stukjes jacq

30 juni 2004

jacq jaagt de mensen op

Eerst zou de auto rond twee uur klaar zijn. Maar toen we rond twee uur met de garage belden, konden ze er ineens niks meer van zeggen. Wegens overstelpend grote en plotse drukte. 'Ik ga nu geen tijden meer noemen', zei automonteur Kwik die ik aan de lijn kreeg. Het klonk zelfingenomen blij. Het klonk alsof automonteur Kwik zichzelf en zijn collega's jarenlang had gekweld met het wel noemen van tijdstippen waarop dingen klaar zouden zijn - en dat hij daar nu godzijdank van genezen was. Door schade en schande wijs geworden. Ook dankzij de collega's, hoor. 'Neenee, ik ga dus geen tijden meer noemen nu', herhaalde automonteur Kwik trots. Ik wist ineens zeker dat hij dit telefoongesprek ging inbrengen op de assertiviteitstraining van aanstaande maandag. Hoe verging het jou met het oefenen deze week, Kwik? Nou, ik voel dat er nu echt iets aan het veranderen is, groep.

Niks mee te maken, natuurlijk. Vroeger zou ik de hoorn keihard op de haak hebben gekeild. Nu zocht ik met mijn duim het piepkleine uit-knopje op mijn mobiele telefoon. 'We gaan er gewoon een beetje druk achter zetten' zei ik. Nee, ik riep het. Oké, ik schreeuwde het. Dat kwam zo: ik was zelf al dagenlang traag, sloom en niet vooruit te branden. Alles was mij te veel. En dan krijg je dat, dat je andere mensen wilt opjagen. Omdat je zelf niks meer kan. Wil je dat anderen het doen! 'We gaan er druk achter zetten!!!', schreeuwde ik. Graag had ik van onbestemde woede mijn vuist door de muur heen geramd. Maar daar was ik dus te moe voor.

Wij fietsten naar de garage. We zagen het direct. Onze auto stond nog buiten. De garage was leeg. Alleen Fransje Bauer was er. Maar waar is die niet. Her en der stonden auto's op bruggen. Helemaal alleen. En hulpeloos hè. Want een auto op een brug, die kan niet wegrijden. Die kan niet eens van de brug af springen. Een auto op een brug kan alleen maar wachten tot iemand hem komt redden.

'Psst', zei mijn vriend.
Hij wenkte.
Langzaam sloop ik naderbij.
Kijk daar, liet mijn vriend zijn hoofd naar rechts vallen.
Ik keek.
Mijn mond viel open.

[wordt vervolgd]

29 juni 2004

verdacht pakketje /2

Na vijf minuten stond de man op en vertrok door de schuifdeur van onze coupé. Maar het tasje, dat liet hij staan. Hoorde ik daar iets tikken?

Ik ging erin op. Ik ging er weer veel te veel in op. Mijn haar zat kloten, dit was niet een dag om op het journaal te verschijnen. Aan de andere kant: wat zou er feitelijk van mij over zijn als het tasje eenmaal was ontploft? Dit stelde me enigszins gerust. Maar dat duurde maar even. Zou het helpen als ik nu alvast een tijdschrift voor mijn gezicht hield? Of zou zo'n bom daar hard om lachen? Toen ik het Volkskrant Magazine dat op mijn schoot lag langzaam naar boven bracht, herinnerde ik mij de blote vrouwenbillen op de cover, die door mannenhanden werden omvat. Al bij voorbaat overviel mij een onduidelijke gene ten opzichte van de andere reizigers in de coupé. Neen, niet doen! Langzaam liet ik het blad weer zakken.

Psjjt, hoorde ik. De deur van de coupé schoof open. De man kwam terug. Misschien vergeten het blauwe en het rode draadje met elkaar te verbinden, schoot mij te binnen. Er kon nog van alles gebeuren! Maar de man ging zitten en negeerde het tasje verder. Hij keek naar zijn t-shirt. Toen trok hij het naar boven. Eerst zag ik een behaarde buik, toen ook zijn tepels. Luidruchtig snoof de man aan zijn t-shirt. Toen trok het over zijn buik naar beneden. Met een ruk draaide hij zijn hoofd naar mij toe. Ik kreeg een doordringende blik.

Ik zette mijn zonnebril op, leunde achterover en zuchtte. Niks verdacht tasje - het ging hier om een verdachte mán. Och, maar daarvan heb je er zovéél, natuurlijk! Been there, done that, dacht ik blasé. Maar soms zou je willen dat daar aparte coupés voor waren. Waar verdachte mannen dan één voor één tot ontploffing worden gebracht. Bij wijze van spreken dan, hè.

28 juni 2004

verdacht pakketje

Het woei en het was een perron dus het woei sowieso al. Mijn haren slierten achter mijn zonnebril langs, over mijn ogen, in mijn neus. Het haar dat was bedoeld als nonchalant ter linkerzijde, zat ineens rechts. Het haar dat was bedoeld als nonchalant ter rechterzijde, zat plutsklips links. En toen ineens kwam er een windvlaag van onder. En toen stond al mijn haar rechtovereind. Het zag er niet meer uit alsof het de bedoeling was. Tegen beter weten in probeerde ik de schade te herstellen. Ik schudde met mijn hoofd. En nog eens. Ik schudde met mijn hoofd tot mijn tanden rammelden. Mensen keken. Perronchefs fronsten. Het was een wonder dat ik niet als verdacht pakketje werd afgezet, met roodwitte linten eromheen. Eej, staan blijven jacq, we gaan je nu tot ontploffing brengen.

Daar hoor je anders ook weinig meer van, van verdachte pakketjes, bedacht ik me. En dus kwam ik in de trein tegenover een man te zitten die een verdacht pakketje bij zich had.

[Is natuurlijk direct al een interessante kwestie. Wanneer is iets een verdacht pakketje. Moet een verdacht pakketje er van zichzelf al duidelijk uitzien als verdacht pakketje? Bijvoorbeeld doordat er op het verdachte pakketje ook nog eens geschreven staat: 'eej! verdacht pakketje!', of 'bevat bom!'? Of is een verdacht pakketje pas verdacht door zijn locatie? Een paar weken geleden liet ik een tasje op mijn achteropje zitten, in de stationsfietsenstalling. Waarom hingen bij mijn terugkomst de heli's niet in de lucht? Te sympathieke fiets? Of te ver van het spoor verwijderd en dus mwoah lamaar, daar komen slechts fietsers en die mogen best dood!?]

Nou, volgens mij zit het verdachte van een verdacht pakketje hem vooral in de persoon die het verdachte pakketje bij zich heeft. En daarmee zijn we dan weer aanbeland bij de man die tegenover mij plaats nam. Er was iets mee. Met de man en met het pakketje. Het pakketje was een tasje van de Body Shop. Zo'n verantwoird klein papieren tasje dat op tragische wijze scheurt als je er nog iets extra's in doet. Het zijn van die tasjes waarvan ik stom genoeg altijd denk: oh! Die ga ik bewaren! Voor spulletjes in te stoppen! Geen idee waarom. En ik doe het uiteindelijk ook nooit. Alleen al omdat zo'n tasje mijn huis nooit heelhuids haalt.

De man tegenover mij was de eerste man die ik ooit met een tasje van de Body Shop had gezien. En misschien ook wel de laatste, bedacht ik mij. Want na vijf minuten stond de man op en vertrok door de schuifdeur van onze coupé. Maar het tasje, dat liet hij staan. Hoorde ik daar iets tikken?

[wordt alleen vervolgd als ik dit overleef]

25 juni 2004

jacq & de duitsers /2

Mijn vriend was nog immer plassen.
Rielekst leunde ik met mijn linkerelleboog op een barkruk. Ik had alleen de barkruk wat hoger ingeschat. Ik stond er nu wel erg ongemakkelijk scheef bij. Ik wachtte vijftien seconden. Toen herstelde ik onopvallend mijn inschattingsfout met het wegslaan van een denkbeeldige vlieg. Ik oefende mijn beste Duits. Können Sie mir sagen können sie mich sagen ik möchte gern NEIN NEIN ich möchte hier etwas können wir hier vielleicht etwas essen, aber schnell ein bisschen bitte sehr danke schön!! Ja nee, ik zou het netjes vragen.

Maar het bleef voorlopig nog leeg achter de bar. De twee elftallen renden nog steeds over het veld. Zo zonder elf Hollanders erbij zag het er allemaal wat doelloos uit. Dan weer met zijn allen naar links. En dan oooooow shit als de sodemieter met zijn allen naar rechts. En dat dan drie kwartier. En later nog eens drie kwartier. Ik zou het niet kunnen. Op een gegeven moment zou ik gewoon blijven wachten tot de bal in mijn buurt kwam en hem er dan in knallen.

[Desnoods in het doel van de tegenpartij ja. Ik ben gedurende dit EK toch steeds zo bang dat de spanning sommige voetballers te veel wordt. Dat ze door hun eigen volkslied heen gaan fluiten. Op het veld hun kleren uittrekken. Ineens gaan rugby'en en verontwaardigd doen als er dan gefloten wordt. Spontaan beginnen te tongzoenen met de (verkeerde!) keeper. Pienalties gaan nemen terwijl niemand daar toestemming voor had gegeven. Het is allemaal live dus er kan een heleboel misgaan, snappen jullie dat eigenlijk wel?]

Daar kwam een meisje aangelopen. De dochter van de baas, kon niet anders. Ik opende mijn mond en zette hem in standje Duits.
'Eeejju...', zette ik aan.
'Jullie wouwen iets eten?', zei het meisje.
Ik voelde me ineens heel raar. Als een voetballer die ineens niet meer weet of hij nou naar het linkerdoel of het rechterdoel moest rennen. Ik keek om me heen of er ergens een bordje met 'Duitsland' stond. Daar had ik het meisje dan op kunnen wijzen.
'Als het kan bitte?', zei ik.
'Ja, dat ken hoor', zei het meisje.

Maar we hadden het beter niet kennen doen. Het eten was heel, heel erg vies. De schnitzel nog het minst heel vies. 'Auf wiederschitzel!', riep ik daarom toen we eenmaal buiten stonden. Niemand zei iets terug. 'Auf wiedergutmachung!', riep ik toen zelf ook maar. Mijn vriend moest een beetje lachen. Daar deed ik het ook voor. Als mijn vriend om me lacht dan word ik zelf ineens zo vrolijk.

23 juni 2004

jacq & de duitsers

Dat krijg je met die snelle auto's. Wij zaten zomaar ineens in Duitsland, afgelopen zaterdag. Hónger dat mijn vriend ineens kreeg. Dat komt: hij heeft stiekum iets met schnitzels. Ikzelf vind schnitzels verwerpelijk. En Duitsers. Maar van mijn vriend moet ik van mijn vooroordelen af. En ik moet andere mensen in vrede hun schnitzels laten eten zonder heel hard PFFFFF te roepen.

Nee, het was écht heel gezellig. ECHT! Totdat we ergens stopten waarvan we dachten dat het een restaurant was. Ik duwde een zware donkerbruine deur open en staarde in een zwart gat. Ik ga effe plassen, zei mijn vriend. Mijn ogen wenden langzaam aan het zwarte gat. Ik zag een bar. Vier mannen. En een televisie. Zwijgend keken twee mannen op barkrukken naar de Duitse Mannschaft.

Schuchter zouden wij Hollanders aanschuiven. Nors zouden de Duitse mannen ons toelaten in hun kring. Een van hen rolde met zijn ogen, maar ik zag het wel! Wij zouden een paar keer goedkeurend hummen bij een mooie actie van een Duitse voetballert. Een van de Duitse mannen zou ons wantrouwend aankijken. Johann Kroif, zou de andere Duitse man dan zonder enige aanleiding tegen ons zeggen. Marco von Basten, zou ik gevat reagieren. Rudi Völler, zou man één naar het scherm wijzen. Ik zou op de grond spuwen. Frenk Rijkaard!, raadde een Duitser aan de bar. Iedereen moest lachen. Nog voor rust zou er over en weer op schouders geslagen worden. Freunden waren wir geworden, freunden vor das Leben. Nochmal sechs Bier, Katarina! HAHA HAHAHA!

Er renden twee elftallen over het veld. Maar hier leek niemand echt gespannen. Om de beurt liepen de mannen rustig naar een gokkast. En dan niet eens met een schuin oog de wedstrijd in de gaten blijven houden! Het was alsof ze al wisten dat een halve week later alles vorbei zou zijn. En dan kijk je toch anders naar zo'n wedstrijd, dat snap ik ook wel.

jacq & het lieveheersbeestje

Enfin, iets anders.
Vanmiddag stond ik bij de biologies-dienamiese natuurvoedingswinkel. Over natuurwinkels heb ik in het verleden heel nare en onsympathieke dingen geschreven. Hiero, bijvoorbeeld. En hier. Oh en hierzo dus. Maar die tijd ligt nu achter mij. Ik ben gegroeid. Niet alleen op de heupjes, ook van binnen hoor!

Ik stond bij de biologies-dienamiese koekjes. Biologies-dienamiese koekjes leken mij een mooie manier om ook eens wat aan het milieu te doen. Vervuld van liefde voor 't pure gewas, nam ik nu eens het ene pak biologies-dienamiese koekjes ter hand - en dan weer het andere. Ik had de tijd, ik was onthaast. En straks ging ik mijn haren wassen met karnemelk. Of iets anders uit een koe.

Toen streek er plots een vliegend lieveheersbeestje neer op mijn hand. Dat verstoorde de hele boerenlandmelkillusie. Dat komt: ik moet bij lieveheersbeestjes altijd aan geweld denken. Ja oké, aan zinloos geweld dan. Maar dat is óók geweld! En nog zinloos ook. Dus wat heb je eraan. Enfin. Ik stond daar dus, in de biologies-dienamiese natuurwinkel. Op de achtergrond klaterde een fonteintje op een cd. Mannen met baarden en sandalen hielden zich op een afstand. Zwangere vrouwen liepen ingedaald rond. Maar ik - ik dacht aan zinloos geweld.

Vreselijk ja. Ik vind: op het lieveheersbeestje zit een smet. Bij he lieveheersbeestje denk je alleen nog maar aan stoute dingen. Het merk lieveheersbeestje, dat is gedevalueerd. En daar kunnen wij maar één ding aan doen. De prachtige naam lieveheersbeestje, die moeten wij aan een ander dier geven. Alsjeblieft niet aan spinnen want die wil ik niet aanraken, ook niet als ze anders heten. Maar ik zat zo te denken aan bepaalde soorten jonge konijntjes of zo. 'Oh kijk, wat een lieve hipsende bips heeft dat lieveheersbeestje zeg!' Voor mijn part mag de naam ook naar giraffes. Daar verzinnen we wel iets op. Omdat ze zo dicht bij de hemel staan blablabla of zoiets.

Op de achtergrond klaterde een fonteintje. Ik haalde diep adem. Als ik mijn gevoel had gevolgd, dan had ik het lieveheersbeestje hartstikke dood geslagen. Nu hield ik me in. Ik probeerde van het lieveheersbeestje af te komen door het van mijn wijsvinger op een stellage te laten lopen. Maar steeds koos het lieveheersbeestje een ander stuk vinger. Ik dacht aan zinloos geweld, en dat dat een kwestie van perceptie was. 'Optyfen, lieveheersbeestje', zei ik tandenknarsend. Ha, dat begreep hij. Twee vleugels kwamen te voorschijn. Paniekerig vloog het lieveheersbeestje de lucht in. Zo, langs de biologies-dienamiese koeken, via de biologies-dienamiese wijn, door de deur naar buiten. En daar stortte hij neer, op een stoeptegel.

En nou wil ik jullie niet meer zien ook!!! (dit is even tegen de lieveheersbeestjes)

22 juni 2004

jacq pakt er een zakdoekje bij

Ik huil overal om. Om muziek, bijvoorbeeld. De hipsende bipsen van konijntjes. Een eenzaam pluisje dat dwarrelt in de wind. Vriendin één die nu ook haar voorheen strenge echtgenoot heeft meegesleept in haar wrede rookspel. Een appeltjesgroene muur. Een babyvogel die te pletter valt. Het nekhaar van een bejaarde man. Jonge boompjes.

En ehm is dat dan elke dag en ook de hele dag, jacq, hoor ik een aantal van jullie met droge ogen maar angst in het hart vragen. Neen, niet elke dag. Het heeft vooral met het moment in de cyclus te maken. Op sommige dagen is het rustig en kalm. Koel blik ik de medemens in de ogen, ferm sla ik ze op de schouders. Nog even en ik knipoog olijk. De mensen kunnen op mij bouwen, en dat doen ze dan ook. Hele huizen hele dorpen hele landen en werelddelen!

Dan komen er de dagen, waarop ik zachtjes begin mijn neus op te halen. Snif. Snifsnif. Eerst lijkt het een verkoudheid, iedre maand opnieuw. Maar dan wellen stille snikjes in mij op. Het is een kalm en wetend huilen. Gestaag glijden de tranen naar het dal. Het is nog best te handelen, al zeg ik het zelf. Grijze sokken. Zwarte sokken. Witte sokken. Sokken in het algemeen. De oren van Boris V. als je ze omklapt. Vegetariese spinazieburgers. Chocoladepinda's (eerst eten, daarna huilen). Uitvindingen, zoals de televisie en zo.

En zo aan het nog tamelijk onschuldige begin van de pms-periode (schreef jacq dreigend) - dan roert alles mij tot tranen. Maar dan ook echt alles, hè. En ik vind dan dat ik daar ook gelijk in heb. Dat is mijn gevoel natuurlijk, maar daarom is het nog wel zo! En daar moet iedereen met zijn poten vanaf blijven JA! Gister zei mijn vriend dat hij dacht dat het een chantagemiddel van mij was, dat in huilen uitbarsten op gezette momenten. Nou jaa zeg! Moest ik nog harder van huilen. Dwars door hem heen.

21 juni 2004

de grenzen van vriendin één

'Komt er nog een vervolg op dat rookverhaal met vriendin één?', vroeg een anonieme bekende mij vorige week. 'Dat ligt eraan', zei ik. 'Als vriendin één zo'n slap en triest karakter blijft hebben, dan misschien wel.'

Ja dus. Vriendin één kent geen grenzen meer. Afgelopen donderdagavond, notabene in het bijzijn van haar wettige echtgenoot (voor ongeruste lezers met normen en waarden: dat is dezelfde als haar vriend alleen was ik even vergeten dat ze getrouwd zijn terwijl ik vorig jaar op hun bruiloft nog de STERREN van de hemel heb gezongen en dan lieg ik niet!) - enfin, gisteravond, in het bijzijn van haar wettige echtgenoot, kon zij het wederom niet laten.

Een normaal gesprek was al een uur niet meer mogelijk. Elke poging hiertoe werd afgeketst met een nonchalant yeah, sure. 'Denk aan goede dingen, vriendin één', zei ik nog bezwerend. 'Denk bijvoorbeeld aan mij.' Dat helpt altijd veel mensen, weet ik. Maar ik kon niet meer tot haar doordringen. Glazig staarde vriendin één naar mannen met rookwaar. Het is naar om het te moeten zeggen, maar vriendin één leek een beetje op Boris V. als hij later aan de droks zou gaan.

Maar toen vriendin één eenmaal beet had, werd het pas echt erg. Grote geleende rookwolken blies zij in onze richting. En nog beledigd zijn ook als wij dan heel hard begonnen te hoesten. Die attitude, daar was wel het naarst. Nee, de rookwolken. Nou ja, én de attitude. Op een gegeven moment draaide vriendin één het zelfs zo dat het erop leek alsof wíj er de schuld van waren dat zíj nu zat te roken! We wilden al bijna sorrysorrysorry zeggen. Je snapt niet hoe ze het doen, hè. Verslaafden zijn heel creatief.

Maar goed, toen was de maat voor ons wel vol hoor.
Dus toen zeiden wij: 'Zeggeh hallo, de maat is nu wel vol hoor!'

Daarna werd het nog best gezellig.
Ja, dat is dan wel weer ontzettend jammer voor zo'n weblogstukje.

18 juni 2004

de goede haardag van jacq

Net als dat ineens je haar heel erg goed zit. En dan heb ik het niet over een haarsituation waarvan je zegt: nou ja oké swa het kan ermee door! Neen, ik heb het dan over haar dat echt Heel Erg Goed zit. Waanzinnig goed. Dat het op je rug danst, maar mooi in de maat. Dat de wind ermee speelt, maar er feitelijk toch geen vat op heeft. Dat de mensen denken: wat een kittig ding en wat zitten heur haren leuk zeg! En dat het niet hangt en ook niet staat. Maar net er tussenin.

Retrace your steppies jacq, fluister ik dan tegen mijn spiegelbeeld, terwijl ik traag en loom mijn blonde lokken door mijn vingers laat glijden.

Ondertussen, in mijn hoofd. Was was was het de shampoe! Was het de conditioner! Kwam het door de fohn! Of juist het ontbreken van de fohn! De maanstand? Was was was het het nonchalant met de vingers in model brengen? Kwam het door het schudden met het hoofd waardoor je duizelig werd en tegen de muur aan viel? Of was het omdat je alle hoop had opgegeven waardoor je haar zich ten diepste bevrijd voelde van de drang tot presteren! Kwam het door Was het de Had je het Was was was

Maar dwars door je gebazel weet je in feite het antwoord al lang.
Het was per ongeluk.
Het was een toevalstrefferd.
En het valt niet te kopiëren.
En zeker niet op Belangrijke Haardagen.
Want dat is nu eenmaal een wet.

Zo'n inzicht hè - dat is zo erg dat ik wel eens al mijn haar wil afknippen. Om er gewoon voor eens en voor al AF te zijn!!!
Wie doet er mee!

17 juni 2004

de buren van jacq

Mijn alcoholische schreeuwbuurman ter linkerzijde is op vakantie. Dit geeft onverhoopt zoveel rust in de buurt dat er iets moest gebeuren. We waren er allemaal ongemakkelijk onder. Nu ja behalve dan de superrielekste drugsgebruikers van naast de alcoholische schreeuwbuurman. Maar die slapen dan ook heel veel.

Enfin, wat ik zeggen wou: nu is de buurjongen van twee huizen verder rechts dus maar psychotisch geworden. Tenminste. Jullie zeggen dat ik in de war ben maar jullie zijn zelf in de war, zegt de jongen rechts. Daarmee heeft hij in principe wel een punt. Alles is een kwestie van perceptie en zelfs dat is nog maar de vraag.

Hoe dan ook.
Ik steek hier met mijn chocoladepindaverslaving enigszins laf bij af. Hoor ik hier nog wel thuis, peins ik. Is dit voor Boris V. een omgeving om op te groeien. Krijgt zo een kind daar een tik van mee. Denkt hij straks later dat de hele wereld zo is! Raakt um zelf aan de drank! Of aan de droks! Of beide! En is er dan wel opvang! Ja, want Boris V. is dan immers een drugsverslaafde kat, en geen mens! Een woord als discriminatie is snel gevonden! Zal hij voor eeuwig tandeloos lallend door de tuinen struikelen? Zal het mij lukken hem cold turkey te laten afkicken, eventueel met behulp van zijn vrienden die hij niet heeft! Of moet ik hem uiteindelijk zelf wreed de deur wijzen, net als de moeder van David S.!

Hoe dan ook, dit kan zo niet langer.
Wij wonen hier niet lang meer, wat ik je brom.

16 juni 2004

liefdagboek wordt een dotcom

Een opmerking van een anonieme onbekende herinnerde mij eraan, dat ik het wel een beetje warm moet houden bij jullie. Ja, dit lieve dagboek gaat nog steeds verhuizen binnenkort. En misschien wel sneller dan je denkt! Of langzamer! Of net zo snel als je toch al dacht.

Het zou natuurlijk het mooist zijn als jullie alvast te allen tijde danwel ten allen tijde of in elk geval altijd (en overal) de naam liefdagboek dot com paraat hebben. Hoe paraat? Nou, laten we realisties blijven: als ik jullie 's nachts wakker zou maken met een emmer ijskoud water, dan mag je eerst best even verdwaasd voor je uitkijken, ALS je daarna dan maar wel direct roept: WEE! WEE! WEE! LIEFDAGBOEK DOT COM!

Waarom ik voor een dotcommetje koos, ik kon niet anders. Ik stond met de rug tegen de fokking internetmuur. Onthoud dit: ik ging voor een punt nl, want we zijn immers allemaal gewoon hollanders onder mekaar. Dat domein was vrij hoor, geen enkel probleem, claim vooral dit domein jacq. Maar later bleek dat het allang niet meer vrij was. Eerst schold ik op het internet. Toen heb ik overhaast voor een dotcom gekozen. Terwijl de extensie com staat voor commercieel geloof ik. En dat kan men van het dagboekje niet bepaald zeggen, helaas!

Wacht, ik zal t-shirts ontwerpen, dat zal ik doen!

[Nee, waar deze oprisping van hysterische zelfpromotie vandaan komt, ik heb geen idee. Laat haar maar even, doe ik zelf ook altijd.]

15 juni 2004

goed nieuws voor de gekkies

We kwamen station Amersfoort binnenrijden. Het was er leeg en verlaten. Is dat niet ongeveer hetzelfde jacq. Jawel maar ik wou iets benadrukken. Het was er dus leeg. En ook nog eens verlaten! Op één iemand na. Er liep een jongen met een oranje hoedje op. Zijn mond bewoog. Leeg en verlaten. Mond bewoog. Oranje hoedje. Vatjum!

Ja, nu moet je tegenwoordig een beetje oppassen natuurlijk, met mensen voor gek verklaren. Vaak blijken mensen waarvan je eerst dacht dat ze in zichzelf praatten, helemaal niet in zichzelf te praten. Dan is er sprake van een mobiele telefoon die jij niet had gezien. Omdat ze het handsfree doen. Of omdat jij maar één oor kon zien, bijvoorbeeld. Draaien ze zich een halve slag - blijkt dat ze gewoon aan het bellen zijn! Moet je ze ineens weer gezond verklaren in je hoofd. Moeizaam iets.

Wat ik zeggen woude: ik voorspel dat er een tijd komt waarin dit mechanisme zich nog steeds afspeelt, maar dan precies andersom. Het duurt niet lang meer of we denken bij mensen die in zichzelf lopen te praten: ooh dies gewoon aan het bellen. Over vijf jaar, in pak hem beet 2009, zien wij geen gekken meer. Alleen nog maar bellers. Dat is goed voor de emancipatie van de gekken. Of voor de assimilatie. Want wat je niet ziet, dat is er niet. En wie niet gezien wordt als gek, die is gewoon normaal. Ziezo, dat is ook weer opgelost.

Ik draaide mijn hoofd nog even om naar de jongen en het eenzame perron. Langzaam verdwenen beide uit het zicht. Het laatste beeld dat ik zag was iets met veel gebarentaal.

Die is echt wel gek, denk ik dan.
Maar ja, het is natuurlijk nog maar 2004.
Dus er kan nog van Alles gebeuren.

14 juni 2004

c'est du pijn

'Je koffie wordt koud', zei de meneer tegenover mij. Hij wees op mijn kartonnen C'est du pain-bekertje, dat nog halfvol was. Dat komt: ik houd niet echt van koffie. Een half kopje, dat gaat net. Dan word ik een beetje wakker. Maar na één kop koffie gebeurt er iets geks. Dan word ik ook wakker, maar dan net iets te wakker. Haiperdepaiper word ik ervan. Het is, kortom, van grote en noodzakelijke noodzaak dat ik niet meer tot mij neem dan een half kopje koffie op een dag.

Enfin, ik dacht: zeg meneertje, waar bemoei jij je mee!
Dus ik riep: 'Woeps u heeft gelijk!!'
Gehoorzaam nam ik vijf grote slokken.
Kijk EEN PAARD!
NEE TWEE! NEE DRIE! NEE VIER!
SCHAPEN! LINKS!
TEL DE SCHAPEN!
EEN KNIJNTJE ZIEN JULLIE DAT WEL!?

[C'est du pain - dat is wel een mooie naam vind ik. Heeft iets poetisch. Maar elke keer als ik op het station een cappuccino koop, dan staar ik naar die naam. En dan denk ik: wie in de wereld heeft dat verzonnen. Negenennegentig procent van de Nederlanders heeft zo gauw als het maar enigszins kon de Franse taal laten vallen op de mavo. Dus die associëren pain niet met brood maar met pijn. Een winkel waar met grote letters pijn op staat, zou zoiets nou nog invloed hebben op de verkoopcijfers van dat brood? Had men niet beter kunnen kiezen voor Joie de Vivre, of zoiets? Maar ja, dat slaat dan weer helemáál niet op brood. Moeilijk hoor, als je zulk werk hebt.]

11 juni 2004

elp, elp, riep jacq in zichzelf

De trein minderde vaart. Door de intercom klonk wat geklik - de opmaat tot iets met goedenavond dames en heren.

Het was zaak dat ik oplette bij welk station we ons inmiddels bevonden. Ik had zo'n dag dat ik niet helemaal voor mijzelf kon instaan. Toen de conducteur bij aanvang van mijn reis had gefloten, was ik in één klap tot een besef gekomen. Het plastic tasje met inhoud, dat ik zo keurig onder de drie lieve snelbindertjes achterop mijn fiets had gebonden - dat plastic tasje bevond zich nog steeds onder die snelbinders! Help! Help!, had ik geroepen. Maar wel in stilte, zodat de echo's van mijn woorden alleen in mijn eigen lege hoofd galmden. Elp. Elp.

[Dit was overigens niet de eerste keer dat ik een openbaring kreeg op het moment dat de conducteur floot. Fluiiiit! Shit, geen kaartje gekocht! Fluiiiit! Fok, me zonnebrillie ligt nog thuis! Fluiiiittt! Oh nee hè, gas aan laten staan, Boris V. legd het lootje! Kortom: bijna al mijn openbaringen vinden plaats op het moment dat conducteurs op een fluitje blazen. Dit is zo geen leven.]

Mijn hart was blijven bonken. Laat het los jacq, had ik in mezelf gepreveld. Laat. Het. Tasje. Los. De trein begon langzaam op te trekken. Mijn handtasje was er nog wel. Ik plantte het op mijn schoot als een oma en hield het stevig vast.

Steeds meer vaart minderde de trein. Het geklik door de intercom duurde voort. Het klonk een beetje alsof de conducteur met grote moeite een hoorn van een haak probeerde te tillen, en steeds weer moest opgeven. Ik kreeg een beeld door van een lilliputterconducteur die met een lange stok probeerde de hoorn van de haak te krijgen. Amai, weer niet gelukt!

Klik-klik zei de intercom nog eens. En toen bleef het stil. Er kwam een klein perronnetje in aantocht. Maar er kwam geen goedenavond dames en heren. Had de conducteur zijn krachtsinspanning opgegeven? Was hij in een negatieve denkspiraal terechtgekomen zo van dit lukt mij nooit niks lukt mij ooit? Had hij naar buiten gekeken en gedacht: ach, wie wil hier nu wonen of op bezoek? Of was hij amechtig hijgend in zwijm gevallen, tot aan bewusteloosheid toe?!

Mijn hart begon opnieuw luid te bonken.
Wie bestuurde deze trein!?
Och ja, de machinist natuurlijk.
En er lag rails.
Ik leunde met een zucht naar achter.
Maar mijn tasje, dat lieten mijn handen niet los.

10 juni 2004

jacq mist een rolmodel

Ik ben nu een dik jaar van het roken af en een dik jaar it was. Mijn grote rolmodel was vriendin één die een jaar voor mij al was gestopt. Ik taal niet meer naar sigaretten. Sterker nog: ik snap niet hoe ik ooit heb durven inhaleren. Soms stop ik voor de vorm een balpen tussen wijs- en middelvinger, en dan neem ik een trekje. De beweging zit nog in mijn systeem, maar komt mij toch niet erg bekend voor. En al helemáál niet aantrekkelijk. Dat komt ook: ik heb nu chocola. Voor elke sigaret die ik vroeger opstak, doe ik nu een blinde greep in de chocoladepinda's. Och, wat word je daar misselijk van, zeg. En dik, dat ook.

Vriendin één zit middenin een sigaretterugvalepisode. Eerst biechte ze wel eens op dat ze 'drie trekjes' had genomen op een feestje. Erg hè, jacq. Alras werd dat één volle sigaret. En inmiddels is het hek van de dam. Te pas en te onpas houdt ze haar hoofd schuin, en bietst zij bij onschuldige burgers die niet durven weigeren. Dan steekt ze er de brand in en smookt deze zo snel mogelijk op. Na een minuut of drie ziet men de doorrookte ogen van vriendin één dan alweer speurend om zich heen priemen. Op zoek naar een volgend slachtoffer.

Ik had niet zoveel recht van spreken. Wat vriendin één heeft met sigaretten, heb ik immers met alles wat van chocolade is. Gistermiddag nog liep ik met een zuiver hart vol goede bedoelingen de supermarkt in. Toen werd mijn zicht wazig. En bij de kassa aangekomen, haalde ik ineens een bakje chocoladepinda's uit mijn mandje! Hoe die er nu weer in kwamen?!

'Het punt is, je moet het gewoon niet kopen', zei vriendin één gisteravond in de kroeg.
'Klopt, als je het koopt dan ben je verkocht', zei ik.
'Je moet gewoon sterk zijn', zei vriendin één ferm.
Ze greep mijn hand.
'Je moet er niet aan toegeven', beaamde ik. Ik dacht aan de chocoladepinda's die thuis op mij wachtten. Zou ik die kunnen doorverkopen aan een buurvrouw?
'Die barkeeper, zou die roken?', zei vriendin één.
'Hoe bedoel je', zei ik.
'Momentje', zei vriendin één.

Zij sprong op en danste met kwieke tred naar de bar. Daar gooide zij heur haren naar achter en hield haar hoofd schuin. De barkeeper haastte zich naar zijn pakje sigaretten. Daar kwam ze terugdansen. Voor de vorm verborg ze haar hoofd tussen haar schouders. 'Hihi', zei vriendin één. Toen joeg zij de brand erin en leunde achterover.

[disclaimer voor de strenge vriend van vriendin één: iedere overeenkomst met bestaande personen berust op een gruwelijk en onvoorzien toeval]

09 juni 2004

jacq heeft telefoonperikelen

Ik heb er overdag ook al last van. Komt wegens het gebruiken van een overjarige draadloze primafoon-telefoon. Ik houd van overjarige toestellen. Die kun je tenminste nog een beetje tussen je schouder en je oor klemmen. Plus de gesprekken lijken echter. Mijn primafoon-telefoon heeft er zelf zoiets bij van: ja zeg, ik ben nu te oud geworden. Zijn nul doet het niet meer lekker. En echt, in bijna elk telefoonnummer zit een nul! Dan druk je op de nul, maar dan gebeurt er niets. Pas als je keihard op de nul drukt, totdat je duim echt hartstikke zeer doet - dan pas pakt-ie hem. Soms twee keer. Kun je weer helemaal overnieuw beginnen.

Maar 's nachts is het vaak nog veel erger. Vannacht nog zag ik in de winkel een shirtje dat ik zelf wilde hebben maar waarover ik als ik eerlijk was, moest zeggen: dit is meer een shirtje voor vriendin 1. Soms, met goede vriendinnen, kun je dat hebben. Dat ze je als het ware vergezellen in paskamers, ook al zijn ze er niet bij. Dat ze zeggen: nee, ik zou toch voor een ander modelletje gaan, jacq. Of dat ze zeggen: hee, geef hier, dit zou mij veel leuker staan.

Enfin, ik liep vannacht de winkel uit, pakte mijn mobiel uit mijn tas en wilde vriendin één bellen om het heuglijke nieuws te melden. Maar ik kreeg het nummer maar niet gedrukt. Elke keer kwam er iets tussen. Iemand die ik honderd jaar niet gezien had, bijvoorbeeld. Of dat mijn telefoon ineens een olifantje was geworden. En toen ik nog maar 1 cijfertje moest, toen glipte mijn mobieltje me ineens uit de vingers, ploepsie in een put. Mannen erbij, moeilijk kijken, schepnetje, enfin het oude liedje.

Gelukkig kwam vriendin één plotsklaps zelf aanwandelen. Dat is het mooie van 's nachts winkelen, dan kom je nog eens iemand tegen. Hier, zei ik. Hier heb ik een shirtje dat echt iets voor jou is. Vriendin één keek al bij voorbaat dankbaar. Toen trok ze het shirtje uit de tas. En toen bleek dat het shirtje eigenlijk een broek was, die je zelf nog in mekaar moest zetten.

'Ook leuk, toch', zei mijn vriendin dapper.
'Ja maar hallo zeg', zei ik wanhopig.
Ik wou nog iets zeggen.
Maar toen was ik ineens aan het snorkelen in een warm land.

08 juni 2004

boris v. heeft een man

Nieuwe moeder, mijn ass! Boris V. heeft een man! Een man met aftershave!

Hij sprong net op mijn schoot (sjongejonge DUH niet de man, maar Boris Veehee!) en wat of er toen gebeurde! Een walm nee een spoor nee een een een nou oké een spoor van een lucht trok in mijn neus. Een vreemde lucht. Voor 't eerst in zijn leven rook Boris V. naar man. Naar een vreemde man. Die ik niet kende.

Ik staarde naar Boris V., die zijn nagels in de bekleding van de bank zette. Onschuldig blikte hij over zijn schouder naar mij. Maar ineens zag ik hem in een andere pose: liggend op de rug met de benen wijd, om maar op zoveel mogelijk buik gekroeld te worden - door een vreemde man met aftershave. Neen. Neen. Driewerf neen. Ik schudde Boris V. wreed door elkander. Maar toen kwam er nog méér van de vreemde lucht vrij. 'Ga even een uur in de wind staan en snel een beetje!!', riep ik naar Boris V. die mij lodderig aan bleef kijken.

Toen schoot mij een gedachte in de gedachten. Ik kom er niet van los. Het slaat nergens op. Maar ik kom er niet van los. Oké, ik schrijf het gewoon op. Zou het kunnen dat er ergens hier in één van de tuinen een man zit, die Boris V. naar hem toe heeft gelokt. Met een lollie of zo. Of zo van 'Hee zwart poesje, ik heb hier een zwembad wil je erin?'. Want Boris V. is gek op water, hè. En dat Boris V. toen dichterbij kwam, gewoon zo vol vertrouwen als dat hij kan zijn, hè. En dat de man toen SPLASJ in één keer een heleboel van zijn lievelingsaftershave op Boris V. spoot!

Dus dat de vreemde man heel langzaam en sluipend via Boris V. mijn leven wil binnendringen. Eerst via de neus, later op andere manieren?

Bah, ik zit hier niet meer rustig.

07 juni 2004

jacq en de boze mevrouw /2

Zou ik erover beginnen, over die mascara? Soms kon je mensen die een beetje doorsloegen, het beste maar een beetje afleiden. Ik bracht mijn wijsvinger naar mijn wang en opende mijn mond.

'Sjesusniettegelovenzeg', mompelde de postkantoormevrouw die steeds wilder met mijn pakket aan het schudden was.
'KIJK EN DAT BEDOEL IK NOU', riep de boze mevrouw.
'Is er iets mis mee', vroeg ik.
'Welnee doe ik altijd', zei de postkantoormevrouw.
Ze keek op en rolde met haar ogen.
Het ging duidelijk over de boze mevrouw.

'KIJK EN DAT BEDOEL IK NOU', riep de boze mevrouw.

Het begon mij een beetje te vervelen. Ik had de boze mevrouw vindingrijker ingeschat qua taal. Zelf word ik steeds welbespraakter naarmate ik kwader word. Hele rake bloemlezingen houd ik dan, zij het enigszins schreeuwend. Woorden waarvan ik niet wist dat ik ze in me had, ontspruiten aan mijn lippen. Stoppen doe ik slechts om kloek het schuim weg te vegen. En dan dender ik ritmies voort, met mijn trein van boze woorden. Ik zou het moeten opnemen, dan had ik zo een bestseller.

'Ja euh wat bedoelt u nou', zei de postkantoormevrouw die het duidelijk zat was. Dat maakte iets los bij de boze mevrouw.
'Oh, en nog BRUTAAL doen ook!', riep de boze mevrouw.
'Vijf euro zestig', zei de postkantoormevrouw.
'Dat is weer zo TIEPIES hier!, riep de boze mevrouw.
'Mag ik pinnen', zei ik.
'Nooit eens toegeven dat je FOUT zit! Hartstikke FOUT!', riep de boze mevrouw. Wild gebaarde zijn. Haar ogen sprongen er nu haast uit. Ik had geen zin om straks te helpen oprapen of zo, hoor.

'Uche uche', deed de postkantoormevrouw overdreven. Ferm zette ze een stempel op mijn pakket. Mooi werk, stempels zetten. Soms zou ik dat wel de hele dag willen doen. Kwam je op een punt dat je kon zeggen: vandaag heb ik negenhonderdertien stempels gezet. En dan vroom gaan slapen. Ja.

Nee, ik snap het zelf ook niet goed. Maar zowel de postkantoormevrouw als ikzelf waren in het geheel niet geintimideerd door de boze mevrouw. Nu kan het zijn dat de postkantoormevrouw een kogelvrij vest aanhad en dat ze daarom zo stoer kon doen. In dat geval ging ik er in geval van een wapen straks onherroepelijk aan, natuurlijk. Bovendien werd de boze vrouw alleen maar bozer van zo weinig effect. Ging je een keer over de rooie, werd je nóg genegeerd. Ik deinsde daarom even achteruit en hield mijn hoofd lief schuin. Dat deed de boze vrouw zichtbaar goed. Tierend vertrok zij naar de uitgang.

'Dit pakket kan vandaag niet meer mee', zei de postkantoormevrouw.
'Hoezo niet dan', zei ik.
'Kwam net langs, de postophalert', zei de postkantoormevrouw.
'Kijk, daar rijdt-ie', zei de postkantoormevrouw.

Toen werd ik ook boos.

04 juni 2004

jacq en de boze mevrouw

O, zij was boos. Heel erg boos. Eerst had ik dat niet door. 'Ja, sorry dat ik het zeg', zei een harde stem. 'Maar ik stond hier dus al veel en veel eerder dan u'. Ik draaide mijn hoofd naar de stem toe. Ik had zelf behoorlijk lang moeten wachten voordat ik aan de beurt was. En ik had de mevrouw nergens zien staan. Nu wel. Hoe had ik haar kunnen missen? Van haar ogen sprongen vonken af, die pas op de vloer langzaam doofden. Ik deed een stap naar achteren. 'Sorry dan', zei ik.

'En die mevrouw achter mij dus ook.' Ik keek even langs de boze mevrouw heen. De mevrouw achter haar keek nadrukkelijk strak naar een punt in de verte. Niet aanspreken, ben even weg, stond op haar voorhoofd. Maar de boze mevrouw was niet eens van plan geweest een beroep op haar te doen. Zij was in een boosheid waaay beyond het type boosheid waarin steun van anderen welkom is. Zij was boos genoeg in haar eentje. Boos genoeg voor een hele stad, zou men kunnen zeggen.

'Sja, ik had u eerlijk niet gezien', suste ik.
'Ik ook niet, hoor', mompelde de postkantoormevrouw die iets moeilijks met mijn pakket aan het doen was. Dit waren niet helemaal de goede woorden. Het was maar de vraag of er uberhaupt woorden bestonden waarvan de boze mevrouw rielekst ging achteroverleunen - maar in elk geval waren déze woorden niet helemaal goed.

'KIJK, EN DAT BEDOEL IK NOU!!!', riep de boze mevrouw. Zij bracht haar gezicht dicht bij het mijne. Er zat mascara vlak onder de plek waar het hoorde. Misschien had de boze mevrouw wel dezelfde mascara als ik. Mooie mascara, maar het droogde voor geen meter. Na het aanbrengen moest je minstens tien minuten roerloos voor je uit gaan zitten kijken. Anders gaf het af, op plekken waarvan zelfs mensen die niet weten waar je mascara hoort te zitten, zouden zeggen: dat spul, dat hoort daar niet. Als het niet zo ziek zou zijn, zou je de fohn op je ogen willen zetten om het droogproces te versnellen. Maar dat zou nogal ziek zijn.

'KIJK, EN DAT BEDOEL IK NOU!!!', riep de boze mevrouw nog eens.
Zou ik erover beginnen, over die mascara? Soms kon je mensen die een beetje doorsloegen, het beste maar een beetje afleiden. Ik bracht mijn wijsvinger naar mijn wang en opende mijn mond.

[wordt vervoholgd]

03 juni 2004

jacq en het signaalrode broekje

'Zit dat nou lekker dat linnen', vroeg de man met het signaalrode stretch sportbroekje waarin alles te zien was en als ik zeg alles dan bedoel ik ook alles.

'Best wel', zei ik, terwijl ik niet probeerde te staren. Dat is zo rot met dingen die je niet wilt zien. Je wilt ze zien. Je wilt ze alsmaar zien. En als je ze ziet, dan denk je: dit wil ik niet meer zien. En dan kijk je nog een keer. Op zo'n moment wou je dat je blind was. De goede blinden niet te na gesproken.

Ik kneep mijn ogen dicht. En omdat de onbeschrijflijke leegheid van drie kwartier op een sportschoolfiets, tegenover een televisie met zonder geluid mij lichtelijk tot grote waanzin dreef, zei ik het nog een keer. Ik zat om een praatje verlegen, zo had ik het ook kunnen formuleren. Ik bedoel, ik formuleer dit soort dingen altijd alsof er nog net geen dooien waren gevallen. En dat is ook weer wat overdreven. Hoewel. Drie kwartier fietsen en daarna nog steeds tegen dezelfde televisie met zonder geluid aankijken, is wel een tragies iets. Maar ja, buiten fietsen is nog erger. Hoewel. Jawel, dat is erger.

'Best wel, hoor', herhaalde ik.
Ik zat om een praatje verlegen.
Ik had zin in een moord, of iets anders dat de zinnen zou verzetten.
'Uhuh', hijgde de man in het signaalrode strechbroekje.
Negeer dat broekje jacq, dacht ik bij mijzelf.
Niet over beginnen.
'En dat broekje van jou', zei ik.
'Zit dat lekker of zo?'
Ik kan zo weinig van mezelf op aan.

'Je voelt het niet', zei de man.
'Je voelt het niet en daarom zit het in wezen zo lekker.'
'Uhuh', zei ik.

'En het oog wil ook wat, natuurlijk', zei de man.
Hij knipoogde naar mij.
En ik dacht: is het weer zo ver.
Is het weer eens mijn taak om slecht nieuws te brengen.
Moet ík nu deze man vertellen dat een signaalrood stretchbroekje waarin alles maar dan ook alles te zien is, dat zoiets geen chickmagnet is, maar eerder aanleiding tot gillend wegrennen?

'Het oog wil ook wat', herhaalde de man.
Hij zat verlegen om een praatje.
'Ja, haha', zei ik.
Ik haalde diep adem.
Ik opende mijn mond.
Ik deed hem weer dicht.
Er waren vast vrouwen die dat leuker konden brengen.
De engelen in de hemel applaudisseerden.

Ik had zin in een moord.
Of iets.

02 juni 2004

vreemd lichaam

De blonde vrouw stond langzaam op. Ik had het volle zicht op haar rug, haar billen en haar benen. Er was niets over te zeggen. Ze was niet dun en niet dik. Niet oud en niet jong. Ik was benieuwd welk gezicht er bij hoorde en wachtte op de draai die ze ongetwijfeld eens moest gaan maken.

[Wel, zover was je gisteren ook al, jacq. Ja, dat is waar, maar dat 'wordt vervolgd', dat zet ik er natuurlijk niet voor niets onder hè. 'En toen had ik het zicht op twee enorme cliffhangers', willen jullie dat van mij?! Siliconentieten op de Veluwe, dat had nog wel iets joligs. Toen had ik er gewoon over op moeten houden! Bah! Had ik maar een foto gemaakt. Dan noemde ik vandaag fotowednesday en dan was ik er verder af.]

Maar ze talmde. Haar rechtervoet maakte halve rondjes op de tegels. Ineens leek de blonde vrouw op een verlegen kind dat nog iets wil vragen. Ik had het verkeerd gezien. Met de grote teen van haar rechtervoet hengelde ze twee goudkleurige teenslippers naar zich toe.

[Och, zie toch hoe ik het moment uitstel. Zie mij zoeken naar onbeduidende details waarin ik mij kan vastbijten.]

Toen draaide de blonde vrouw zich om. Mijn ogen wilden naar haar gezicht, om te zien wie zij nu was. Maar

Een vliegtuig stortte neer, niet ver van het zwemb
Een spin kroop in mijn oor, en ik rende zo ha
Mijn vriend kwam nakend aanlo

Mijn ogen wilden naar haar gezicht, om te zien wie zij nu was. Maar mijn hersens hadden iets anders opgemerkt. En mijn ogen moesten mee, want zo gaat dat. Het oog is willoos. Een schaduw viel over het grasveld. Twee glimmende bouwsels staarden mij aan, vanachter een heel klein triangelbikinihesje. Er was geen sprake van een borstenpaar, maar van een een linker en een rechter. Twee hele grote broodjes bapao, die in de zon hadden gelegen, want nu kom ik los ook. En daartussen geen spleet, maar een stuk borstbeen. De rest van haar lichaam was ineens bijzaak geworden. Haar billen leken wel deukjes. De blonde vrouw bukte om haar linkerteenslipper goed te doen. Haar linkerborst bleef omhoog wijzen. De rechter ook.

'Allemaal een spaatje dus, hè', riep de blonde vrouw, terwijl ze zich half omdraaide. De mannen keken op en knikten. 'Uhuh', zei de donkere vrouw. De blonde vrouw draaide zich weer om naar de ingang van het hotel. De donkere vrouw zei iets tegen een van de mannen. Ze hield haar handen voor zich en maakte twee vuisten. Toen strekte ze in een snelle beweging haar vingers. 'Flatsj!', deed de donkere vrouw tegen een van de mannen. De man lachte besmuikt. De donkere vrouw lachtte harder. Hij plukte aan zijn tenen. Zij veegde de tranen uit haar ogen.

De blonde vrouw was bovenaan de trappen aangekomen. Toen stopte ze. Ze greep naar haar zonnebril die als een diadeem op haar blonde haar zat, zette hem op haar ogen en liep naar binnen. Ik doe dat zelf ook wel eens, binnen met een zonnebril rondlopen. Dan kom ik in de badkamer, blijf maar trekken aan het lichtkoordje en zoek vervolgens als een blinde op de tast mijn weg. Iets zei mij dat de blonde vrouw hetzelfde te wachten stond.

De zware deur viel dicht. Man één sloeg een bladzij om. Man twee begon aan zijn rechtervoet. De donkere vrouw keek naar het water en trok haar badpak recht. Toen zuchtte ze en ging weer liggen.

01 juni 2004

de dromen van de blonde vrouw

Ze lagen op een kluitje, dicht bij het zwembad. Vier ligstoelen naast elkaar. Man. Vrouw. Man. Vrouw. Van de mannen valt niets te zeggen, behalve dat ze een buik hadden. Van de vrouwen was er eentje donker, de andere blond. De blonde was een bult onder een handdoekje. Alles wat je van haar kon zien was het blonde, en een grote zonnebril die daarin gestoken was. Ze lag op haar zij, met haar benen wat opgetrokken. Niemand sprak. Geen man wees. Ze hadden allevier hun eigen dingen. De mannen hun boek, de donkere vrouw haar tijdschrift. En de blonde vrouw had dromen achter haar gesloten ogen.

De vrouw met het donkere haar stond één keer op van haar stretcher, en liep naar het zwembad toe. Langzaam liet ze zich in het water zakken. Ik zag haar een paar keer snel achter elkaar inademen, zoals je dat doet als het water koud is. Onwillekeurig tuitte zij haar lippen erbij. Vvvv. Vvvv. Vvvv. Toen ze zich tot aan haar nek had ondergedompeld, rees haar lichaam weer langzaam op uit het water. Via het trapje liep ze beheerst naar haar ligstoel. Het water droop af. De vrouw met het donkere haar vleide zich op de handdoek. Niemand vroeg hoe het water was. Ze sloot haar ogen.

Toen kwam er beweging in de handdoek waaronder de blonde vrouw had liggen slapen. Een arm rekte zich uit. De blonde vrouw zei iets. De man met de dikste buik tilde zijn zonnebril even op en zei een woord. De anderen reageerden met een knikje. Toen gingen ze door met hun eigen dingen. De blonde vrouw stond langzaam op. De handdoek gleed op de grond. Toen ze heur haren losschudde, bleek het een blond van vele kleuren te zijn. Ik had het volle zicht op haar rug, haar billen en haar benen. Er was niets over te zeggen. Ze was niet dun en niet dik. Niet oud en niet jong. Ik was benieuwd welk gezicht erbij hoorde en wachtte op de draai die de blonde vrouw zou gaan maken.

[wordt vervolgd]