geen leuk stukje /2
Ik heb al sinds zondag koorts en keelontsteking. Ik ben ineens een lage alt. Een heule lage. Zwoel. Oeh, niet vergeten: zo dalijk even een nieuwe voicemailwelkomsttekst inspreken!
Enfin, ik zag er dus gisteren uit als een lijk. Dit in tegenstelling tot Els die er prachtig uitzag. Een zachte blos op de wangen, mooie rode lippen en een zweem of het begin van een glimlach op haar gezicht. Daar bleef ik maar naar kijken, bijna benieuwd waar die glimlach toe ging leiden. Een ironische grijns. Een schaterlach. Ik hield mijn adem in. Maar dat deed zij ook. En zij kon het langer. Niets bewoog aan haar. Ze was zo heel erg stil dat je, als je het nog niet had willen geloven, het nu in één klap geloofde. Helemaal dood. Van binnen was er niemand meer thuis, zou ik bijna zeggen. Maar zo'n zin krijg ik mijn strot niet uit hoor.
Ik wilde nog even alleen met haar zijn. Om dingen te zeggen die ik had verzuimd eerder te zeggen. Omdat Els over het algemeen nooit lang haar mond hield, zodat je in alle rust en stilte naar iets welbespraakts kon zoeken om te zeggen. Maar toen ik eenmaal met haar alleen was, wist ik het niet meer. Ik streek haar over het haar en fluisterde iets. En toen deed ik betrapt
een stap terug van de mooie pop. Omdat het was alsof ze plagerig over me heen leunde. Sjesis jacq, je praat nu ook al tegen de doden!
Volgens haarzelf is ze nu niets meer. Volgens mij is ze er nog steeds. En ze is tot nu toe geen steek veranderd. Niks maakt ook indruk op haar hè. Els is overal. Behalve in die kist dan.