daar gebaren? Oh shit, dacht ik. Hij denkt dat ik achter hem rijd. Hij vertelt verhalen, die voor mij bestemd zijn. Misschien wel geheimen die niemand anders mag weten. Of dingen die hij mij altijd al had willen vertellen maar dat hij het niet durfde. Misschien maakte hij de verkering met mij wel uit, daar vooraan op die fiets met de Duitse blondine. Dan kwam ik straks naast hem fietsen, en streelde hem over zijn wang. En dan zou hij opgelucht in zichzelf verzuchten dat ik het goed oppakte. Geen hysterische scènes gelukkig! Hoe lang zou het misverstand voortduren? Als morgen de langzame boot sloom de Waddenzee overstak en ik nog immer vrolijk en verliefd deed, wat zou hij er dan van denken? En als hij mij bij het afscheid de hand zou toesteken - welnu, tot ziens jacq, het ga je goed - zou ik dan de slappe lach krijgen? Totdat zijn auto met een stofwolk aan de horizon verdween dan? Hoe hard zou ik huilen? En hoe lang?

Ik trapte en ik trapte.
Ik trapte de ganse Duitse familie voorbij.
Net zolang tot ik bij hem was.

'Ha daar ben je', zei mijn vriend.
'Ik blijf voor altijd naast je fietsen', zei ik.
Maar daar kwamen al weer tegenliggers aan.
Dus dat ging niet door.

25 juli 2004

jacq zegt sorry

Nou moet ik er vooraf bij zeggen: wij hebben weinig geruzied hoor. Nee echt. Het was allemaal in goede harmonie. Er werd veel geroepen van ooooooch wat skitterend. En gewezen van ooooooch kijk toch eens daarzo. Ook fietsten wij in stilte. Dan pakte hij mijn hand. En dan schoof ik mijn vingers door de zijne, net als die allereerste keer dat wij dat deden. Dat was op een ander eiland, maar het leek er wel op.

Tuurlijk, er waren ook mindere momenten. Soms sloeg hij linksaf als ik had gezegd rechts. Soms was ik gestopt en flauwgevallen en hij al drie dorpen verder voordat hij omkeek. En één keer riep ik klootzak, en dat draagt heel ver maar dat komt door het duin of zo. En omdat het verder zo stil is. Ben ik niet gewend, ik ben van de stad ja. Maar dat was maar één keer dus. Sorry.

[wordt vervolgd]

23 juli 2004

duuuuuus

Disclaimer onderaan de menukaart van café-restaurant Flaman, Terschelling:

'Deze gerechten zijn altijd al of niet verkrijgbaar, soms in het geheel niet en soms altijd.'

18 juli 2004

jacq zit even op een eiland

Eerst dacht ik: woeps, de drunkenbuurman struikelt over zijn lege drankflessen. Daarna dacht ik: hahaha, daar gaat een stellingkast met inhoud overstag!

Oké, nu blijkt dat het zich allemaal in mijn schuur afspeelde. Wordt het direct minder hilaries van. Voor daderprofielen zie de vorige twee posts.

Even onthaasten, kinders. Boris V. bij opa en oma water en ikzelf naar een ander water. Eerst op de boot, en dan ben je in het buitenland. Tenminste, zo lijkt het. Maar het is niet zo. Duim voor mij dat 't weer meezit op Terschelling. Ik heb ook recht op zomer.

Tot over een klein weekje of zowiets, schreef jacq vaagjes.
Voor ondertussen: een klein, oud vakantieverhaaltje.

16 juli 2004

boris v. en de regentrance

Wel, wat nu weer. Ik kan mijn eigen schuur niet meer in. Overgenomen. Is het nieuwe optrekje van de twee kloterige kutkatjes, en hun grote boze moeder. Zojuist wilde ik er binnentreden en werd toen op een oorverdovend driestemmig geblaas onthaald. Rekten zich daarna weer fijn uit op mijn tuinameublement. Het was echt heel eng en dan lieg ik dus niet. Ik ben vooral bang voor de grote boze moeder. Nou oké, eigenlijk ook voor de kleinen.

Oké, Jacq, hoe komen ze in jouw schuur. Door het dak of zo. Of hebben zij een sleutel. Nee, dat niet. De deur van de schuur staat hier vaak op een kier, dáárom. Dat komt door Boris V. en dát komt weer omdat hier nu eenmaal heel veel dingen door Boris V. komen. In dit specifieke geval heeft het ermee te maken dat Boris V. een bijzondere relatie heeft met de regenval. Ziet hem regen, dan wil hem naar buiten! Gedraagt zich dan als iemand die in een maandenlange droogte heeft geleefd: gaat gewoon midden in de regen staan. Kaarsrecht staat Boris V. daar dan, terwijl zijn vacht de druppels slurpt. Maar het is een vreemd genot. Hij staart donker voor zich uit, en lijkt op een scandinavische film met vreselijke geheimen.

Doe dan toch tenminste je regenjasje aan, gebaar ik vaak door de ruit van de achterdeur. Maar dan zie je hem vaak heel hard pfff doen - en de kop stuurs draaien. Eén ding is echter zeker. Er komt altijd een moment dat Boris V. ineens ontwaakt uit zijn regentrance. En dan is hij boos. Heel erg boos. Ja, op de hele wereld maar voor het gemak dan vooral op mij. Als ik niet te hard zit te tijpen, dan kan ik hier boven horen hoe hij jammerend komt aanlopen en zich tegen de achterdeur gooit. Een verzopen kat, jep. Heel zwaar als je hem optilt. Wring me uit, mama, wring me uit, NU!

Ik kan natuurlijk niet altijd maar weer het eind van Boris V. zijn regentrance afwachten. Soms heb ik nog een leven. Jawel, dat heb ik WEL! Wel. Wel. Enfin, soms doe ik boodschapjes. En dan denk ik: wat nu als de regentrance van Boris V. afloopt terwijl ik kattenbrokjes aan het afrekenen ben. En dan besluit ik: wacht, ik zet de schuurdeur op een kier.

Dus zodoende dus. Maar nu zit ik er dus mee. Ik kan mijn schuur niet meer in. En Boris V. al helemaal niet. Die krijgt al een hartverzakking bij het idee van een andere kat in de buurt. Is in staat 112 te bellen bij de aanblik van jonge katjes. Nee, wij kunnen ze geen van beiden aan. Help.

15 juli 2004

jacq beleeft een tragisch moment

Over de blinden hebben we het later nog wel.
'Sorry ik leg nu neer tuut tuut tuut', schreeuwde ik tegen mijn vriend. Er liepen twee heeeeele kleine katjes in mijn tuin. Och ja, ik ben een sucker voor kleine katjes, dat wist de trouwe lezer al van hiero en daarzoot.

Heel voorzichtig deed ik de keukendeur open. Maar ik was al opgemerkt. Twee zwarte donsjes vlogen onder een struik. Ik zag alleen nog maar kraaloogjes.

'Kom dan bij mamajacq', teemde ik.
De katjes knipperden met hun ogen.
'Kom maar, koom maar', fluisterde ik warm.
De katjes bewogen.
Ze kwamen, ze kwamen.
Maar ze kwamen niet.
Ze gingen alleen een beetje verzitten.
'Kom dan toch even lief klein katje', pruilde ik lief.
Maar de katjes schudden van nee.
Ik stak een moederhand uit.
De katjes deinsden terug.
Irritatie beving mij.
Ik moest die katjes!
Ik moest ze!
Nu!

Het voelde net als dat je chocoladepinda's in huis hebt maar er is nog bezoek. Je proeft al hoe lekker het is maar je kan er niet bij. Wat een vreemde vergelijking jacq. Het is toch niet zo dat je die katjes zou willen opeten? Nee, maar wel knuffelen.

'En nu hierkomen poesjes', zei ik met mijn tanden op elkaar.
De katjes keken onbewogen.
Ze schurkten zich fijn tegen elkaar aan.
Eentje volgde met zijn ogen een mier.
De ander viel bijna in slaap.
'KLOTERIGE KUTKATTEN!!', riep ik.
Ergens ging een raam open.
Hoi hai, zei ik lief tegen de buurman.

Maar van binnen woedde het.
Ik ben de oermoeder aller katten.
Alleen zij wisten het niet, omdat ze nog te klein waren.
Ik ging naar binnen en sloeg een mug dood.
In één klap.

14 juli 2004

jacq kijkt haar ogen uit /2

Houd je nu eens even in jacq, zei ik streng tot mezelf. Omdat jij zo verrot in mekander zit, hoef je dat toch niet op de blinden te projecteren!

Ja, want het kon natuurlijk zijn dat de blinde man gewoon had gehoord dat ik mijn nek omdraaide. Als het ene zintuig is weggevallen, nemen de andere het over, immers. Misschien was er een onhoorbaar krakje in het draaien van mijn nek. Een krakje dat alleen de blinden kunnen horen. Of misschien kon de blinde man horen hoe ik met mijn ogen inzoomde. Bzzzz bzzzzzz. Ja, ik schrijf het wel op maar wij gewonen kunnen dat niet horen. De blinden wel, denk ik.

Zo stil mogelijk richtte ik mijn aandacht op de vrouw. Ze had haar ogen half dicht. Maar waar je vooral aan kon zien dat ze blind was, was ... ja de hond natuurlijk. Ja, en het tuigje. Maarrum ik bedoel dus eigenlijk: aan haar gezicht, dat in een volkomen ontspannen, wat chagrijnige stand stond. De mondhoeken van de vrouw wezen wat naar beneden. Ik herkende die stand. Als ik een dag alleen thuis ben, dan heb ik er net zo één. Behalve als ik een spiegel tegenkom. Dan schrik ik. Dan maak ik een lieve glimlach, met iets van een meisjesachtige wijsheid erin, en dan probeer ik die vast te houden. Je kon goed zien dat de vrouw zichzelf nooit een spiegel voorhield. Heeft ook geen zin als je blind bent, natuurlijk. Ik gaf haar groot gelijk.

De twee identieke honden waren wit. Ze lagen te dommelen op de smerige vloer van de coupé. Soms raakte de man of de vrouw een van de honden per ongeluk met een voet. Dan hief de hond zijn trouwe kop op. Dan zocht hij naar een geruststellende blik. Of fantaseerde ik dat? Omdat honden dat nu eenmaal doen? Blindegeleidehonden, hebben die geleerd niet naar de ogen van hun baasje te zoeken, omdat dat nu eenmaal weinig zin heeft? Of is zoiets niet aan te leren?

Trouwens: als ik blind was, zou ik niet snel een witte hond nemen. Laat staan twee. Ze zijn smerig voor je het weet. En je ziet het zelf niet. Maar de rest van de mensen wel. Niet goed voor het image van de blinden. Ze doen mooi werk die geleidehonden, denken de mensen dan. Maar kunnen die blinden hen niet een beetje schoonhouden, zeg! En als blinde je hond in bad stoppen, ik word al moe als ik eraan denk. Ben ik nog niet eens blind.

[wordt vervolgd, i presume]

13 juli 2004

jacq kijkt haar ogen uit

Het duurde even voordat ik de dingen bij elkaar had opgeteld. Tussen de banken lagen twee identieke honden. Op de banken zaten een man en een vrouw die onbeweeglijk voor zich uit staarden. Naast de vrouw stond een soortement van tuigje. Naast de man stond ook een soortement van tuigje.

Nietsziend staarde ik uit mijn raam de donkerte in. Maar zo rond Utrecht beving mij een AHA-Erlebnis. Ik draaide me met een ruk om. Ja, het waren blinden! Echten! Live!

Ik bestudeerde de blinde mensen nauwgezet. Ik had een weblog, ik mocht dit. Ik moest zelfs! Het was in het belang van velen! Ik kneep mijn ogen tot spleetjes om aan de diepte-observatie te beginnen. Maar toen zag ik dat de blinde man hetzelfde deed. Was hij wel echt blind? Of was het een nepblinde? Het zou toch weer eens niet hè!

[wordt vervolgd]

12 juli 2004

jacq & de stratenmakers

Vele, vele jaren zat er een lelijk gat in het asfalt, net als je over de brug rechtsaf was geslagen. En al jaren maakte ik met mijn fiets een heel ruime bocht, om niet in dat gat te geraken. En elke keer dacht ik: kan dat nou niet anders, beste mensen van de gemeente. Waar o waar zijn toch jullie prioriteiten gebleven?! Big brother, where art thou.

Nu is gat het woord niet. 't Was geen Bermuda-driehoek of zoiets. Dat er fietsers door verslonden werden. Dat er onzekere meisjes waren die dachten dat hun verkering hard van hen was weggefietst, maar dat die dan in werkelijkheid door Het Gat waren opgeslokt. Neee, tuuknie! Er was gewoon een stuk asfalt verdwenen. Nou ja, een gat dus eigenlijk. Want als je daar met je fiets in keilde, dan deed dat op zijn minst heul veul zeer. Je moest er niet zonder bustehouder infietsen, laat ik het dan zo zeggen. En als man ... ja daar weet ik dan weer niets van maar ik heb mijn vermoedens. En oh ja, ik zou me kunnen voorstellen dat er gerust veel dezen en genen van hun fiets zijn gekletterd, zo hup over het stuur heen. Daar hoefde je niet eens voor in kennelijke staat te zijn.

Enfin, wie schetst mijn verbazing (mooie uitdrukking is dat; hee jij daar, schets mijn verbazing eens even, hier heb je een fijn zacht potlood!): fiets ik er gister, neem ik een ruime bocht en wat zien ik: Het Gat was gedicht! Een groot stuk gloednieuw donker asfalt had men er gestort. Even was ik vervuld van warmte en gemeenschapszin. Uiteindelijk kwamen dingen dus wel terecht. Het Gat had wél op de prioriteitenlijst gestaan. Alleen was dat gewoon een heel lange lijst geweest! Met ook andere dingen erop, zoals dat er ergens brand was. Of een kapotte brug. Mensen die dreigden te verzuipen. En zoiets heeft dan natuurlijk steeds net iets meer prioriteit. Nou Henk, vandaag dan eindelijk Het Gat, hè. Sorry Kees, maar ik krijg net een melding van een paaltje dat gevaarlijk scheef staat. En daar gíngen ze weer, zich verbijtend van frustratie. Want zo'n Gat is bonafide stratenmakers toch een doorn in 't oog.

Op de terugweg kwam ik weer langs Voorheen Het Gat. Mijn onderbewuste wou al een heel ruime bocht maken. Maar ik stuurde mijn stuur weer terug. Weet je wat ik doe, dacht ik. Ik rijd er overheen. Ik rijd er dwars overheen, gewoon voor het genot. Dus dat deed ik. Wat bleek mij? Het Gat was gedicht. Niks deed meer denken aan Een Gat. Je rijdt er geruisloos.

Tót aan het punt waarop de plak nieuw asfalt ophoudt en het oude asfalt begint. Daar zit een hoogteverschil. Klabang, zegt het voorwiel dan. Als je 't weet, is 't niet zo erg. Dan maak je een klein bochtje naar rechts. Maar als je 't níet weet. Dáár gaat het om. Ik ben teleurgesteld in Henk en Kees. Kun je dat ook tegen Henk en Kees zeggen terwijl je ze aankijkt, jacq? Natuurlijk. Ik vind dat jullie het hebben afgeraffeld, Henk en Kees. Ja, het kán zijn dat jullie net een spoedmelding van opstandige kinderkopjes kregen. Maar dan nog kun je later terugkeren en dingen gladsmeren met een spatel. Dat dingen zogenaamd veranderen maar in feite toch hetzelfde blijven, dat vind ik heel erg onverteerbaar. Het is misschien wel het leven. Maar ik word er wel moe van.

jacq is not amused

Nah zeg, ik ben van alles kwait!
Mijn laatste postje, bijvoorbeeld.
Ik deed iets in Blogger en toen ineens.

En in mijn archief deugt er ook van alles niet, zag ik net. Ik kom er normaal nooit, maar ik dacht: laat ik eens kijken of er nog iets over is. Welnu, ik schaam me rot! Raaajre afbrekingen, dubbele postjes, regels met
maar één
woord
erop.

Ook wel weer heel dichterlijk, ergens.

Enfin, ik zou zeggen: neem er vooral geen kijkje, tenzij poweties ingesteld dus. We zullen zien wat we eraan kunnen doen. Groeten van een optimistiese jacq.

09 juli 2004

jacq & de onzichtbare inkt

Ja, dan was ik het ergste van girotel nog vergeten inderdaad: de TAN-codes. Ik heb vannacht een half uur liggen peinzen over wat TAN nu ook alweer betekent, maar ik viel ervan in slaap en ook in mijn dromen kwam het niet tot mij.

Maar wat ik zeggen wou: die TAN-codes. Mensen die nu denken oh ik ken dat hele girotel niet en ik heb al helemáál nooit van TAN-codes gehoord dus wat een kutstukje en tot ziens maar weer: HO HO! Ja zeg, als je iets niet kent, dan wil dat toch niet zeggen dat je er niet over kunt leren. Ik moet ook wel eens doorbijten op jullie weblogs, hoor. Dan denk ik soms ook bij de eerste zin pfffff. Maar dan verzet ik me. Dan geef ik het een kans. Misschien is de tweede zin leuker. Of de derde. Of het einde. Niet altijd voor de makkelijke weg kiezen jacq, zeg ik dan tot mezelf. Dus dat kunnen jullie ook wel eens voor mij doen. Anders ga ik ook op zomerreces, want dat schijnt wel te roeleren.

Enfin, over die TAN-codes. Die moet je dus invoeren als je een bedrag x overmaakt aan begunstigde y. De TAN-codes staan op een papier, dat je altijd goed moet opbergen om misbruik te voorkomen en dat dus bij mij gewoon op het bureau zwierf.

WAT ER TOEN GEBEURDE WAS GEWOON VERSCHRIKKELIJK!!!! Dit om een ieder even bij de les te houden. Ik ga nu weer rustig verder. Wat wul het geval. Die TAN-codes worden na verloop van tijd onzichtbaar. Echt, onzichtbaar. De inkt van de TAN-codes verbleekt heel langzaam, maar heel zeker. Op het laatst moet je maar een beetje gokken wat er staat. 567890? 587690? Dan voer je iets in en dan zegt Girotel: 'TAN-code onjuist'. Na drie keer een andere code invoeren zegt Girotel overigens altijd: 'Uw opdracht is ontvangen'. Waarschijnlijk zijn ze het dan zelf ook zat.

Maar dat van die onzichtbare inkt, daar gaat het mij om. 'Waarom is dat', vroeg ik ooit vertwijfeld aan een medewerkster van de Postbank. Ik had haar verteld dat ik mijn TAN-codes alleen nog kon lezen bij stralend zomerweer, en dan nog alleen als ik ermee voor het raam ging staan, zodat ik rennend 876970 roepend naar mijn computer moest. 'Dat is voor de veiligheid', zei de medewerkster van de Postbank, enigzins vaagjes. Toen durfde ik. 'Voor wie zijn veiligheid?', vroeg ik. 'Voor de veiligheid van de TAN-codes als persoon of zo?!'. Toen stokte het gesprek enigszins. De onzichtbaarheid van de TAN-codes is mij echter daarna altijd enorm blijven intrigeren.

[Onzichtbare inkt, dat is iets van vroeger, toch? Ik krijg er de vinger niet helemaal achter maar kleine meisjes in geheime clubjes met geheime namen willen altijd dingen met onzichtbare inkt.]

08 juli 2004

de stagiaires van girotel

Ik heb ook recht op een zeikverhaal JA!
Oh, wat kan ik een hekel hebben aan dat Girotel. Om 23.00 uur precies doen ze de boel dicht. Terwijl hallo, het is internet hoor, dat kan dag en nahacht! En ja, vaak genoeg overvalt mij rond 23.00 uur precies het intense verlangen om te onderzoeken hoe het met de financiële jacq gesteld is. Of ongesteld is. Hebben die eikels eindelijk gestort?! Sta ik weer positief? Kan ik morgen kleedren kopen?

Ik verdenk de stagiaires van Girotel ervan dat ze om kwart voor elf 's avonds al met de vinger boven de knop 'op slot' zitten. Dat komt op mij zó ontzettend onsympathiek over. Het voelt niet aan als hart voor de zaak. Maar misschien krijgen ze haast geen stagevergoeding. Maar dan nog.

Girotel doet mij erg denken aan de dames van mijn bieb. Oh, dat zijn me toch krengen. Stel, de bieb gaat om zes uur dicht. Dan doen ze al vanaf vijf uur geen handelingen meer. Behalve dan de handeling op de klok loeren en de mensen vuil aankijken. Om kwart voor zes gaan ze dan heerlijk loos. Even een stil gevecht om wie de intercom mag doen vandaag. Dan komt er eentje met het haar in de klit boven de toonbank uit hijgen. En dan scheurt dwars door de bieb zo een knoertharde stem, die de mensen maant tot opzouten, en snel een beetje!!! Om tien voor zes begint het hijgen in je nek, tijdens het zogenaamd toevallig een boek moeten rechtzetten. Om zeven voor zes gaan ze met de handen in de zij voor je staan. En om vijf voor zes beginnen ze treuzelaars langzaam te executeren. Och ja zeg hallo don't get me started on de biebjuffen!

Bij de bieb kun je nog eens een keer wraak nemen door je boeken gewoon niet terug te brengen, of als je ze dan toch terugbrengt (zwak, zwak) ze met een enorme klap op de balie te smijten. Als ze bij jouw bieb tenminste nog een balie hebben waar je dingen op kunt smijten, want bij mijn bieb moet je je boeken door een gleuf gooien en dat maakt erg weinig geluid. Nee, ook als je van een afstandje werpt, dan nog.

Maar bij girotel, ja daar kun je moeilijk een stukje gaan rammen. Ja, op je toetsenbord, maar daar heb je alleen jezelf mee. Bij girotel kun je alleen maar wachten tot ze weer open zijn. Wat je dan nog kan doen is al je geld overschrijven naar niet bestaande rekeningnummers maar daar heb je dus ook alleen jezelf mee.

Ik twijfel nu even of dit stukje nu meer over girotel of meer over de bieb gaat.

07 juli 2004

jacq was het even kwijt

Het was maar een seconde. Maar die duurde wel heel lang voor een seconde. Het kwam door de vier enorme bomen aan de kant van de weg. Ik had die bomen nog nooit gezien. Terwijl ik hier toch zeker vier keer per week fietste. Ik kende ze niet. Of laten we zeggen: ik had ze nog nooit ervaren in hun groene volheid. Was het de schittering van de zon dwars door de blaadren heen? Dat ik nog niet had gegeten?

Hoe dan ook: ik verloor me in de vier bomen. Ik was mijn eigenste zelf even kwijt. Wat was mijn naam. Hoe liep mijn leven. Waar ging ik heen. Hoe heette Boris V. Waar was ik nu.

En ik weet altíjd waar ik ben. Ook als ik slaap. Ik laat me niet van mijn stuk brengen. Zelfs in mijn dromen zeg ik tegen knappe naakte mannen: 'Sorry, ik kan u niet te woord staan momenteel, want ik lig te slapen in mijn bed, tot ziens!'

Het was maar een seconde.
Maar die duurde heel erg lang.
Dus misschien waren het wel twee seconden.

[En nu maar hopen dat jullui over een paar maanden niet zegt: 'Kijk, dat postje met die bomen toen, dat was feitelijk het begin van dat jacq van liefdagboek langzaam maar zekers knettergek werd. Toen kon je al zien: die jacq die is zoo looosing it.' En dat de rest van jullie dan ook nog instemmend mompelt en bekommerd het hoofd schudt. En dat blijkt dat je vanuit de inrichting niet langer dan een kwartier per dag online mag zijn. Nooit meer updates op liefdagboek. Pingen? Nee ze pingt nooit meer, maar er valt ook niks te pingen. Tragisch hoor, ze had het net door hoe het werkte. Zul je altijd zien.

Oh, dat zou zó niet leuk zijn!]

06 juli 2004

islands in the train

Van tevoren dacht ik: oh die trein, die zit niet vol. Maar hij zat dus wel vol. Precies vol, dat is. Elke vierzitter was bezet. Door vier mensen. En elke tweezitter was ook bezet. Door twee mensen. Wat moeten al die verrrekte klootzakken in de trein op dinsdagochtend, dacht ik, terwijl ik deze en gene vriendelijk toeknikte.

Maar, en dat moet ik er dan voor de eerlijkheid bij zeggen, het was wel heel erg fijn stil in de trein. Dat is soms wel anders. Soms is het een lawaai van jewelste als een coupé precies vol zit. Dan hebben alle bejaarden van Nederland vrij reizen of zo. Of mag de bond van boerinnen de randstad in voor een euri per boerin. Gezellig dat het dan is! Maar nu was het heel erg stil. Niemand hoorde bij iemand. Elk alleen mens was met zijn gedachten. Islands in de train. That is what we are. Zo hadden wij dat afgesproken, hoewel er niets was gezegd natuurlijk. Het was juist zo fijn stil.

Toen scheurde er ineens een gaap door de stilte. Hij klonk zo: 'Huuuuuuuh heeeeeh huuuh haaha!' en hij kwam van ergens in de vierzitter aan de andere kant van het gangpad. Het was een angstaanjagende gaap, die mij de rillingen op de rug bracht.

De meneer tegenover mij en ik zochten per ongeluk elkaars blik. Het was zo'n check check ben ik nou gek-blik, die je nnu eenmaal niet kunt tegenhouden. Een blik die zeggen wil: hoorde ik dat alleen of staan wij hier samen in. We schrokken allebei van die blik. We hadden de blik niet gewild. We wilden weer op ons eigen eilandje. Daarom lieten wij onze gezichtsuitdrukking zo snel als wij konden stoicijns worden. En zo keken de meneer tegenover mij en ik onbewogen van elkaars ogen weg. Was er een heel harde gaap geweest? Hierzoot, in deze coupé zegt u? Haha, nee hoor, niks gehoord. Het is hier juist zo fijn stil.

Net nadat iedereen had besloten dat er niets gebeurd was, gebeurde het weer. 'Heeeewwweehuueeeejje!', gaapte de man in de andere vierzitter. Iedereen bleef strak voor zich uit kijken. Maar in mijn rechterooghoek zag ik dat de man ook nog eens zijn armen in een V naast het hoofd strekte. Het was alsof de man ermee uit wilde drukken dat dit een gaap was met alles erop en eraan. Het was opzet, dat kon niet anders. Zo'n daad van hee hai kijk mensen, ik ben tenminste nog een beetje antiburgerlijk. Aan de andere kant kon het hier natuurlijk ook een man betreffen die in een kast was opgegroeid en vandaag voor het eerst van zijn leven onder de mensen was. Me dunkt dat je dan trouwens wel iets anders te doen hebt dan voortdurend gapen. En waarom direct een treinreis? Had hij eerst de buurt niet wat kunnen verkennen?! Ja, ik had direct een hekel aan de man. Ik wou maar dat hij in de kast was gebleven. Lekker rustig.

Hoe dan ook: ik moest iets doen. Want zo ben ik. Ik laat de dingen niet gebeuren. Ik kom in actie. Dus toen pakte ik mijn kleine rode boekje en schreef het ALLEMAAL op.

05 juli 2004

adriaan was acrobaat

Valt me op dat Adriaan steeds meer op Bassie gaat lijken.

Vroeger geloofde ik nooit dat het broers waren. Ja, ze waren dan wel allebei übervervelend, maar elk op hun eigen unieke manier. Adriaan was acrobaat en had derhalve een blauw glimpak aan met een bobbel waarover we verder niet zullen uitweiden en waarvan we ook geen beelden op het netvlies krijgen nee hoor NEE NEE!!

Waarom Adriaan, zijnde de acrobaat die hij voorgaf te wezen, niet zoals elke normale hardwerkende burger acrobatische toeren in een circus uithaalde - dat heb ik nooit begrepen. Heb maar verzonnen dat hij uit het acrobatenteam gestemd was door de andere acrobaten, die hem te wijsneuzerig vonden. Adriaan leek mij een acrobaat die altijd alles uitlegde. Terwijl er feitelijk nooit iets uit te leggen viel. 'De wet van de zwaartekracht werd door Sir Isaac Newton in 1687 gepubliceerd', vertelde Adriaan dan bijvoorbeeld op een totaal niet voorlezerige toon tijdens de barbecue bij de trailer van de vrouw met de baard. De andere acrobaten draaiden met hun ogen. Het was geen wiskunde hoor, het was gewoon aakrobetiek. Kwestie van op mekaars schouders springen en mekaar aanvoelen. Toen Adriaan weigerde op te stappen, hebben de andere acrobaten Adriaan gewoon een keertje niet opgevangen. Woeps, surrie! Toen ervoer Adriaan de wet van de zwaartekracht aan den lijve, zo kun je het natuurlijk ook zien.

Na lang en lelijk huilen is Adriaan toen met zijn ongelukkige broer Bassie op stap gegaan. De wijde wereld in. Een normaal mens zou zeggen: daar komen we dan nog netjes van af. Maar toen heeft iemand bedacht dat het wel leuk zou zijn om dat dan te filmen. Heel jammer. Maar je draait het niet meer terug, zo'n film.

Enfin, hoe dan ook: Adriaan kan al lang geen koprol meer, behalve in gedachten. Maar zo kan ik het ook. En Adriaan lijkt dus inmiddels heel erg op Bassie. Zou wel leuk zijn als Bassie ondertussen ook vice versa op Adriaan was gaan lijken. Maar dat is dus totaal niet zo.

04 juli 2004

zou het dan eindelijk

- [...]
- Zullen we anders ...
- Wat
- Nee laat maar
- Zeg nou
- Ah nee
- Jacq!!!
- Dat liefdagboekdotcomgebeuren
- Ja
- Dat zit me zoo dwars
- Ah
- Ik had gezegd binnenkort
- Uhuh
- Da's al een half jaar geleden of zo!
- Ja
- Ik ben compleet ongeloofwaardig!!!
- Das waar jacq
- We doen het nu meteen ja!!!
- Nee eerst de race
- Na de race dan?
- Ja direct na de race
- Ja zeg, en het café dan!?
- Ik dacht dat het je dwars zat jacq
- Uhuh
- Nou dan!
- Niet gaan opjagen word ik nerveus van
- [...]

02 juli 2004

jacq mist iemand, maar wie

Fietste naar huis. Zag in de verte iemand lopen. Ik zag alleen zijn rug. Maar hij kwam me ontzettend bekend voor, die rug. Toen kwam ik dichterbij. En toen bleek dat het toch een vreemde was. Heel gek, ik wist niet eens op welke bekende de vreemde leek. Maar ik miste die bekende ineens toch. Of alleen zijn rug, dat kan ook.

01 juli 2004

jacq heeft een stukje compassie

'Psst', zei mijn vriend.
Hij wenkte.
Langzaam sloop ik naderbij.
Kijk daar, liet mijn vriend zijn hoofd naar rechts vallen.
Ik keek.
Mijn mond viel open.

In de verste hoek van de garage zaten de automonteurs met zijn allen gezellig om een tafel. Zelf zouden ze natuurlijk vinden dat ze er zaten te schaften, want dat klinkt zo fijn arbeiderig. In het zweet des aanschijns. Nagels met rouwrandjes. Eerlijk mannenzweet. Groeven van smeer in het doorgroefde gelaat. Da's dubbelop jacq. Nee hoor.

Maar ík zeg: het was gewoon snacken wat ze deden. En gezellig klessebessen. Over auto's, blonde vrouwen en pistolen. Over de voetbal en met hoeveel Nederland zou gaan winnen van Portugal. Jaja, het waren domme, domme mannen. Diezelfde avond nog zouden ze met betraande ogen naar de wc vluchten, hun ellebogen op hun knieeen zetten en de handen voor het gezicht slaan. Maar dat is natuurlijk achteraf gepraat. En al dat bier, daarvan moet je nu eenmaal heel, heel lang plassen.

Ik kuchte. En de automonteurs schrokken zich helemaal dood. Zij stonden als één man op. Enkelen brachten hun hand naar hun keel. Maak wat tijd voor me vrij, floot een van de monteurs nonchalant mee. Maar het klonk nogal trillerig. De automonteur van wie ik vermoedde dat het automonteur Kwik was, kreeg een rood hoofd. En er zat beslist iets nerveuzigs in het plotse geschraap van stoelpoten over de betonnen vloer. Voor we het wisten waren alle automonteurs weggesprongen naar verschillende plekken in de garage. Het leek wel een ballet, als je de overalls even wegdacht. Direct nam het garageleven weer een aanvang. Bruggen werden omlaag gezoefd. Blije auto's werden van bruggen gereden. De telefoon begon te rinkelen, met zo'n verscheurend harde rinkel die nu eenmaal hoort bij autogarages. Onheilspellend klonk het. Alsof er alleen maar slecht nieuws achter kon zitten.

'Ja?' zei een automonteur waarvan ik vermoedde dat het automonteur Kwik was. Hoe of het met onze auto was, vroegen wij. Nou, daar bleek nu direct onmiddellijk op dit moment precies plek voor op een brug. Ook toevallig, zeiden wij. 'Uhuh', zei automonteur Kwik zonder een spier te vertrekken. Maar zijn hoofd werd wederom rood. Snel liep hij van ons heen. Tot in zijn nek kwam de kleur. 'Doe maar rustig aan hoor', riep ik. Dat kwam: het woord compassie kwam in mij op. Er zijn tijden dat ik zelf ook zo rood kan worden. Zo naar is dat.

De nek van automonteur Kwik verdween uit het zicht.
Mijn vriend keek me onstemd aan.
Nou dat weer.