de verdwenen vulling van jacq
Er was iets, en net voor het moment dat ik in slaap viel, wist ik wat er was. De tandarts! Hoe lang was ik daar al wel niet geweest?! Vroeger hadden wij een tandarts die zelf belde als je nooit eens op kwam dagen (waarschijnlijk omdat hij verlegen zat om iemand die hij onverdoofd helemaal de grond in kon boren), maar tegenwoordig zal het ze dus echt worst zijn of je ooit nog eens langskomt. Ik had nog geluk dat ik recentelijk geen tanden had uitgespuugd. Of doorgeslikt. Of Erger. (Ik kan zo snel niks ergers verzinnen, maar het staat wel onheilspellend).
Ik belde direct, als in de volgende ochtend, want 's nachts hebben zij het antwoordapparaat aan staan, hè. 'Kan ik snel langskomen voor een controle?', zei ik. 'Schikt 23 december u, om acht uur 's morgens?', zei de assistente. 'Hahaha!', zei ik, omdat ik dacht dat het een tandartsassistengrapje was. 'Sorry?', zei de assistente. 'Maar... maar', zei ik. 'Alleen als u een probleem in de mond heeft, kunt u eerder langskomen', zei de assistente. Een probleem in de mond. 'Nou..., zei ik. En ik flapte er zo een verdwenen vulling uit. Het is ongelofelijk hoe makkelijk de mens tot liegen komt, maar anderzijds drijven ze er je natuurlijk wel gewoon toe. 'In dat geval kunt u overmorgen terecht', zei de assistente. 'Bankuwew', zei ik op de dankbare en licht onverstaanbare manier van iemand die zijn tong in een denkbeeldige holle kies heeft gestoken.
Toen ik eenmaal in De Stoel lag en er zelfs vergrootglazen, röntgenfoto's en intercollegiale consultaties aan te pas waren gekomen, zette de tandarts haar armen werkeloos in de zij. 'Goh jemig, ik dacht het écht!', zei ik verbijsterd, want na verloop van tijd geloof ik mijn leugens zelf. 'Zal ik anders direct maar even de controle doen', zei de tandarts. 'Ach, welja', zei ik achteloos, terwijl ik in mijn hoofd keihard juichte. Toen deed ze me nog even venijnig zeer bij het porren, maar dat had ik natuurlijk ergens wel verdiend.