jacq jaagt de mensen op
Eerst zou de auto rond twee uur klaar zijn. Maar toen we rond twee uur met de garage belden, konden ze er ineens niks meer van zeggen. Wegens overstelpend grote en plotse drukte. 'Ik ga nu geen tijden meer noemen', zei automonteur Kwik die ik aan de lijn kreeg. Het klonk zelfingenomen blij. Het klonk alsof automonteur Kwik zichzelf en zijn collega's jarenlang had gekweld met het wel noemen van tijdstippen waarop dingen klaar zouden zijn - en dat hij daar nu godzijdank van genezen was. Door schade en schande wijs geworden. Ook dankzij de collega's, hoor. 'Neenee, ik ga dus geen tijden meer noemen nu', herhaalde automonteur Kwik trots. Ik wist ineens zeker dat hij dit telefoongesprek ging inbrengen op de assertiviteitstraining van aanstaande maandag. Hoe verging het jou met het oefenen deze week, Kwik? Nou, ik voel dat er nu echt iets aan het veranderen is, groep.
Niks mee te maken, natuurlijk. Vroeger zou ik de hoorn keihard op de haak hebben gekeild. Nu zocht ik met mijn duim het piepkleine uit-knopje op mijn mobiele telefoon. 'We gaan er gewoon een beetje druk achter zetten' zei ik. Nee, ik riep het. Oké, ik schreeuwde het. Dat kwam zo: ik was zelf al dagenlang traag, sloom en niet vooruit te branden. Alles was mij te veel. En dan krijg je dat, dat je andere mensen wilt opjagen. Omdat je zelf niks meer kan. Wil je dat anderen het doen! 'We gaan er druk achter zetten!!!', schreeuwde ik. Graag had ik van onbestemde woede mijn vuist door de muur heen geramd. Maar daar was ik dus te moe voor.
Wij fietsten naar de garage. We zagen het direct. Onze auto stond nog buiten. De garage was leeg. Alleen Fransje Bauer was er. Maar waar is die niet. Her en der stonden auto's op bruggen. Helemaal alleen. En hulpeloos hè. Want een auto op een brug, die kan niet wegrijden. Die kan niet eens van de brug af springen. Een auto op een brug kan alleen maar wachten tot iemand hem komt redden.
'Psst', zei mijn vriend.
Hij wenkte.
Langzaam sloop ik naderbij.
Kijk daar, liet mijn vriend zijn hoofd naar rechts vallen.
Ik keek.
Mijn mond viel open.
[wordt vervolgd]