stukjes jacq

31 januari 2004

it's a miracle, i can't see!

Nog even over de olijke tweeling: ik krijg dus echt élke keer de dikke broer als ik naar de opticienbroers ga. Oké, ik bedoel: zowel die ene keer in 1996 als die andere keer in 2004 heb ik dus die dikke broer gekregen.

De dunne lijkt me een leukerd. Maar die krijg ik dus nooit. De dikke is vooral dik. Echt dik. Niet op een manier van 'ja, hallo zeg, me broer is zó dun, daar zou iedere broer dik bij afsteken'. Nee, mooi niet, de dikke is gewoon écht dik. Hoe dik? Heel dik.

Dat maakt verder trouwens helemaal niet uit, alleen ik dacht er wel veel aan, toen ik dus gister zo dicht bij hem zat in het Hokje. Ik legde mijn kin op een steuntje en toen begon de dikke opticienbroer mij de ogen te meten dat het een lieve lust was.

Zag ik de L, jep, zag ik de M, jep, zag ik de E, ehm nee. Wel een F. Nee die was er niet, oké doe dan maar een E. En is dat nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, mag ik ze nog een keer zien, is dat nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, sorry mag ik ze nog één keer zien, is dat verdomme nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, nou ik zie geen verschil of toch wel, nou nee toch niet.

Dat je met zo'n onbestemd onbehaaglijk gevoel de winkel verlaat. Ja, je hebt lenzen besteld. Hoera. Maar of je er uiteindelijk ook iets door zult kunnen zien, dat is (1) de vraag, (2) een gok en (3) zeer twijfelachtig.

30 januari 2004

de mop van de schoonmaakster

Werd door het stukje van walter van den berg zomaar terugge(stof)zogen naar mijn eigen schoonmaakverleden.

Alle clichés over oude schoolgebouwen zijn waar. Lange, donkere gangen, rommelige bezemkasten, krijtjes op de vloer van het klaslokaal en norse concierges met rammelende sleutelbossen.

Die je dus gelukkig in de verte kon horen aankomen. Want Seher en ik, wij deden het our way. Wij bespraken in de bezemkast de startproblemen van haar huwelijk met de goedlachse vreemde die voor haar uit Turkije was gehaald. Wij hadden recht op pauzes, minstens drie. En als we de lange gang mopten, een extra pauze.

Wij mopten elke dag de lange gang. Omdat dat het fijnste werk was, moppen. Tijd zat, ook. Sleepten wij elke dag de voorgeschreven stofzuiger de lokalen in? Welnee, wij raapten propjes en krijtjes en zeiden dan 'ziezo!'. De norse concierge zei dat we dat niet elke dag hoefden te doen, de gang moppen. We mochten ook bovenop die kasten eens het stof weghalen. Maar wij begrepen hem expres verkeerd en zeiden bedankt, maar dat het ons wel lukte, die gang moppen. Niemand pakte ons het moppen af.

De smerige grauwe draden van de mop zo ritmies mogelijk over de stenen vloer van links naar rechts zwiepen, dat is een soort van dansen! Daar kwam bij: moppen ziet er uit als hard werken. Zelfs als slóven en daar kon je dan heel mooi de blik van het getergde schoonmaakstertje bij oefenen. Dapper blijven kijken als Een van De Mensen niet opzij gaat voor je mop. Vermoeid glimlachenals De Mens opzij stapte. De kletsnatte ponnie met een routinegebaar achter het oor proberen te krijgen. Hopen dat De Mensen bij jou een verhaal gingen bedenken. Wie was ze, de schoonmaakster? Had zij al een zwaar leven achter de rug? Een kind met een achterstand? Zou zij niet eigenlijk heel slim zijn, zelfs slimmer dan iedereen hier op school bij elkaar? Zij ziet zo bleek, gaat ze niet flauwvallen? Hebben wij al die jaren niet veel te veel van haar gevergd? Wat zou er onder dat schortje zitten? Steels rondkijken, terwijl je het voorhoofd met de rug van je hand afveegt. En dan zien dat niemand je ziet. Want niemand ziet de schoonmaakster. Tenminste, niet echt. Tenzij je écht heel raar gaat moppen, dan weer wel.

Of wij ook het spinrag aan 't plafond wilden weghalen. Nee, sorry, veel te druk met moppen. En hoger dan ons eigen hoofd, daarheen wilden wij uit principe niet kijken. Een schoonmaakster heeft tenslotte ook waarden en normen, ook al ziet niemand haar.

kiezen/delen

Trouwens - want nou zal ik ze krijgen ook hè,
die knakkers van Word voor Dwazen:

is paardengebit wel met een tussen-n?
Het is toch maar één gebit, per paard?
Ieder paard zijn eigen gebit, als het ware?

- Hee, Meindert heb jij ons gezamenlijke gebit gezien?
- Ja, zojuist had die enge zwarte hengst hem nog
- Oeh daar durf ik niet heen hoor, doe ik wel even zondej

Ik zeg: tijd voor een debat!

weurt voor agrariers

Jongens, het is echt oppassen geblazen met de Word-spellingcontrole.
Niet gedachteloos op 'wijzigen' drukken, anders staat er ineens:

Normen- en paardengebit

Ga je ook mooi mee op de bek bij je opdrachtgevers.

29 januari 2004

jacq gaat failliet, wat ik je brom

Vroeger, toen betaalde je nog zeker vijfhonderd
gulden voor een paar lenzen. En nu nog maar
tweehonderdvijftig euries!

Kun je er nog best een leuke bril bij kopen ook!

jacq vertelt het verhaal van de tweeling

Ja zeg, ik ben natuurlijk zomaar niet uitgepraat over de opticienbroers.

Het is een tweeling.
De ene broer is heel erg mager.
De andere broer is heel erg dik.

Nou heb ik het met meer dingen, dat ik ergens de klok heb horen luiden. Maar ik heb dus ooit eens een verhaal over die twee gehoord. Tijdens de zwangerschap schijnt de dikke opticienbroer de dunne opticienbroer eigenlijk gewoon te hebben opgegeten. Bij wijze van dan. Want de dunne is wel blijven leven. Evenzogoed een verschrikkelijk verhaal, natuurlijk!

Maar ja, toen ik dus vanmiddag in De Stoel zat te wachten op mijn opticienbeurt, dacht ik ineens: ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat IEMAND van die familie dat verhaal voor de leuk in de openbaarheid heeft gebracht. Dat is toch niet een verhaal dat je zegt goh laten we dat eens rondbazuinen of zoiets. En nu ik erover nadenk: volgens mij is het gewoon gelul. Bull shit. Kan vast niet, een foetus die een andere foetus opeet. En nu ik er nog wat langer over nadenk: natuurlijk is het geen tweeling. Ze lijken niet eens op elkaar.

Het rotte is, dat ik op het moment dat ik dit allemaal opschrijf, een beetje een naar gevoel van binnen krijg. Ik weet natuurlijk niet zeker of het zo is, maar volgens mij heb ik het hele verhaal gewoon zélf verzonnen. In 1996 bijvoorbeeld, toen ik een beetje afleiding zocht terwijl ik zat te wachten op mijn opticienbeurt. Toch wel erg als een frisse jonge vrouw de realiteit niet meer van de fiksie kan onderscheiden.

Nou ja goed, als je het positief bekijkt, loopt dit verhaal dus met een sisser af.
Vooral ook voor de dunne.

28 januari 2004

jacq moet even gillen

Blijkt mijn buurmeisje afgelopen herfst twee (2) nestjes met
jonge katjes te hebben gehad.

'Wát zeggie!!', riep ik.
'Had ik je wel verteld!', riep zij.
'Ooooooh nee!', riep ik.
'Is wel!', riep zij.
'Je zei nog dat je heel gauw zou langskomen', riep zij.

Dat laatste kon ik me levendig voorstellen. Ik bid al mijn hele leven om een nestje met jonge katjes, waar ik dan een middagje tussen mag gaan zitten. Oké, liggen. En dat ze dan op mijn hoofd gaan lopen. In mijn hals gaan kruipen. Dat het zo kriebelt dat je denkt dat je gek wordt. Ik fantaseer over nestjes met jonge katjes die in een doos voor mijn deur worden gezet en die ik red van een wisse dood. Soms voel ik aan de buik van Boris V. en denk: zou het toch?! Vaak word ik midden in de nacht wakker met een gevoel dat er iets aan mijn leven ontbreekt. Een nestje. Met jonge katjes. Dus ja, duhuh, ik kon me levendig voorstellen dat ik héél gauw zou willen langskomen bij een buurmeisje met twee nestjes met jonge katjes! En héél gauw was nog een understatement.

Het punt was alleen: ik kon me er NIETS meer van herinneren! Als ik de woorden katjes, nestjes en het buurmeisje intikte in de zoekmachine van mijn geheugen, dan kwam er dit uit: no matches found

Nu vraag ik de mensheid: hoe kán zoiets vreselijks?

bull's eye

- U staat bij ons in de computer?, vroeg de secretaresse van de opticienbroers.
- Mja, maar ik ben denk ik gewist', zei ik.

Ik had namelijk in geen jaren een oproep voor een lenzencontrole gehad. En ik ben nog van de generatie die net zo lang wacht tot ze een oproep voor een lenzencontrole krijgt. En als die niet komt: PECH! Ik kneep mijn ogen wat dicht om beter te kunnen zien.

- Hier staat dat u in 1996 voor het laatst bent geweest, schrok de secretaresse.
- Ja, zo voelt het wel, oogsgewijs, zei ik.

De secretaresse knipperde verbijsterd met haar ogen. Ik knipperde ook met mijn ogen. Deels omdat ik mensen vaak imiteer, overigens zonder kwade bedoelingen. Maar vooral omdat mijn ogen weer zo branderig aanvoelden. Nee, mijn lenzen waren reeds lang niet meer zuurstofdoorlatend. Tenzij ik er enige gaten in zou boren, dán weer wel. Maar ja, ook een gedoe!

Ik mocht meelopen met de ene opticienbroer. De ene opticienbroer was boos. Ik had het nooit zover moeten laten komen. Misschien was er een drama geschied! Ik moest niet spotten met mijn ogen! Als het meezat, kroop ik door het oog van de naald! Het oog wou ook wat! Het oog
van de meester maakt de paarden vet! En wie een oog graaft voor ander!

Toen ging ik pruilen. Doe ik altijd als de mensen boos zijn op mij. Het is een reflex. Ik zei:

- Zeg hee! Hadden jullie mij geen oproep voor een lenzencontrole kunnen sturen!!!

Zo, en nu hij weer!

De ene opticienbroer keek me geringschattend aan en zei:

- Het is de bedoeling dat je zélf je eigen leven ook een beetje in de gaten houdt, hè!

Nee, daar had ik niet van terug.

27 januari 2004

hee! ik bedoel het goed, hè!

Sinds ik een aantal diep verontwaardigde klusjesmannen over me heen kreeg na een goed bedoelde en oprechte column, ben ik wat beducht voor het genre 'klein leed in en om het huis'.

Enfiiin.

Natúúrlijk ben ik niet helemaal normaal. Daar is geen discussie over mogelijk. Maar zelf zijn klusjesmannen ook niet helemaal jofel. Komt er net eentje hier binnen. Zei héél bedeesd 'Goeienmiddag juffrouw'. Liep op zijn tenen naar boven. Deed volgens mij zelfs nog bijna zijn
schoenen uit, zo bang was hij om zijn aanwezigheid te doen gelden.

Ja, kán natuurlijk ook zijn dat hij mijn column destijds heeft gelezen. Absoluut op geen enkele manier aanleiding wil geven tot een vervolgcolumn. Ach, ik sta natuurlijk op een soort blacklist. De zogenaamde pas op je tellen-lijst, die sinds jaar en dag onder klusjesmannen circuleert.

'Ik ga even het dak op, juffrouw', meldde hij even later zachtjes.
'Wat zeg je, klusjesman?', vroeg ik verstoord.
'Ik wou even het dak op, als 't mag', vroeg de klusjesman lief.
'Oh, dat is best hoor', zei ik genadig.

Mij kwam het mooi uit. Als je dan toch een klusjesman over de vloer moet hebben, dan liefst op het dak. En daar komt bij: klusjesmannen zitten zelf óók graag op het dak. Lekker klussen
zonder kijkers. Ik snap dat wel.

26 januari 2004

mein gott!

Dus ik nam diezelfde avond Boris V. even apart en had het er
even met hem over. Dat het in het kader van slaande deuren
en burengerucht misschien ook best leuk was om overdág
eens buiten te gaan ... zitten. Ik wou eerst 'spelen'
zeggen, maar herstelde mij nog net op tijd.

Spelen doet Boris V. namelijk niet. Van oudsher al niet. Ook
niet toen hij nog slechts een zwart wollig bolletje van acht
weken was. Echt, alles zat erop en eraan, behalve een
speelknop. Wie hem olijk tegen de staart tikt, krijgt een zielig
'Meeeheeeh'. Op een aantrekkelijk stuiterend balletje reageert
Boris V. met de getergde blik van mijn lerares Engels op de havo.
Een touwtje voor zijn neus hangen: Boris V. is in staat om de
Kindertelefoon te bellen wegens ouderlijke treiterij.

Boris V. heeft in zijn leven welgeteld drie propjes in de bek naar
mij teruggedragen. Maar je zag hem dan halverwege verward
denken: 'Mein Gott waar ben ik mee bézig!?'. Spuugde
het propje subiet uit. Gooide zichzelf op zijn rug met de benen
wijd. Viel in een diepe slaap. Droomde van niet spelen.

Het enige dat je met Boris V. gerust mag doen is zijn oren
omvouwen. Dat ziet hij dan ook niet als spelen, maar als
oren omvouwen. Het zal wel ergens voor nodig zijn, denkt hij.

25 januari 2004

jacq heeft tenminste nog principes

Vriend: Oh! Een pannenkoekenrestaurant! Zullen we daar iets gaan eten!
Jacq: Dan heb ik nog liever dat je naar de hoeren gaat!!!!

derin, deruit

'Zeg, is Boris V. er nog wel', vroeg mijn buurmeisje voorzichtig.
'Jaaaa natuuuurlijk!!', overschreeuwde ik de angstige wetenschap
dat Boris V. er ooit, op een kwade dag, niet meer zal zijn.
'Oh, gelukkig!', riep het buurmeisje dat ook van katten houdt.
'Ik zie 'm namelijk nooit meer, buiten', voegde zij eraan toe.

'Dat komt', zei ik, 'omdat jij al om tien uur naar bed gaat.
Dan beginnen Boris V. en ik pas echt met leven. Derin deruit
derin deruit derin deruit', deed ik een persiflage op het
wankele karakter van Boris V.

'Oh ja, ik hoor je deur wel eens als ik in bed lig', zei het buurmeisje.
'Haha, ja dat kan', lachte ik.

Ik sprong op en liep met lichte tred naar de keuken.
Maar ik dacht met een zwaar gemoed: is dit een hint.
Is dit een burenhint.
Is dit een burengeruchthint.
En ik dacht: vráág het, Jacq.
Maar ik vroeg: 'Wil jij nog thee?'
En het buurmeisje zei: 'Ja, lekker'.

24 januari 2004

gutenabend, liebe zuschauern

Waar: super
Wat: een of ander sausje in een vernieuwd kuipje.

Staat er met grote letters dit op:
Nieuwe verpakking, receptuur nog niet zo authentiek

Denk ik: dát is nou tenminste eens eerlijk van die fabrikant.
Ik hoor het hem haast denken, toen ie zelf het sausje proefde:
'ja, shit het kán eigenlijk nog wel wat authentieker qua
smaak, maar goed dat zit er gewoon de komende tijd niet in.
Misschien straks als Annie bevallen is. Dan kunnen we weer
wat experimenteren met extra kerrie, of net wat meer zout
of zo. Annie heeft echt gevoel voor die dingen. Alleen nu
even niet, Annie wordt al misselijk als ze een boterham ziet.'


Ik gooide het sausje ook direct in mijn mandje, uit pure
sympathie. Kon mij het schelen als het (nog) nergens
naar smaakte.

Ja, ik zag thuis pas dat ik dat ene woord verkeerd had gelezen.
Nou ja goed ik had dus inderdaaaaad geen lenzen in, nee.
En die bril dan, hoor ik de oplettende lezert al roepen.
Bah, wat heb ik toch een hekel aan oplettende lezerts!
Nou, met die bril, eeeehm oh ja daarmee ben ik net een
nieuwslezeres van het Arische ras, zeggen vrienden.
Dus vandaar.

23 januari 2004

jacq & het bezoekerscentrum /2

Daar duwde mijn vriend de deur van het bezoekerscentrum open. Het eerste dat nee wat nee dat nee wat mij opviel, waren de kleuren van het bezoekerscentrum. Deze kleuren waren te omschrijven als groen en bruin. Toen viel me nog iets op: de andere bezoekers van het
bezoekerscentrum. Dat waren voornamelijk ouders met kinderen. En toen viel me nóg iets op: het bezoekerscentrum had een route. Ik werd ineens iets vrolijker, waarschijnlijk omdat ik onbewust een Ikea-moment kreeg. Met mijn hand nog warm en veilig in die van mijn vriend telde ik al mijn indrukken bij elkaar op. En toen ging mij een lampje branden. Het bezoekerscentrum had een educatieve inslag.

Mijn vriend wrikte zijn hand uit die van mij. Maar ik was sterker. Oh nee, toch niet. Daar beende hij al op een landkaart af, om het verdwenen dorp weer op de kaart te zetten. Ik stond wat verloren op een pijl naar links. En daarom liep ik als vanzelf maar linksaf.

Met je hand kon je voelen hoe mos aanvoelde. Ik wou dat niet voelen. Ik kon dat zo wel bedenken. Ook kon je door een kijker zien hoe het landschap eruit zag. En wat er allemaal onder water leefde. Ik wist niet dat er zo veel onder water leefde. Een paar kinderen liepen me rustig voor de voeten. Het waren kinderen met een doel. Het doel was educatie. Een jongetje keek lang naar mijn jas. Ik keek ook even naar beneden. Was er iets fout aan? Toen keek hij naar mijn
gezicht. Ik keek terug. Maar hij won.

Ik verstopte me achter twee grote mensen.
'Wat is dit?', vroeg de vrouw aan haar man.
Ze drukte op een knop.
Het silhouet van een vogel lichtte op.
'Dat is een zwaluw', zei de man.
'Goed zo, wat is dit', vroeg de vrouw.
Ze drukte op de volgende knop.
Een nieuwe vogel werd verlicht.
'Dat is een reiger', zei de man.
'Goed zo, wat is dit', vroeg de vrouw.
'Dat is een kievit', zei de man.
'Goedzo, wat is dit', vroeg de vrouw.
'Dat is een meeuw', zei de man.
'Wat voor een meeuw', vroeg de vrouw
'Euh ...' zei de man.
'Nou!', zei de vrouw.
'Gewoon een meeuw!', zei de man.
'Een kókmeeuw', fluisterde ik tegen de man.
Dat had ik gezien op het kaartje.
'O nee, een kókmeeuw', zei de man.
Hij lachte naar mij.
Ik lachte terug naar de man.
'Goed zo, dat waren ze', zei de vrouw.
Zij trok haar man mee om aan het mos te voelen.

Mijn vriend had het verloren dorp teruggevonden.
We zaten niet eens in de buurt.
'Snel de auto in dan maar', riep mijn vriend.
'Ja', zei ik. 'Snel de auto in dan maar.'

22 januari 2004

jacq pijnigt haar hersens

Hoe wrang can you go: ben ik halverwege een
tussendoorpostje over mijn abominabele
geheugen - knalt Blogger eruit.

Nou inderdaad, ik heb dus echt geen idéé meer!
Maar abominabel, dat is wel een mooi woord.
Ik weet bijna zeker dat dat er zojuist niet in stond.
Maar het kan dus net zo goed van wel.
Dat is het mooie.

jacq & het bezoekerscentrum

Gisteren verzeilden wij in een bezoekerscentrum.
Dat kwam zo: wij zochten eigenlijk een dorpje. Maar dat was er niet!
Misschien opgeheven of zo. In de brand gestoken wegens te weinig
(vlotte) bewoners. En dan ter herinnering een bezoekerscentrum er neergezet?
Nou ja, hoe dan ook: ik persoonlijk wou verder het bezoekerscentrum helemaal
niet in, of zo. Ik krijg er de vinger niet helemaal achter, maar de term
'bezoekerscentrum' klinkt mij raar in de oren. Zoals loopschoen. Of witte sneeuw.
Aan de andere kant: je zult natuurlijk ook centra hebben waar bezoekers
gewoon niet welkom zijn. Dat is dan van tevoren zo bepaald.
Maar het blijft gek.

Niks mee te maken, vond mijn vriend die allang was gestopt met naar mij luisteren.
Hij duwde de deur van het bezoekerscentrum open.
Toen was er geen weg meer terug.
Wij waren bezoekers geworden.

[wordt vervolgd, maar nu eerst even beetje werken]

21 januari 2004

venijnige por

Wel apart.

Ik kom heel veel irritante mensen tegen. Bijvoorbeeld mensen die niet aan de kant gaan,
omdat ze niet doorhebben dat ze in de weg staan. Zeg je 'ahum', horen ze het niet.
Zeg je 'ahum!!', horen ze het nog niet. Zeg je 'AHUMMM GVD!!!', horen ze het nog niet.

Zodat je die onbekende medemens gaat haten, uit de grond van jouw hart. Wie is hij/zij om zomaar jouw weg naar het schap met de rode wijn te blokkeren? Wie is hij/zij om zomaar bezit te nemen van dit stukje wereld waar jij juist wilde zijn?

Meestal doe ik uiteindelijk iets wat de mensen vroeger noemden: 'een venijnige por uitdelen'. [Even voor de jeugd: een venijnige por is iets wat vrouwen doen als hen iets niet zint en ze er verbaal niet uit komen. Mannen delen in principe ook wel eens een venijnige por uit maar dan heet het een douw. Of vrouwenmishandeling.]

Enfin, ik deel dan dus mijn venijnige por uit. Ik kijk ondertussen een andere kant op om vermoedens van opzet de kop in te drukken. Ik verlies zogenaamd mijn evenwicht en werp me al vallend op de persoon in kwestie. De persoon in kwestie schrikt zich dood en put zich uit in verontschuldigingen.

En dan zeg IK vriendelijk: 'Oh geeft niks hoor, hahaha!'

En het gekke is nu: ik méén het dan óók nog! Niks geeft meer wat, mijn haat is weg, verschwunden. Mijn hart stroomt ineens over van liefde voor de onbekende medemens. Vrede op aarde, zo'n soort gevoel. Op deze wereld moeten wij allen samen-leven. Samenleven. Ik hoef niet eens rode wijn meer, dronken als ik ben van een universeel soort
love
&
peace.

Raar hè.

20 januari 2004

hmmmz ...

Nu ik er wat langer over nadenk: het zijn in mijn leven tot nu toe altijd mánnen geweest die mij hebben verteld over de verpletterende schoonheid van het landschap, 't gekwinkeleer der vogels & de geheimzinnige geheimen van de onderwaterwereld. Vrouwen hoor je er eigenlijk nooit over.

Hoe komt dit?
Staan mannen dichter bij de natuur?
Hebben vrouwen andere dingen aan de kop?
Kijken mannen verder dan hun neus lang is?
Of zijn vrouwen gewoon wat rustiger in de omgang?

Nou ja, het zal er wel weer op uitdraaien dat het allemaal gewoon aan MIJ ligt. Dat mannen zich vergissen in de peilloze leegte van mijn starende groene ogen, en deze aanzien voor gretige belangstelling of zoiets.

19 januari 2004

erratum

Nou, die korenschoven sloegen dus nergens op.
Moest iets met riet zijn.
Rietschoven, zou ik dan zelf zeggen,
maar dat was het dan toch weer net niet.

Moeilijk hoor, de natuur en alles.

de schepping, en alles

'Och', kweelde mijn vriend.
'Zie dan toch die korenschoven links!
'Een arend, rechts!'
'De kleuren van het grasland!'

Ik gaapte en keek naar links, waar mijn vriend ook nog de automobiel diende te besturen.
Ik gespte mijn gordel wat vaster om.

'Vriend, jij doet mij een beetje denken aan mijn vader' zei ik dreigend.

Eerlijk gezegd was er zelfs sprake van een striking resemblance. Even was ik weer terug op de achterbank van onze tweedehands rode Renault zes, waarmee wij, toen onze vader eenmaal de slag te pakken had, het ganse land rondtoerden. Voor zover onze moeder ons niet doodrookte vanaf haar zetel voorin, naast onze vader, probeerden mijn lieftallige kleine broertje en ik elkaar voorgoed te vermoorden, in de betrekkelijke luwte van de achterbank. Doel: enig kind zijn, want
meer spullen + meer liefde.

Om geen argwaan te wekken, probeerden we elkaar op subtiele wijze te doden. Bijvoorbeeld door elkaar zeer gemeen en hard te knijpen. Hij trok mij aan het lange haar. Ik vertrok mijn gezicht langzaam maar zeker in een heel erg enge grimas, waardoor hij die nacht weer niet zou kunnen slapen.

Helaas kwam er altijd een moment waarop een van ons beiden het niet meer hield.
'Au au au maahaaamaaa zij doet prikkellimonade met mijn ahaaaaarm!!!'
'Agggggg nee ooooooh nuuut, is helemaaaaal niet!!'
'Is wel is wel is wel!!!!!'

Onze moeder blies dan vaak wat extra rook richting de achterbank.
Dat was nog niet zo erg.
Onze vader zuchtte diep en bekommerd.
Dat was wel erg.
Mijn broertje en ik keken elkaar dan aan, plots verbonden in een gezamenlijk weten.
Want we wisten al wat er dan ging komen, als onze vader zo bekommerd zuchtte.

'Jongens, jongens', zuchtte mijn vader dan.
'Het is altijd maar oorlog, oorlog en nog eens oorlog'
'Kijk toch eens om je heen, naar de prachtige natuur'
'Is het niet weergaloos, de schepping, en alles!'

Meestal bleef het dan een tijdje stil in de auto.
Mijn vader wees naar links ter illustratie.
Mijn vader wees naar rechts ter lering.
Mijn moeder trok nog eens aan haar sigaret.
En op de achterbank gaapten mijn broertje en ik de tranen in onze ogen.
Want de natuur, dat was voor doven en slechthorenden. Of voor oude mensen.
Voor mensen uit de tijd van Jezus. Toen ze nog geen televisie hadden.

'Is het niet wéérgaloos, de schepping, en alles!!', herhaalde mijn vader.
'Uhuh', zei mijn broertje gedwee tegen de rug van mijn vader.
'Uhuh', zei ik gedwee tegen de rug van mijn vader.

Maar ik dácht: pief paf poef, iedereen is dood.
En ik kneep mijn broertje.
En mijn broertje riep 'AUW'
Maar mijn moeder hoestte erover heen.
Dus dat kwam mooi uit.

17 januari 2004

zielig

Ik ben echt een ongelooflijk zielig iemand.

Ooit wou ik mijn behang gaan overschilderen. Toen riep mijn favoriete man met overslaande stem: ‘Pleur het er af!’. Toen dacht ik: ‘Favoriete man, jij hebt gelijk’. Toen kwamen er vrienden langs. Die begonnen heel stellig, namelijk met de armen in de zij, nee te schudden. Toen raakte ik in vertwijfeling. En sindsdien lig ik met het moede hoofd in de schoot.

Daar komt nog wat bij. Het is gewoon triest aan hoeveel mensen ik de afgelopen decennia de Flexa Kleurenkaart heb laten zien. Trouwens, het is nog niet eens dat ik ze die kaart laat zien (hoewel mijn ex vreemd opkeek) - het is vooral dat ik dan met een ontzettend zielige hondeblik naar hun gezichtsuitdrukking kijk om te peilen wat ze van mijn keuze vinden. Nou jaaaa, van mijn voorlópige keuze dan hè. Want er kan natuurlijk nog Van Alles Gebeuren waardoor je
weer een andere keuze wilt maken.

Jep, zielig is het woord.

16 januari 2004

enflop

Kom op hè, even eerlijk.
Ik herkende mezelf best wel in de koele jongen.

Zo gauw je probeert indruk te maken op anderen, dan gaat
het verkeerd. Hoef je nog niet eens de straat voor op. Eigen
huis en tuin-voorbeeld: dat je een mooi handschrift wil hebben
op enveloppen die je verstuurt aan mensen bij wie je in de
smaak wilt vallen. Lukt nooit, dat handschrift. Veel te gespannen voor
mooie nonchalante halen. Als een kind dat net leert schrijven,
zo krampachtig houd je die pen vast. Ik krijg dan altijd van die rare
draaitjes aan mijn letters. Van de m'en die niet meer ophouden of zo.

Dan kijk ik met mijn eigen jury-ogen naar zo'n envelop en dan denk ik:
neen, neen en nog eens neen. Dit is niet het soort Jacq dat we willen uitstralen
naar de interessante medemens toe! Maar ja, meestal zit de postzegel er al op.
En mijn zuinigheid wint het geheid.

uitstraling

Zag vandaag een jongen lopen die er heel cool bij liep.
Zo van links, rechts, links, rechts - maar dan met uitstraling, hè.
Toen zag de koele jongen dat ik hem bezag. En toen dacht
de koele jongen waarschijnlijk iets. Of hij voelde iets. In elk geval
gebeurde er iets in de koele jongen waardoor zijn rechterknie
zei: oké, ik doe even niet mee.

En daarom verstapte de koele jongen zich.

Ik kon zien dat de koele jongen het er warm van kreeg.
Hij herstelde zich trouwens binnen no time.
Maar de glans was eraf.
En dat wist hij zelf ook.

Het was een jongen geworden waarvan ze bij Idols zouden zeggen:
sorry, totaal geen uitstraling.

15 januari 2004

suffertje

Ja hoor, Jacq luistert nu zelfs vaders en dochtertjes af.

- hier, en dan neem je deze schriften
- pap neeeeeeeeejjj joh neeejjj!!
- wat nou nee
- ze zijn voor schohooool!
- ja nou èn, geen gezeur, hupsekee
- ow ... súffertje die je bent!
- oké, oké, doe dan die andere maar

vuil spel

Overigens, nu ik er wat langer over nadenk:
interessante boektitel is dat eigenlijk:

Doelbewust leven.

Ik ken het woord doelbewust eigenlijk alleen maar
van die eikel heeft dat doelbewust zo geregeld. Of van
ze hebben gewoon doelbewust net zo lang gewacht totdat.
En van doelbewust schoot hij het slachtoffer een kogel door
de kop. Dus bij 'doelbewust leven' krijg ik er min of meer het idee bij
dat het iets is voor doortrapte, akelige mensen, met voorbedachten rade en zo.

'Ja, en toen heeft die rotzak dus besloten om doelbewust te gaan léven!'
'Ach nee, dit meen je toch niet hè!'
'Ik meen het wel, dat is het trieste van de hele zaak'
'Sjonge jonge zeg, dat vind ik dus echt ... mín van hem!'


En daar dan een boek over, snap je.

14 januari 2004

jacq luistert telefoontjes af

Wie: Simone.
Waar: Bruna, 11.53.
Wat: aan de telefoon.

'Goedenmiddag, met Simone van de Bruna.
U had bij ons een boek besteld: Doelbewust leven.
Dat boek is binnen hoor. [...]
Oké, tot morgen, dahag!


Dan dwalen je gedachten vanzelf af naar de persoon aan de
andere kant van de lijn. Die op zijn memobord schrijft: donderdag Bruna.
Heb je toch mooi weer even een doel in je leven.
Ja, oké, voor de dónderdag dan.

uitsmijter

Nee inderdaad, eindes zijn niet mijn sterkste kant.

Nou, dat was het.

13 januari 2004

jacq is de vriend van alle dieren [3]

Ik veegde mijn tranen weg.
Bijna was het varkentje bij mij.
Maar toen ineens klonk er een superknor!
Boris V. in zijn echt chagrijnige dagen, zeg maar.
Maar het was de echte moeder van het kleine varkentje.

Het varkentje slipte.
Het varkentje sloeg linksaf.
Ik riep nog iets.
Maar hij hoorde niets.
Alleen zijn moeder.

Ik moest weer een beetje huilen. Heel even maar.
Sommige mensen keken me bevreemd aan.
Waarschijnlijk kenden ze het kleine varkentje al langer.
En waren ze er gewoon al aan gewend dat varkentjes zó klein kunnen zijn.
En zo lief. Maar voor mij was het nieuw. Daarom.

[the end]

jacq is de vriend van alle dieren [2]

Het varkentje keerde zijn lieve kleine varkenshoofdje met een ruk om.
Het begon in mijn richting te hollen.
Nou ja, hobbelen.
En ondertussen knorde hij.
Ik juichte het varkentje toe.
Toen knorde hij nog wat meer

Maar ondertussen dacht ik: waar doet dat geluid me
toch aan denken.
En toen wist ik het.
Het varkentje klonk een beetje als Boris V.
Maar goed, die lijkt onder ons gezegd en gezwegen
dan ook best wel op een varkentje!
Meer dan op een kat, in elk geval.

Omdat het varkentje zo klein was, was het weitje heel groot.
Ongehinderd en onbelemmerd en met zijn manen wapperend
in de wind galoppeerde hij nog steeds in mijn richting.
Oké, oké, dat van die manen verzin ik.

Zijn blik was strak op mij gericht.
Dat ontroerde mij.
Mijn gezichtsveld werd wazig.
Dat kwam: ik kreeg gedachten.
Ik ging zijn tweede moeder worden.
De hartsvriendin van een varkentje.
Zij die altijd lekkere dingen kwam brengen.
Croissants met gesmolten kaas.
Chocola met hazelnoten.
Yakult.
Nee klopt, dat is niet erg lekker.
Maar wel gezond.

Ik veegde mijn tranen weg.
Bijna was het varkentje bij mij.
Maar toen ineens klonk er een superknor!

[to be continued]

jacq is de vriend van alle dieren

Ik zag vandaag een varkentje dat net iets groter dan een poes was.
Zomaar, in een weitje middenin de stad.
Stadsbussen raasden voorbij.
Vrachtverkeer denderde langs.
En pal daar tussenin, daar was het varkentje.

Ik sloeg eerst mijn hand voor mijn mond.
Ik wist niet dat zulke varkentjes bestonden.
En daarna riep ik: oooooh, lief klein varkentje, kom toch eens bij me!
Ik ben namelijk een vriend van alle dieren.

Het varkentje keerde zijn lieve kleine varkenshoofdje met een ruk om.
Het begon in mijn richting te hollen.
Nou ja, hobbelen.
En ondertussen knorde hij.
Ik juichte het varkentje toe.
Toen knorde hij nog wat meer.

En ondertussen dacht ik:
waar doet dat geluid me toch aan denken?

[to be continued]

12 januari 2004

vaginadialoog

Anno 2004 hebben we eigenlijk vooral nog Buffy-teevee.
Dat klinkt zo:

drammende jongen: 'Maar kun jij die spreuk niet gewoon ongedaan maken dan?'
verontwaardigd meisje: 'Ja jeetje, en ik hèb al zoveel aan mijn hoofd!!!'

bijna doodervaring v/e grijze handschoen

Aangrijpend is dat. Dat je de ene dag post over eenzame linkerhandschoenen
op rotondes. En dat je dan de dag erop zélf je linkerhandschoen verliest.
Diep. Heel diep.

Er zat maar één ding op.
'Retrace your steps, Jacq', vloekte ik mezelf toe.
Denk eens even heel goed na! Wat heb je allemaal gedaan!
Wanneer was het laatste moment dat je je handschoen nog
levend hebt gezien, aan je linkerhand bijvoorbeeld!

Toen ik eenmaal een plan van aanpak had geformuleerd, was het nog
slechts een kwestie van achteruit lopen en om me heen kijken.
En geloof het of niet, al na krap drie minuten zag ik iets grijzigs met
bandensporen op straat liggen. Toen het verkeer tot stoppen gemaand
met mijn behandschoende rechterhand. En toen neergeknield bij het
grijzige met bandensporen. Ja, het was mijn linkerhandschoen. Maar dan
met bandensporen. En hij was wel een beetje dood. Tenminste, er zat
weinig leven meer in.

Auto's begonnen te toeteren.
Nog eens hief ik mijn rechterhand op.
Uit mijn gebaar sprak stille ernst.
En toen werd het ineens heel stil om me heen.

Met een oneindig teder en liefdevol gebaar pakte ik mijn linkerhandschoen op.
Voorzichtig schoof ik hem aan mijn linkerhand. Eerst voelde dat heel vreemd.
Alsof je een dode handschoen met bandensporen aan je hand schuift, of zo.
Langzaam boog en strekte ik mijn vingers. Het was alsof mijn linkerhandschoen
daarop had gewacht. Hij voegde zich comfortabel. Hij werd weer warm.

Nu snel naar huis.
Daar liep ik al, mijn rechterhandschoen streelde mijn linker.
Je kon echt voelen dat ze elkaar gemist hadden.
Toen hoorde ik ineens hoe stil het was om mij heen.
Ach, natuurlijk! Ik maakte een gebaar van doorrijden, doorrijden.
Het verkeer kwam langzaam weer op gang. Files losten op.
En toen ging het leven weer gewoon door.
Mooi wel. Diep ook.

11 januari 2004

going down

Ook opgevangen:

ik zit in een neerwaartse spiraal

Dan denk ik: en wat vindt die spiráál daar eigenlijk van,
dat jij in hem zit.

Maar dáár denken de mensen die in een
neerwaartse spiraal zitten dus nooit over na, hè.

Ik bedoel er alleen maar mee: hee, bekijk het eens van een andere kant!

10 januari 2004

de tragiek van de rookzuil

Plaats: Amersfoort CS,
Preciezere plaats: rond de rookzuil op perron 1.
Wie: 4 rokers.

Het is nog wel even wennen.
Je zag die rokers denken: euhm ja, moest je de rook
nou ook richting die rookzuil blazen?
Namen het zekere maar voor het onzekere.
Voor je het wist had je een bekeuring.

De tragiek van de rookzuil.
Tochtigste plek van het hele land: het treinstation.
Waar de wind zelfs waait als het windstil is.
Waar het woord guur voor is uitgevonden.
En waar je ondanks alle afdakjes nergens dekking vindt.
Maar wél een rookzuil!
Jongens, zet er dan tenminste iets omheen.
Een kooi of zo, ik roep maar wat.

Enfin, loop ik er schaterend langs.
Zo van hee, gekke rokers!
Draait een rokende jongen zich om.
Blaast mij zijn rook vól in het gezicht.

Nu moeten jullie weten: sinds ik ben gestopt met roken,
ben ik heel, heel erg tegen sigarettenrook.
Ja, dat is lullig maar het is wel zo.
'Hij blaast de verkeerde kant op! Hij blaast de verkeerde kant op', riep ik daarom.

Maar ja, hád het kunnen weten.
Niemand die me hoorde.
De wind blies mijn woorden naar het rangeerterrein.
Waar ze koud en eenzaam bleven liggen.

09 januari 2004

afgeschreven

Het rotste van een nieuw jaar is dat moment
dat je voor het eerst met een lelijk handschrift
in je prachtige gloednieuwe agenda schrijft.

Ja mensen, de glans is alweer aardig van 2004 af.
Het wachten is nu op 2005.

don't try this at home

Ik heb zelf trouwens ook nog een heel proses te gaan, vrees ik.
Had een beetje teveel vitamine C geslikt.
Stuiterde des nachts van de energie.

04.00 uur. Okéee, kom op mensen wat zal ik nu eens gaan doen!!!
Zal ik een boek schrijven! Of een taart bakken!
Of een taart bakken en er dan daarna een boek over schrijven!!
Of een instructievideo! Aan de andere kant: de afwas! En waarom dan
niet direct de vloer een stukje moppen!

Ik werd een beetje bang van mezelf.
Daarom besloot ik toch maar vast in mijn bed te gaan liggen.
Dan was ik tenminste veilig.
Tenminste dat dacht ik toen nog.

Ik kreeg heldere gedachten.
Over rampen die zouden kunnen gebeuren.
Vliegtuigen die in zee stortten.
En dat ik er dan in zat.

Nee, ik zat er dan wel niet echt in.
Maar het voelde wel zo.
Ik werd warm, ik werd koud.
Ik kreeg het vreselijk benauwd.
Ja, dat rijmt, maar daarom was het nog wel zo!
En toen ging ik dood.

Ik weet niet meer waar ik met dit verhaal naartoe wou.
Maar goed, in elk geval kan ik jullie dit meegeven:
Vitamine C, Doe Het Niet!

08 januari 2004

hee hiero, je handschoen!

Intrigerend beeld: een linkerhandschoen die eenzaam op een rotonde ligt.
Gek, dat je dan direct gaat rondkijken of je iemand ziet met zonder twee handschoenen,
zodat je kan roepen: 'HEEEEEEEE! JIJ DAAR! JE LINKERHANDSCHOEN! HIERO!'.
Dankbaarheid, een ferme handdruk en dan vervolg je allebei weer je eigen weg. Als het een
leuk iemand is die er knap uitziet, kun je eventueel nog telefoonnummers uitwisselen.
Of mailadressen. Heb je er mooi weer een nieuwe vriend bij.
Kun je samen plaatjes draaien.
Bijvoorbeeld van John Lennon.

Maar goed.
Niemand te bekennen, natuurlijk.
En die handschoen die lag daar maar.
Als een soort aanklacht.
Tenminste, zo beleeft die handschoen dat dan, denk ik.

proses

Pas van een soosjale student gehoord:

Ik ben nog niet zo heel ver met mijn eigen proces

Dan denk ik: nee, inderdaad!
Ook een beetje medelijden met het proces.
Dat nog zo'n end met haar moet.

07 januari 2004

homo telefonus

Wat doen vriendinnen graag met elkaar?
Bellen!

Mannen kijken daar soms raar tegenaan.
Dat komt: mannen bellen eigenlijk nooit met elkaar.
En al helemaal niet om bij te kletsen.

Hebben mannen niets om over te praten met elkaar?
Denken mannen dat ze homo zijn als ze elkaar bellen om even bij te praten?

Of hebben mannen misschien een soort van telepathische dinges met elkaar,
zodat ze niet eens meer hóeven te bellen om bij te praten?
Dat mannen dus eigenlijk van nature al heel erg met elkaar verbonden zijn.
Feitelijk al weten wat de ander denkt en voelt.
Afstand speelt geen rol.
Ain't no mountain et cetera.

Jeetje.
Volgens mij zijn jullie gewoon allemaal homo!

dat is een KOE!

Zo een jonge moeder die met haar jonge kind in de trein zit.
En die dan, als jij erbij komt zitten, ineens heel pedagogisch gaat
zitten doen. Opdat jij denkt: oh, wat een leuke jonge moeder is dat!

Die, als het kind met schoenen op bank klimt, op beheerste toon zegt:
'Hee Niels, hadden we hier niet iets over afgesproken?'.
Kind helemaal verbaasd. Had allang een sleurende arm verwacht.
Mooi! Dat biedt perspectieven. Nog maar eens klimmen.

'Niels, kom je even gezellig een boekje lezen?', zegt de vlotte moeder dan.
Maar dat komt er al iets gewurgder uit. Zodat het kind het ook
niet meer geheel vertrouwt en denkt: enfin, lijkt me beter om dat
maar even te doen dan.

'Dat is een v...'
'Vogel'
'Geweldig! Dit is een k...'
'Kikker!'
'Helemaal goed!!!'


Oh, wat een leuke jonge moeder is dat!
Maar wat is ze bróós. Want dan loop je weg,
en dan is de coupé leeg. En dan hoor je, vlak
voordat de deur dichtglijdt:

'Nee, dat is geen vis, idioot, dat is een KOE!'

06 januari 2004

gewoon

voor wie nog zoekt naar woorden:

- Goedenmiddag, met X van dagblad Y, ik ben op zoek naar degene
in dit huishouden met de letter jee

- Spreekt u mee
- Ah kijk, dat is mooi, ik bel u voor het volgende ik mag u dagblad Y aanbieden
voor slechts zes euro daarbij kunt u de krant één maand lezen inclusief
de weekendbijlage en dan stopt de bezorging automatisch weer lijkt u dit iets

- Hm, nee, nu even niet
- Onze aanbieding loopt tot 31 januari dus u kunt de krant ook ontvangen
vanaf 1 februari als u zegt nu even niet maar misschien later wel

- Hm, nee
- Mag ik vragen waarom niet
- Nou, gewoon
- [...]
- [...]
- Eeuh ... bedankt voor uw eh tijd en tot euh ziens
- Tot ziens!

05 januari 2004

jacq heeft geen humor

Zo'n bakker die, als je met veel tingeltangelgefuck binnenkomt,
op een schokkende manier vanuit de een of andere grot achter
de toonbank opduikt en olijk roept: 'GAWOEDEMIIIIDDAAAG!!!'.

En die heeel overdreven aan de kant springt,
als jij moet zien of er achter hem nog brood ligt.

En die dan niet ophoudt met aan de kant springen.
Die zover aan de kant doorspringt tot ie bijna tot aan de deur gesprongen is.

En die dan bij het teruggeven van 2 eurocenten dit zegt:
'Met zijn tweetjes, aaalsjeblieft!'

Die dus.
Daar hou ik dus niet van, hè.

ken uw klassiekers

Is er nog wel iemand die bij de naam Björn aan Abba denkt,
in plaats van aan een boekenkast van Ikea?

als een tang op een drumstel

De meeste spreekwoorden en gezegdes slaan nergens op.
Ik ga het bewijzen.

Neem nu bijvoorbeeld dit gezegde:

dat is een waarheid als een koe

Bullshit!
Een koe ís helemaal geen waarheid.
Een koe is gewoon een koe.
Dat weet iedereen.
Geen discussie mogelijk.

04 januari 2004

trouwens [2]

Zo'n persoon áchter zo'n folder, die heeft natuurlijk ook een verhaal, hè.

Want hoe is het zo gekomen, dat die folder tot een vod verwerd?
Waarom eerst uit het folderrek van de natuurwinkel getrokken,
om uiteindelijk in de goot te eindigen?

Ik bedoel maar: er moet nogal wat gebeuren wil een klant van een natuurwinkel Papier Op Straat Werpen. Ik zit niet helemaal in die scene maar volgens mij is dat voor deze mensen net zo erg als het dragen van kleren die leuk staan, een kip tegen zijn wil opeten en je baard afscheren.

Wat is er gebeurd met die folder? En vooral: waarom?

In één keer was het mis.
Als in een bliksemschicht zag Alie het voor zich.
Zaaltje in verzorgingshuis.
Een paar mensen die er al zaten.
Schuchter kennismaken.
Ja, ik dacht wat een interessant onderwerp.
Oh, ik dacht ook wat een interessant onderwerp.
Met zijn vijven zouden ze zijn.
Vier vrouwen en de onvermijdelijke ene man.
De ene man die zogenaamd zijn gevoelige kant zocht.
Eerste kopje koffie gratis.
Een veel te lange inleiding door een wazige man met een baard.
Tot slot nog eens koffie.
De ene man die met je opfietste omdat hij toch die kant op moest.
En dan begon die over een expositie waar hij kaartjes voor had.
En dan zei jij: ik moet hier links, dag hoor.

Met een wild gebaar wierp Alie het papier van zich af.
Ze ging gewoon op yoga, bij een geile yogaleraar.
En zich op die manier bewust worden van een heleboel.
Niks geen richting geven aan je levensweg.
Gewoon lekker stuurloos worden.
En van links naar rechts gezwiept.
Bij voorkeur door de yogaleraar.
En dan na afloop een kroket.


Maar goed, het zal er wel weer op uitdraaien dat die folder gewoon is weggewaaid. Soms staat er immers een straffe wind. Heb je de handen al vol met tahoe en pastinaken, en geitenmelk. Moet je ook nog je fietsleutel opduikelen. En macrobiotiese mensen hebben al niet zo veel kracht in de armen, natuurlijk.

Jammer hoor.
Ik had het Alie best gegund.

trouwens

Zo'n folder, die heeft natuurlijk ook een verhaal hè.

'Maar hoe zullen we de cursus noemen dan'
'Ja, iets met positief denken of zo?'
'Neh, dat klinkt weer zo negatief gelijk he'
'Ja, heb jij weer gelijk in'

[...]

03 januari 2004

levensweg

De man ging pal voor me staan toen ik de kassa met niets wilde passeren.
‘Ja, ik wil graag even in uw tas kijken.’
‘Wat zegt u?, zei ik.
‘Ja, u komt met niks naar buiten en dat vind ik verdacht’, zei de man.

De maatschappij is ook niet meer wat het was.
Ik werd gefouilleerd bij de natúúrwinkel.
Nou ja, mijn tas dan.
En het was in de Randstad.
Maar het blijft natuurlijk erg.
Ik! Gefouilleerd! Natuurwinkel!

Toegegeven: ik ben zelf ook niet meer wat het was.
Wat deed ik uberhaupt in de first place eigenlijk in een natuurwinkel? Er waren tijden dat ik daar nog niet dood gevonden wilde worden.

Toen ik verward over dit alles mijn fiets uit het fietsenrek trok,
reed mijn voorwiel over een verregend stukje papier. Dat bleef plakken. Een paar minuten lang probeerde ik het papier er met mijn voet af te krijgen. Ik ben namelijk echt een volhouder als het om dit soort dingen gaat.

Mijn voet werd moe. Ik zei iets naars, bukte en pakte het vod
met de nagels van duim en wijsvinger op. Bleek een folder.
‘Richting geven aan je levensweg’ stond erop.

Richting geven aan je levensweg.

'Wat ga jij morgen doen?'
'Nah, weeknognie, misschien een stukje richting geven aan mijn levensweg of zo'
'Ah ok, cool, ik ga gamen'
'Oh, ook leuk'
'Ja, nou hoi hè'
'Joe, hoi'

positief denken, les 1

Eerst kocht ik altijd shampoo voor droog dor futloos gecombineerd probleemhaar.
Maar ik merkte dat mijn haar daar ook niet vrolijk van werd.
Toen besloot ik het roer om te gooien.
Vanaf toen kocht ik shampoos voor normaal haar.
Om te laten zien dat ik geloofde in mijn haren.
En kijk nu eens!

02 januari 2004

hier zijn ze dan

De goede voornemens van Boris V.:

- geen vreemde poezen meer binnenlaten
- terugvechten ipv op de rug gaan liggen
- niet meer bang zijn voor insecten
- niet meer uit de wc drinken
- dingen vergeven
- stoppen met roken

koud!!!!!!!

Weet je nog Jacq, van de zomer?
Dat je zelfs met ní­ks aan nog dacht: help, ik moet wat uit!
Dat het zweet je uitbrak bij de gedachte aan bewegen.
Dat je dus eerst héél goed nadacht over waar je heen wou
en of het wel nodig was, voordat je een van je ledematen ging optillen.
Dat je wel de hele dag bij de kaasboer in de vitrine wilde liggen,
maar het mocht niet. Tenminste, niet de hele dag.
Dat je dacht: ik wou ik wou ik wou ... dat het januari en winter was!!!

Dusse nu ook niet zeuren dan.

01 januari 2004

enfin

De Fijne Dagen zijn op.
Dus iedereen kan weer normaal gaan doen.