stukjes jacq

29 februari 2004

kououd

'Zullen we doen dat jij gaat wandelen en dat ik dan vanuit de auto toekijk hoe jij wandelt?', vroeg ik aan mijn vriend. Ik had er direct zin in. Maar het leek mijn vriend niet zo gezellig. Toen moest hij het zelf maar weten, natuurlijk.

'Sjesis wat is het koud zeg'
[...]
'Allemachtig, de zon schijnt maar dat is maar schijn'
[...]
'Heb jij ook van die koude onderbenen?'
[...]
'Nee in dat stuk schaduw ga ik dus echt niet lopen hoor!'
[...]
'Gewoon, omkeren!'
[...]
'Kut! Kut! Kut!'
[...]
'Kut! Kut!'
[...]
'Het waait niet, maar als het ook nog zou waaien dan ging ik dood.'


Het werd maar een korte wandeling.
Ook vanwege de kou en zo.

27 februari 2004

het is hier niet pluis!

Krijg je andere dromen als er ik noem maar wat sneeuw in de lucht zit of zo?

Normaal gesproken droom ik normale dromen. Van die dromen waarvan je je bij 't ontwaken nauwelijks iets herinnert. Van die dromen die als in een droom aan je voorbij trekken, hetgeen een nogal flauwe woordspeling is maar ik kon het niet laten. Van die dromen dus. Met natuurlijk wel wat rare dingetjes, maar dan rare dingetjes die gewoon hóren bij normale dromen. Zoals dat je altijd in een ander huis woont dan je je kunt herinneren van overdag. En zoals dat je altijd even door een menigte moet om je jas van een haakje te trekken, alleen kom je nooit een stap vooruit. En zoals dat je ineens schaamteloos achter op de motor zit bij believe it or not Beau van Erven Dorens, met wie je later in de droom voorzeker ook nog een stukje zult gaan zoenen. Jep, been there, done that.

Maar dit alles verbleekt bij mijn dromen van de afgelopen nachten. Die waren een gruwelijke aaneenschakeling van pure terreur, pistolen, achtervolgingen, verwoede vluchtpogingen (per streekvervoer, kansloos) en polities die mij niet wilden geloven. Onverstoorbaar kauwgum chewend achter de balie bleven zitten.

- Alsjeblieft agent, het is hier niet pluis!
- Maar mevrouwtje, er is echt niets te zien hoor, NEXT!

Ja, inderdaad, de clichés waren niet van de lucht. Zelfs mijn dromen lijken nu op een re-run van een slechte Amerikaanse tv-serie. Of op een psychologischethriller zonder aantrekkelijke man erin. Badend in het zweet werd ik wakker, en nu al drie keer op rij. Wat staat mij vannacht weer te wachten, vraag ik me klappertandend af. En Beau, waar is die fokking motorfiets van jou als ik
hem écht een keer nodig heb!

26 februari 2004

einde van een hoi/hai-relatie

Kom je voor het eerst sinds jaren weer in de sportschool. Loop je daar een sportschoolbekende tegen het lijf. Ik moet even het woord sportschoolbekende uitleggen. In mijn geval zijn dat mannen waarvan ik de naam niet ken maar met wie ik sinds jaar en dag een innige hoi/hai-relatie heb opgebouwd. Toen ik, in mijn vorige sportschoolepisode, nog niet wist hoe je een toestel (toestel? kom op Jacq, het is geen bloody turnen of zo!) op maat schroeft, hielpen zij mij. En verder werp je mekander zo nu en dan eens een bemoedigende blik toe. Of roep je poeh, omdat het soms gewoon niet meevalt.

Enfin, liep ik daar dus een sportschoolbekende tegen het lijf. Die ik nu al zolang aanduid met de term 'sportschoolbekende' dat de termijn waarbinnen je zo iemand kan vragen by the way, ik ben Jacq en hoe heet jij eigenlijk? definitief voorbij is. Tenzij er een keer brand uitbreekt, ik hem red van een wisse dood en er aldus een nieuw soort band ontstaat. Maar zo niet, dan zullen wij voor eeuwig naamloos blijven voor elkaar. Raar idee eigenlijk.

Maar enfiin dus. Liep ik een sportschoolbekende tegen het lijf. Tijd niet gezien. Dit vroeg om meer dan hoi/hai en een duim omhoog. Ik zei, met die spontaniteit die eens in de achttien jaren bezit van mij neemt: jaaa ik ben gestopt met roken, bijna tien kilo aangekomen shiiiiit!! Wierp direct daarop een hoopvolle blik naar de sportschoolbekende. Kom op, sportschoolbekende, zeg me dat het meevalt. Formuleer omzichtig het enige antwoord dat de man de vrouw behoort tegeven. Pep mij op.

Maar de sportschoolbekende had van ongeschreven regels weinig last. Zo weinig dat je je zou kunnen afvragen of de sport-schoolbekende wel helemaal normaal was. De sportschoolbekende
zei namelijk dit: ja, ik dacht ik kén haar maar ze is een stuk dikker geworden!

Ik deed van schrik een buikspieroefening. Zo kon ik mijn geschokte gezichtsuitdrukking verbergen. Zeiden mijn geliefden en vrienden niet dat het me eigenlijk heel goed stond, dat beetje extra vet?! Was ik niet juist een Wulpse Vrouw geworden waarvan menig man stiekem dacht: lekker!

Deze man dus niet. Haha, zette hij zijn woorden kracht bij. En ik lachte mee, want zo ben ik. Deed er zelfs een schepje bovenop, want zo ben ik dan ook nog. Greep zelf een stuk vet beet en deed van hahaha. Maar ondertussen brandde een vernietigend vuur in mijn binnenste en dacht ik: oké, beste sportschoolbekende, ik zal jou ook eens wat vertellen! Jij bent ...!!! Jij bent ...!!! Denk je soms dat jij ...!!!!! Maar wat bleek: er was niks naars te zeggen over de sportschoolbekende. Hij was niet te dun, en ook niet te dik. Hij had geen afwijkende
sportkleding aan (zoals sommige anderen weer wel). Hij zweette,maar niet overmatig. En hij leidde niemands aandacht af met kreunen tijdens het gewichtheffen.

Er bleef mij niets anders over dan glimlachen. En toen liet ik mijn glimlach vervagen en ik trok mijn wenkbrauwen op. En daarna glimlachte ik weer voluit maar met iets van meelij in mijn ogen.
Deze procedure moest de sportschoolbekende het gevoel geven: zij ziet iets raars aan mij maar zij wil niet zeggen wat het is. Even mijn flesje bijvullen, stotterde de portschoolbekende.
Oké, hooii!, zei ik. Haaii, zei de sportschoolbekende. En hij begon te draven, naar daar waar een spiegel was. Ik keek eens rond. Zag ik daar iemand zijn lippen aflikken bij mijn
verschijning? Kreunde die gewichtheffer niet wat erg overdreven? Ik trok mijn buik in. Kijk, zonder vet!

Maar wat ik zeggen wou: die innige hoi/hai-relatie, daar is het innige dus wel een beetje van af.

25 februari 2004

jacq luistert de mensen af /3
waar: kantine conservatorium
wie: eerstejaars studente
onderwerp: cijfer

'Dus ik zeg tegen hem ik zeg DENK JIJ SOMS
DAT IK NOG NOOIT EERDER OP EEN PODIUM
GESTAAN HEB OF ZO!!!!!??'


Echt wel totally hopen dat die nooit doorbreekt.

24 februari 2004

jacq & de morsige man /2

'Hè, hè’, zei de morsige man. In het raam zag ik dat hij naar mij keek. Wat was hij van plan? Ik kon natuurlijk altijd nog verrast gaan zwaaien naar een zogenaamde bekende in een andere coupé. Om dan vervolgens toneel te spelen dat ik werd overgehaald om daar te komen zitten en
mijn boeltje te pakken. Yo, oké ik kom eraan! Dit weten veel mannen niet, maar vrouwen doen dit aaall the time. De truc van de bekende in de andere coupé is voor vrouwen een beproefd en adequaat middel om zonder kleerscheuren en/of gezichtsverlies een vervelende situatie te ontvluchten. Er is één ding: het is nogal belangrijk dat er verder niemand meekijkt in de richting van de andere coupé. Anders sta je namelijk nogal heel erg voor paal. Ja, dan heb je altijd nog één extra uitweg. Een toeval voorwenden. Maar zoals gezegd moet jedaarmee weer behoorlijk uitkijken! Zo is er altijd wel wat.

Ik draaide me voorzichtig naar de morsige man toe. Ach, hij keek niet eens naar mij. Hij keek naar de weilanden. Hij keek op die vreemde manier waarop iedereen in een rijdende trein naar buiten kijkt: met heel snelle oogbewegingen. Alsof elke koe belangrijk was. En elk vervallen schuurtje het bekijken waard.

De hand van de morsige man verdween in zijn jas. Een pakje zware Van Nelle kwam uit zijn morsige binnenzak tevoorschijn. Om ons heen werd anticiperend gekucht. Er hapten een paar naar adem. Een enkeling stikte al. Weer een aansteller minder op aard, dacht ik. Ik ging er eens lekker voor zitten.

‘Wilt u ook roken?’ bood de morsige man mij aan.
‘Nee dankuwel, ik ben net gestopt eigenlijk’, zei ik.
‘Mag ik u feliciteren’, zei de morsige man.
Hij stopte zijn sigaret in zijn mondhoek.
‘Dat mag u zeker’, zei ik.
‘Gefeliciteerd’, zei de morsige man.
‘Ik kom er maar niet af’, zei de morsige man.
En hij stak er de brand in.

23 februari 2004

jacq & de morsige man

‘Kolere, het is wat met dat openbaar vervoer’, zei de morsige man, terwijl hij op de bank tegenover me neerplofte. Hij keek me afwachtend aan. Ik voelde aan mijn voorhoofd. Stond daar soms met grote letters op gaarne aanspreken, is wat eenzaam of zo?! De trein jakkerde voort. De morsige man rochelde zijn longen een stukje naar boven. Een paar reizigers draaiden hun nek om. Ik zag ze kijken naar de morsige man. En daarna naar mij. Ik zag ze denken dat de morsige man en ik bij elkaar hoorden. Maar dat was dus niet zo. Maar dat wisten zij dus niet.

Ik rolde daarom zo’n beetje met mijn ogen en zuchtte hoorbaar. Halverwege een oogrol zag ik dat de morsige man mij bevreemd aankeek. Ik overwoog een toeval voor te wenden. Nog net op tijd bedacht ik me. Kreeg je natuurlijk allerlei gedoe van, met ambulances en zo. En mond-op-mond. Zou je net zien dat de morsige man de enige aanwezige met een EHBO-diploma was. Ik slikte mijn toeval haastig in. Dan maar een vuiltje in ‘t oog. Ik knipperde dat het een lieve lust was. Als het mijn geloofwaardigheid had geholpen, had ik mijn oog eruit gehaald en fronsend geinspecteerd. Maar ik herinnerde me nog net op tijd de hoestbui die ik ooit eens had gefaked. Daar was ik toen bijna in gebleven. Ik moest mijn grenzen in het oog houden.

‘Hè, hè’, zei de morsige man. In het raam zag ik dat hij naar mij keek.
Wat was hij van plan?

[wordt vervolgd]

22 februari 2004

m/v
v: jij wilt nooooit eens praten
m: heuh
v: zie dan, je gaapt!
m: praat nou maar!
v: nee, als jij gaapt, kan ik niet praten
m: ik gaap niet!
v: nee je gaapt niet, maar je zou het wel willen!
m: KLOPT!

20 februari 2004

boem, deden de hupsende huisvrouwen /2
Boem, deden de huisvrouwen met heur allen tegelijk. En toen
gebeurde het. Tenminste, daar ging ik van uit. Ik kromp ineen.
Het hart klopte me in de keel. Was er wel nagedacht over de
constructie van de vloer van de sportschool? Had de
sportschool wel een hupskeurmerk? Ging de kruik niet net
zo lang te water tot hij barstte?

Stel, er kwam een kwade dag. Die goed begon, omdat maar liefst
álle huisvrouwen waren komen opdagen. Een unicum! Want een
excuus is snel gevonden. Was die niet droog was. Of was die juist
wel droog was. Ach, er was altijd wel was. Bestond de kans dan niet,
dat er op die kwade dag die zo goed was begonnen, een moment
kwam waarop het de vloer definitief te veel werd? Zodat alle
hupsende huisvrouwen muzikaal begeleid door de vloer
zouden zakken? En dat ze dan de goedkope spullen-winkel en
de mensen erin zouden verpletteren? Stel, er kwam een kwade
dag. En stel, die kwade dag die was vandaag.

Ik begaf me zoveel mogelijk in de buurt van een zijmuur waarvan
ik hoopte dat hij dragend was. En ik legde een van mijn handen
op mijn hoofd, ter bescherming. Maar het goede nieuws was dat
ik erbij keek alsof ik diep nadacht over goedkope dingen. Ik wilde
niemand alarmeren, want paniek van koopjesjagers kon ik er niet
bepaald bij hebben. Ik was erop voorbereid me bij het minste of
geringste teken van instorting als een bal op te rollen. Misschien
zou ik het dan overleven, als enige of zo. Ssstt!, zou een reddings-
werker een wijsvinger op zijn lippen leggen. Wie zong daar zo
mooi vanonder het puin? Eindelijk waren ze bij mij. Chocola,
chocola, zou ik prevelen.

Stil bad ik dat ze zouden ophouden, boven mijn hoofd. Maar het
uur was pas net begonnen. En! Kom! Op! Nog Vier! Nog Drie!
Nog Twee! Nog Eén! En Nog Eens TIEN!!!
Om die reden had
ik de juf destijds ook al een schop willen verkopen. Vuil verraad
was het!

Bijna riep ik alsnog iets lelijks richting het plafond. Maar ik liep
snel door. Want het was in de tijd van de recessie. En ik moest
mijn goedkope spullen nog betalen. Bij voorkeur voordat de
huisvrouwen zouden vallen.

19 februari 2004

boem, deden de hupsende huisvrouwen
Ik was dus al ruim een jaar niet meer gesignaleerd in en
om de sportschool. Maar nou lieg ik alwéér. Want ónder
de sportschool zit een goedkope spullen-winkel. En daar
kwam ik dus wel. Afgelopen dinsdagmiddag nog. Ik was
vanwege de recessie op zoek naar goedkope spullen.

Boven mij kon ik de sportschool horen. Wat zeg ik: in de
goedkope spullen-winkel kon je gewoon in al je vezels
vóelen dat er een sportschool boven zat. Verscheidene
goedkope klanten keken schichting naar het plafond. Het
boemde, kraakte en trilde dan ook dat het een lieve lust
was. Vast het klasje dinsdagmiddaghuisvrouwen, dacht ik.
Hupsend op de maat van harde muziek waar ze iets te oud
voor waren. En waarvan je in de goedkope spullen-winkel
alleen maar de lage tonen kon horen. Zo nu en dan klonk
daar de schelle stem van de juf doorheen. Kom!! Op!!
Dat zeggen juffen altijd. Zelfs tot op het punt dat jij denkt:
zeggeh hou nu maar even je mond, Trut!

Ga! Door!!!, deed de juf. Ik stopte bij een bak waar aan
twee ongelijke stukjes cellotape een oranje kaart met
'afgeprijsd' hing. Konden spullen dan nóg goedkoper? En Vijf,
Zes, Zeuven, ACHT!!
. Ik had ooit één dinsdagmiddag
meegedaan met de huisvrouwen. Maar ik wist al na een kwartier
niet meer zeker of ik nog leefde of dat ik in de hel was. Van alle
vrouwen was ik de jongste. En de enige rood aangelopene. Ik
kon wel door de grond zakken. Ik had gedaan alsof ik even
moest plassen. Tot zodiewodie, dames! Nooit was ik weerom
gekomen.

BOEM, deden de hupsende huisvrouwen met heur allen tegelijk.
En toen gebeurde het.

[wordt vervolgd, tenminste dat lijkt mij van wel]

18 februari 2004

het krulhaar v/d wereldverbeteraar
Kan natuurlijk toeval zijn. Dat veel wereldverbeteraars
gezegend zijn met een enorme bos krullend haar, dat
nauwelijks in bedwang kan worden geknipt. Of is dat
iets genetisch? Dat mensen met wilde krullen een
naief en gevoelig hart hebben, of zo?

Beetje tijdloos hoofd maar ik gok: de veertig gepasseerd.
Mager gezicht. Groeven in het gelaat. Beenderen goed te
zien. Wipneus. Smartelijke trek rond de mond. Sommige
mensen hebben dat, een smartelijke trek om de mond.
De vraag is: zijn deze mensen begaan met alles? Hebben
ze zich daarom een smartelijk trekje om de mond eigen
gemaakt? Of worden sommige mensen gewoon geboren
met een smartelijke trek om de mond? Simpelweg door dat
ondoorgrondelijke proces dat celdeling heet? Zodat
iedereen ten onrechte denkt dat deze personen begaan
zijn met alles? Waardoor deze personen eigenlijk niet
anders kúnnen dan begaan zijn met alles? Iets dergelijks
geldt trouwens voor mensen met neerhangende
mondhoeken. Daarvan denkt ook iedereen dat ze een
chagrijnig karakter hebben. Wordt bij voorbaat al kortaf
op gereageerd, op zulke mensen. Worden de mensen met
neerhangende mondhoeken vanzelf chronisch chagrijnig
van. Et voila. Ook triest. Maar goed, daar ging het nu niet
over.

Bril. Lange vingers. Slanke handen. Blauw-gemeleerde
sokken. Vale spijkerbroek met toelopende pijpen.
Hemelsblauw fleece-vest. Daaronder een rode kool-
rode trui. Sauna-slippers. Onder de bank: bergschoenen.
Dit volg ik even niet. Tot de nok toe gevulde rugzak. Een
donkerblauw-lichtblauw-lichtbruingestreepte sjaal hangt
er half uit. Een rood met zwart zeiljack hangt aan het
haakje naast mij. Wat is die gozer van plan!?

Leest vooralsnog boek van Georgy Konrad. De bezoeker.
Steeds leest hij twee minuten. Dan stopt hij, zucht
hoorbaar en staart naar buiten, of het plafond. Daar is hij
weer, de smartelijke trek. Alsof hij gister nog een
uitgeprocedeerd vluchtelingengezin had moeten uitzwaaien
op Schiphol. En alsof hij wilde dat wij dat wisten. Zijn leven
was zoveel intenser dan dat van ons. Zwaarder ook. Moeilijk.

Het leek me iemand die ooit de sociale akademie had
gedaan. Ja, het was er zo eentje die tijdens werkgroepen
op de sociale akademie vroeg of de diskussie misschien met
wat meer mededogen voor cliënten/asielzoekers/kleine
huisdieren kon worden gevoerd. In het eerste jaar had de
rest van de studenten nog wat ontzag voor hem gehad.
Een vaag soort respect. Vanuit een vaag verlangen om
afwijkers erbij te laten horen. Maar op een kwade dag was
een populair groepslid diep gaan zuchten en met de ogen
gaan rollen. Dat was het keerpunt. Het kantelmoment
avant la lettre. Sinds die tijd had iedereen definitief medelijden
met hem. Wel altijd vermengd met irritatie, want dat roept
medelijden nu eenmaal op.

Nu ik erbij stil sta: ik ken trouwens ook best veel
wereldverbeteraars met steil haar. Dus misschien zit er
wel helemaal geen lijn in.
Shiit.

17 februari 2004

sportief liegen

Dat je in de city ineens joviaal werd gegroet door een groeiende hoeveelheid breedgeschouderde mannen met stierennekken.

Ik groette dan altijd joviaal terug. Het heeft immers geen zin om zomaar opstootjes te gaan
veroorzaken in de trant van zeg heb ik iets van jou aan of zo!? Maar daarna liep ik dan altijd peinzend door, met mijn wijsvinger tegen mijn neus tikkend. Who in the hell waren deze breedgeschouderde mannen en vooral: waar kende ik ze van!?

Na enige maanden, want de hersencellen groeien mij ook niet op de rug, was er ineens een aha-erlebnis: het waren de mannen van de sportschool!!!

Vertel ons Jacq, waarom en hoezo. Nou, het zat zo, ik zal het maar bekennen. In de sportschool deed ik heel veel oefeningen met de ogen dicht. Benen in de nek. Met de blik op oneindig. Kop in het zand. Niet uit concentratie overigens. Eerder uit pure schaamte voor mijn aanwezigheid. Of laat ik zeggen: de aanwezigheid van mijn lichaam. Waarop de mannen van de sportschool maar één blik hoefden te werpen om er hun oordeel over uit te kunnen spreken: no muscles found. Dat besef deed pijn.

Maar dat de sportschoolmannen dan tóch de moeite namen om bij het passeren in de stad in de stad even hoi te zeggen - dat gaf mij moed. De moed om door te zetten. De moed om dwars door de pijn heen te gymmen. Toen kreeg ik nog meer pijn. Spierpijn. Maar spierpijn, dat is goede pijn. Daarvan kreeg ik nog meer moed. De moed om mijn laffe spierloze lichaam om te bouwen tot een fort van kracht en souplesse. Heel langzaam, maar heel zeker veranderde er iets. En niet alleen bij mij. Ook de blikken van de sportschoolmannen werden anders. Ik hoorde steeds minder gesnuif. Floot daar iemand bewonderend? Ik rolde met mijn biceps. Want ja, wat moet je er anders mee.

Sjesis zeg, wat wou ik dat dit verhaal gewoon WAAR was! Want de realiteit is natuurlijk dat ik de sportschool al snel aan de wilgen hing. Bij wijze van spreken dan, want voor zoiets had ik de
kracht niet in mijn zwakke biceps. Die weer prima pasten bij mijn slappe karakter. Dat dan weer wel.

Bah!

16 februari 2004

kei-lullig

Het was inderdaad een ongelooflijk verhaal dat M., die ik
gistermiddag in het café tegenkwam, vertelde. Ze was
gebeld door het dierenasiel. Welgefeliciteerd, haar kat
was gevonden, hoor! 'Huh?', had M. gezegd. Ze had zich
omgedraaid. De kat zat gewoon in de vensterbank. Bleek
het om de kat te gaan die zestien (16!) jaar geleden
bij M. was weggelopen.

Het arme beest zit nu in een hokje de laatste levensdagen
van zijn negende leven te slijten. Terug naar M. kan niet.
Ze heeft al een ouwe kater die de hele dag geschokt doet.
Plus een jonge hondenpup die droomt van poezen roosteren
op een zacht vuurtje. En kids die katten aan hun staart dragen.

Dus of ik geen plek had voor een lieve oude sullige kat met
misschien nog maar een maand te gaan.
Gelukkig had ik Boris V. al.
'Ik heb Boris V. al', zei ik.
M. keek weifelend.
'Boris V. is kei-oud', zei ik.

Het zit me niet lekker dat ik dat zei.
Boris V., sorry. Je bent een jonge god.
Niemand is zo jong als jij.

15 februari 2004

what's on a biebjufs mind ... ?

Ik kom nog wel eens in mijn oude bieb en daar lopen
de biebjuffen die ik herken uit 1976 nog steeds rond.
Met, zo lijkt het, dezelfde Terlenka pantalon van toen.
En met hetzelfde flets gebloemde bloesje. Of een pulli
met strepen in de breedte, die hun zware buste
accentueert. Een pony, maar niet omdat die in de
mode is. Hun haar is gewoon ooit zo geknipt en zo
hebben ze het maar gelaten. In 1977 of in dat
willekeurige andere jaar waarin hun leven ging
stilstaan.

Biebjuffen zijn kleurloos.
Afgezien van een enkele lost soul met lippenstift, lijken
biebjuffen in hun professie voornamelijk op één doel te
mikken: geheel opgaan in hun omgeving. Wegblenden
tegen de boekenrekken, letterlijk verdwijnen in de
wereld die woord heet. Sure, als je ze een vraag
stelt, zullen biebjuffen hem beantwoorden. Maar als je
ze niks vraagt, is dat beter. Biebjuffen hebben genoeg
aan de dingen die in hun eigen hoofd omgaan.

Wát er trouwens precies in het hoofd van een biebjuf
omgaat, zullen we wel nooit weten. Daar doen biebjuffen
namelijk altijd nogal geheimzinnig over. Soms fantaseer
ik wel eens dat ze een dubbelleven leiden. Thuis helemaal
uit hun dak gaan. 's Nachts rare feesten bezoeken met
thema's waar wij nooit op zouden komen. Elke week aan
de partydroks en dan dóórgaan. Zichzelf met vla of
yoghurt insmeren voor hun geheime minnaar. De
archivaris. Die zonder bril heel naughty uit de
hoek kan komen.

Maar eigenlijk denk ik dat biebjuffen de ganse dag
vooral dit denken: is het nou gvd al sluitingstijd,
want dan kan ik tenminste weer verder met lezen JA.
De enige die 's avonds door de biebjuf verslonden
wordt, is het boek. Biebjuffen lezen thuis namelijk
de sterren van de hemel. Van fantasy tot Vestdijk.
En van De passievrucht tot Wuthering Heights.
De gezondste droks die er zijn.
Vinden zíj dan.

13 februari 2004

jacq peinst extreem door

Maar goed.
Dan is het dus volbracht.
Die kloteneus is er half af, je borsten zitten een halve meter
hoger en je tanden zijn zo wit dat de medemens er verblind
door raakt. Van jaloezie, bijvoorbeeld. Jij daarentegen hoeft
nooit meer afgunst te voelen. Het is namelijk volbracht, je
hebt je lichaam volmaakt gemaakt.

Maar goed.
Dan ben je dus, laten we zeggen, zes maanden verder.
Het was een prachtig half jaar. Het mooiste halve jaar van je
leven. Eerst werd je nog elke ochtend wakker met dat gevoel
dat je vroeger als kind wel eens had. Tenminste: voordat ze
je op het schoolplein begonnen uit te schelden voor heks,
vanwege je haakneus. Je werd wakker en je dacht: er is iets
fijns, wat was het ook alweer? Wat rende je veel naar de
spiegel dat eerste half jaar. Om te zien of je het niet allemaal
maar gedroomd had.

Langzaamaan wordt je nieuwe lichaam realiteit.
De hysterie is er een beetje af. Je valt niet meer flauw van
bewondering als je jezelf in de spiegel ziet. Je bekijkt je
gezicht aandachtig. Eigenlijk weer net zo aandachtig als
vóór de extreme makeover. En dan doe je een paar stappen
naar achteren om je lichaam te kunnen zien. Eigenlijk is alles
perfect nu. Behalve dan de vorm van je onderbenen. Die vallen
wel heel erg op, nu het vet uit je bovenbenen voorgoed is
weggezogen. Maar goed, een kniesoor die daarop let. Je zou
wel gek zijn. Dan kon je ook wel denken: shit, die bovenarmen,
had ik daar niet wat meer kunnen laten weghalen? Werd ook
wat moois! Voor je 't wist, had je ook nog problemen met de
stand van je tenen. Die je inderdaad niet graag in open
schoenen stak, maar enfin. Haha, er zijn grenzen hoor! En
zoveel geld heb je trouwens ook niet. Tenminste: je hébt het
wel maar het was eigenlijk bedoeld voor de studie van de
kinderen. Maar je hebt het dus wel.

Als je eenmaal hebt ervaren dat er extreem aan het lichaam
te timmeren is, wil je dan niet eeuwig verder timmeren?
Dóórslaan, als het ware?

12 februari 2004

daris de notaris

Nog even en je krijgt een notaris bij een pak wasmiddelen.

Je kan namelijk geen tv-programma aanzetten of er komt
op een kwaad moment een notaris in voor. Soms wordt-ie
het podium op geroepen, om aan het publiek te tonen dat
de eerlijkheid vanavond hoogtij viert. Soms zit de notaris
op de eerste rij. Dan steekt hij toegeeflijk maar kort de
eerlijke hand op als hij door de presentator wordt
aangekondigd. Meestal echter doet de notaris zijn nobele
werk achter de schermen. Als er ergens een kluis wordt
geopend, of een cijfercombinatie gedraaid. Of als er veel
geld in een koffer zit.

Programmamakers denken dat hun programma een niveautje
stijgt als er een notaris inzit. Maar ik zeg: hoe vaker de
notaris tijdens een uitzending wordt ingeschakeld, hoe
onbetrouwbaarder de rest van de programmamakers lijkt.
Achter de schermen, daar sterft het van de dieven en
fraudeurs. Tenminste, dat straal je op die manier uit, hè.

Maar enfin. Nou vraag ik me dus af, hè: stél je wordt als
notaris gevraagd om op te komen draven bij het tellen der
stemmen bij Idols. Of bij de Staatsloterijshow. Is dat dan
een eer? Een extra treetje op de notarissentrap? Een soort
van kantelmoment [*] in je carrière? Ben je dan binnen?
Helemaal het heertje? Of ligt het anders en kun je het
dan verder in de serieuze notariële bisnis wel shaken?
Lig je dan in de notariële goot, bij wijze van spreken? Ben
je de risée van het kantoor, op de morning after? Sjeesis
Karel, wat een lul ben je ook!
Hoe liggen televisieoptredens
in de markt bij notarissen, dat zou ik wel eens willen weten.

[*] © paul rosenmöller

het probleem met de kat

Het probleem met de kat is dat je elke dag opnieuw kunt beginnen.

Maakt niet uit of jij gisteravond nog een overdosis luv op de kat zijn
kop hebt gekrabbeld. Hem zo wild hebt geborsteld dat hij niet
anders kon dan kwijlen. Dat jij een uurtje later tien hele minuten
zijn koude winteroren tussen de palmen van jouw handen hebt
gehouden om ze weer op temperatuur te brengen. Hem in rijm
hebt toegefluisterd hoe geweldig mooi hij wel niet is. En dat het
echt leek alsof jij en de kat elkaar begrepen.

Het punt is: de kat heeft een korte termijngeheugen van niks.
Of hij heeft een verdorven karakter. Misschien wel beide, wat
een prestatie op zich zou zijn. Hoe het ook zij: elke ochtend
is de kat eerder wakker dan jij bent. En als jij je ogen opendoet,
staar je direct in die van hem. Jij knippert met je ogen. Hij niet.
Hij zit demonstratief met de armen over elkaar. Hij staart met
strakke blik. En daarmee breekt hij jouw moederhart in grote,
zware stukken. Het is alsof de kat wil zeggen: Houdt er
dan niemand van mij! Wie aait mij! Waarom mag ik geen vogels!
Heb ik niet altijd goed voor jou gezorgd! Wie is mijn biologische
moeder! Heb ik erom gevraagd om geboren te worden! En zoals
ik al zei: wie aait mij!


Dus dan begin je maar weer opnieuw. Het is tegen beter weten in.
Morgen kun je weer beginnen. En overmorgen nog een keer. Wie
lijmt de scherven van jouw hart? De kat, door even met zijn kop
op jouw hand te gaan liggen. Opdat jij hem met liefde overlaadt.
Maar dat is hij dus morgen weer vergeten. Dus dan kun jij weer
opnieuw beginnen. Dat is het probleem met de kat.

11 februari 2004

more is less

Trouwens, ik moet ook altijd heel erg meehuilen met de mensen
die een extreme makeover hebben ondergaan. Voor het eerst
een mooie jurk aan. Naaldhakken. Tien kilo kwijt. Heupwiegend
achter het gordijn. Nooit eerder gevoelde flair.

Hoe het komt dat negen van de tien getransformeerde vrouwen
er als travestieten uitzien, daar ben ik nog niet helemaal uit. Ik
gooi het voorlopig even op de homosuele hairstylist die er een
totally different woeman van gaat maken, met een kleurtje nee
met twee kleurtjes nee weet je wat we doen: boel kleurtjes! En
op zijn vriend de make up-artist die eerst altijd zegt dat less is
more
, maar daar uiteindelijk toch altijd weer op terugkomt.
Of is het toch gewoon de plastic surgeon die een beetje overboard
ging bij het uitzoeken van de size kin-implant?

Wat is er eigenlijk gebeurd met die ene persoon die je vroeger
in elke groep of sociaal verband kon terugvinden? Die ene persoon
die zich niet gek liet maken? Die niet meeging in wat de rest met
zijn allen vond? De man of vrouw die het aandurfde om op kalme
toon 'Ho!' te zeggen, als het allemaal een beetje te gek werd?
Zodat de rest stil werd. En iedereen met met zijn allen dan
beschaamd dacht: verrek hij heeft gelijk. Of: shit, zij heeft een
punt. Waarna men met zijn allen een stukje rustig ging nadenken.
Hier kauwde er eentje peinzend op een ballpoint. Daar staarde er
eentje contemplatief uit het raam. En dan uiteindelijk, dan won de
nuance het.

Waar is die ene persoon gebleven?
Dood? Uitgestorven? Uit de groep gepest?
Ksst! Laat ons gewoon fun hebben weet je wel!

Hoe dan ook: elke keer weer huilen geblazen.

10 februari 2004

met andere ogen

Sinds het Amerikaanse Extreme makeover en het
Hollandse antwoord daarop Make me beautiful valt
mij iets op. Namelijk dat ik nu bijna elke als ik in de spiegel
kijk, mijn bovenste ooglid een subtiel stukje omhoog trek
met mijn wijsvinger. Het gaat bijna onbewust, maar ik kan
het niet laten. Deed ik vroeger nooit. Is dus de schuld van
de Amerikanen.

Jep, zie ik er direct een stuk jonger uit. Echt, er kan gewoon
een heel stuk vel gewoon tussenuit, als het ware! Totaal
overbodig! Dat ik dat nooit eerder zag! Had ik een fijn mes,
dan deed ik het zelf even. Maar ik verpest al mijn fijne messen
door er ook karton mee te snijden. For no apparent reason,
trouwens. Gewoon, omdat je soms zin hebt om in karton te
snijden.

09 februari 2004

ring, ring, why don't you give me a call

Even terug naar vrijdag.

Ik was er klaar voor. Ik zat om twee uur geknipt
en geschoren naast de telefoon. Het zou niet de
eerste keer zijn dat ik hijgend een interview begon
wegens een sprint door het huis om het toestel te
vinden. Ik had geleerd van het verleden.
Ik was geconcentreerd. Niet paniekerig of
hysterisch, zoals de meeste mensen mij kennen,
maar geconcentreerd. Ik lustte hem rauw, de
europarlementarier.

Half drie. Ik keek naar de telefoon. Ik heb het vaak
dat ik naar de telefoon kijk en dat hij dan ineens
gaat rinkelen. Het lukt niet altijd. Europarlementarier
zijn en dan toch op de minuut af op tijd bellen, dat
zou ik zelf ook niet doen als ik europarlementarier
was. Dat komt over alsof je als europarlementarier
verder niks te doen hebt. Ik zou de mensen en zeker
mij rustig een kwartiertje laten wachten.

Drie uur. Zou ik nog even iets te snacken maken? Ik
had een honger, het was gewoon niet normaal meer!
Straks viel ik flauw tijdens het gesprek. 'Hallo,
hallo?', zou de europarlementarier roepen. Tot slot
zou hij schouderophalend neerleggen en mij op
een zwarte lijst zetten. Nee, toch beter van niet.
Het zou niet de eerste keer zijn dat ik geen andere
keuze had dan met volle mond de telefoon op te nemen.
Op de een of andere manier kom je dan journalistiek
gezien niet helemaal lekker uit de verf. Alsof je de hele
dag soaps en talkshows ligt te kijken. Terwijl dat dus
niet zo is, hè.

Half vier.
Oprah was halverwege. Als het een gewoon mens was
geweest, had ik allang het bijltje erbij neergegooid.
Maar ja, het ging hier om een europarlementarier dus
ik dacht: ik wacht nog maar even. Volgens mij dacht de
europarlementarier hetzelfde, zo van: jaa eeeuh ik ben
toevallig wel europarlementarier dus als ik geen zin heb
om te bellen, dan bel ik dus niet! Gelijk had hij. Maar op
deze manier werd het natuurlijk wel een soort van
machtsstrijd, waar ik helemaal niet op zat te wachten.
En ik ging echt niet als eerste bellen, dan kwam ik veel
te beschikbaar over. En trouwens, hij had mijn nummer
dus als hij het écht had gewild, dan had hij allang
kunnen bellen!

Om vijf uur hield ik het niet meer. Ik moest plassen.
Maar eerst stuurde ik de secretaris van de
europarlementarier een mailtje. Een halve minuut later
ging de telefoon over. De secretaris. Dat het ons speet,
maar dat we het helemaal vergeten waren. Het klonk
alsof de europarlementarier en zijn secretaris de hele
middag stiekum hadden zitten ganze(n?)borden.
Of Erger.

Dat geeft helemaal niets, zei ik oprecht. Of ik nu even tijd
had voor de europarlementarier, vroeg de secretaris?
Deze rolwisseling beviel mij. Maar kreeg ik even de tijd
mijn papieren te ordenen. opdat het het interview zich
op een geordende manier zou gaan voltrekken? Zei ik
terwijl ik naar mijn geordende papieren keek. Zal ik over
twee minuten terugbellen?, vroeg de secretaris.
Dat zal wel lukken, zei ik toegeeflijk.
En ik plaste dat het een lieve lust was.

07 februari 2004

de hel die bieb heet

Ik heb vroeger nog wel eens met de gedachte gespeeld. Het leek
me zo mooi, de hele dag tussen de boeken. Boeken met een
vriendelijke glimlach innemen, en dan vervolgens als een speer de
boeken ALFABETISCH op een karretje zetten, de boeken rondrijden
en tot slot de boeken OP DE JUISTE PLAATS in de kast zetten.

Achteraf is het maar goed dat ik deze gedachte nooit in daden
heb omgezet. ik zou echt een biebjuf from hell zijn geworden.
Hee jij daar! Blijf met je poten van dat boek af! En hebberig,
hè. 't Liefst alle boeken in huis houden omdat dat een fijn compleet
gevoel geeft. Neee, die hebben we niet, probeert u het eens
bij een andere bieb. Next!
. Als iemand een boek bestelt waarvan
jij denkt hmm, klinkt goed, het boek bij binnenkomst direct
achteroverdrukken. Nee mevrouw, nog steeds niet binnen, gek
hè.
En, maar dat klinkt vanzelfsprekend, ik zou uberhaupt
so wie so alle nieuwe boeken eerst zélf willen lezen. Gewoon
lekker thuis, in mijn eigen tijd.

Ik had nóg een reden om toch maar niet voor een biebcarriere te
kiezen. En die reden waren de biebjuffen. Maar als je eenmaal over
biebjuffen begint, dan ben je zomaar niet uitgeschreven. Daarover
dus een volgende keer.

06 februari 2004

de mormone kome /3

Ik weet niet hoe het komt, maar ik ben altijd meer
geinteresseerd in de zwijger naast de prater, dan in
de prater zelf. In de vrouw achter de man. De lelijke
hartsvriendin van de mooie vriendin. De grijze muis
naast de olifant in de porseleinwinkel. De stilste
Shetlandponnie in de wei. Degene die niemand
opvalt, die springt mij altijd direct in het oog,
zogezegd.

Neem nu de meeloopmormoon. De meeloopmormoon
had een uitstraling waarvan de Idols-jury zou zeggen:
'Sorry, totaal geen uitstraling'. Maar toch intrigeerde
hij mij enorm, zoals hij daar stil glimlachend naast de
hoofdmormoon stond. Met de gelatenheid van iemand
die zijn plek wist. En met een beetje van die stille
vreugde die grijze muizen eigen is: hij hoefde niets te
doen maar hij was er toch maar mooi bij!

Wat was de meeloopmormoon aan het doen terwijl
de hoofdmormoon mij trachtte te mormoniseren? Zijn
wazige glimlach deed mij het ergste vrezen. Was hij
in zijn hoofd een boodschappenlijstje in elkaar aan het
draaien? Waren zijn gedachten bij zijn vrome
mormonenvriendin, way back in de States? Die hij
elke dag dat hij met de hoofdmormoon in een Hollands
stapelbed sliep, méér begon te missen, ook al stond
haar mond dan ook nooit één tel stil?

Aan de andere kant: vergis je niet in de revolutionaire
potentie van de grijze muis. Terwijl ik de hoofdmormoon
stond te hypnotiseren met mijn leegste blik, ging alsmaar
deze gedachte door mijn hoofd: dat ik de meeloopmormoon
misschien zou moeten redden van het mormonisme. Hoe
zou ik dit kunnen doen? Zou het helpen als ik me hier en
nu zogenaamd ging bekeren tot het het geloof van de
mormonies? Ik zou heel goed een duf soort overgave
kunnen acteren, dat wist ik zeker. Hoe harder de hoofd-
mormoon mij met zijn woorden om de oren sloeg, hoe
meer zin ik erin kreeg. Ik had altijd al willen schrijven over
een sekte, van binnenuit. Ik Ali, maar dan tussen de mormonen.
Ik zou de meeloopmormoon langzaam maar zeker
onthersenspoelen door hem te hersenspoelen met gezonde
gedachten. En het zou niet bij één meeloopmormoon blijven.
Uiteindelijk zouden er een heleboel mormonen met mij eh
meelopen als de gemeenschap mij eenmaal de deur gewezen
had. Maar tegen die tijd had ik allang een uitgever. Dan zou ik
tegen de meeloopmormonen zeggen: 'Oké, loop nu maar verder
met elkáár mee.' Daar zouden de meeloopmormonen dan
trouwens niet helemaal uitkomen. Grijze muizen blijven zich
namelijk het liefst achter elkaar verschuilen. Uiteindelijk zouden
ze stuk voor stuk bij een andere sekte terechtkomen. Hopelijk
één met veel dansen en zingen en met zonder helmpjes.

Fok, dat was even een storende gedachte. Want als ik
undercover wilde, dan zou ik ook moeten fietsen met een
helmpje. Ja zeg, dan zat je haar de hele dag niet meer!

Dus uiteindelijk is het initiatief op inhoudelijke gronden
afgeblazen.

05 februari 2004

take 56

Kunnen ze wel zeuren, maar ik begreep het best.
Als er geen autocue meeloopt, dan ga je spontane
dingen zeggen. Uit ongemakkelijkheid. Alezanders
worst nightmare: dat hij per ongeluk live
roept: 'Mabel is een hoer!'.

Ik herken dat.
Ik ben ook niks zonder autocue.

04 februari 2004

de mormone kome /2

'Hi' zei ik tegen de mormonen.
'Dak mievrouw', zei de hoofdmormoon.
'Koedenohvund', zei de meeloopmormoon.

En daarna ontspon zich het gesprek, dat begon met
wij hebben u iets moois te vertellen / nououou
dat hoeft eh eigenlijk niet hoor / maar hoe weet u
dat nu al / nou gewoon omdat ik ook soms wel
dingen eh weet!
en bijna eindigde met een
oprechte Jacqtekst: 'Nou, succes verder hoor!'

Maar de god van de mormonen was nog niet klaar
met mij. De hoofdmormoon keek naar het boek waarmee
hij de hele tijd zo'n beetje zijn woorden kracht had
bijgezet. Hij stak het mij toe en zei: 'Wij willen u een
boek geven'. Ik pakte het boek gretig aan. Kon mij het
schelen wat erin stond, als ik niks te lezen had, dan las ik
alles! Soms deed ik zelfs kruiswoordraadsels. Tijdperk: ERA.
Oude Testament (afk): OT. Griekse godin: kut, geen idee!!

Maar de hoofdmormoon had het boek nog niet losgelaten.
'Wacht!', sprak hij. 'Nee, ontzettend bedankt!', riep ik, bang
dat mij het boek zou worden afgenomen. Ik had al zo weinig
dingen. Ik wilde Dit Ding!!! Ik had er recht op!! Ik klemde
het boek stevig tussen mijn vingers. Een stille krachtmeting
volgde. We bleven glimlachen, de hoofdmormoon en ik.

Totdat ik won.
De hoofdmormoon trok zijn lege hand terug. Hij tuitte zijn lippen,
om de twee seconden. Ik kon zo zien dat hij het van zichzelf niet
wist dat hij dit deed. Als hij het wist, zou hij het nooit weer doen.
Het was namelijk geen goede reclame voor de mormonen in het
algemeen. Het zag er verknipt uit. Je kon er geen mensen mee
bekeren. Mensen zouden denken: ja duh, als de apostel al zo
verknipt is, dan zal de godsdienst ook wel niet helemaal sporen.
En dat is in het geheel geen onlogische of overdreven gedachte!
Een mormoon is één ding, een verknipte mormoon is wat anders.
Ik deed mijn mond open om er tactvol iets over te zeggen.

Maar de hoofdmormoon was mij voor. 'Wij willen u eerst nog wat
achtergrondinformatie geven!', drensde de hoofdmormoon.
'Amai, dit is gans niet nodig', zei ik met een vrome glimlach. 'Ik
ben waanzinnig doorheen de materie ingevoerd.' Ja, ineens was
ik een Vlaming, en ik weet nog steeds niet waarom precies. Ik
keek erbij alsof ik het liefst direct maar wou beginnen met lezen.

De hoofdmormoon keek mij lang aan. Toen zei hij 'Well .... dak
mievrouw'. Ik zag ze denken: hébben we er nou eentje of juist
niet. De mormonen liepen langzaam weg. Dat wil zeggen: de
hoofdmormoon sloeg linksaf. De meeloopmormoon liep erachter
aan. 'Wij zijn hier toch in Neej-dur-lend hè', hoorde ik de
hoofdmormoon tegen de meeloopmormoon zeggen. De
meeloopmormoon pakte de wereldkaart erbij. Even overlegden
zij. En toen bonden zij hun helmpjes op.

[Oké, die laatste zin die klopt niet, maar het leek me zo leuk
als ze dat zouden doehoen! Ik ga het nog een keer hebben over
de meeloopmormoon. Die is feitelijk veel interessanter dan de
hoofdmormoon.]

de mormone kome

Vroeger zag je ze best veel.

Het waren altijd jonge mannen, ze waren altijd in
tweetallen en ze droegen donkerblauwe of zwarte
pakken. En als ze gingen fietsen, dan droegen ze
helmpjes. Ze kwamen dan ook niet van hier, maar
van heel ver. Uit een land over zee waar fietsen
kennelijk le-vens-gevaarlijk is. Doodsoorzaak
nummer twee waarschijnlijk, direct na per ongeluk
neergeschoten worden met het pistool van je
freakin' neighbour. Ja, zij kwamen uit Amerika.
En zij kwamen naar Holland om de mensen te bekeren.

Dat gebeurt mij vaker he, dat ik denk: goh, die zie
je ook noooit meer hè, Mormonen. Gaat de bel, doe je
open, staan er twee Mormonen voor je deur.

[wordt vervolgd]

03 februari 2004

hände hoch, sonst knallt's!

Had ik eindelijk een rolbevestigende raceauto gevonden
voor het kind dat morgen twee wordt, staat er op de
verpakking dat het niet mag. Niet van de Nederlanders,
niet van de Amerikanen en al helemáál niet van de Duitsers,
natuurlijk. Hände hoch, sonst knallt's! Das kind kann ja
das auto aus einander slopen und die unterteilen in das
Mundchen eeh dingesen!


Ik stond nog even in dubio.
Ik had namelijk al héél lang gezocht.
En ik dacht daarom dingen die ik fijn vond om te denken.
Zo van: aaach, dat zal toch wel meevallen!
En zo van: als ik er nou bij zeg, dat ie alléén met die auto
mag spelen als papa en mama erbij zijn?

Maar ja, toen kreeg ik dus direct een Heel Levendig Visioen.
Van het kind dat aan zijn beentjes ondersteboven werd
gehouden in de hoop zodoende het raceautostuurtje er weer
via das Mundchen uit te krijgen. En direct daarna zag ik zeer
verwijtende blikken naar mijn persoontje toe.

Dat laatste deed de deur dicht.
Dus nee, ik heb nog steeds geen cadeau voor het kind.
Die ROTvisioenen ook altijd!

dialoog voor twee dames

Waar: De Chinees
Wanneer: 17.45 uur
Wie: twee dames op leeftijd

'hehe daar ben ik dan, ben jij er ook net?'
'nee ik was hier al eerder, de taxichauffeur was te vroeg'
'hoe lang dan al'
'tien voor vijf al'
'och hemel!'
'nee dat geeft niks, of ik nou hier alleen ben of thuis'
'dat is ook zo'
'en je zit hier warm'
'en droog'
'en uit de wind'
'ja, en uit de wind'
'daarom'
'hehe ik zit'
[...]

'waren de pepermuntjes lekker?'
'weet ik niet, ik bewaar ze'
'je bewaart ze?'
'ik bewaar ze tot valentijnsdag'
'ja maar je had er toch al lang eentje ...'
'nee ze zitten netjes in een zakje en daar blijven ze in!'
'maar je moet nog bijna veertien dagen!'
'ja maar dat GEEFT toch niks!
'ja nou ja maar ...'
'hou er nou maar over op!'
[...]

02 februari 2004

jacq wordt minister

Trouwens, over jonge poesjes gesproken (in het nette, zie
280104): als ik minister of zo zou zijn, dan zou ik het verplicht
stellen dat elke inwoner van Nederland op zijn minst één keer
in zijn leven een nest jonge katjes moet bezoeken. Reden 1:
het is goed voor de algehele levensvreugde van het volk.
Reden 2: het is goed tegen zinloos geweld. En trouwens ook
tegen het zinvolle geweld. Als je eenmaal tussen de poesjes
hebt gelegen, dan lijkt zinvol geweld ineens een stuk minder zinvol.

En dan had ik het zo bedacht: dat depressieve mensen een
soort van knipkaart kunnen krijgen, zodat ze vaker bij de jonge
poesjes kunnen zijn. Dat moet namelijk. Depressieve mensen
hebben minder levensvreugde of laat ik het zo formuleren:
ze hebben een genietuitdaging. Dus die hebben waarschijnlijk
wel een stuk of wat nestjes nodig voordat ze weer een beetje
kunnen glimlachen.

Het kan natuurlijk ook averechts werken he. Ik ben zelf nooit
lang genoeg dipperig om te kunnen invoelen hoe een echte
depressieveling de dingen beleeft, maar zo'n jong frele breekbaar
katje kan ook iets oproepen van: 'jaaa nu is het nog blij en
springerig, maar ooit gaat ie toch weer dood
.' Ik bedoel:
depressieve mensen zijn wel heel realistisch en toekomstgericht,
dat moet je ze nageven.

Kijk, bij de echte die-hards moet je gewoon andere middelen gaan
inzetten, denk ik. Want daar valt natuurlijk voor die katten ook
niet tegenop te fucken.

01 februari 2004

jacq valt best mee

Zo'n Idolskandidaat die van de zenuwen zijn tekst kwijtraakt.
Valt Tooske in de armen en roept:

Shit ik kán het wel, ik was alleen te zenuwachtig!

Ja precies! roep ik dan met overslaande stem.
Ik leef namelijk altijd heel erg met de mensen mee.
Het is alsof ik zelf daar sta. Met het zweet in de
knieholtes. Met een luid bonzend hart. Met zonder
speeksel waardoor je de woorden niet goed meer
kan maken. En met een paar heel goede argumenten.
Hij was gewoon even te zenuwachtig! Geef die gozer
een nieuwe kans! Kom op, het kán niet zo maar ineens
voorbij zijn!

En dan zegt Jerney K. onbewogen:

Nee, je moet als Idol óók je zenuwen onder controle hebben!

En dan denk ik: ja inderdaad, zo is het.
Weg met deze nep-Idol! Neeext!

Dusse, zó erg leef ik ook weer niet met de mensen mee,
als het erop aankomt.