stukjes jacq

13 mei 2008

de verdwenen vulling van jacq

Er was iets, en net voor het moment dat ik in slaap viel, wist ik wat er was. De tandarts! Hoe lang was ik daar al wel niet geweest?! Vroeger hadden wij een tandarts die zelf belde als je nooit eens op kwam dagen (waarschijnlijk omdat hij verlegen zat om iemand die hij onverdoofd helemaal de grond in kon boren), maar tegenwoordig zal het ze dus echt worst zijn of je ooit nog eens langskomt. Ik had nog geluk dat ik recentelijk geen tanden had uitgespuugd. Of doorgeslikt. Of Erger. (Ik kan zo snel niks ergers verzinnen, maar het staat wel onheilspellend).

Ik belde direct, als in de volgende ochtend, want 's nachts hebben zij het antwoordapparaat aan staan, hè. 'Kan ik snel langskomen voor een controle?', zei ik. 'Schikt 23 december u, om acht uur 's morgens?', zei de assistente. 'Hahaha!', zei ik, omdat ik dacht dat het een tandartsassistengrapje was. 'Sorry?', zei de assistente. 'Maar... maar', zei ik. 'Alleen als u een probleem in de mond heeft, kunt u eerder langskomen', zei de assistente. Een probleem in de mond. 'Nou..., zei ik. En ik flapte er zo een verdwenen vulling uit. Het is ongelofelijk hoe makkelijk de mens tot liegen komt, maar anderzijds drijven ze er je natuurlijk wel gewoon toe. 'In dat geval kunt u overmorgen terecht', zei de assistente. 'Bankuwew', zei ik op de dankbare en licht onverstaanbare manier van iemand die zijn tong in een denkbeeldige holle kies heeft gestoken.

Toen ik eenmaal in De Stoel lag en er zelfs vergrootglazen, röntgenfoto's en intercollegiale consultaties aan te pas waren gekomen, zette de tandarts haar armen werkeloos in de zij. 'Goh jemig, ik dacht het écht!', zei ik verbijsterd, want na verloop van tijd geloof ik mijn leugens zelf. 'Zal ik anders direct maar even de controle doen', zei de tandarts. 'Ach, welja', zei ik achteloos, terwijl ik in mijn hoofd keihard juichte. Toen deed ze me nog even venijnig zeer bij het porren, maar dat had ik natuurlijk ergens wel verdiend.

07 mei 2008

jacq en de wilde dieren /2

Maar later was er de lunch. En de schilderijen. 'Grappig he, die stipjes', zei vriend H. 'Dat is pwuuuuntillisme', zei ik. En daarna zochten vriendin G. en ik naar het laatste schilderij dat Van Gogh schilderde alvorens zichzelf in een korenveld neer te schieten. 'Ik zie geen voortekenen in dit schilderij', zei vriendin G. teleurgesteld. 'Het is best een vrolijk schilderij', zei ik. Strak tuurden we naar het doek, als twee rechercheurs die net zo lang konden zwijgen totdat de verdachte zou doorslaan. Maar het schilderij bleef licht en vrolijk en niets wees erop dat het binnen afzienbare tijd huilend in zou storten en ons de waarheid zou vertellen.
'Trouwens best raar', zei vriendin G. 'Van Gogh schoot zichzelf in het veld neer, en toen is hij thuis op bed gaan liggen roken.' 'Zou ook wel iets voor mij zijn', zei ik, omdat het mij een superrielekste dood leek, afgezien van het jezelf neerschieten dan.

Toen wij het museum verlieten, waren alle witte fietsen op. 'Ik had juist zo een fijne fiets op de heenweg', zeurde ik want ik weet heus wel wanneer ik zeur. Dat was nog het ergste: dat de witte fiets die toch in zekere zin jouw vriend was geworden, nu gewoon bij iemand anders hoorde, en dat je hem nooit, nooit weer terug zou vinden.

Of nee, het allerergste was nog toen bleek dat H. en R. een wild zwijn hadden gespot en het ons niet hadden gemeld. 'Maar waarOM niet!?', riepen vriendin G. en ik later in koor. 'Ach, jullie zaten zo lekker te kletsen', zei vriend H. In het echt hadden vriendin G. en ik alleen maar gevloekt wegens onze verrotte voeten, dus dat sloeg nergens op! 'Er was een wild dier en wij hebben het niet gezien', zei vriendin G. ontgoocheld. 'We hadden kunnen worden opgegeten door een wild zwijn en we wisten het niet', zei ik. 'Ik had het wel willen weten i.v.m voorpret', zei vriendin G. 'Ja, dit is dus echt kut', zei ik, want dat was het ook gewoon.

01 mei 2008

jacq en de wilde dieren

Op Koninginnedag, niet geheel toevallig ook mijn eigen particuliere verjaardag, bevond ik mij in een groot, donker bos met wilde dieren. Oke, het was gewoon Park De Hoge Veluwe en de zon scheen, maar dat vind ik zo'n slap begin van een stukje.

Wij moesten een fokking eind op de fiets naar het Kroller-Muller, aangezien we de auto in Hoenderlo hadden geparkeerd, en niet in Otterlo. 'Dit is dus echt kut', zei ik, en ik voelde dat dat een zinnetje was dat ik met gemak mijn hele verjaardag door zou kunnen blijven herhalen. Van tevoren had ik in mijn hoofd gezien dat we de auto zouden parkeren en dan binnen een minuut het museum zouden binnenslenteren, om daar vervolgens eerst eens uitgebreid te gaan lunchen met op zijn minst twee cappuccino's. (Dat is eerlijk gezegd mijn idee van elk dagje uit: ergens naartoe rijden en dan stante pede uitgebreid te gaan lunchen met op zijn minst twee cappuccino's.)

Voor ons spurtten vriend H. en vriend R. weg, alsof een stroper hen op de hielen zat. 'Hardlopers zijn doodlopers', zei ik tegen vriendin G., terwijl ik met zorg een witte fiets uitkoos. Zuchtend bestegen wij onze fietsen. 'Regent het al', zei vriendin G. 'Nog niet, maar het kan nu elk moment beginnen', zei ik. Verbeten trapten wij voort. 'Wat wel weer leuk aan dit bos is', zei ik terwijl ik even uitvierde. 'Je kunt hier op gezette tijden, namelijk tijdens de schemering, wilde dieren gaan spotten met de boswachter en zaklantaarns en zo.' 'Oh, is dat zo!', zei vriendin G. geinteresseerd. 'Ik heb eerlijk gezegd geen idee', zei ik naar waarheid, omdat het mijzelf wel vaker blijkt dat ik sommige dingen gewoon verzin. Weliswaar vanuit de vaste overtuiging dat het waar is, maar vaak blijkt later dat ik mensen, plaatsen, dingen en dieren door elkaar heb gehaald. Of dat ik ooit een film heb gezien met een boswachter. Kortom, het is vaak leuk om naar mij te luisteren, maar uiteindelijk heb je er maar weinig aan.
'Ik heb oorpijn', zei vriendin G.
'Ik ook', zei ik.

[wordt vervolgd]

jacq wordt gek /2

Hierna nam vriendin opnieuw de luie-smurfhouding aan, maar nu met een gargameleske uitdrukking op haar gezicht. Ik moest een beetje beven, maar ik liet het niet merken.

In de zestig seconden daarna verzon ik bewijsmateriaal ten gunste van mijzelf. Ik hoefde er niet lang over na te denken. De nieuwe gordijnen van vriendin 1! 'Ik vind ze zelf nogal truttig', had vriendin 1 gezegd, terwijl zij met neerhangende mondhoeken de nieuwe gordijnen dicht, open, dicht, open en weer dicht trok (om te laten zien wat je zoal met de nieuwe gordijnen kon doen). Ik had geruststellende geluidjes gemaakt, en de juiste dingen gezegd, zoals: 'Nu heb je tenminste geen inkijk meer.'

'En over de nieuwe gordijnen deed je ook heel lauwtjes', zei vriendin 1 na exact één minuut. 'Dit. Is. Pertinent onjuist', zei ik hees. 'Het is waar, je deed heel lauw', zei vriendin 1. 'Je maakt een geintje' zei ik. 'Ik maak geen geintje', zei vriendin 1. 'Ik heb het gevoel dat ik gek word', zei ik. 'Ja, dat zeg je óók altijd', zei vriendin 1. Dit klopte wel.

Het kwam diezelfde avond nog bijna goed, want ik bestelde wijn voor vriendin 1. En daarna telden we onze zegeningen. Dat we gewoon blij moesten zijn met onze vriendschap. Dat iederéén wel mindere eigenschappen heeft. En dat we gewoon niet volmaakt zijn, geen van beiden. 'Zo val jij bijvoorbeeld altijd in slaap als ik het over mijn werk heb, haha!', zei ik. 'Hahaha!', zei vriendin 1. 'Maar het is wél waar', zei ik. 'Je hebt het helemaal nooit over je werk!', zei vriendin 1. 'Jawel, maar dan slaap jij dus', zei ik. 'Dit. Is. Pertinent onjuist', zei vriendin 1 hees. 'Het is waar, je snurkt nog net niet', zei ik. 'Ik heb het gevoel dat ik gek word', zei vriendin 1. 'Weet je ook eens hoe dat voelt', zei ik.

27 april 2008

jacq wordt gek

Vriendin 1 en ik hebben de hele tijd ruzie. Elke keer is er wat, en het gaat over niks en toch ook weer over alles, want dat is dus het rotte met vrouwen.

'Hoe vind je mijn nieuwe tas', zei vriendin 1, terwijl ze iets onder de tafel vandaan tilde. De tas was een gouden tas, met een grote gesp. 'Hmmm...', zei ik terwijl ik nadacht over mijn volgende zin die ik met grote, grote zorg zou uitspreken. Ik was te laat. 'Jij kunt nóóit eens enthousiast over mijn dingen zijn!!!', riep vriendin 1, die achterover op haar stoel viel en haar handen in haar nek vouwde. Ze zag er een beetje uit als luie smurf, maar dan zonder die fokking blijmoedigheid van de smurfen. Ikzelf nam van schrik een typische brilsmurfhouding aan en knipperde zenuwachtig voor mij uit.

'Jij bent nóóit eens enthousiast over mijn nieuwe dingen', zei vriendin 1 na exact een minuut, aangezien zij langer zwijgen gewoon niet volhoudt.
'Ik ben best wel enthousiast', zei ik.
'Dat is niet waar', zei vriendin 1.
'Dat is wel waar', zei ik.
'Dat is niet waar', zei vriendin 1.
'Dat is wel waar', zei ik.

Hierna nam vriendin opnieuw de luie-smurfhouding aan, maar nu met een gargameleske uitdrukking op haar gezicht. Ik moest een beetje beven, maar ik liet het niet merken.

[wordt vervolgd]

20 april 2008

de grote teen van jacq /2

Anneke bewoog mijn grote teen. 'Doet dit pijn', zei Anneke. 'Nee hoor', zei ik walgend. 'Je kunt hem nog aardig bewegen', zei Anneke. 'Ja?', zei ik trots. 'Dit valt nog erg mee hoor', zei Anneke. 'Gelukkig zeg!', zei ik opgelucht.

Daarna realiseerde ik me dat Anneke natuurlijk wel iemand was die de godganse dag in de ingegroeide klompvoeten zit, hetgeen haar compliment enigszins dubieus maakte.

Later mocht ik nog mannequinloopjes doen, omdat Anneke wilde zien hoe ik mijn voeten afwikkelde. Bij afwikkelen moet ik altijd denken aan melaatsen en Lazarus die gehuld was in doeken, want ik ben nu eenmaal met de bijbel opgegroeid. Melaatsen zaten in die tijd op een speciaal eiland, als ik het me goed herinner, en ze mochten niet tussen de gewone mensen. Maar Jezus genas natuurlijk van alles en iedereen, en op een goeie dag was Lazarus aan de beurt. 'Doe die doeken maar af jongeman', zei Jezus tegen Lazarus. 'Jezus liever niet als u het niet erg vindt', zei Lazarus, omdat hij zich natuurlijk kapot schaamde voor zijn zweren maar wel was opgevoed om beleefd te zijn tegen de vermoedelijke zoon van God. En de andere mensen in het dorp hadden ook zoiets van: nou, liever niet, ik heb net gegeten. 'Doe nou maar', zei Jezus. 'Oke dan doe ik het', zei Lazarus, want het was in die dagen dat Lazarus nog best volgzaam was. En hij wikkelde zijn doeken af, en zie: geen zweertje te bekennen. Iedereen blij natuurlijk. Ik neem aan dat Jezus toen nog wel even de moeite heeft genomen om het hele melaatseneiland te genezen, want anders zou ik het lullig vinden. (Maar ik zie Jezus er wel voor aan om de hele community ff mee te nemen in de wonderbaarlijke genezingen.)

Hoe dan ook: terwijl ik mijn loopjes deed voor Anneke, was ik met mijn geest in de tijd van Jezus en dat was ook wel weer eens leuk.

'En. Stop maar!', zei Anneke plechtig. Ik stopte. Even dacht ik dat ze zou zeggen: 'Neem uw bed op en wandel', maar dat is helemaal niet van deze tijd natuurlijk. 'Ik maak een paar zooltjes voor je en dan knip ik de grote teen eraf', zei Anneke. 'Oke', zei ik. 'Ja, ik knip niet je echte grote teen eraf natuurlijk, maar de teen van het zooltje', zei Anneke. 'Oh, gelukkig, haha!', zei ik terwijl ik in gedachten met mijn ogen rolde. 'Hier heb ik een voorbeeldzooltje', zei Anneke. 'Dus zo zullen mijn zooltjes er ook uitzien', zei ik. 'Ja, zei Anneke. 'Behalve dan dat ik er de grote teen van af knip.' Oke, helder', zei ik. 'Ja, ik knip niet je echte grote teen eraf natuurlijk, maar de teen van het zooltje', zei Anneke.

Ik was even stil.
Toen vermande ik me.

'Je knipt gewoon een stuk uit het zooltje', zei ik.
'Ja, ik knip de grote teen eraf', zei Anneke.
'Ik snap het hoor', zei ik.
'Niet je echte grote teen', zei Anneke.
'Nee', zei ik.
'Maar de teen van het zooltje', zei Anneke.

13 april 2008

de grote teen van jacq

Ik keek naar beneden en ik dacht: wtf bbq, heb ik altijd al zulke voeten gehad? Ik wist het niet meer, en ik had ook geen recente foto's van mijn voeten om te checken. Hoe dan ook: ik googlede mijn voeten. En verdomd: het had een naam.

Ik kon terecht bij Anneke, die praktijk hield achter in een schoenenwinkel. Je moest een gordijntje door, en dan zat Anneke daarachter met haar glazen bol. Haha, geintje tussendoor, Anneke zat gewoon aan een bureau, met een plastic voet erop. Sommige mensen hebben een foto van hun baby op hun bureau, anderen een voet. Ik bedoel, als je geen baby hebt - je moet iets.
'Trek je schoenen maar even uit', zei Anneke.
Ik trok mijn schoenen maar even uit.
'Oh ik zie het direct', zei Anneke. 'In het latijn heet het zus en zo.'
'Ja!', zei ik. 'Ik zag het op Google ook direct!'
'Nou, ik zie het dus echt di-rect', zei Anneke.
Ik haat het als deskundigen doen alsof ze deskundiger zijn dan Google.
'Ik ook, ik zag het ook di-rect!!', zei ik.

Dit ging nog een tijdje zo door, totdat Anneke haar mouwen opstroopte.

'Ik ga nu even aan je voet zitten', zei Anneke. 'Nee', zei ik in een reflex. Ik kan er slecht tegen als mensen aan mijn voeten zitten. Maar ergens snapte ik natuurlijk ook wel dat iemand als Anneke gewoon wel moest. 'Sorry', zei ik. 'Ga je gang.' Ik leunde quasi-ontspannen achterover. Anneke pakte mijn voet vast. Ik kreeg een rottig gevoel in de keel. Ik beet hard op de binnenkant van mijn wang (buitenkant lukt niet echt, he, probeer maar eens) om ervoor te zorgen dat de pijn erger werd dan de misselijkheid. Dit lukte. 'Au', zei ik. 'Doe ik je zeer', zei Anneke verbaasd. 'Neenee', zei ik. 'Ik ga nu even aan je grote teen zitten', zei Anneke. Ik had liever dat ze de dingen niet aankondigde, want nu had ik het in mijn hoofd al gevoeld. Ik slikte. Anneke bewoog mijn grote teen. 'Doet dit pijn', zei Anneke. 'Nee hoor', zei ik walgend. 'Je kunt hem nog aardig bewegen', zei Anneke. 'Ja?', zei ik trots. 'Dit valt nog erg mee hoor', zei Anneke. 'Gelukkig zeg!', zei ik opgelucht.

Daarna realiseerde ik me dat Anneke natuurlijk wel iemand was die de godganse dag in de ingegroeide klompvoeten zit, hetgeen haar compliment enigszins dubieus maakte.

[wordt vervolgd]

08 april 2008

jacq is een mevrouw

Enfin, ik zocht dus een schoonmaakster. Het hoefde niet per se een inwonend iemand te zijn die dan als de één of andere superbitch mijn hele leven zou overnemen of zo, maar ik stond er in principe wel voor open.

Lange tijd bleef de schoonmaakster een gedachtenexperiment. Wie een schoonmaakster neemt, is natuurlijk een snob en ik was er nog niet aan toe mezelf zo te noemen. Maar toen was er het incident met mijn kat Boris V. die op een kwade dag een niesbui kreeg waarvan we beide even stil waren. 'Voel je je ook slapjes in de knieën en zo', vroeg ik bezorgd. ''Ik denk eerder dat ik ergens allergisch voor ben', zei mijn kat Boris V. 'Maar voor wat dan?!', zei ik. 'Nou ja, huisstof of zo, jeweettoch', zei mijn kat Boris V. Hij ging met zijn wijsvinger over een plint. Hij keek mij strak aan. 'Doe niet zo hysterisch', zei ik schril.

Dus de volgende ochtend belde ik een schoonmaakster. (En maakte direct mijn hele huis schoon. Wat als de schoonmaakster bijvoorbeeld achter de verwarming ging kijken, waar drie volle neven van mijn kat Boris V. wonen. Of als ze op het aanrecht klom en de bovenkant van de keukenkastjes zou zien. Ik had dat zelf ook een keer gezien toen ik toevallig een keertje op het aanrecht was geklommen. Ik was er direct weer van af gesprongen, want zo ga ik er dan dus zelf meestal mee om.)

Enfin, wat ik jullie dus eigenlijk meedelen wilde: ik ben dus nu een mevrouw met een schoonmaakster. Ik voel me nu maatschappelijk geslaagd en dat gevoel is waarschijnlijk volkomen terecht. Wel heeft het zogenaamde schoonmaakstersschuldgevoel bezit van mij genomen,
dat hierop neerkomt: wat je de schoonmaakster ook geeft, het is nooit genoeg. Dat zal wel iets te maken hebben met het gegeven dat zij dingen doet met jouw stof en jouw huidschilfers – en dat ik ik andersom met háár huidschilfers niks doe.

Ik doe er ter compensatie alles aan om het mijn schoonmaakster naar de zin te maken. Ik zorg voor geavanceerd schoonmaakgerei. Ik geef haar chocolade. Ik schrijf op het briefje onderdanig: 'Beste S., doe maar wat jou het beste lijkt'. En ik heb zelfs overwogen om haar mijn smurfenverzameling te geven. (Net toen ik er helemaal in zat, bleek de smurfenactie te zijn afgelopen. Ik heb nog best wel stennis geschopt aan de kassa van de AH, maar het meisje zei dat ze gewoon op waren, dus toen had ik zoiets van: oké.) Enfin, daarna bedacht ik me dat het best beledigend kon zijn om van iemand een niet complete smurfenverzameling te krijgen (met wel twee potige smurfen, maar zonder ook maar één smurfinnetje!), dus tot dusverre heb ik het even laten zitten.

Het is hoe dan ook van levensbelang dat S. goed over mij blijft denken en niet gaat roddelen met haar vriendinnen. Maar goed, daar kom je toch nooit achter. Hoewel, je zou natuurlijk haar vriendinnen kunnen opzoeken om ernaar te informeren, maar dat doe je gewoon niet. Het blijft wel je schoonmaakster, en jij bent de mevrouw.

30 maart 2008

het geld van jacq

Eerst had ik een vrouw. Haar heb ik gedumpt. Het ging om geld. Ging zo. Dan gaf ik haar geld. Dan vroeg ik haar om Het te doen. Dan ging ze uitleggen hoe ik Het ook zelf kon doen. Dan begon ik er zelf aan. Dan dacht ik halverwege: hee, wacht eens even. Dan belde ik haar. Dan zei ik dat zij Het zelf maar moest doen ivm het geld dat ze daarvoor van mij had gekregen. Dan deed ze morrend datgene wat ze sowieso al had moeten doen.

Helder verhaal jacq.
Dumpen die bitch!

Dus toen belde ik een man, aangezien ik nu wel eens een man wilde. 'Voor hoeveel doe jij het', zei ik. 'Ik doe het voor de helft', zei de man. In zijn stem zat een vrolijke toon, zeg je dat zo. In mijn hoofd dacht ik: dit is een blije man. Een man van wie het niet bepaald likely was dat hij ooit een morrende attitude zou aannemen jegens mij. 'Ik kom er nu aan', zei ik. Dus ik kwam er nu aan. Ging zo van: hallo, ik ben die en die / hallo, ik ben die en die. De man lachte naar mij. Zijn haar zat slordig maar dat heb ik zelf ook wel eens. Ik schraapte mijn keel. 'Ik ben een ingewikkeld geval natuurlijk', zei ik. Zo leid ik mezelf altijd graag in bij de mensen, kunnen zij het mooi ontkennen. 'Ja, inderdaad', zei de man. Ik keek beteuterd maar ik herpakte mij. Ik keerde een tas met papieren op zijn bureau om en ik wenste hem succes. 'Maak je maar geen zorgen jacq', zei de man. Ik moest er haast van huilen. Maak je maar geen zorgen. Waarom zijn er niet veel meer mensen die dat tegen mij zeggen. Ik had hem haast een kus gegeven. Maar ik stak mijn hand uit, want ik ben natuurlijk ook malle pietje niet en er zijn sociale codes waar vrijwel iedereen zich aan houdt omdat het anders te verwarrend wordt.

14 maart 2008

update in vier bedrijven /3

4.
De realiteit. Versie 2.

Nou, nee, mijn moeder is helemáál niet meer in coma.
Dat zegt de neuroloog in het verpleeghuis.
Ze is wakker. Dit is wat ze is als ze wakker is, zegt de neuroloog. En dan iets over een accu die soms opflakkert maar het in het algemeen dus donders slecht doet.

Ik vind het ineens verbijsterend geloofwaardig, maar ik wil het eigenlijk niet geloven. Wie in coma is, kan in theorie nog wakker worden, zich in de ogen wrijven en zeggen: 'Hallo, wat is er allemaal gebeurd, wat doe ik hierzo.' Ik ken mijn soaps, ik was jaren verslaafd aan As The World Turns waarin volgens onderzoek zo'n 65 procent van de personages wel eens in coma heeft gelegen. Die deden het later allemaal weer prima, en konden ook heel goed hun tekst onthouden.

'Verwacht u dat het beter wordt', vraagt mijn vader.
'Je weet maar nooit, maar ik verwacht van niet', zegt de neuroloog.
'Dat zou wel jammer zijn', zegt mijn vader.
'Dat is inderdaad heel erg jammer', zegt de neuroloog.

Toch doet hij nog iets. De neuroloog schrijft een recept uit. Dopamine. Denk Oliver Sacks. Denk het boek/de film Awakenings. God, wat heb ik dat verhaal vroeger verslonden. En nu, mijn moeder. Het motto: we verwachten er niks van, maar je weet maar nooit.

'Maar het was echt een fijne man', zegt mijn vader, die fijne mensen heel belangrijk vindt en zich op dat moment nog even niet afvraagt hoe hij dit nieuwe gegeven nu weer uitlegt aan alle bellende familieleden en vrienden. Dat komt ook hierdoor: mijn moeder gaf de neuroloog een brede glimlach toen hij afscheid nam. Iedereen was er kapot van omdat het zo prachtig was. Ik ben er ook even kapot van. Totdat ik bedenk: tegen mij heeft ze nog nooit zo geglimlacht. Tegen mijn vader ook niet. Wij hebben geen idee of ze weet wie wij zijn.
Ik snap er geen ruk van.

'Zal ik een hondje nemen', zegt mijn vader later.
'Waarom niet', zeg ik.
'Ik wil gewoon dat er iets is als je thuiskomt waar je tegen kunt praten', zegt mijn vader.
'Ik zou het gewoon doen', zeg ik en ik google op hondjes. Google biedt altijd houvast voor wie zoekende is.

'En je kunt hem altijd naar mij brengen', zeg ik, terwijl ik in gedachten vast mijn excuses aanbied aan Boris V., die vanaf dat moment zijn dagen bovenop een kast zal slijten, en mij zo nu en dan op mijn hoofd zal spugen.

'Je moeder wou nooit een hond he', zegt mijn vader.
'Grijp je kans, ze kan nu toch niet protesteren', zeg ik.
Wij giechelen.

'Wat een toestand', zegt mijn vader.
'Zeg dat wel', zeg ik.