it's a miracle, i can't see!
Nog even over de olijke tweeling: ik krijg dus echt élke keer de dikke broer als ik naar de opticienbroers ga. Oké, ik bedoel: zowel die ene keer in 1996 als die andere keer in 2004 heb ik dus die dikke broer gekregen.
De dunne lijkt me een leukerd. Maar die krijg ik dus nooit. De dikke is vooral dik. Echt dik. Niet op een manier van 'ja, hallo zeg, me broer is zó dun, daar zou iedere broer dik bij afsteken'. Nee, mooi niet, de dikke is gewoon écht dik. Hoe dik? Heel dik.
Dat maakt verder trouwens helemaal niet uit, alleen ik dacht er wel veel aan, toen ik dus gister zo dicht bij hem zat in het Hokje. Ik legde mijn kin op een steuntje en toen begon de dikke opticienbroer mij de ogen te meten dat het een lieve lust was.
Zag ik de L, jep, zag ik de M, jep, zag ik de E, ehm nee. Wel een F. Nee die was er niet, oké doe dan maar een E. En is dat nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, mag ik ze nog een keer zien, is dat nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, sorry mag ik ze nog één keer zien, is dat verdomme nu (1) beter, (2) minder of (3) hetzelfde, nou ik zie geen verschil of toch wel, nou nee toch niet.
Dat je met zo'n onbestemd onbehaaglijk gevoel de winkel verlaat. Ja, je hebt lenzen besteld. Hoera. Maar of je er uiteindelijk ook iets door zult kunnen zien, dat is (1) de vraag, (2) een gok en (3) zeer twijfelachtig.