stukjes jacq

31 mei 2004

jacq was even op de veluwe

En dat ik nu juist op de Veluwe mijn eerste overduidelijk mislukte breast implant heb moeten aanschouwen! Het is nog een wonder dat het niet direct begon te bliksemen en te donderen. Ik sloeg wel van schrik een hand voor de mond. Met stomheid geslagen. Verder niet veel gezegd, de hele Pinksteren. Kom nu langzaam weer beetje bij.

Later meer, deo volente dan.

30 mei 2004

jacq is even op de veluwe

Zoals mijn fitness inspirator zei toen ik gistermiddag langs de balie naar de kleedkamer kroop: Veilig Pinksteren!

29 mei 2004

arjan e. en de seventies

Ik moet bij al die baardfoto's van Arjan Erkel steeds denken aan de twaalf discipelen (nou ja, behalve Judas dan). En dan als vanzelf aan het musicalspektakel Jesus Christ Superstar. En van daaruit dan weer aan de gehele jaren zeventig. Arjan Erkel, stijlicoon van de seventies. Beter was het geweest als hij direct na zijn bevrijding de baard eraf had geschoren. Zou dat nog onderwerp van gesprek zijn geweest met zijn naar Rusland afgereisde vader? 'Zoon, scheer je maar even, je moeder schrikt zich straks rot.' 'Vader, uiterlijk speelt voor mij geen rol meer.' Klik klik, deden de fotografen. En tot op de dag van vandaag worden de baardfoto's uit het archief gevist, als er weer een Arjan Erkel-nieuwtje is. Spijt als haren op zijn hoofd nu, bij een reeds lang geschoren Arjan Erkel. Maar ja.

Mag je eigenlijk al grapjes maken over Arjan Erkel, vroeg ik me af. Niet dat ik grapjes over hem wou maken hoor, maar gewoon, ik dacht: hoeveel tijd staat er nou eigenlijk voor zoiets. Is daar een rekensom voor? Hoe dan ook: volgens mij zou Arjan Erkel zelf de eerste zijn om hard mee te lachen. Humor heeft hem er doorheen gesleept - toen bij het ergste. Die angstaanjagende ontvangst in het dorp van zijn ouders, door bejaarden en schoolkinderen. Westerterpe Westdorpe, onthoud die naam.

28 mei 2004

hup naar de kresj met boris v.

De ganse dag geen boeh of bah. Straal genegeerd worden. Diepe, diepe slaap. Tot aan het moment dat ik een Serieus Telefonies Interview ga doen.

Bladiebladiebla, zegt de persoon aan de andere kant van de lijn. 'Hmmmm hm ...?' , spoor ik de geinterviewde met zoetgevooisde stem aan. 'Uh-huuuh ...euh?' verleid ik hem tot confidenties. Oh ja, ik ben daar heel goed in, vergis je maar niet!

De eerste minuut doet Boris V. er de ogen niet voor open. Maar dan breekt de tweede minuut aan, direct na de eerste. In de tweede minuut van het interview realiseert Boris V. zich iets. Dit duurt de gehele tweede minuut. In de derde minuut van het interview realiseert Boris V. zich wat hij zich realiseert: me moeder heb een nieuwe vriend aan de lijn!!!

Dat besef luidt het begin in van een volgende fase. Dat is de fase waarin Boris V. echt begint na te denken. Niet gewoon een beetje prakkizeren, nee, echt denken. Met een beginstuk, een tussenstuk en een conclusie. Shit, IK ben de enige vriend van me moeder!!!, besluit Boris V. op het eind.

Dan spitst hem de oren. Dan dan dan draait hem de kop. Rekt um zich uit, loopt over mijn aantekeningen, - en nu komt het ergste - neemt de hoorn van mij over en roept daarin keihard: 'De verbinding wordt nu verbroken!!!'

Ah man! Dit is echt niet fijn werken zo hoor!

27 mei 2004

hemels ge not

Ooit liet ik de krankzinnige barman in een column figureren. Nu ik gistermiddag weer eens in hetzelfde etablissement zat, bedacht ik me ineens: shiiit, sindsdien nóóit meer iets van vernomen, van die hele barman! Zou hij direct na verschijning van het stukje zijn ontslagen of zoiets? Dat de baas van het café het stukje las en er direct zijn krankzinnige barkeeper in herkende! Of dat de vrouw van de baas van het café het stukje las en er direct de krankzinnige barkeeper van haar man in herkende!

- Ha baas watsup
- Ik heb slecht nieuws voor je, barkeeper
- O jee baas, toch niets met mijn moeder?
- Nee jongen, het gaat om jou
- Ga ik dood, baas?
- Barkeeper, wat is jouw staande voet?
- Even denken, links.
- In dat geval ben je op je linkervoet ontslagen
- Maar waarom, baas!
- Een stukje van Jacq. Veldman
- Oef, zij is genadeloos!
- Dat klopt, mijn zoon
- Dan pak ik mijn spullen nu maar, baas
- Dit lijkt me inderdaad het beste

Zo moet het haast wel gegaan zijn. Ja, óf dat de hond van de vrouw van de baas van het café mijn stukje las, er direct de krankzinnige barkeeper in herkende en hem terstond in het linkerbeen beet. Kijk, daar holde de barman gillend een hoek om, om nooit weerom te keren.

Hoe dan ook, ik hoop dat de krankzinnige barman nog een beetje goed terecht is gekomen. Dat er bijvoorbeeld in januari al een meisje in zijn goot kwam liggen, die dat tamelijk enge van de (ex-)barkeeper juist lekker spannend vond. En dat ze er toen samen bovenop zijn geklommen en nu verhuisd zijn naar een mooi huisje, in een andere stad dan mijn stad. Want ik heb er dus echt geen zin in om die griezel ooit nog weer tegen te moeten komen, ja!!

Dit stukje moest eigenlijk over een heel andere barkeeper gaan. Een heule leuke, met op zijn t-shirt de woorden 'hemels genot'. Maar doordat jullie dit nu hebben opgerakeld, ben ik er ineens helemaal niet meer voor in de stemming. BAH!

26 mei 2004

herinnert u zich deze nog nog

Nu bén ik al enigszins nostalgies ende weemoedig van aard. Nee werkelijk jacq, daarvan hadden wij nog niks & niemendal gemerkt of zoiets. Sja, toch is het zo. Ik heb vandaag al heimwee naar wat overmorgen gisteren is. Doe geen moeite, deze zin is vooral interessanterig bedoeld. Ik geloof dat ik als peuter al iets moest wegslikken toen bleek dat ik kon lopen. De tijd van het kruipen lag voorgoed achter mij, zo besefte ik maar al te helder. Tenzij ik ooit nog eens seniel ging worden. Die hoop houd ik nog immer levend.

Maar dan dit! In mijn sportschool staat de radio de hele dag op Veronica. Veronica mag alleen maar muziek uit de jaren tachtig en negentig draaien. Dat heb ik ergens opgevangen. Het is om een bepaalde reden, waarmee ik jullie hier nu verder niet mee zal vermoeien aangezien ik deze reden niet heb onthouden.

Stellen jullie je eens voor wat het gevolg hiervan is. Enige malen per week trapt deze jonge sympathieke oudere jonge vrouw zich in het zweet op de sound van de tijden van weleer. Het golden oldies-gedeelte in mijn hersenen draait overuren. Ah nee, die gekkies van Spargo! Haha, Katja Koekoe! Husj, husj! Och hoort, de moedeloze kakkers van Spandau Ballet. O wacht wacht shiiit, die gozert van Miami Vice! Of horen wij hier de hijgende klanken van Patrick S. die wij tot dan toe nog slechts kenden van zijn prachtrol in nors en sous?

Ik moet zeggen dat ik na een nummertje of vier wel aan mijn tax zit. Tegen die tijd loopt het zweet mij van het voorhoofd, waarna het zich op mijn wangen vermengt met de tranen die rijkluk stromen. Meestal verdwijn ik dan snikkend en blindelings in een of andere kleedkamer. Helahola, blote plassers! Want dat zie ik dan weer wél, hè.

Tot slot zou ik er dit nog over willen zeggen: wat was het toch mooi om met ons allen depressief te zijn.

Allemaal:
Laat maar vallen dan
Het komt er toch wel van
Het geeft nierof je rehent
'k Heb jou nooit gekend
Wil weten wie jij bent
Wil weten wie jij bent


[nanana
nananananana
nana
NANANANANA!!]

25 mei 2004

jacq voelt zich niet meer veilig

Ik weet niet waar de Albert Heyn ze recruteert. Misschien uit tehuizen voor moeilijk opvoedbare jongens. Hoe dan ook: met al hun beveiligingsjongetjes is iets mis. Van de winter hadden ze die ene. Die heb ik al in geen tijden meer gezien. Is er misschien wel direct na de kerstbonus uitgestapt, wegens dat hij zijn ontslag vaag maar helder zag aankomen. Er werd vast veel te veel gestolen onder zijn wankele supervisie. Of zijn snuffelstage zat erop, kan ook.

Dus nu hebben ze weer een andere, en die spoort óók niet. Nou ja, misschien spoort hij nog wel, maar ik vind hem gewoon heel vervelend. En als ik mensen vervelend vind, dan zeg ik al snel dat ze niet sporen. Zo diskwalificeer je mensen, jacq, wist je dat wel. Oh ja hoor. Dat wist ik wel maar dat is juist een fijn gevoehoel.

Het nieuwe beveiligingsjongetje is heel erg vervelend. Dat komt omdat hij van het beveiligen zijn hobby heeft gemaakt. Dat houdt in dat hij zich voortdurend verstopt, plots opduikt in stille gangpaden, (voornamelijk) vrouwen speurend tussen de benen kijkt en met samengeknepen ogen je boodschappenkarretje scant. Het is niet goed voor de sfeer in mijn Albert Heyn. Rode draad tijdens het winkelen: een groot gevoel van onveiligheid. Je verwacht dat het beveiligingsjongetje elk moment van tussen de bananen omhoog kan komen. Of uit een diepvriesvak springt en jou preventief neerslaat. Dan sta je niet rustig dingen af te wegen, hoor. Schrikkerig worden wij klanten er van. En ook tot stelen geneigd. Want dat krijg je ervan, hè. Gisteravond kwam ik thuis met zes komkommers, een fonduestel en het gehele assortiment aan vleesvervangers. Zaten allemaal onder mijn jas. Wel gewoon voor betaald trouwens, want zo ben ik nu eenmaal opgevoed.

En populair doen tegen die kassameisjes! Demonstratief op zijn horloge kijken. Smakgeluiden maken. 'Ik heb wel zin in een lekker speklappie', zeggen tegen zo'n blozend kind. Ik heb wel zin in een lekker speklappie. Ik heb wel zin in een lekker speklappie. Net zestien. Ik zeg: laten we geen enkel risico nemen. Opsluiten al die beveiligingsjongetjes. Net zolang tot ze weer een beetje sporen. Of uit de puberteit zijn.

24 mei 2004

cagney en lacey en de .. euh

Och ja, wie ik ook heel erg mis dat zijn Cagney en Lacey. Er is geen aflevering die ik heb onthouden. Niet eens een plotje. En toen ik de vorige twee zinnen uptijpte, realiseerde ik me het allerergste: dat er niet eens scènes zijn die me altijd zijn bijgebleven. Nou jacq, waarom mis je ze dan. Ja ... eeeuh, om toch!!

Lacey is degene van wie je altijd dacht dat het Cagney is. Cagney was die cynische blonde, met het drankprobleem. Of haar vader had een drankprobleem. Of zowel de vader als Cagney. Eerst de vader, later ook Cagney? Misschien wel door de zorgen om haar drinkvader. Lacey was die meer huiselijke donkere, met die man en één kind. Twee kinderen? In elk geval bijna geen leefruimte. Altijd waren er geldzorgen en in het gezin speelden vele ethische dilemma's. Neen kinders, geen idee meer welke dilemma's. Wellicht over lunchtrommeltjes en behangprijsafspraken. De man van Lacey was behanger namelijk. Of iets anders in de bouwsector. De man van Lacey deed in elk geval dingen met zijn handen. Hij heette Harvey en het was een zuivere man met een ontzettend goed hart. En een veel te dikke buik, maar daar keek je finaal overheen. Kwam door zijn karakter. In die dagen hoopte ik nog eens een man als Harvey tegen te komen in het leven. Tussen Harvey en Lacey was het echte liefde. Dat zag je zo.

Harvey had heel wat te stellen met Lacey. Lacey werkte zichzelf over de kop hoor. 'Harveey', kon Lacey dan soms wanhopig zeggen. 'Harveey, alleen deze week nog. We moeten die killer catchen, Harveey!' Soms huilde Lacey er dan bij. Huilen kon Lacey namelijk min of meer op commando. Of lachen, en dan toch huilen. Of eerst huilen en dan toch moeten lachen. Maar ontzettend geloofwaardig. Soms snifte Harvey dan zo'n beetje terug. 'Mewwiebeff ...', zuchtte Harvey dan met vochtige ogen. Volgens mij trokken die twee zich enorm aan elkaar op, huilsgewijs dan.

Wat er van Cagney en Lacey is geworden, dat weet ik niet. Van Cagney denk ik altijd dat ze aan lager wal is geraakt nadat de serie stopte. Maar dat kan ook een groot compliment aan haar acteertalent zijn. Lacey zie ik soms nog wel op de televisie, in een rol waarin ze overtuigend huilt. Ik ga er blind vanuit dat ze na gedane arbeid de set verlaat, naar huis rijdt en dan in het holst van de nacht naast Harvey in het te veel te krappe bed kruipt. En ik wil van niemand horen dat dat niet zo is. Punt! Uit!

23 mei 2004

jacq is een sukkel (ping! ping!)

Zeg jacq, wat betekent dat, dat blogrolling op jouw site, vroeg mij iemand máánden geleden. Kint, al sla je me dood, zei ik. Het was namelijk nog in de dagen dat ik wel eens stukjes code op mijn weblog plaatste, waarvan ik zelf in het geheel niet wist waarheen en waarvoor. Neen, ik schaam me daar niet voor, dat is óók jacq en het mag er zijn. Plus ik was nu eenmaal born to be wild. Bij de meeste van die stukjes code deed ik overigens drie minuten later weer paniekerig deldeldel. Dan was het gehele lief dagboekje ineens zwart geworden of zo. Of stond alles door elkaar heen. Maar dan ook alles! Soms was het wel grappig, maar toch geen verbetering.

Dat blogrolling heb ik er nooit afgehaald. Ergens had ik het idee dat dat wel een essentieel blogdingetje was. Ergens heel diep. Onpeilbaar diep. En ergens vermoedde ik dat ik er niet alles uithaalde wat erin zat. Maar ja, dat heb ik soms met het hele leven ook.

Ik had er Merel voor nodig om de waarheid te horen. Ik was leuk bezig, schreef Merel, maar wel een beetje dom. Want ik moest wel pingen natuurlijk! Ik viel van mijn bureaustoel op de grond. Daar bleef ik een tijdje liggen. Toen rende ik zo hard ik kon naar mijn vriend. 'Hallohallo weet jij wat pingen is hee hallo hallo HALLOOO!!!, vroeg ik mijn vriend, terwijl ik hem zo erg door elkaar schudde dat zijn tanden rammelden. Daarna sprong ik zeven keer op de bank en er weer af.

Mijn vriend sloeg mij met de vlakke hand ferm in het gezicht. Pas toen kalmeerde ik. Vooral door de associatie met het romantische meisjesboek, eerlijk gezegd. In één klap was het me duidelijk: eindelijk had ik de man gevonden die ik zocht!

'Vertel mij nu kalm wat er on the hand is', zei mijn vriend.
'Ik heb hier Merel Roze op de mail!', riep ik.
'En die zegt dat ik moet pingen!', riep ik.
'Maar wat de fok is dat bloddie pingen!!!', gilde ik.
'Kom, wij gaan samen pingen', zei mijn vriend.

En dat deden wij.

Och mensen, eindelijk maken er een heleboel dingen sense. Die rare rondjes op de linklijst van kommapuntlog, bijvoorbeeld. Er waren lange nachten waarop ik soms urenlang achtereen naar zijne lijst staarde, onderwijl denkende: ooit komt er een dag en dan weet ik hoe dit zit.

Die dag was gisteren.
Met dank aan Merel: ping!

22 mei 2004

jacq wil een supertrampoline

Ja, dat komt, ik keek zo eens rond in de zaal en ik dacht: helahola, ik krijg een ingeving. Waarom is er hier eigenlijk geen supertramp-oline!! Dát zou de boel hier nog eens flink opschudden, zeg! Samen op een trampoline, dat maakt misschien dat rangen en standen ineens wegvallen. Omdat je zo moet schateren, een klein beetje van angst dat je eraf flikkert en een been breekt. Omdat je van trampoline-springen weer een beetje kind wordt en dat is altijd goed. Omdat er altijd overmoedigen bij zullen zijn die zo hoog springen dat ze in het plafond blijven steken met hun hoofd. Kijk, kijk, roepen de anderen dan, voordat ze gierend over elkaar heenvallen. Goed voor de onderlinge solidariteit.

Dus dat zei ik tegen de man aan de balie.
Eerst zei de man aan de balie helemaal niets.
Die mensen heb je er tussen zitten hè, die dat durven.
Gewoon blijven zwijgen. Zou ik ooit op dat niveau komen?

'Nou?', riep ik.
'Hoezo een supertrampoline', zei de man aan de balie.
'Om samen op te springen!', zei ik.
De man aan de balie deed zijn ogen dicht.
'En?', vroeg ik.
'Er is een ideëenbus', zei de man aan de balie.
Hij wees naar een vaag punt.
Het kon links of rechts zijn.
Boven of beneden.
In deze stad of ergens in Australië.
Iets in mij zei dat de ideëenbus nooit geleegd wordt.
Iets in mij zei dat er niet eens een ideëenbus was.

En ach, drie minuten later vond ik het idee van een supertrampoline alweer heeelemaal niets. Dus dat liep weer eens met een sisser af!

21 mei 2004

dat gelach, is dat om mij /2

Donny kwam binnen. Een siddering ging door de zaal. Donny is er. Donny is er. Misschien was het mijn verbeelding, maar de radio speelde ineens nog wat harder. Supertramp, allemachtig. Ik kreeg kippevel op mijn armen. Iets van vroeger greep me bij de keel. Ik kon er de vinger niet op leggen.

Donny deinde de zaal door. Klepperdeklep, zeiden de saunaslippers van Donny, toen hij zachtjes wiegend voor me langs liep. Overal in de zaal strekten zich de brede ruggen. Alle ogen zochten die van Donny. Donny's ogen zochten niet terug. Donny liep in een rechte lijn. Donny had een doel. Donny ging zijn waterflesje bijvullen.

Daarna liep Donny door. Recht op een brede jongen af, die waarschijnlijk Donny's lievelingsbroer was. De lievelingsbroer begon ook te lopen. Toen ze mekaar naderden, hieven ze allebei de rechterhand. Nog twee seconden. Nog één seconde. Tsjak, daar knalden hun handpalmen tegen elkaar. Eej Donnymen!!, riep de lievelingsbroer. Dennis, zei Donny. Toen liepen ze door, Donny en de lievelingsbroer. En Supertramp kloeg verder.

I know it sounds absurd ...
But please tell me who i am ...

Who I am ..., zong Supertramp.
Who I am ..., zoemde ik zachtjes.
Who I AAAAAAAAM!!!, gilde de lievelingsbroer van Donny.
Oh, het is dan ook een heel verleidelijk zinnetje voor zoiets.

Donny draaide zich om naar de lievelingsbroer.
Donny keek alleen maar.
Niet eens met een bepaald soort uitdrukking.
Gewoon kijken.
Donny's lievelingsbroer wilde lachen.
Maar hij slikte.
Zijn nek werd rood.
Toen deed hij snel een setje met wel tweehonderd kilo's.

Die zal morgen spierpijn hebben zeg, niet normaal.

20 mei 2004

dat gelach, is dat om mij

Mijn sportschool is een tweede thuis voor allerhande brede jongens. Samen met elkaar zijn al deze brede jongens een soort van familie. Lachen om dezelfde dingen. Saunaslippers. Wijdbeens lopen, en een beetje vertraagd. Maar dat kan natuurlijk ook van al die spieren komen, want spieren zijn zwaarder dan vet, onhoud dat nu eens mensen!!! En natuurlijk is er hun eigen broedergroet, een soort van handjeklap waar ik de vinger niet op kan leggen. Ja, de gespierde jongens in mijn sportschool konden wel broers zijn met zijn allen.

Maar het zijn dus geen broers met zijn allen. Tenminste, geen officiële. Dus of je erbij hoort of niet, dat kan zomaar ineens een keer voorbij zijn. De meeste stoere jongens in mijn sportschool hebben daarom ogen die constant heen en weer schieten. Soms kan ik hun gedachten zien. Ben ik nog in beeld. Is Donny al binnen. Nu rielekst naar het volgende apparaat. Zit me trainingsbroek in me bilnaad. Dat gelach, is dat om mij. Niet struikelen. Dat wijf kijkt naar je armen, doe nog een setje. Is Donny nou al binnen.

In mijn sportschool gebeuren de verschrikkelijkste dingen tussen de brede jongens. Soms komt er een brede jongen op een groepje brede jongens af deinen. Rustig lopen, Sjonnie, niet te gretig. Heft zijn hand voor een oprechte broedergroet. Juist dan barst het groepje brede jongens uit in een diep gebulder, dat is bedoeld als groepsbinding. Schielijk die hand neerhalen. Doorlopen Sjonnie, niks laten merken. Ogen flitsen. Nek langzaam roder. Zo sneu. Ik moet me bedwingen om zo'n jongen niet even aan mijn boezem te drukken. Maar hee, ik hou me in.

Er gebeuren ook mooie dingen. Vanmiddag nog. Donny kwam binnen. Donny is de broer die elke brede jongen wil. Beetje stout, beetje crimineel, maar vol met broederliefde. Donny kwam binnen. Een siddering ging door de zaal.

[wordt vervolgd]

18 mei 2004

de man met de helm /2

De man met de helm stond roerloos in de apotheek. Toen schoof hij zijn klep naar boven. Hij krabde aan zijn neus. Het zou best broeien binnenin zo'n helm.

Worden mensen die in winkels hun helm ophouden, wel eens aangesproken door mensen die daar hun mening over geven? Ik heb het idee dat de meeste mensen te gegeneerd zijn om er iets van te durven zeggen. Of te bang. Een kopstoot met een helm kan net even heftiger aangekomen, natuurlijk. Zo zijn mensen die binnenshuis de helm ophouden, een beetje een volk van onaanraakbaren geworden.

Ik staarde naar de man met de helm. Als ik lang genoeg keek, kon ik hem misschien doorgronden en er jullie dan over inlichten. Ik bad dat de apothekersjongen de pilletjes nog moest gaan draaien. Een telefoontje moest aannemen. Een spoedzalfje moest klutsen om de oude mevrouw in leven te houden. Maar op de achtergrond hoorde ik de apothekersjongen hypercorrect lades openschuiven en stickertjes plakken. En ja hoor. 'Uw recept is klaar hoor'.

Even dacht ik: ik doe net alsof ik gek ben.
Maar toen keek ik weer naar de man met de helm.
En toen dacht ik: nee, ik geloof dat ik daar niet aan moet beginnen. Wie weet hoe zoiets afloopt.

17 mei 2004

de man met de helm

Het waren altijd alleen maar apothekersméisjes, bij mijn apotheek. Maar sinds kort is er een apothekersjongen bij. Die wil zo goed laten zien dat ook jongens kunnen apothekeren, dat hij er hypercorrect van is geworden. Ik ben daar op mijn beurt recalcitrant van geworden. Dus als hij zegt goedenmiddag, dan zeg ik heu. En als ik het zou durven zou ik moi zeggen. Nee niet mwah, maar moi. Maar goed, dat durf ik toch niet.

'Ik ga het recept nu voor u klaarmaken, enige minuten geduld alstublieft' - dat is het soort zinnen dat de apothekersjongen gebruikt. Ik rolde met mijn ogen terwijl ik mij op een stoeltje liet zakken, naast een tafel waarop folders over incontinentie lagen. Ik rolde nog een keer met mijn ogen. Maar niemand zag mij. De apothekersmeisjes waren met hun drieeen bezig met een oudere mevrouw, die er inderdaad uitzag alsof er zich continu minstens drie mensen over haar zouden moeten ontfermen. Ook 's nachts.

Het was me even ontgaan dat er ondertussen een man was binnengekomen. Het was een man van middelbare leeftijd. En het was een man die zijn bromfietshelm had opgehouden. Dat komt meer voor, en vrijwel alleen bij mensen die een beetje bijzonder zijn. Lopen rustig úren door de supermarkt met die helm gewoon op het hoofd. Als marsmannetjes met een zuurstofbol. Zit het mee, dan hebben ze de klep waar ze doorheen kijken, even naar boven geklapt. Maar ik heb wel eens een echtpaar bij de houdbare melk zien discussieren met die klep dicht. Klinkt heel gedempt. Dat gesprek ging dan ook bijna alleen maar zo:

- Hè
- Hè?
- Hhè!?
- Hè!!!!???

Ik heb me wel eens afgevraagd waarom die mensen hun helm ophouden als ze ergens binnen zijn. Voelt een helm, als je er eenmaal aan gewend bent, gewoon ontzettend fijn aan? Doen ze het alleen tijdens bad hairdays? In dat geval lijkt me deze gewoonte een nogal vicieuze cirkel, maar goed. Voelen deze bromfietsers zich gewoon kaal en bloot zonder een helm op het hoofd? Ik ga er nu voor mijn eigen rust even vanuit dat er buiten de supermarkt inderdaad een bromfiets wacht op deze mensen, en dat het niet zo is dat ze overal en altijd met een helm op lopen, gewoon omdat ze gek zijn. Of met de helm op geboren.

De man met de helm stond roerloos in de apotheek. Toen schoof hij zijn klep naar boven.

[cliffhangert!]

15 mei 2004

henri en de bierreclame

Woest galoppeerde hij. Soms rakelings langs de omheining. Dan weer trok hij diagonaal een sprintje. De aarde trilde. Kluiten gras vlogen in het rond.

Klopt, een peerd! Weet je direct hè, zo gauw als je galopperen leest. Je denkt niet: hee, zou dit over een schaap gaan, of een cavia. Een paard galoppeert. Herten gaan minstens zo hard. Maar dat noem je geen galopperen. Hoe je het wel noemt, goeie vraag. Rennen? Hollen? Hijgend holde het hert huiswaarts. De kip holde en holde, net zolang tot hij er dood bij neerviel. Nee, slaat nergens op. Hollen hoort bij mensen die nog net voor sluitingstijd de super in willen. Hollen is rennen, maar dan niet van harte.

Terug naar 't paard. Zwarte manen dansten in de wind. Zijn hoeven kletterden op uitgedroogde stukken weiland. Mooi plaatje was het. Kon zo in een smaakvolle bierreclame waar het leven goed moest zijn. Schuimend bier - steigerend peerd - knappe paardenfluisteraar - paard rielekst aan het bier. Ja, het was een klassiek plaatje. Op één detail na. Er bungelde iets tussen het het gele paardengebit van het paard. Een oranje pilon. Zo'n geval waarmee je wegafzettingen ehm afzet. Of een parcours. Het paard schudde wild met zijn edel hoofd. Net zo wild zwaaide de pilon heen en weer. Zoiets past niet in een bierreclame. Dan gaan mensen denken: waarom heeft dat paard die pilon in de mond. Hee, kijk een pilon, die gebruiken wij ook om dingen af te zetten hè. O ja, hoezo dan, wat doe jij voor werk? Nee, zo'n pilon leidt af en dat moet niet. Mensen moeten denken: oeh! Bier kopen! Nu! Wij mensen weten dat soort dingen. Maar de dieren, die weten dat natuurlijk niet!

Er waren nóg drie paarden. Het trio stond op een kluitje, in een hoekje van het weiland. Zij stonden met de kont naar het wilde peerd toe. Zogenaamd héél nieuwsgierig naar het lege weiland ernaast. Soms draaide er eentje onwillekeurig even het hoofd om, als het wilde paard hinnikte of wel erg hard stampte. De andere twee paarden stonden stokstijf stil. Aan hun nekken kon je zien dat ze zich eigenlijk ook wel wilden omdraaien. Maar ze vertikten het. De billen van de drie paarden straalden maar één ding uit. O god, als Henri eenmaal die pilon in de bek heeft, dan is de beer los. Altijd gek doen, hè. Gewoon negeren, houdt ie vanzelf weer op.

Klopte ook nog. Ineens was het voorbij.
Henri het wilde paard zwiepte de pilon een sloot in.
Hij bleef er nog even naar staan kijken.
Toen trok er een huivering over zijn rug.
Dat is typisch iets voor paarden, geloof ik.

En toen liep hij op het kluitje af.
Het kluitje kneep de billen nog meer samen.
Niet laten merken dat we zien dat ie eraan komt.
Zing iets. Praat gewoon door.
Dus ik zeg wie denk je wel dat je bent zeg ik.

In de verte liep een man op klompen.
Daar holde een kip de ren in.
In de verte holde een hert.
Het kon dus wél!

14 mei 2004

de faalangst van Fabrizio

Sjitterdesjit, lig je je te focussen op de één, krijgt de ander het benauwd:

ISTANBUL - Nu de temperatuur daalt in Istanbul en de airco blijft loeien, vreest zanger Fabriozio Pennisi van het Nederlandse duo Re-union voor zijn stem. "Ik heb het idee dat ik hees aan het worden ben", zei hij vrijdagmiddag na afloop van een van de vele generale repetities (dress rehearsals) van het Eurovisie Songfestival.

Zie verder hier.

Ik wou nu graag even een oproep doen.

Fabrizio.
Kom op jongen.
Je kan het, als je maar wil.
En without you lukt het Paul zeker niet, dat weet je zelf ook!

jacq moet soms een heel lang stuk

Waar ik ook altijd heel erg tegenop zie, is als je echt een heel lang stuk moet fietsen. Met tegenwind is nog erger, dat weet ik ook wel. En met regen is eigenlijk nog erger, ja. En in de derde wereld hebben ze helemaal geen fiets en dat is nog veeel erger. Hoewel, met al dat mulle zand in de woestijn, doodeng man!

Maar enfin, ik heb het dus ook al zonder regen, wind en zandstormen. Gewoon het idee van echt een heel lang stuk moeten fietsen - jeminee zeg wat vind ik dat erg! Gelukkig hoef ik bijna nooit een heel lang stuk te fietsen. Waarom begin je er dan over jacq. Nou gewoon omdat ik het soms wél moet. Mijn tandartsinnetje woont aan de andere kant van de stad. Ik zeg tandartsinnetje omdat ik dan minder bang voor haar word.

Het tandartsinnetje woont in het desolaatste stukje stad dat we hier hebben. Maar vind maar eens een nieuwe tandarts in onze huidige samenleving! Je kan maar beter blijven zitten waar je zit, want geen enkele tandarts wil je. Ze gooien de deur recht in je gezicht dicht. Loop je daar straks met je rammelende tanden. Iedereen lacht je uit. Mensen gaan je mijden. Maar je hoeft nooit meer zo'n ontzettend lang stuk te fietsen, dat is natuurlijk zo.

Elke keer als ik zuchtend mijn biesieklet bestijg om de barre tocht te aanvaarden, doe ik in gedachten alvast even de route. Linkertrapper. Rechtertrapper. Hier rechtdoor, dan links, dan dat hele lange stuk rechtdoor, rechts, onder het viaduct door, dan langs de flats. Nog een keer flats. Nog een keer flats. Lagere flats. Hogere flats. Nog hogere flats. Lagere flats. Hogere flats. Langs parkje en dan die vijver met die vierentwintig ganzen, waar ik toen een keertje bij wilde liggen uitrusten in het gras. Ik dacht ik ben de vriend van alle dieren. Bijna alle dieren. Was veel te vroeg bij tandartsinnetje.

Dus dan ben je er. Maar dan moet je nog beginnen! Want dat is het erge van in je gedachten alvast even de route langslopen: dat je daarna het hele stuk nóg een keer moet, maar dan in het echt! En het is gewoon een heel lang stuk. Oh, wat is het een ontzettend lang stuk. Zouden er wel langere stukken zijn, eigenlijk? Waarom is er geen capsule waarin je erheen kunt vliegen, in tien seconden? En je weet op dat moment, dat als je daar de hele tijd aan zal blijven denken, dat je dan heel ongelukkig zal zijn. Omdat die capsule er gewoon nog niet is, althans niet voor gewone stervelingen. Soms, als je lang in de lucht kijkt, dan zie je wel eens maar daarover een andere keer hoor.

Gelukkig komt er dan meestal wel weer een andere gedachte in je op, die je afleidt. Dat is wat het leven draaglijk maakt: voortdurend worden afgeleid door iets anders. Ja, tótdat je bij het tandartsinnetje bent aangekomen dan. Maar daarover een volgende keer hoor.

13 mei 2004

hoog, hoog, een flat is hoog

- Doe jij dan die leadpartij Fabrizio?
- Is dat die partij met die uithaal?
- Ja, without you-HOEEE weetjewel
- Nou eh volgens mij kan jij dat veel beter Paul
- Nee joh, eerder jij!
- Paul zing nou eens!
- Without you-HOEEEEEEEEEEE!!!!!!!!
- Wow, Perfect!
- Maar onder spanning Fabrizio, dat is anders!
- Je kan het man, je kan het.
- Lijk ik niet net een meisje zo?
- Juist heel kwetsbaar mannelijk Paul!
- Nou ja, Fabriets, ik wééét h
- Wat nou Paultje
- Het is wel héél erg hoog (hoest benauwd)
- Hoog, hoog, een flat is hoog Paul
- Uhuh. Maar Fabr
- Mooooooi dat is dan afgesproken! (pingelt op gitaar).

Ik bedoel maar: heel mooi dat die twee Hollandse jongens strakjes mee mogen doen aan de finale van het Songfestival. Enig chauvisme zwelt op in mijn borst. Niks geen bloody camp, we gaan vet winnen!! En dat without you-HOEEE, dat is natuurlijk heerlijk. Maar o mensen, het houdt maar niet op! Twaalf keer? Achttien keer? En elke keer hou ik mijn hart vast. Zo bang voor een without you ho ROCHEL ROCHEL-uitglijer. Oh Paul, jongen, kom op. Denk hem laag, die noot. Hou em vast! Nou ja, hou em vast en laat het tegelijkertijd los. Jij kunt dat Paul. Hee! Doe het dan tenminste voor je vaderland!

12 mei 2004

jacq is misschien wel een voetbalvrouw

Mijn vriend heeft leuk werk. Hij test nieuwe dure auto's. Dan haalt hij zo'n auto op, scheurt er mee naar mij toe en dan gaan we een blokje om. Heb je aan mij een goeie hoor. Ben ik gek op, op blokjes om, zonder doel en zo. Van hot naar her. Dan weer linksaf, dan weer rechtsaf. Soms rechtdoor. En als er een pratende dame zit ingebouwd, doen we ook wel eens onmiddellijk keren, als dat mogelijk is. Meestal trouwens niet. 'Kappen nu Elleke', roepen wij dan. 'Wij weten gewoon een betere route!!!'. Dit laatste is zonder uitzondering niet waar. Maar ach, we waren toch maar een blokje om, zonder doel en zo. En later, veel later, aan het eind van het liedje schrijft mijn vriend er dan een vlot stukje over. En dan wachten we weer op de volgende auto. Al mijn buren denken dat mijn vriend een pooier is.

Gisteravond liet ik me in een [merknaam] coupé zakken. Sjesis wat zat je daar laag in. Ik had bij het woord coupé heel verkeerde associaties gehad, met prullenbakjes en bagagerekken. Maar er zat nog geeneens een achterbank in! Zoals bij elke auto checkte ik direct het dashboardkastje. Mijn vriend heeft heel lang in een auto gereden zonder fatsoenlijk dashboardkastje. je kon er nog geen papieren zakdoekje in kwijt! Ik heb daar iets aan overgehouden. Het eerste dat ik doe bij een auto is het dashboardkastje checken. Die van de coupé viel me alleszins mee, ik kan niet anders zeggen.

Kost zo'n coupé nou, vroeg ik terwijl wij stilstonden voor een stoplicht.
Goede vraag, geen idee, zei hij.
Heilige moeder Maria, zeg dan tenminste ongevéér!, riep ik.
Eueuh ..., zei mijn vriend.
Zes euro zes miljoen euro nu kiezen!, riep ik.
Nou ja, zéker honderdduizend euries, zei mijn vriend.
Bah! Bah! Bah!, riep ik walgend. Ik schurkte mij behaaglijk in mijn stoel. Het licht sprong op groen. Mijn vriend gaf een dot gas. De auto spoot vooruit. Ik werd stevig tegen de rugleuning aangedrukt. Waarom zo ordinair?, vroeg ik. Dat hoort een beetje bij zo'n auto, legde mijn vriend uit. Ah oké, zei ik. Want ergens begreep ik dat wel. We vlogen een dame en een heer in een groene auto voorbij. De heer keek naar mij. Ik kreeg ineens de aanvechting een zonnebril in mijn haren te doen. En kauwgum te gaan kauwen, met open mond. Misschien was ik wel een voetbalvrouw, wisten zij veel.

Maar ik hield me in, oh ik hield me in.

11 mei 2004

who oh ring, ring!

Fietsers stoppen nooit voor mij. Ik ga uit van het idee: rechts gaat voor maar let toch potverdikkie op je medemens! Daar denken de meeste medemensen dus zelf heel anders over. Die denken: krijg de tyfus, ik kom van rechts. Ook al komen ze van links! Ik ben het afgelopen jaar drie keer dodelijk gebotst maar gelukkig zonder ernstig letsel. Ook heb ik al minstens dertig keer bovenop mijn knijpremmen moeten gaan staan om niet bruut te worden geschept door een zelfmoordcommando op een fiets.

Op een dag viel mijn blik op mijn fietsbel. Jajajaja weet ik ook wel, niemand fietsbelt, behalve senioren. Dat geeft hen een veilig jaren vijftig-gevoel, net als het uitsteken van de hand, en het stoppen voor rood licht. Dit even terzijde. Voor mij viel alles op zijn plekje. Als ik nu van het station naar huis fiets, dan gaat het bij elke zijstraat even van ring ring! Ik had eerst thuis even geoefend, 's nachts het ding meegenomen naar bed, in alle rust een paar koele ringtones bedacht. Ja, hèhè, wel eerst de bel van het stuur geschroefd natuurlijk, jullie denken toch niet dat ik met een hele fiets in bed ga liggen! Hoewel, stel dat je een bel hebt die is vastgeroest aan je stuur, dan kan het misschien niet anders.

Nou ja goed, het werkt! Ik doe meestal een fietsbelinterpretatie van ring ring van Abba. Best een lang nummer is dat nog, trouwens! Andere fietsers kijken er soms nog een beetje vreemd van op. Maar in hun ogen is ook respect. En in hun handen een knijprem. Plus je ziet geregeld gordijntjes opzij geschoven worden met een blij seniorengezicht erachter. Soms steken zij zelfs een duim op. Gewoon even knikken, verder niet reageren. Senioren kunnen heel erg claimen. Voor je het weet moet je mee-eten. Spruitjes.

10 mei 2004

www.liefdagboek.com

Poeh poeh, dit lieve lieve lieve dagboekje gaat een stukje verhuizen! Serieus! Ik denk al heel snel. Ik denk binnenkort.

Ja jacq, wat is bij jou binnenkort, mogen we dat misschien weten? Natuurlijk, want het is een goede vraag. En binnenkort is een klein beetje een vaag woord. Ik heb bijvoorbeeld heel lang gezegd, dat ik binnenkort weer ging sporten. Bijna wel twee jaar. Maar dat komt: het voelt zo goed om dat te zeggen. Het uitspreken van het woord binnenkort heeft iets geruststellends. Het heeft iets van een plan, maar toch ook weer geen vastomlíjnd plan. Precies zoals ik plannen graag heb! Binnenkort ga ik voorzeker weer sporten, besloot de jonge vrouw, en zij vleidde zich tevreden op de zachte kussens van haar lichaamsvet.

Enfin, binnenkort dus een nieuwe naam, maar wel dezelfde jacq. Dat jullie niet straks zitten van sjiesus kraist soeperstar, wat de fok is going on hier!

www.liefdagboek.com, onthoud deze naam.

09 mei 2004

jacq kan niet verven

Ik heb maar heel weinig kleuterschool gehad in mijn leven. Ik wou er niet heen, de juf was gemeen. De juf is nog wel een paar keer thuis komen praten. Dan deed ze heel vrolijk, met lachen en zo. De juf kon het goed verbergen. Zelf was ik ook geen gemakkelijke, dat geef ik direct toe. De paar keer dat ik wel op de kleuterschool werd gesignaleerd, riep ik alleen maar dingen als 'ik wil niet verven ik wil leren le-zen!!!'.

Van die attitude pluk ik nu de wrange vruchten. Ik kan niet verven. Ik kan niet plakken. Zo gauw als er iets creatiefs moet gebeuren, dan blokkeer ik. Dan ben ik op een verlaten station in een land waarvan ik de taal niet spreek en waar het vreemd ruikt. Dus toen er vorige week werd voorgesteld om de kist van Els te gaan beschilderen en beplakken, toen gingen bij mij een voor een alle luiken dicht. Met zo'n zware klap die nadreunt. In mij begon een gezoem, waarvan ik zeer nerveus werd. Mijn knieeen werden slap. Mijn geest ging ratelen, maar met dingen waaraan ik niet veel had. Ik kreeg aanklampdrang. Ga jij verven wat ga jij verven hoe doe je dat zal ik helpen moet ik inkleuren kom jij naast mij mag ik jou helpen wat ga jij doen. Verven. Verven. Kwast. Rood? Groen. Kwast. Druipen!! Els groen. Oooh! Schoonmaken. Vegen. Rondjes? Vierkant. Vor-men. Kol. Laasje. Plaksel. Plaksel aan vingers. Plaksel op Els. Iedereen boos. Weg!

Nou ja wat ik ermee zeggen wou: ik heb niet gevorven. Ik heb gewoon maar een foto van ons samen in de kist gedaan. Van toen ik ooit net terug was van vakantie en nog plek had op het rolletje. Op de rest van dat serietje doen we allebei aanstellerig met mijn nieuwe gitaar. De foto in de kist is van toen we heel hard moesten lachen. Het zag er niet uit, maar ik werd altijd heel vrolijk van die foto.

Nou, en toen kwam de begrafenis en ik las voor wat ik geschreven had. Over dat Els zo'n leukerd was en dat ze nooit haar mond hield, behalve dan nu.

Nou, en toen droegen we de kist naar het graf van Els. We kregen nog ruzie onderweg, omdat P. een andere route wou nemen, over het grasveld. Was korter, zei hij. P. wil altijd andere routes nemen.

Nou, en toen gooiden we een handje zand op de kist.
Daar ligt Els.
Dag lieve Els.
Dahag.

Jacq wat is jouw punt. Wel, mijn punt is dit. Je kan rituelen wat je wilt maar het helpt geen ruk. Van de week dacht ik: laat ik Els eens bellen. De dood, dat is een heel erg raar iets.

07 mei 2004

simsalabim, ik kan tijpen

Aaah mag ik dan een typecursus.
Ja, mocht.
Ik helemaal verbaasd.
Maar goed, toen zat ik eraan vast.

De firma Scheidegger bezorgde mij rsi avant la lettre. Elke donderdag kwamen wij ongediplomeerden bijeen in een sfeerloos lokaal met zestig schrijfmachines. Maar door de week moest je zelf oefenen. Elke dag een stukje. Mwoah. Dus daar zat je dan op woensdagavond, en zéér
dat je polsen deden! Urenlang ratelde je in je slaapkamer, met het elektrische apparaat op je bureautje, en met een deken eronder. Want elke toetsaanslag (want zo heette dat toen) was een dreun die een verdieping later diep doorvoeld werd. Buurkinderen sliepen niet meer. Honden sloegen aan. Passerende wandelaars hadden liefst mobiel de politie gebeld. Maar het was nog in de dagen dat de mensen bij het concept openluchtbellen - wat zeg ik: zelfs bij het concept lopend bellen - in een vrolicke schaterlach uitbarstten. Anders had ik het diploma waarschijnlijk nooit gehaald.

Kunnen typen is mooi. Dat wist ik van oudere meisjes. Maar leren typen, dat vond ik net zo frustrerend als het leren van een vreemde taal. De moedeloosheid die mij in het begin van het Scheidegger typecursusboek overviel, was enorm. Als ik doorbladerde naar waar ik allemaal nog doorheen zou moeten, werd ik wanhopig. Waarom kon het niet sneller! Kon er niet iemand een toverspreuk uitspreken waardoor je in één keer foutloos 980 aanslagen per minuut kon maken of zo! dat je de volgende dag zou opstaan en dan ineens blindelings verhalen
kon schrijven. Simsalabim,ik heb schijt aan Scheidegger, typte ik wel eens op een maagdelijk wit vel. Gelukkig had je een correctielint! Waarom leef ik nog, dacht ik wel eens op die barre woensdagavonden. En zo kwam ik door het Scheidegger Instituut versneld terecht in de puberteit.

Enfin, ik overleefde en ik slaagde. Met hoeveel aanslagen (toetsaanslagen, geen terroristische) dat weet ik niet meer. Maar neem van mij aan dat ik heel goed kon typen. Ik typte iedereen eruit! Ik heb er nog best wel veel aan gehad ook, aan die typkunst. Bij uitzendbureaus bijvoorbeeld. Dan zei de intercedente 'Kun je wellicht ook typen'. En dan keek ik wat aarzelend. En vroeg ik of ik misschien wel even een testje mocht doen, want zelf wist ik het ook niet meer zo. Dan kreeg ik een testje en een typemachine. En dan deed ik van simsalabim hupsakee, de test is af hoor mevrouw, hallo mevrouw hallo, de test is af hoor. Ja, 't valt mijzelf ook alleszins mee! De bewondering in de ogen van de intercedente. Daar deed je het voor. Dat maakte je hele puberteit weer goed.

[Dankzij Cockie is het deze week de week van de typemachine. Casaspider logde ook al een fijn stukje. Oeh, en nu Anneke ook al! Sluit je aan, het is een hype!]

06 mei 2004

het raam met de drie mannen

Altijd als ik 's avonds van het station naar huis fiets, kom
ik langs het raam met de drie mannen. Soms denk ik er
niet aan. En als het regent, fiets ik hard door. Mijn haren.
Maar meestal knijp ik stevig in mijn knijpremmen als het
raam met de drie mannen in zicht komt.

Over het raam valt niet veel te zeggen. Het betreft hier
een raam met een vensterbank waarop een plant staat
die al een tijdlang uitschreeuwt dat hij dood is. Maar ja,
als je dood bent, dan hoort niemand je meer. In de kamer
achter het raam staan twee banken. Van die lederlook
LeenBakkerbanken, met flappen aan de zijkanten. Verder
niks ten nadele van Leen Bakkerbanken, Mijn broertje
heeft er ooit een voor mij bij het grof vuil weggehaald en
toen heb ik er een jaar of zo tot volle tevredenheid op
gehangen. Maar goed, ik was toen student en dan heb
je voor alles een dijk van een excuus. Och mensen, wat
verlang ik soms terug naar die tijd. Ik zou het graag
allemaal nog eens over doen, waarom mag dat niet.

Over de drie mannen is eigenlijk ook niet veel zeggen.
Het gaat hier om drie nog betrekkelijk jonge mannen die
elke keer zonder uitzondering bier in hun hand hebben.
Eén van de mannen ligt languit op de ene LeenBakkerbank.
De andere twee zitten samen op de andere bank, met het
flesje bier tussen hun benen geklemd. De drie mannen zijn
onbeweeglijk, behalve dan misschien als er toevallig net
één een flesje aan de mond zet. Ze staren alledrie naar
hetzelfde blauwe licht, dat flakkerend op hun gezichten
afstraalt. Elke keer als ik dat zie, moet ik denken aan mijn
hysterische dramadocente die tijdens improvisaties geregeld
uitriep: 'Tableau!!!' Dan moesten wij onze beweging van dat
moment bevriezen, zodat we een soort schilderij werden.
Altijd en eeuwig kreeg ik dan de slappe lach. Dat deed mij
trouwens toen al melancholisch terugdenken aan de brugklas
of was het twee havo, toen een miniem piepje in de
schoenzolen van een leraar al ruim voldoende was om
rood aan te lopen en uiteindelijk proestend het lokaal te
verlaten.

Mijn knijpremmen maken geluid. Op de een of andere
manier heb ik altijd knijpremmen die geluid maken. Soms
zo erg dat mensen er hun voordeur voor uitkomen. De
drie betrekkelijk jonge mannen trouwens niet. Die bewegen
niet eens als ik voorbijrijd. Maar dat zegt niet alles.
Misschien val ik hen wel op, net zoals zij mij. Dat ze mij zien,
in de reflectie van het beeld. Dat ze, starend in het blauwe
licht, denken: ja hoor, daar heb je die met die knijpremmen
weer, die altijd bij ons naar binnen loert. Heeft zij soms zelf
geen leven. En olie voor die remmen? En dat die gedachte
hen intrigeert. En dat zij mij eigenlijk wel zouden willen
volgen. Waar gaat zij toch heen, elke keer? Dat er eentje
probeert op te staan. Maar dat hem dat niet lukt. Omdat hij
gevangen zit in dat tableau. Net als de andere twee.

Enfin, de waarheid is waarschijnlijk dat ik hen gestolen kan
worden. Dat zij niet eens weten van mijn bestaan. Dat mijn
knijpremmen de dubbele beglazing niet doorboren. En dat
de drie betrekkelijk jonge mannen meer dan genoeg hebben
aan hun eigen leven. Dat via het blauwe licht tot hen komt.

05 mei 2004

de tweede moeder van boris v.

Volgens mij heeft Boris V. een tweede moeder, ergens
hier in de buurt. Hij is namelijk van welgeteld 23.00 uur
tot 23.00 uur (ja duh-uh, maar dan op de dag erna)
zoek geweest. Roepen mocht niet baten. Deur open en
dicht slaan mocht niet baten. Negeren mocht niet baten.
En toen zelfs met mes op schoteltje tikken niet mocht
baten, werd ik ongerust. Met mes op schoteltje tikken
(liefst in deuropening, weet ik veel of Boris V. met de
jaren hardhorend is geworden in de open lucht) werkt
vrijwel altijd. Al moet Boris V. ervoor van een rijdende
trein springen, schoteltje waarop met mes wordt getikt,
is niet te versmaden.

Wás niet te versmaden. Gistermiddag heb ik nog even
geruime tijd voor paal gestaan, al tikkend met mes op
schoteltje. Alle struiken bewogen. Kattenluikjes gingen
open. Hierzo sprong er een uit een boom. Daarzo liet
er één een vogel los. Binnen vijftien seconden stonden
werkelijk alle katten uit de gehele omtrek in een kring
om mij heen. Min één, dan. 'Hebben jullie Boris V.
misschien ook gezien', vroeg ik wanhopig. 'Nooit van
gehoord, is het soms een misdadiger', deed een tijgerpoes
populair. Een paar magere poezesnollen stootten elkaar
giechelend aan. 'Boris V., wat moet je ermee', rijmde een
zwarte. Niemand lachte. De rest van de toegestroomde
katten bleef mij zwijgend aanstaren. Hadden zij inside
informatie die ze liever niet wilden sharen? Waren zij
getuige geweest van een brute roofmoord waarbij
Boris V. het loodje had moeten leggen. Puur weer eens
omdat hij Boris V. was of zo. Of was hier slechts sprake
van lekkere trek. Ach ja, natuurlijk, hier was slechts sprake
van lekkere trek!

'Kssjtt!', riep ik. Ik wou niet alle katten van de buurt. Ik
wou er maar één. Om 23.00 uur wierp Boris V. zich tegen
de achterdeur. Mijn hart sprong op en ik ook. 'Heb je
honger, moet je eten', riep ik. Maar Boris V. wilde alleen
maar klieren. Tegen dichte deuren mauwen. Zijn oren
wassen. Voor de zekerheid tikte ik nog eens met mes op
schoteltje. Maar Boris V. gaapte, legde zijn poot over zijn
ogen en sliep een slaapje der onschuldigen.

En daarom denk ik dus dat Boris V. een tweede moeder heeft.

04 mei 2004

jacq is nog van vóór de recessie

Het zijn zware tijden voor de freelancer. Vroeger, toen waren
het geen zware tijden voor de freelancer. Vroeger, toen ging
ik altijd heel rielekst zo tegen de middag, als het nog net niet
schemerde, in mijn bureaustoel zitten. Dan zei ik: hè hè, ik zit.
Dan opende ik een Word-scherm, als Word dat tenminste zelf
ook wilde. Dan zette ik af met mijn linkervoet. En dan draaide
ik heel langzaam maar toch best wel snel rondjes.

Elke keer als ik tijdens het rondjes draaien bij mijn toetsenbord
was aanbeland, dan tikte ik lukraak wat letters. Zoveel als ik
kon. Zo snel als ik kon. Zo deed ik dat een keer of vijftien. Of
in ieder geval totdat ik te duizelig was om nog verder door te
draaien. Met dezelfde linkervoet als waarmee ik me had afgezet,
remde ik mijn bureaustoel dan af. Ik wierp dan een blik op mijn
beeldscherm. Soms was het nog niet helemaal goed. Dan misten
er wat hoofdletters. Of stonden er een paar letters verkered mo.
Maar meestal beviel het mij wel wat er stond. Dan zond ik het
document direct door naar de opdrachtgever. Over het algemeen
werd het geld dan na vijf minuten op mijn rekening gestort. Het
was nog in de tijd van de guldens, dus tel uit je winst.

Ja, het waren mooie tijden voor de freelancer. Je hoefde er
eigenlijk nooit wat voor te doen om werk te krijgen. Je hoefde
feitelijk maar naar je telefoon te kijken of hij begon vanzelf te
rinkelen. Doorgaans was het dan trouwens mijn vriendin die
informeerde of ik zin had in een stukje tweestemmig kwinkeleren.
Dat liet ik mij geen twee keer zeggen. Och, wat konden wij
mooi samen zingen. Alsof wij één stem waren, die voor de
gelegenheid in tweeen was geknipt. Soms moesten we even
stoppen, omdat we te ontroerd waren door onszelf om verder
te kunnen zingen. Alleen de mensen die ook wel eens
tweestemmige dingen doen, herkennen dit. Maar daarom kan
ik het toch nog wel even vertellen.

Voor ik het wist, was het alweer bijna licht en ik schor. Bij een
goed stemgebruik zou dat niet moeten, dat weet ik natuurlijk
ook wel. Maar dat komt: soms zong mijn vriendin zo hard dat ik
werkelijk waar alle zeilen moest bijzetten om ook gehoord te
worden. Ik heb immers een oprecht lieftallig stemgeluid. Op het
laatst liet ik mijn vriendin met een canvas boodschappentas over
het hoofd zingen. Maar zelfs dat mocht niet baten.

Maar goed, daar hadden we het nu niet over.

02 mei 2004

boris en het tienermeisje

Boris is inderdaad de Albert West van deze eeuw.
Bron: Martin Bril. Zoo jammer dat ik daar niet zelf
op was gekomen.

Gisteravond probeerde ik met de ogen van een
tienermeisje naar Boris te kijken. Ja, logisch. Het
tienermeisje houdt van zacht. Het tienermeisje vindt
hoekig en mannelijk nog te eng. Het tienermeisje
houdt hartstochtelijk van paarden. Droomt ervan om
met haar vingers door de manen van Boris te gaan.
Moet de idolskapper wel een keer stoppen met korter
knippen natuurlijk. Het tienermeisjes ziet de lege blik
in Boris zijn ogen aan voor dromerigheid en diepgang.
'Ik vind je liev', fluistert het tienermeisje door het
scherm heen. Het tienermeisje vindt Sofuja een
prachtige naam voor een prins op een wit paard.

Hoe het tienermeisje het handelt dat Boris vriendin
en kind heeft, daar ben ik wel benieuwd naar. Droomt
het tienermeisje dat de vriendin een korte maar fatale
ziekte krijgt? Dat zij er dan voor Boris zal zijn als hij
haar nodig heeft? Eerst nog stil en dienstbaar op de
achtergrond. Later ook fijne gesprekken. En dan die dag
dat Boris het tienermeisje ineens met andere ogen ziet.
Dit is de tweede moeder van zijn kind! Sofuja, ik heb zo
lang gewacht, fluistert het tienermeisje. Kiepdesolalaaf,
fluistert Boris terug. Dat raakt het tienermeisje diep van
binnen, hoewel ze niet precies weet wat Boris ermee
bedoelt. Houd de ziel levend, vertaalt het tienermeisje
moeizaam. Ja, wou er iemand de ziel doodmaken dan of
zo. Het tienermeisje zwijgt. Boris is zoo diep.

[Let wel, het tienermeisje is verliefd. Daarom duurt het
een hele tijd voordat het tienermeisje beseft dat Boris
wel erg vaak Kiepdesolalaaf zegt. En het duurt nog langer
voordat het tienermeisje zich realiseert dat Boris soms
ook Kiepdesolalaaf zegt om maar iets te zeggen. Of om
onder een moeilijk gesprek uit te komen. Geen
boodschappen te hoeven doen. Pas na een lange tijd
zal het tienermeisje het Kiepdesolalaaf zo zat zijn dat ze
Boris een klap verkoopt en heel hard wegrent. Naar een
echte man, met hoeken in het gezicht.]

01 mei 2004

iets leuker stukje!

Doet wel wat met je, zo'n begrafenis.
Je gaat heel anders denken over het leven.
De dingen komen in een ander licht te staan.

Om kort te gaan: ik ben ineens voor Maud.

Nee, begrijp het zelf ook niet.
Hoewel.
Als Boris nog één keer 'kiepdesolalaaf!!!' roept, dan ... dan ... .
Beelden van dood en verderf komen in mij op.