kououd
'Zullen we doen dat jij gaat wandelen en dat ik dan vanuit de auto toekijk hoe jij wandelt?', vroeg ik aan mijn vriend. Ik had er direct zin in. Maar het leek mijn vriend niet zo gezellig. Toen moest hij het zelf maar weten, natuurlijk.
'Sjesis wat is het koud zeg'
[...]
'Allemachtig, de zon schijnt maar dat is maar schijn'
[...]
'Heb jij ook van die koude onderbenen?'
[...]
'Nee in dat stuk schaduw ga ik dus echt niet lopen hoor!'
[...]
'Gewoon, omkeren!'
[...]
'Kut! Kut! Kut!'
[...]
'Kut! Kut!'
[...]
'Het waait niet, maar als het ook nog zou waaien dan ging ik dood.'
Het werd maar een korte wandeling.
Ook vanwege de kou en zo.